Samenvattingen artikelen Koude & Luchtbehandeling terug

April Voorjaarsnummer 2010

Thema: airconditioning

Enorme drukte bij afscheid Jaap Hogeling

De grote belangstelling tijdens het afscheidsseminar van ISSO-directeur Jaap Hogeling tekent de enorme kring van relaties die hij in de afgelopen 30 jaar heeft opgebouwd. Op 1 februari 2010 heeft Hogeling zijn functie als directeur van ISSO overgedragen aan Rob van Bergen en op 8 april jongstleden vond daarom een officieel afscheid plaats met een seminar. Toch betekent dit niet hij volledig van het podium verdwijnt. Jaap Hogeling blijft voor ISSO actief binnen internationale projecten en voor de installatiebranche als directeur van KBI. Onderwerpen waar Jaap Hogeling nauw bij betrokken is passeerden 8 april de revue.


PTC+ opent nieuw praktijktrainingscentrum techniek

Op 16 april opende PTC+ de nieuwe trainingsfaciliteiten voor technische praktijktrainingen in Ede. De officiële opening werd op zaterdag 17 april gevolgd door een open dag met diverse demonstraties en tal van activiteiten. Het nieuwe praktijktrainingscentrum is opgezet om praktijktrainingen in diverse technische sectoren te kunnen verzorgen. Zo laten befaamde merken uit de landbouw-mechanisatie landelijk hun monteurs trainen bij PTC+, worden specialisten in de koudetechniek gecertificeerd in Ede en is er in de nieuwbouw ook ruimte voor een specifieke trainingsmodule voor monteurs die werken met natuurlijke koudemiddelen.


De KNVvK en NEN 7120

Gerard Vos - directeur KNVvK

Inleiding
Een van de taken van de KNVvK is de maatschappij te informeren over de ontwikkelingen binnen de koudetechniek en andersom: het signaleren van ontwikkelingen van buiten de koudewereld die invloed uitoefenen op het vakgebied.
Vorig jaar, in RCC Total Energy nummer 4, werd in het artikel Hoe de EPC de duurzaamheid in de weg staat door de auteurs, Ir. Steven Lobregt en ir. J.P. van der Stoel, gewezen op de kwalijke gevolgen van een te beperkte regelgeving.

Dag van de koude
Wet- en regelgeving hebben een bijzonder belangrijke invloed op het reilen en zeilen van de koudewereld. De KNVvK volgt daarom de ontwikkelingen in een zo vroeg mogelijk stadium en geeft, waar nodig, haar mening over elementen in de regelgeving die volgens haar veranderd c.q. verbeterd kunnen worden. De huidige EPC/EPN is daar een voorbeeld van. De KNVvK heeft daarvoor ideeën en suggesties ter verbreding en verbetering aangereikt.

NEN 7120
Reeds op 11 mei 2007 schreef het KNVvK bestuur aan minister J. Cramer een brief betreffende de toen al op stapel staande wijzigen van de EPN. Op 5 december 2007 volgde een antwoord met de mededeling dat het Ministerie van VROM aan NEN in 2008 een opdracht zou geven voor het ontwikkelen van een toekomstgerichte norm, die ook voor strengere energieprestatie-eisen dan toen geschikt is en die rekening houdt met een aantal ideeën en suggesties van alle betrokken marktpartijen. Bovendien dat het KNVvK verzoek/aandachtspunt bij de voorstellen van NEN zou worden meegenomen.

Teleurstelling
Het was voor de KNVvK en haar betrokken leden dan ook uiterst teleurstellend toen bleek dat de nieuwe zogeheten Groene versie van ‘NEN 7120 Energieprestatie Gebouwen’ niet voldeed aan die verwachtingen, maar juist belemmerend zou werken bij de toepassing van niet in de norm opgenomen energiebesparende technologieën. Zo kwamen onderwerpen als verdampingskoeling met water als koudemiddel, PCM’s en bio-massa totaal niet aan de orde. Inhoudelijk werd er geen rekening mee gehouden, dat koeling met verdampend water als koudemiddel, een van de belangrijkste alternatieven is om het energiegebruik en CO2-emissie terug te dringen bij een groeiend AC gebruik. Een aantoonbare COP van ca.15 tot zelfs 30 spreekt daarbij toch boekdelen. Ter vergelijking, in de norm was al wel de warmtepomp, met een COP van ca. 4 opgenomen. Door de betreffende commissie werd er aan voorbij gegaan, dat met name verdampingskoeling al meer dan vijftien jaar in Nederland wordt toegepast en dat er juist op dat gebied de laatste jaren technologisch een sterke ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Ook het aantal betrokken bedrijven is de laatste jaren sterk toegenomen.

