|
Jubileumuitgave NVKL
Thema: 60 jaar NVKL - Op weg naar een duurzame toekomst
60 Jaar kwaliteit! - Van de redactie
De NVKL bestaat nu 60 jaar. Op zich niet zo heel bijzonder, want er zijn brancheverenigingen die veel langer bestaan. Maar toch …, al 60 jaar willen koeltechnische bedrijven een eigen club. Anders was er toch al lang een fusie geweest met een andere vereniging in het installatieveld?
Volgens mij komt het omdat koeltechneuten zich speciaal voelen. Zij kunnen wat veel installatiemonteurs ook kunnen, maar dan nog iets meer: koeltechniek. Dat, en de overal
zichtbare vaktrots, maakt onze sector zo bijzonder.
Binnen de NVKL heeft het altijd gedraaid om de techniek. Het maken van mooie installaties was en is wat de leden bindt. Het moet werken en het moet goed zijn!
Vroeger al bepaalde de NVKL het kwaliteitsniveau in de branche. Zonder NVKL-diploma kon er niet gewerkt worden in de koeltechniek. In 2009 heeft de NVKL opnieuw gekozen
voor kwaliteit. De hernieuwde erkenning biedt de markt zekerheid als het gaat om kwaliteit en betrouwbaarheid.
De NVKL levert een bijdrage aan een leven lang leren en onderschrijft de 20-20-20 doelen. Er wordt hard gewerkt aan het uitbreiden van de hiervoor onmisbare kennis. Het onlangs
geopende trainingscentrum voor Natuurlijke Koudemiddelen geeft aan dat de NVKL met de toekomst bezig is.
Zonder het vergroten van de kennis en kunde van mensen en bedrijven zal de koeltechniek niet in staat zijn haar steentje bij te dragen aan de 20-20-20 doelen.
De NVKL neemt het voortouw in de richting van betere, zuiniger en milieuvriendelijke koeltechnische sector.
De NVKL laat zien waartoe een hechte brancheorganisatie in termen van maatschappelijk belang in staat is. De overheid zou zo’n brancheorganisatie in haar hart moeten sluiten en ondersteunen, want zonder de bedrijven betekenen de doelstellingen van de overheid niets.
Henry Kruiper - Directeur NVKL
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Beleidsteam van NVKL aan het woord:
Kennis is de kracht van de koudebranche
Ruud Bakker - Uitgever RCC Koude en Luchtbehandeling
Inleiding
Kennis en kwaliteit moeten het bestaansrecht van de koeltechnische installateur garanderen. Daar heeft de NVKL in 2009 opnieuw fors op in gezet door de NVKL-erkenning in te voeren op basis van een kwaliteitsaudit. In gesprek met Vincent Slappendel, Chris van der Lande, Mart Peeman en Henry Kruiper blijkt dit NVKL-beleidsteam de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Algemeen voorzitter Slappendel: “De NVKL is weer terug. We kunnen nu een goed product leveren aan onze leden”.
Sociëteit of inhoudelijke brancheorganisatie? Voor Mart Peeman, voorzitter van de sectie B (installateurs) van de NVKL, heeft de inzet van NVKL-nieuwe stijl de leden voor een heldere keuze gesteld. Peeman (van Cofely Refrigeration) zegt daarover: “We hebben veel leden verloren in 2009. Het was een combinatie van de economische crisis en het feit dat we af wilden van de naam een sociëteit te zijn. De keus om een vereniging nieuwe stijl te worden, hebben we heel bewust gemaakt. We wilden sterker worden”. In de allereerste plaats moet de NVKL een krachtige brancheorganisatie zijn als het gaat om sterk te staan tegenover de Europese en nationale politiek. Chris van der Lande, voorzitter van sectie A (leveranciers) en directeur van Uniechemie, zegt daarover: “De NVKL heeft in de loop van haar bestaan allerlei verenigingen gebundeld om sterker te staan tegenover de overheid. De vereniging is 60 jaar geleden opgericht door de installateurs, maar daar kwamen 40 jaar geleden leveranciers en fabrikanten bij”.
Regelgeving
Vincent Slappendel, directeur Coolmark, benadrukt het belang van dat vertegenwoordigende karakter: “De NVKL zal op dat punt een belangrijke rol blijven houden, Alleen al omdat er allerlei ontwikkelingen zijn op Europees niveau beslist en daarna vertaald worden naar Nederlandse regelgeving. Een belangrijke argument om de NVKL op te richten - samen sterk ten opzichte van de politiek - is nog steeds van toepassing”.
Peeman vult aan: “De NVKL heeft meer bestaansrecht dan ooit. De materie wordt nog complexer. Niet alleen door de regelgeving. Juist daarom is een goede samenwerking tussen de leverancier en de installateur nodig. Dat de NVKL dat samenspel binnen één brancheorganisatie bundelt, is uniek”.
Van der Lande onderschrijft dat: “De regelgeving wordt steeds complexer. We hebben Europese richtlijnen, maar de vertaling daarvan verschilt per land. Dus ook de eisen die aan de installatie gesteld worden. Dat betekent dat leveranciers in verschillende landen aan verschillende eisen moet voldoen. Daarom is de samenwerking met de installateur zo belangrijk”.
Peeman opnieuw: “Toen de vrije vestiging kwam, viel er een belangrijke reden om lid te zijn van de NVKL weg. Tot die tijd waren de mensen trots dat ze een NVKL-diploma hadden behaald. Dat stelde toen heel wat voor. Door de vrije vestiging viel dat weg. Maar toen in 1992 de regelgeving lekdichtheid kwam, werd de NVKL weer belangrijk. De overheid vervangt de Nederlandse STEK-erkenning van de installateurs door EU-certificering én de NVKL is weer gesprekspartner van de overheid”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Felicitaties voor de NVKL
Felicitatie van KNVvK voor NVKL
Gerard Vos - Directeur KNVvK-bureau
Het bestuur van de KNVvK feliciteert de NVKL met haar 60-jarig jubileum. Met de NVKL en haar voorganger de Veko-Harep heeft de KNVvK veelvuldig opgetrokken en samengewerkt. Tal van initiatieven en samenwerkingsverbanden zijn te noemen, onder andere op het gebied van de kennisoverdracht, gerealiseerd via themadagen, de veelvuldige contacten via bestuurlijk overleg en de samenwerking met de instandhouding van de leerstoel koude aan de TU - Delft.
Hoewel dat laatste de afgelopen jaren niet kon worden gerealiseerd heeft de KNVvK veel steun van de NVKL ondervonden bij de initiatieven die samen met de NVKL werden ondernomen om toch te komen tot het een hoog niveau van kennisuitwisseling. Ook de samenwerking in het kader van de Post––HBO opleiding willen wij hier niet onvermeld laten. Met het initiatief voor de totstandkoming van de koudegroep Delft –– Wageningen is een weg ingeslagen, waarbij kennisborging wordt gerealiseerd en onderzoek kan worden gedaan. Begin jaren 50 werd ook de Stichting Koeltechnisch Onderwijs opgericht waar de KNVvK en de NVKL deel van uitmaakten en daarbij de krachten bundelden om te komen tot koeltechnisch vakonderwijs. Intussen is mede door inspanningen van de NVKL dit onderwijs op vele plaatsen mogelijk, op een goed niveau. Na 60 jaar is koudetechniek (en klimaattechniek) nog springlevend en wordt deze toegepast voor vele doeleinden. De installateurs en leveranciers dragen eraan bij om de koudetechniek een eigen identiteit te laten behouden. De NVKL behartigt als brancheorganisatie de belangen van de aanbieders van koudetechniek. Wij wensen de NVKL veel succes met de volgende jaren, een tijdperk waar duurzaamheid omschakeling naar andere koudemiddelen en technieken, maar ook regelgeving aan de orde van de dag zullen zijn. Op het kruispunt van de koude zullen wij elkaar regelmatig tegenkomen.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Felicitatie van de VLA en NKI
De Vereniging Leveranciers van Luchttechnische apparaten (VLA) en de Nederlandse Koeltechnische Industrie (NKI) feliciteren de NVKL van harte met haar 60-jarig bestaan.
De NVKL, NKI en VLA zijn gewend samen te werken als is het maar omdat NVKL-leden vaak klant zijn bij NKI of VLA-leden. Ook de komende 60 jaar blijft deze samenwerking van belang: eindgebruikers hebben immers recht op kwaliteit die kan alleen worden geleverd als de keten goed op elkaar is ingespeeld. Wij spreken het vertrouwen uit dat dit de komende 60 jaar ook het geval zal zijn!