De KNVvK en NEN
In de negentig jaren nam de KNVvK gratis deel aan het normalisatiewerk rond NEN-EN 378 en heeft daarvoor zelfs een aantal jaren het secretariaat gevoerd. Hoewel zij als technisch / wetenschappelijke ideële vereniging dus geen belanghebbende is en al haar kennis “om niet” beschikbaar stelde, werd op een gegeven moment van de KNVvK verwacht dat zij zou gaan betalen voor deelname. Het kwam er op neer dat de vereniging niet voor haar werkzaamheden zou worden betaald, maar juist moest gaan betalen. Met andere woorden, je gaat naar het speekuur van een arts en verwacht daarna dat die arts jou betaalt. De Alg. ledenvergadering van de KNVvK heeft toen besloten om verder niet meer deel te nemen aan het werk van het Normalisatie instituut. Achteraf moet worden geconstateerd dat dit standpunt voor zowel NEN als de KNVvK nadelig heeft gewerkt. Het KNVvK-bestuur heeft daarom voorgesteld om gezamenlijk een oplossing te zoeken, waardoor in de toekomst weer nauwere samenwerking mogelijk wordt.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Plezier in samenwerken bij Alklima

Charles Hasselman

Inleiding
Alklima in Alblasserdam vertegenwoordigt in Nederland sinds 1994 de systemen van Mitsubishi Electric Cooling & Heating. Gestart als nieuweling is Alklima nu een van de grote spelers. Algemeen directeur Arjen de Jong was er van het begin af aan bij. “Het gaat er in het leven niet om hoeveel airco’s ik heb verkocht”.

Het is dinsdag. Cursusdag bij Alklima. Dat betekent een overvloed aan busjes van installatiebedrijven op het parkeerterrein van de importeur van Mitsubishi Electric klimaatapparatuur aan de Van Hennaertweg in Alblasserdam. Algemeen directeur Arjen de Jong heeft het welkomstritueel erop aangepast: in plaats van het gebruikelijke “kon je het een beetje vinden?”, vraagt hij zich opgewekt af of de auto nog ergens tussengewurmd kon worden. “We hebben jaarlijks circa duizend monteurs over de vloer voor opleiding en bijscholing”. Dat zegt meteen al iets over de manier waarop Alklima het merk Mitsubishi Electric Cooling & Heating vertegenwoordigt. Want hoewel Alklima klimaatapparatuur levert die wereldwijd meedraait in de top, zijn technische innovaties, de breedte van het assortiment en de kwaliteit van de apparatuur voor De Jong meer een gegeven dan iets om uitvoerig bij stil te staan. Hij heeft het liever over “de mens achter de machine”.

Hoogwaardig produceren
De Jong: “Natuurlijk is de kracht van Alklima dat we een kwalitatief hoogwaardig product leveren. We hebben het meest uitgebreide programma op DX-gebied. Mitsubishi Electric komt bijna altijd als eerste met nieuwe ontwikkelingen. Dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat we echt ervan uitgaan dat de klant koning is. Ik weet het, dat zeggen mijn concurrenten ook. Maar ik merk dat klantvriendelijkheid vooral met de mond wordt beleden. In werkelijkheid is klantvriendelijkheid vaak ver te zoeken. Dat zie ik overigens in de hele maatschappij terug. We investeren heel bewust in de binding met de klant, in ons geval zijn dat installateurs en installatieadviseurs. Vandaar dat we ook zoveel aan opleiding, training en advies doen. En de mensen weten ons intussen ook goed te vinden. Zo zijn we laatst gevraagd het hoofdstuk warmtepompen voor een lesboek te schrijven. We worden ook regelmatig uitgenodigd voor een lezing of een bijdrage in een tijdschrift”.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


De airconditioner als totaaloplossing

Sjoukje Stuurman

Inleiding
De tijd dat een airconditioner alleen voor een verfrissende bries zorgde is voorbij volgens Richard de Waal, manager Airco Division bij LG. “Men gaat voor de totaaloplossing. Dus niet alleen lucht koelen maar ook verwarmen en filteren”. Het volledige pakket op het gebied van HVAC (Heating Ventilation and Air Conditioning) en Energy Solutions.

LG is al jaren de grootste producent van Room Airconditioners en heeft sinds kort ook Energy Solutions (Solar PV Panels, LED en Plasma verlichting) tot hun divisie zien komen. “Als je weet dat tachtig procent van het energiegebruik in gebouwen wordt verbruik door verlichting en HVAC dan moet je als fabrikant hierop inspelen”, zegt De Waal. LG heeft de visie om stijlvol design met slimme technologie te combineren tot perfecte harmonie. De Waal: “De consument wil de airco niet zien, horen of voelen”. Deze wens heeft LG vertaald naar een ontwerp waarbij de airconditioner niet opvalt, zeer weinig geluid maakt en waarbij de klimaatbeheersing niet voelbaar aanwezig is

Design
Een van de punten waarop LG zich wil onderscheiden van concurrenten is design.
LG richt zich van oudsher op de particuliere markt, waarbij de aandacht voor het ontwerp een belangrijk aspect is. Inmiddels heeft het bedrijf hier twee prijzen mee gewonnen: de Red Dot Design Award voor het Maestro model en de iF Design Award voor het Artcool model.
De Art Cool reeks is een voorbeeld waarbij de airconditioner onzichtbaar is. De airco gaat namelijk schuil achter een afbeelding en een glasplaat waardoor het bij de rest van het interieur past. De afbeelding kan een poster of een familiefoto zijn ,waardoor de airco wordt gepersonaliseerd.
Naast het koelen van huiskamers is dit product ook geschikt voor de kleinzakelijke markt, door bijvoorbeeld het bedrijfslogo achter de glasplaat te tonen.

Comfort
Voor comfortabel slapen is het prettig dat de airco aanstaat zonder geluid te maken. De wandunits van LG produceren slechts 19 decibel. Dit is vergelijkbaar met boomblaadjes in de wind of gefluister op anderhalve meter afstand.
Naast het geringe geluid zijn de airconditioners ook in staat de lucht te filteren. Met behulp van een elektrostatisch filter worden virussen en bacteriën uit de lucht gezuiverd. Daarnaast wordt de lucht gezuiverd van allergievormende verschijnselen door het anti-allergiefilter. De airco’s hebben hiermee het British Allergy Foundation (B.A.F.) certificaat behaald.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


De lat gaat hoger voor het Colt Caloris Hybrid klimaatsysteem

Higher performance level for Colt Caloris Hybrid Climate System

Bastin Mewis en Gertie Arts - Colt International B.V.

Inleiding
De belangstelling voor duurzame klimaatsystemen blijft stijgen. Het energiegebruik moet omlaag, daar is iedereen het over eens. Met het eerste hybridesysteem op het gebied van de klimaattechniek, het Caloris Hybrid-concept, biedt Colt een oplossing die gebruik maakt van de duurzame energiebronnen die overal in onze directe omgeving te vinden zijn.
Denk bijvoorbeeld aan bodemwarmte, restwarmte uit de industrie, zonnethermische warmte, pelletbranders, warmteopslag in pcm’s of aan het gebruik van een open bron of een vijver voor koude.

In februari werd het Caloris Hybridsysteem onderscheiden met de NVKL Koeltrofee 2010. “Het Caloris Hybridsysteem van Colt International is innovatief en uniek binnen de Nederlandse koudeketen (…) De innovatie levert een bijdrage aan de verbetering van de energetische prestaties van warmtepompsystemen in de utiliteitsbouw. Tevens maakt het de inzet van natuurlijke koudemiddelen mogelijk. Hieruit gaat een stimulering naar de branche om met slimme concepten te komen die energiebesparing mogelijk maken en tevens de inzet van natuurlijke koudemiddelen vereenvoudigen”, vermeldt het juryrapport. Een motivatie om de lat nog hoger te leggen en het hybride-aandeel van dit systeem verder uit te ontwikkelen.

Het concept
Het systeem is gebaseerd op het Colt Caloris WRF (Water Refrigerant Flow) warmtepompsysteem. Dit systeem gebruikt water als belangrijkste medium voor energieoverdracht en heeft een minimale koudemiddelinhoud. Door thermische buffers en
onderlinge energieuitwisseling is het totale energiegebruik zeer laag en wordt een zeer hoog seizoensrendement bereikt.
Het systeem is in basis opgebouwd uit drie hoofdcomponenten: primaire koude/warmte bron, lokale warmtepompen in de ruimten en een waterringnet dat de warmtepompen verbindt. De primaire bron(nen) zorgen ervoor dat de watertemperatuur Principeschema Colt Caloris Hybrid systeem. in het ringnet altijd tussen 16 ̊C. en 28 ̊C. wordt gehouden. Het concept maakt gebruik van primaire, bij voorkeur duurzame energiebronnen. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van traditionele technieken, zoals elektrische- of gasgedreven warmtepompen.
TNO heeft het jaargemiddelde van dit systeem op een SPF* van 4,3 bepaald.