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Luka feliciteert kwaliteitsbewuste NVKL
Al 60 jaar is de NVKL een voorvechter van kwaliteit. Al 60 jaar is de NVKL bezig om
het kwaliteitsbewustzijn in de installatiebranche van koude- en klimaatspecialisten te stimuleren en de belangen van haar leden met verve te behartigen.
De Luka en haar leden kunnen zich hier goed in herkennen. Wat dat betreft hebben de
Luka, als branchevereniging van de luchtkanalenproducenten en -installateurs, en de NVKL veel gemeen. Beide staan voor een kwaliteitslabel, inclusief eigen opleidingen en het verzorgen van vakpublicaties, seminars en nieuwsbrieven. Alles gericht om kwaliteit en professionaliteit in de eigen branches zo goed mogelijk te waarborgen. Mede in dat kader feliciteert de Luka de NVKL van harte met het 30-jarige jubileum en wenst ze haar
nog een lange en succesvolle carrière toe.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Een warme felicitatie van een koude relatie……..
J. Blokland - Voorzitter Nekovri
De vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen (Nekovri) wenst de Nederlandse vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek en Luchtbehandeling
(NVKL) nog vele goede jaren.
Het is immers van groot belang dat de kwaliteit van de aangesloten leveranciers en installateurs bij de NVKL gewaarborgd blijft. De professionele koudetechniek, luchtbehandeling en airconditioning vraagt om een adequaat vangnet, daar waar het gaat om
knowhow en borging van die genoemde kwaliteit.
De markt waarin zowel de koel- en vrieshuizen als de leveranciers en installateurs van koudetechniek en luchtbehandeling opereren, is uitermate dynamisch en verlangt van ons allen een zeer grote mate van flexibiliteit en voortdurende investeringen in innovatieve logistieke processen.
Echter niet alleen de markt waarin u en wij opereren, maar ook nationale en internationale wetgeving vraagt om strategisch innoverende investeringen. Voornaamste items hierbij zijn de uitfasering van R22 en de toepassing van duurzame energie.
Geconditioneerde opslag binnen de voedselketen vraagt om stringente, duidelijke betrouwbare koel- en vriessystemen, koel- en vrieshuizen en voedselveilige handelingen. Het is dus goed om je gesteund te weten door erkende leveranciers en installateurs.
Dank voor 60 jaar vakmanschap en uiteraard succes met de toekomst !
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Mitsubishi Electric & Alklima:
Waar ze voor staan en gaan!
Inleiding
Alklima is opgericht in 1994 als exclusief distributeur van Mitsubishi Electric airconditioning voor Nederland. Mitsubishi Electric en Alklima zijn in Nederland namen die niet meer los van elkaar gezien kunnen worden. Enerzijds ontwikkelt en produceert Mitsubishi Electric hoogwaardige, innovatieve klimaatapparatuur waarbij gebruiksgemak, comfort, kwaliteit en duurzaamheid, leidend zijn voor de wereldwijde afzetmarkt. Anderzijds wordt deze apparatuur conform de eisen en wensen van de Nederlandse markt gedistribueerd door Alklima. Want wat is een goed product wanneer het niet voldoet aan de lokale eisen en verwachtingen?
In de afgelopen 16 Jaar heeft Alklima zich ontwikkeld tot vooraanstaande partner in klimaatsystemen. Hoe? Omdat Alklima zorg draagt voor een prettig binnenklimaat, maar altijd let op het buitenklimaat, het economisch klimaat en niet in de laatste plaats het werkklimaat zowel voor de installateur als voor de eindgebruiker.
Samenwerking met meerwaarde
Alklima werk sinds jaar en dag volgens het door haar zelf ontwikkelde supportprogramma voor installateurs; Air+Co. Het Air+Co programma staat daarbij garant voor een samenwerking met meerwaarde. Alklima ziet haar klanten niet alleen als partners, het zijn de ambassadeurs van Mitsubishi Electric Een kwalitatief hoogwaardig product ondersteund met een goede service, goed advies en parate (technische) kennis vanuit de distributeur, stelt de installateur in staat een goed functionerende installatie op te leveren. Dat staat garant voor een prettig binnenklimaat En dat is uiteindelijk wat telt.
Meer informatie: www.alklima.nl en www.mitsubishi-airco.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Carlos Infante Ferreira houdt koudetechniek op TU Delft warm
“Het gaat om stapjes in de richting van toepasbaarheid”
Charles Hasselman
Inleiding
De TU Delft is de oudste technische universiteit van Nederland. Koudetechniek was in Delft lang onderdeel van het onderzoeksportfolio. Maar begin jaren 2000 sneuvelde de sectie Koudetechniek & Klimaatregeling bij een omvangrijke herinrichting van de onderzoeksprogramma ́s. Gedwongen door bezuinigingen en internationale concurrentie stelde de TU Delft andere prioriteiten, en koudetechniek hoorde daar als “importtechnologie” niet bij.
Voor universitair hoofddocent Dr. Ir. Carlos Infante Ferreira van de toenmalige sectie Koudetechniek & Klimaatregeling, was het een besluit dat hem diep in zijn ziel raakte, zo bleek destijds uit een interview in TU-Delta.16, het weekblad van de universiteit. Zaken als airconditioning en koeling van goederen zijn niet weg te denken uit de wereldeconomie, betoogde Infante Ferreira. Ze vreten ook energie. Op termijn moeten de experimenten in het lab van Koudetechniek & Klimaatregeling leiden tot grote energiebesparingen of het nu om de eigen koelkast gaat, koelinstallaties van bedrijven of het gebruik van koeling in industriële processen, aldus de universitair hoofddocent. Hij wees op nieuwe concepten voor de warmtepomp als mogelijke geduchte concurrent van windmolens en zonnepanelen als het om de levering van duurzame energie gaat. Het researchprogramma voor 2002 vermeldde onder meer promotieonderzoek naar de mogelijkheden om zonne-energie aan te wenden voor airconditioningsystemen.
Koudetechnisch onderzoek
Anno 2010 heeft Infante Ferreira het niet meer over de ontmanteling van de sectie
Koudetechniek & Klimaatregeling. Koudetechnisch onderzoek vindt gelukkig nog steeds plaats op de TU Delft, en nog steeds is hij er nauw bij betrokken. Infante Ferreira is verbonden aan de sectie Engineering Thermodynamics, die valt onder de afdeling Process and Energy van de faculteit 3mE Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek
en Technische Materiaalwetenschappen.
In de sectie Engineering Thermodynamics heeft Infante Ferreira warmtepompen en koudetechniek in zijn portefeuille. Hij geeft les in thermodynamica en begeleidt afstudeer-
en promotieonderzoek.
Infante Ferreira:”Echt groot is de groep koudetechniek nooit geweest binnen de faculteit. Dat komt denk ik doordat het een redelijk moeilijke afstudeerrichting is. Bovendien zijn er niet zo heel veel banen op academisch niveau in de koudetechniek. Ik heb dit jaar vier studenten die hun studie afsluiten met een koudetechnisch onderzoek”.
Als ze niet instromen in de koudetechnische branche, komen afstudeerders die koudetechniek
hebben gedaan, meestal terecht in de procesindustrie. “Onze opleiding is vrij breed. Je studeert af als werktuigbouwkundig ingenieur. Onze studenten leren methodes die breed inzetbaar zijn. Wij doen veel met modulering, zeg maar het mathematisch vertalen wat er in een fysiek proces gebeurt. Dat kun je gebruiken in de procesindustrie, maar ook toepassen bij
vries- of koelinstallaties”.
Afstudeeronderzoeken
Om een beeld te schetsen waar zijn sectie op het gebied van de koudetechniek aan werkt, noemt Infante Ferreira als eerste vier afstudeeronderzoeken. Twee hebben te maken met regel- en besturingstechnieken in klimaatinstallaties. Ze zijn gestart onder de hoede van de vorig jaar overleden Prof. Dr. Ir. Dolf van Paassen, Hoogleraar Energie in de Gebouwde Omgeving. Een student ontwikkelt een meetmethode waarmee prestaties van PCM’s (fase-overgangsmaterialen) onder werkelijke condities gemeten kunnen worden. De ander houdt zich bezig met een aspect van een door Van Paassen medeontwikkeld reversiesysteem voor kassen.