* SPF is de Seasonal Performance Factor, gedefinieerd als de Coefficient of Performance inclusief de hulpenergie voor pompen, ventilatoren e.d.

Samenvatting
Het Colt Caloris Hybrid-concept is het eerste hybride systeem binnen de klimaattechniek, dat gebruik maakt van een combinatie van duurzame energiebronnen. Het systeem is gebaseerd op een warmtepompsysteem met water als belangrijkste medium voor energieoverdracht. Thermische buffers en onderlinge energie-uitwisseling zorgen ervoor dat het totale energiegebruik zeer laag is en dan een zeer hoog seizoensrendement bereikt wordt. Het systeem bestaat in basis uit drie hoofdcomponenten: een primaire koude/warmte bron, lokale warmtepompen en een waterringnet. Caloris Hybrid klimaatsystemen zijn gerealiseerd, worden uitgevoerd of zijn in ontwikkeling met verschillende duurzame energiebronnen zoals:
- waterleidingen ingestort in de wanden van een ondergrondse parkeergarage waarmee warmte en koude uitgewisseld worden met de omringende bodem;
- water/water warmtepomp en TSA aangesloten op een open bron;
- een vijver als warmtebron;
- PCM-materiaal als thermisch opslagmedium.

Summary
The Colt Caloris Hybrid concept is the first hybrid system within climate technology. The system is based on the Colt Caloris WRF Heat Pump system, which uses water instead of a refrigerant as main energy transfer medium. Thermal accumulation and mutual heat exchange results in low energy consumption and high seasonal efficiency. Caloris Hybrid consists of 3 main components: primary thermal source, decentralized heat pumps and an interconnecting water loop. The Caloris Hybrid concept has been installed or is being developed in different versions, such as; - water conduit in the walls of a car park beneath ground level for the exchange of heat and cold with the surrounding soil; - water/water heat pump and connected to an open ground source;
- a pond as heat source;
- PCM materials as thermal storage.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Airco van een vliegtuig draait op het pneumatische systeem

Rene de Moor - Docent regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam Airport, Hoofddorp

Inleiding
De airco van een vliegtuig draait op het pneumatisch systeem. Behalve dat het pneumatische systeem lucht levert voor de airconditioning, levert het ook lucht voor de systemen die ijs op het vliegtuig moeten voorkomen en lucht voor het starten van de motoren. De lucht wordt geleverd door de motoren of door de zogeheten Auxiliary Power Unit, afgekort APU.

De motor heeft minimaal twee compressors. In de eerste compressor is de druk lager dan in de tweede compressor. Daarom wordt de eerste compressor de lagedrukcompressor (low pressure) genoemd en de tweede compressor de hogedrukcompressor (high pressure). Het pneumatische systeem gebruikt alleen lucht afkomstig van de hogedrukcompressor.
Het pneumatisch systeem is te vergelijken met een hydraulisch systeem. Het bestaat uit leidingen met daarin lucht onder druk. Deze lucht is afkomstig van de compressor van de motor en/of van de compressor van de APU. Op deze leiding zijn diverse verbruikers aangesloten. De verbruikers zijn bijvoorbeeld het startsysteem van de hoofdmotoren, het aircosysteem, het watersysteem en het ijs-bestrijdingsysteem. De leidingen van het systeem zijn van titanium en zijn gevuld met lucht onder druk. De druk in de leidingen is ongeveer 3 bar (hPa) met een temperatuur tot wel 200 °C.

Compressortrappen
Vanaf de buitenkant van de hogedruk- compressor wordt op twee compressortrappen lucht afgetapt. Doordat er lucht van de compressor wordt weggenomen, is de compressor dus ‘lek’. Hierdoor wordt het vermogen van de motor minder, met als gevolg: meer brandstof verbruik.
De twee trappen waar de lucht wordt weggenomen, worden de low stage- en high stage- compressortrappen genoemd.
Tijdens de vlucht wordt er normaal gesproken alléén lucht van de low stagecompressortrap gebruikt. Deze lucht passeert een klep die de low stage valve (LSV) wordt genoemd. De LSV is een soort kattenluik dat je ook wel in een toegangsdeur ziet. Deze klep zorgt ervoor dat er alléén lucht uit de compressor kan stromen en niet erin.
Als de piloot het gashendel terugtrekt, levert de compressor minder druk, doordat hij minder snel draait. In dit geval opent de zogeheten high stage valve (HSV). De HSV laat nu lucht door met een hogere druk dan de druk afkomstig uit de LSV. Deze druk is hoger, omdat de HSV lucht aftapt van een latere compressortrap, waar de lucht verder is gecomprimeerd.