Infante Ferreira: “Daarnaast heb ik twee studenten die onderzoek hebben gedaan in samenwerking met ECN. De een heeft zich gericht op thermo-akoestische systemen, waar ECN al sinds 2000 aan werkt. Hij heeft het verschil onderzocht tussen serie- en parallelschakeling van thermo-akoestische generatoren. Daaruit bleek dat serieschakeling gunstiger is. Dat was nog niet bekend”. “In de koudetechniek”, vervolgt hij, “gaat het veelal om toegepast onderzoek. We werken niet zozeer aan dé doorbraak. Het gaat veel meer om stapjes in de richting van toepasbaarheid. Thermo-akoestiek wordt beschouwd als veelbelovend. Vanwege het ontbreken van bewegende onderdelen is het onderhoudsvrij. En de rendementen die gehaald kunnen worden, zijn van dezelfde orde van grootte als van een dampcompressiesysteem. In de koeltechniek zijn thermo-akoestische systemen nog in de experimentele fase. De beperkingen zitten in de aandrijving”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Coolmark - voorheen Aircool - 40 jaar actief:
Koudetechnische installatie onderdeel totaalinstallatie
Vincent Slappendel - Algemeen directeur Coolmark
Inleiding
De technische groothandel overbrugt verschillen in afstand, tijd, financiën, hoeveelheid en kennis. Maar ook de verschillen tussen fabrikanten en installateurs/gebruikers. Vooral product ontwikkelingen gaan snel. Het aanbod van geavanceerde apparatuur wordt steeds groter en daarmede de toepassingsmogelijkheden. Kennisoverdracht op toepassingsgebied zal in de toekomst een nog grotere rol gaan spelen. En de technische ondersteuning bij het ontwerpen van de installatie, het in bedrijfstellen en oplossen van storingen zal steeds belangrijker worden.
Het ligt in de lijn der logica om middels het doorzetten van recente ontwikkelingen te trachten enig inzicht over de toekomst te geven. Een redelijk veilige strategie waarbij een bredere visie niet aan de orde komt En het is heel passend voor een technische groothandel: immers meer dan 95% van de omzet wordt binnen een etmaal gerealiseerd. Vandaag bestellen, morgen bij de klant leveren. De gemiddelde doorlooptijd van een opdracht is kleiner dan 24 uur De “onbekende” toekomst van Cool mark begint overmorgen. Maar het voorspellen van zelfs die korte termijn is moeilijk!
Complex
Er zijn veel factoren die het complex maken de voorraadvorming goed te bepalen. Inkopen voor een niet te voorspellen afzetmarkt die mede beïnvloed wordt door seizoen, weerinvloeden en grillige financiële ontwikkelingen. Door verplaatsing van productiefaciliteiten naar verre oorden ontstaan oplopende transporttijden. Levertijden van vele weken, soms maanden waardoor het risico op incourante voorraad toeneemt. Om voorraden marktconform te houden en incourantheid te beperken zal voorraadoptimalisatie nog meer aandacht eisen. Ook de informatiestroom, die tegengesteld is aan die van de goederen beweging, optimaliseren. Door middel van ketendigitalisering worden besteltijden verkort en zullen faalkosten in het besteltraject van klant naar groothandel naar producent beduidend afnemen. Dit zal tevens tot een hogere leveringsperformance leiden.
Meer informatie: www.coolmark.nl Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Prof. Ir. Henk van der Ree over de toekomst van de koudetechniek
“Complexiteit wordt de toekomst en dat vraagt toenemende kennis”
Harja Blok - Secretaris van de redactieraad RCC Koude & Luchtbehandeling
Inleiding
“Tijd –– De voortgang en opvolging van gebeurtenissen en verschijnselen van heden naar toekomst, waardoor het heden verandert in het verleden”. Zo begint het lemma “Tijd” in de Summa Encyclopedie deel 19, 1978. Die voortgang kent maar één richting: naar de toekomst. Nu is het voor de mens kennelijk moeizaam om vooruit te kijken.
Andersom gaat aanzienlijk eenvoudiger. In het oosten van ons land zegt men “het is niet zo moeilijk om van achteren in de klomp te kijken” - en de strekking van die zegswijze is wel duidelijk.
In datzelfde oosten van het land woont Prof. Ir Henk van der Ree, de emeritus-hoogleraar aan toenmalige leerstoel Koudetechniek en Klimaatregeling van de TU-Delft.