Drukregeling
Lucht afkomstig van de LSV of HSV komt bij een drukregel- en afsluitklep. Deze klep wordt de Pressure Regulator and Shut Off Valve (PRSOV) genoemd. Deze klep zorgt ervoor dat de druk die van de motor wordt afgetapt, altijd dezelfde drukwaarde heeft. Veel systemen die op het pneumatisch systeem zijn aangesloten, kunnen alléén werken wanneer er voldoende lucht aanwezig is. De druk die de PRSOV doorlaat is ongeveer 3 bar (hPa).
De klep kan vanuit de cockpit door een drukknop of schakelaar worden geopend en gesloten. Als de druk in het pneumatisch systeem te hoog wordt, waardoor leidingen kunnen scheuren, zal de klep automatisch sluiten. In het pneumatisch systeem wordt ook de temperatuur van de lucht gemeten. De temperatuur mag niet hoger worden dan ongeveer 200 ̊C. Mocht de temperatuur toch hoger worden, dan zal de PRSOV dicht gaan. Deze beveiliging is belangrijk, omdat te hete lucht brand kan veroorzaken.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


“Voor frisse lucht moeten leerlingen binnen zijn!”

Jos Hartmans - Swegon

Inleiding
Kinderen zijn ons meest waardevolle bezit en een goed gezond binnenklimaat in klaslokalen beïnvloedt hun gezondheid. Studies wereldwijd hebben aangetoond dat er een causaal verband bestaat tussen de kwaliteit van ventilatie en thermisch comfort en de leerprestaties.

Het binnenmilieu laat in 80 procent van de klaslokalen in het primair en voortgezet onderwijs te wensen over, zo blijkt uit onderzoek. Er zijn aanwijzingen dat dit een ongunstige invloed heeft op de gezondheid en het leerproces. Een verhoogd CO2-gehalte in de (binnen)lucht blijkt te kunnen leiden tot allerlei gezondheidsproblemen en een verminderd concentratievermogen.
Gevolg hiervan is een hoger ziekteverzuim onder leerlingen en docenten, alsmede achterblijvende leerprestaties bij leerlingen. De oorzaak van een ongunstig binnenmilieu ligt in een combinatie van eigenschappen van het gebouw en het gebruik van de aanwezige ventilatievoorzieningen.
De lucht in een klaslokaal raakt verontreinigd door uitdamping van vluchtige stoffen afkomstig van onder andere vloerbedekking, gordijnen, beeldbuizen en bouwmaterialen. Hierbij komen geurstoffen en ziektekiemen van personen in het lokaal en onzichtbaar op wervelend stof uit kleding en van vloeren. Tevens is het in scholen vaak te warm.
Dit binnenmilieu kan leiden tot minder aandacht en tempo, meer fouten, minder inprenting in het korte termijngeheugen, en tot gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties, astma-aanvallen, hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, oogirritatie en geurhinder. Een ongezond binnenmilieu in scholen leidt tot een onnodig verhoogd medicijngebruik en een grotere infectiedruk.

Maatschappelijke winst
De luchtkwaliteit is bepalend voor een gezond binnenmilieu in scholen. Thans is slechts 10 tot 15 procent van de schoolbesturen en schooldirecties zich bewust van de correlatie tussen enerzijds een gezond binnenmilieu en anderzijds gezondheid, concentratievermogen, medicijnverbruik, infectiedruk, ziekteverzuim en leerprestaties.
De binnenmilieuproblematiek op scholen wordt door overheid en politiek erkend. Mede onder druk van diezelfde overheid moeten bestaande scholen in primair en voortgezet onderwijs een gezond binnenmilieu realiseren en derhalve voldoen aan de CO2-grenswaarde ter voorkoming
van gezondheidsschade. Door gebruik te maken van mechanische luchttoe- en afvoersystemen met warmteterugwinning wordt tevens een significante energiebesparing gerealiseerd.
Om bovengenoemde redenen hechten de Europese Unie (EU) en de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) groot belang aan een verbetering van het binnenmilieu.