RCC Koude en Luchtbehandeling zocht hem op in zijn woonplaats Radewijk, een eindje ten oosten van Hardenberg, nabij de Duitse grens. Het was een mooie dag eind april - een van de eerste dagen dat je buiten kon verblijven en het interview vond plaats in de open lucht. Vanuit de tuin rond de woning kijk je over de velden en achter de bomen, aan de horizon, prijkt een aantal grote windmolens. Aan de rode belijning op de wieken kun je zien dat de landsgrens zich tussen windmolens en toeschouwer bevindt. De wieken wentelen onverstoorbaar rond en de turbines lijken figuranten uit een oud sciencefictionverhaal van H.G. Wells. Het zijn onbezielde getuigen van de nabije toekomst.
Toekomstverwachtingen
De professor vertelt desgevraagd over zijn toekomstverwachtingen: “Als je iets van de toekomst wilt begrijpen of een verwachting wilt funderen dan moet je eerst kijken naar het verleden. Daarin tekenen zich de gebeurtenissen af die geleid hebben tot de toestand zoals deze nu is en van waaruit de ontwikkelingen verder gaan”.
Door de windmolens komt het gesprek als vanzelf op energievoorziening. “Dat is het belangrijkste vraagstuk voor de toekomst. Wij staan aan het begin van de tijd waarin elektriciteit niet meer door een paar grote centrales in het land wordt opgewekt, maar daarnaast door vele kleine leveranciers: windmolens, tuinders, pv-panelen en wkk-installaties. De grote technische uitdaging zal zijn: hoe dat aanbod op de vraag af te stemmen.
Er wordt wel gedacht aan grote vrieshuizen die als energieopslag kunnen dienen. Bij een groot aanbod van elektriciteit wordt gekoeld tot lagere temperaturen. Wanneer er een grote vraag naar elektriciteit is, kan die opgeslagen koude langdurig aan de behoefte van het vrieshuis voldoen zonder dat er energie uit het net gebruikt wordt. Bij TNO wordt dat project “Night Wind” genoemd.
Sietze van der Sluis (ex-TNO) heeft daar berekeningen voor gemaakt. De grote vrieshuizen in Europa kunnen samen wel vijftigduizend megawattuur opslaan bij een delta T van 1 K tussen dag- en nachttemperatuur”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Pijlers Carrier filosofie
Kwaliteit, innovatie en klantgericht
Inleiding
“Turn to the experts”, dat is de payoff die Carrier wereldwijd gebruikt als invulling van de belofte die vertaald is in onze missie, “to be our customers' first choice for airconditioning, heating and ventilation solutions”, De NVKL draagt met haar vernieuwde communicatiestrategie een gelijksoortige belofte uit, “een NVKL installateur gaat tot het graadje”, Gebruikers en toekomstige gebruikers van klimaatsystemen, aangelegd door erkende NVKl installateurs weten zich verzekerd van vakkundig geïnstalleerde installaties, Gecombineerd met A-merk apparatuur is succes verzekerd.
Bij Carrier vervaardigen we van meet af aan professionele systemen voor klimaatbeheersing. Maar het is iets anders dat ons drijft: de mens. Met onze producten, met onze kennis, willen we vooral het leven voor mensen gemakkelijker en comfortabeler maken. Hoe kunnen we nóg beter in hun behoeften voorzien? Zowel thuis als binnen bedrijven en industrieën. Hoe creëren we de producten die de meest geavanceerde technologie huisvesten, maar toch doelmatig en gebruiksvriendelijk zijn? In de Carrier-filosofie zijn het drie pijlers die onze visie ondersteunen: het leveren van betrouwbare producten met de beste kwaliteit het ontwikkelen van innovaties en het altijd voorop stellen van de klant. Carrier-producten en -systemen laten zich wereldwijd toepassen. Maar het is vooral de lokale kennis die bijdraagt aan maximale klanttevredenheid.
Die kennis staat ook hoog in het vaandel bij een brancheorganisatie als de NVKL, waarbij elementen als techniek, wet- en regelgeving, ontwikkeling van koudemiddelen, trends en ontwikkelingen op brede schaal aan de leden aangeboden wordt. Een vereiste om professioneel op de gebruikersmarkt te kunnen opereren, de kwaliteit van het koude- en koeltechnische vak te borgen en ook de juiste systeemtoepassing en veiligheid voor de gebruiker te garanderen.
Carrier heeft voor het gehele spectrum van de markt de juiste systeemoplossingen beschikbaar De ene keer voor verwarmingsoplossingen van een woonhuis of kantoor. De andere keer voor de koeling van een complex industrieel proces waarbij de klimatologische toleranties tot een minimum moeten worden beperkt. Met specialisaties verdeeld over de segmenten particulier, klein zakelijk en utiliteit is Carrier in staat om in elke situatie het juiste antwoord te leven. Ook in complete systeemoplossingen veelal in overleg met de adviseur en installateur zijn we sterk, door de integratie van verwarming, ventilatie en airconditioning in één installatie.
Meer informatie: www.carrier.nl Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Bouwsector werkt aan verduurzaming fysieke omgeving
Brinkman: “Het gebouw is steeds minder belangrijk geworden”
Elco Brinkman - voorzitter Bouwend Nederland
Inleiding
De bouwsector werkt hard aan het verduurzamen van de fysieke omgeving. Hierbij gaat veel aandacht naar nieuwe en bestaande gebouwen. Bij nieuwe gebouwen is het streven om in 2020 alleen nog energieneutrale gebouwen te realiseren. Voor de bestaande gebouwen ligt er een enorme renovatieopgave om het energiegebruik terug te brengen.
Voor beide situaties kunnen bouwondernemers niet zonder de andere partijen in de sector, waaronder de koeltechnische branche.
Bouwend Nederland ziet marktwerking als het beste middel om duurzaamheid te realiseren. Het beter laten functioneren of stimuleren van deze marktwerking is in het belang van uitvoerende partijen. De markt vraagt niet automatisch om duurzaamheid. Het ontwikkelen en stimuleren van deze markt moet goede uitgangsposities opleveren voor aannemers, energiebedrijven en installatiebedrijven. Bouwend Nederland zet zich hiervoor in en ondersteunt initiatieven die moeten leiden tot een goed functionerend systeem.
Meer Met Minder
Renovatie van bestaande gebouwen is de grootste bijdrage die de bouwsector kan leveren aan het verduurzamen van de samenleving. Doelstelling van het kabinet is om in 2020 de emissies van broeikasgas met 30 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Energiebesparing in bestaande gebouwen kan aan het bereiken van deze doelstelling een belangrijke bijdrage leveren. Alle partijen die hierbij van belang zijn (ministeries, woningbouwverenigingen, energiebedrijven, aannemers en installateurs) hebben begin 2008 een convenant gesloten om tot 2020 210.000 woningen per jaar te renoveren. Dit programma heet Meer Met Minder en moet in het jaar 2020 een hoeveelheid energie besparen die overeenkomt met ruim 3.000 miljoen m³ aardgas.
Een ambitieuze doelstelling die een enorme inspanning van alle betrokken partijen vraagt. De huidige economische crisis is nu niet bepaald een stimulans. “Het zal dus nog een hele klus worden om het beoogde doel te bereiken”, zegt voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland. “De eerste resultaten laten zien dat er nog veel moet gebeuren. Op zich is het jaar 2020 nog ver weg, maar wachten tot het laatste moment is niet verstandig”.
Lente Akkoord
Het verbeteren van de energieprestaties van nieuwe gebouwen moet leiden tot een situatie dat in 2015 50 procent minder energie wordt gebruikt in nieuwe gebouwen. En indien mogelijk tot alleen nog energieneutrale gebouwen in het jaar 2020. Hiertoe is tussen betrokken partijen (ministerie VROM, Bouwend Nederland, projectontwikkelaars) een zogeheten Lente Akkoord gesloten.
“Ook dit gaat niet vanzelf”, stelt Elco Brinkman vast. “Als stok achter de deur wordt van
tijd tot tijd de energieprestatienorm aangescherpt. Hierdoor worden de achterblijvers meegenomen in de ontwikkeling”. De focus van Bouwend Nederland ligt op het overdragen van kennis en op de randvoorwaarden in de markt. Ook belangrijk is het inzicht bieden in energiegebruik en de kosten daarvan. De consument moet weten waar hij aan toe is en moet vertrouwen hebben in nieuwe technieken. Dat zijn belangrijke succesfactoren.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Daikin’s focus op de toekomst
Koploper in innovaties en energiebesparing
Henk Kranenberg - General Manager Daikin
Inleiding
Het tijdperk van het nieuwe verwarmen, koelen en vriezen breekt aan. De overheid maakt serieus werk van nieuwe wetgeving zoals de Renewable Energy Sources (RES) directive, de Energy using Products (EuP) directive en niet te vergeten de EPBD, de energie “APK” keuring voor gebouwen. Tegelijkertijd is er een marktbeweging waarin keuzes voor klimaat-, koel- en/of vriessystemen op andere gronden worden gemaakt dan enkele jaren geleden. Toeleveranciers brengen oplossingen die inspelen op de veranderende marktvraag.