Test GGD Rotterdam-Rijnmond
Naar aanleiding van gezondheidsklachten heeft in de regio Rotterdam - in samenwerking met de Sectie Medische Milieukunde van GGD Rotterdam-Rijnmond en de Stichting OPOCK - een test van de ventilatie-unit van Swegon in De Paperclip in Krimpen aan den IJssel plaatsgevonden.
Het onderzoek was gericht op het vaststelen van het effect van het mechanisch ventilatiesysteem van Swegon op de kwaliteit van de binnenlucht. Het blijkt dat deze ruimschoots voldoet aan de Nederlandse toets- en grenswaarden. Daarnaast bleek dat het geluidsniveau van de ventilatie-unit zodanig laag is dat het door leerlingen en docenten niet als hinderlijk wordt ervaren. De gezondheidsklachten namen in de testperiode significant af.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


PassiefHuis de nieuwe standaard in renovatie?

Nils Marcus - Ferroli Nederland

Inleiding
In Rotterdam zijn een aantal historische stadswoningen uit 1903 ingrijpend gerenoveerd tot het niveau van passiefhuis. Het is voor het eerst dat in Nederland in een renovatieproject het Label Passiefbouw kon worden uitgereikt. Bovendien is bij de realisatie ervan uitsluitend bestaande en beproefde technieken gebruikt. Dus geen warmtepomp, pv-panelen of andere innovatieve technieken. De crux zit hem in de vroegtijdige, conceptmatige ontwikkeling, in samenwerking met diverse “co-makers”.

Bij de renovatie van bestaande woningen tot passiefhuizen mag het energieverbruik in de woning nog maximaal 25 kWh per vierkante meter per jaar bedragen. Bovendien mag het totale verbruik voor de woning niet boven de 120 kWh per jaar uitkomen. Als we daar het gemiddelde energieverbruik in de bestaande bouw van 230 kWh per vierkante meter per jaar, en 65 kWh per vierkante meter per jaar in een woning die voldoet aan het Bouwbesluit tegenover zetten, dan wordt duidelijk hoe ingrijpend de renovatie van woningen tot passiefhuizen moet zijn. De initiatiefnemers van het Rotterdamse project, de corporatie Woonstad Rotterdam, aannemer BAM Rotterdam en Villanova architecten, lieten zich daar niet door tegenhouden. Wel besloten ze om het ontwerp en de engineering niet alleen te doen. Ze benaderden zogenoemde comakers; bedrijven die als toeleveranciers ook verantwoordelijkheid wilden dragen voor een kwalitatief goede uitvoering. De co-makers waren Rockwool voor de isolatie, Sto Isoned voor de thermische buitengevelisolatie, Niveau Kozijnen voor de kozijnen en Ferroli voor de cv-installatie, de ventilatie en het zonlichtsystemen.
Samen met adviesbureau DHV boog dit team zich over het ontwerp van dit renovatieproject. Het ging om zeven oude woningen (beschermd stadsgezicht) van elk vijf bouwlagen die per woning tot twee koopwoningen werden omgebouwd. De onderste drie woonlagen vormden een woning en de bovenste twee woonlagen.

Volledig luchtdicht
Omdat de woningen leeg waren, konden ze volledig worden gestript. Vervolgens werd het passiefhuisconcept toegepast. Dit houdt in dat er voor zeer goede isolatie is gekozen van zowel vloeren, wanden als plafonds. De Rc-waarden liggen tussen de 6 en 10, waar gewoonlijk met Rc-waarden van 3 tot 4 wordt gewerkt.
Alle isolatie moest aan de binnenzijde worden aangebracht, omdat de buitenzijde een beschermd stadsgezicht is waaraan niets mocht worden veranderd. Om die reden werd besloten om aan de voorgevel aan de binnenzijde nieuwe kozijnen met HR++glas te plaatsen. De bestaande kozijnen met enkel glas bleven aan de buitenzijde op hun plek. Tussen het oude en nieuwe kozijn werd zonwering in de vorm van screens geplaatst. In de overige gevels werden geïsoleerde hout/aluminium kozijnen geplaatst, voorzien van drielaags, argon gasgevuld isolatieglas.
Naast de isolatie, is het essentieel om luchtdicht te bouwen. Dit vergt een feilloze uitvoering. Na oplevering is de luchtdoorlatendheid gemeten en deze blijkt nog beter dan de gestelde eisen voor passiefbouw.
Om de woningen leefbaar te houden is bij alle ramen waar de zon naar binnen kan schijnen zonwering geplaatst. Daarnaast koos het ontwerpteam voor centrale gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. In elke woning is de Optifor, het hr-ventilatietoestel van Ferroli Nederland, gekoppeld aan de hr-ketel. De Optifor is vervolgens gekoppeld aan het Hybalans +
systeem van Burgerhout. Via Hybalans + is het mogelijk om elk ventiel centraal in te regelen. Bovendien kunnen bewoners de inregeling, als zij bijvoorbeeld de ventielen schoonmaken, niet in de war gooien.

Geen stand 1 op ventilatie
Bij de uitvoering van het ventilatiesysteem is bijzonder veel aandacht besteed aan geluiddemping. Dit is essentieel omdat de zeer sterk geïsoleerde woningen aan binnenzijde bijzonder stil zijn. Allereerst zorgt de keuze voor Hybalans + al voor een zo laag mogelijke luchtweerstand in het systeem. Tevens zijn de inblaasventielen alleen in de loopzones en dus niet in de leefzones van de bewoners geplaatst. Om de luchtverversing te garanderen, koos Ferroli Nederland voor een ventilatie-unit die in principe altijd op stand 2 draait.
De bewoners kunnen de ventilator wel van stand 2 naar stand 3 schakelen en omgekeerd, maar zij kunnen de ventilator niet in stand 1 plaatsen. Stand 1 zit wel op het toestel, maar wordt alleen ingeschakeld als de ventilatie-unit merkt dat de bewoner 24 uur lang geen warm tapwater heeft gebruikt. In dat geval kan men ervan uitgaan dat er geen mensen in de woning zijn en dat de ventilatie dus op een lagere stand kan draaien. Zodra er weer warm tapwater wordt gebruikt, schakelt de Optifor, die gekoppeld is aan de cv-ketel en zodoende weet dat de ketel in werking treedt, weer naar stand 2.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Artikel n.a.v. de gehouden presentatie op de KNVvK themadag "Installaties met kleine koudemiddelinhoud" van 11 februari 2010

Gebruikersvoordelen met nieuwe serie GVX met microox®-technologie

User advantage with new GVX series with Microox® Technology

Markus Kielnhofer - Güntner AG & Co KG, Fürstenfeldbruck

Inleiding
Met de nieuw ontwikkelde microox®-technologie voor warmtewisselaars, die in de condensorserie GVX wordt gebruikt, zorgt Güntner binnen de koeltechnische markt voor een opvallende innovatie. Kleinere vulhoeveelheden koudemiddel, hogere energie- en kostenefficiëntie alsook sterk gereduceerd gewicht zijn slechts enkele van de voordelen. Het gaat om een innovatie die kan voldoen aan de toenemende eisen aan de moderne koel- en luchtbehandelingstechniek.

De ontwikkeling van de microox®- technologie en haar toepassing in de nieuwe condensorserie GVX is tot nu toe het grootste project in de geschiedenis van de firma Güntner. Güntner heeft flink geïnvesteerd in nieuwe productieprocessen en de uitbreiding van de productiecapaciteiten in Tata, Hongarije. En dat leverde succes op. Dat betekent echter niet, dat de traditionele warmtewisselaars, die door Güntner volgens de finoox®-technologie worden geproduceerd, in de toekomst uit het programma van de fabrikant zullen verdwijnen. In tegendeel zelfs: hier wordt in feite eveneens een toename verwacht.

Aluminium
De gebruiker profiteert in meerdere opzichten van microox®. Hierbij speelt aluminium een sleutelrol. De nieuwe warmtewisselaars zijn volledig van dit materiaal samengesteld, met uitzondering van de koudemiddelaansluitingen. Zo ontstaan tegelijkertijd meerdere voordelen. Ten eerste is aluminium voordeliger dan koper, wat een positief effect heeft op de investeringskosten. Ten tweede is het natuurlijk ook aanzienlijk lichter, zodat het totale gewicht van een GVX-condensor met microox®-technologie in vergelijking met conventionele technologie tot 30 procent wordt gereduceerd. De apparaten kunnen dus eenvoudiger worden getransporteerd en bijvoorbeeld ook aan een muur met geringe draagkracht worden bevestigd. Omdat aluminium het enige gebruikte materiaal is – ook de behuizing van de GVX is volledig uit aluminium gemaakt – zijn de apparaten bovendien tegen galvanische corrosie beschermd.

Eenvoudige en snelle reiniging
Microox®-warmtewisselaars kunnen door hun unieke profiel, de geringe blokdiepte en hoge stevigheid met vlakstraalsproeiers en een druk tot 50 bar worden gereinigd. Met conventionele finoox®-warmtewisselaars is dit niet mogelijk, omdat deze de druk niet kunnen weerstaan en de lamellen hierdoor worden verbogen. Met een regelmatige en grondige reiniging kunnen onnodig hoge condensatietemperaturen worden vermeden, wat op zijn beurt weer een positief effect heeft op het energiegebruik van de installaties en daarmee op de bedrijfskosten.

Samenvatting
De condensor GVX met microox®-technologie is het grootste project tot nu toe in de geschiedenis van de firma Güntner. Het is een doorontwikkeling van de microchannel-technologie voor stationaire warmtewisselaars en biedt veel voordelen voor de gebruiker: corrosiebestendigheid en gewichtsbesparing door toepassing van het materiaal aluminium, gereduceerde koudemiddelinhoud, eenvoudige en grondige reiniging door de aanwezige reinigingskleppen en opklapbare ventilatoren. Door de combinatie van de condensor GVX met het Güntner Motor Management regelsysteem GMM en met EC-ventilatoren kan de werking van het warmtewisselaarsysteem worden geoptimaliseerd. Het systeem biedt verhoogde bedrijfszekerheid door stabielere drukverhoudingen in het koelcircuit en de permanente bewaking van de ventilatoren.

Summary
The largest project so far in the Güntner history was the development of the microox® technology, an adaptation of the existing micro channel technology, mainly used in the automotive sector, to the requirements of stationary heat exchangers. The result is the condenser GVX with microox® technology which offers a large range of user benefits:
corrosion resistance and reduced weight due to the material aluminium, simple and thorough cleaning, facilitated among other factors through easy to open cleaning flaps and swivelling fans, reduced refrigerant charge - just a few of the benefits provided by the GVX with microox technology. By combining the condenser GVX with the control system GMM with EC fans, a highly energy-efficient operation of the heat exchanger system is possible. The system with GMM provides increased system reliability by maintaining stable pressure ratios in the refrigeration circuit and by permanent monitoring of the fans.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Van de redactie

Zweten op kantoor

Op redacties van vakbladen kan het er soms heet aan toe gaan. Niet alleen vanwege de deadlines en de discussies op vakgebied tussen collega’s, maar ook doordat gewoon de buiten- én binnentemperatuur soms hoog oploopt. Redacties zitten niet zelden in kleine ruimtes. Veel hardwerkende mensen op een klein kluitje, met allemaal een computer aan die ook nog eens link wat warmte produceert. Inspiratie die zich omzet in transpiratie, zullen we maar zeggen.
Bij mijn eerste werkgever zat ik, bijna twintig jaar geleden, in een kleine garage, met vijf man en evenzoveel computers. De uitgever had het niet breed en er was zeker geen geld voor een luxe product’ als een airconditioning. “Van zo’n ding word je toch maar ziek”, verklaarde hij. Als het hoog zomer was, zaten de medewerkers met rode hoofden achter hun computers. Ondanks dat het enige raam in de garage anex redactieruimte wagenwijd open stond. Heel wat keren ging ik ’s avonds met hoofdpijn naar huis.
Tegenwoordig is het heel wat beter geregeld. Een airconditioning is er niet meer alleen voor koelte in de zomer, maar ook voor warmte in de winter. Als je het klimaat echt goed geregeld wilt hebben en als je gaat voor een aangename leeftemperatuur dan is een aircosysteem een goede oplossing.
We weten inmiddels ook dat je van airconditioning niet ziek wordt. Sterker nog, de lucht krijgt een speciale behandeling, waardoor die schoner en veel gezonder wordt. Speciaal voor mensen met luchtwegproblemen kan dit grote voordelen opleveren. Ook zorgen goede airco’s voor de juiste vochtigheidsgraad van de lucht. Schimmels en andere problemen die ontstaan door te veel vocht in de ruimte, kunnen zo aanzienlijk gereduceerd worden. En een veel te droog binnenklimaat wordt ook voorkomen.
Airconditioning is dus geen “luxe product” meer, het is een must in en moderne woon- en werkomgeving. Want welke werkgever die op de hoogte is van bovenstaande voordelen van airconditioning laat zijn werknemers nu nog in een snikhete ruimte zitten? Niemand toch? Want daar word je pas echt ziek van.

Christine Linneweever - Eindredacteur RCC Koude & Luchtbehandeling

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat

 

 
     
     
 
     
 

KNVvK
bezoekersadres:
Zandlaan 29
6717 LN  Ede
tel.: +31(0318) 697 198
fax: +31(0318) 697 199

correspondentie:
postbus 32
6710 BA  Ede
e-mail:  info@knvvk.nl

Lid worden?
klik hier