De vraag naar goed gekwalificeerde bedrijven voor installatie, service en onderhoud zal door de veranderingen in wetgeving en de nieuwe keuzes van eindgebruikers alleen maar toenemen. Voor een brancheorganisatie als de NVKL is dan ook een duidelijke rol weggelegd in het begeleiden van haar leden zodat leveranciers maar vooral ook installatiebedrijven de nieuwe kansen kunnen verzilveren Dat betekent dat kwaliteit concreet moet worden gemaakt! De ingeslagen koers van de NVKL sluit goed aan op deze lange termijn marktontwikkelingen.
Eerst de feiten In Nederland is Daikin de enige gespecialiseerde leverancier die al drie jaar behoort tot de top 100 van 's werelds meest duurzame bedrijven. Daikin was ook de eerste leverancier in de branche met het Ecolabel keur op haar lucht/water warmtepomp. Naast innovatieve producten en diensten maakt juist de kennis het verschil. Daikin, met meer dan 1000 jaar ervaring aan boord, is de enige in de Nederlandse markt die onder één dak toekomstgerichte oplossingen biedt voor zowel residentiële, commerciële als industriële toepassingsgebieden van comforttoepassingen tot koeltechniek, via warmtepompen van 4kW tot meer dan één megawatt, tot en met koudwatermachines, condensingunits, etc.
Eén voorbeeld van de innovatiekracht is Daikin Altherma MEGA. Dit systeem combineert het beste van VRV met individuele warmtepompen en biedt een gerichte en verantwoorde oplossing voor de renovatie- en vervangingsmarkt van vervvarmingssystemen voor woningen in Nederland. Samen met de kennis van lage en hoge temperatuur afgiftesystemen wordt een warmtepompconcept geboden waar eigenarer beheerders, bewoners en het milieu volop van profiteren.
Een ander voorbeeld van innovatie en marktvernieuwing wordt gevormd door een totaaloplossing als ConveniPack. Dit concept kan het landschap voor convenience stores en kleine tot middelgrote supermarkten veranderen. Energie onttrokken aan productkoeling wordt efficiënt ingezet voor comfortdoeleinden. Het product ZEAS zorgt wellicht wel voor de grootste verandering in de koudetechnische sector. Deze invertergestuurde condensingunit op basis van R-410A levert ongekende rendementen en geeft de koudetechnische installateur de kans om nog verder energie te besparen in de koel- en vriessector. De CCU en ZEAS producten vanuit het “refrigeration” programma zijn niet alleen via Daikin verkrijgbaar maar ook via ECR-Nederland.
Innovaties vereisen kennisoverdracht Dat laatste staat voor Daikin dan ook hoog in het vaandel. Volledig in lijn met die visie is zeer recent, naast de Daikin trainingsfaciliteiten op de regiokantoren en de Daikin Academy in Oostende (België), een gloednieuwe, technische trainingsruimte opgeleverd in het kantoor te Capelle aan den IJssel. Een brancheorganisatie als de NVKL kan de innovatie en kennisoverdracht zoals die vanuit leveranciers als Daikin plaats vindt, via haar eigen focus op opleiding goed ondersteunen.
Meer informatie: www.daikin.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
60 jaar op weg naar een duurzame toekomst
De leden rond de vereniging
Ing. Dick Havenaar - Voorzitter Redactieraad RCC Koude & Luchtbehandeling
Harja Blok - Secretaris Redactieraad RCC Koude & Luchtbehandeling
Inleiding
Op een oude stadsmuur van Genève is een reusachtig gedenkteken van de reformatie, de “Mur de la Réformation”, te vinden. Daarop prijkt ook de Nederlandse Vader des Vaderlands, Willem de Zwijger. Naast zijn metershoge beeltenis is een tekst van hem te lezen, ontleend aan het “Plakkaat van Verlatinghe”, waarmee de onafhankelijkheid van de Lage Landen geproclameerd werd en dat twee eeuwen later model zou staan voor de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten.
De tekst op de Geneefse muur komt, ontdaan van de plechtige stijl en de zestiende-eeuwse spelling, er op neer dat “het volk er niet is om de Prins goedschiks of kwaadschiks te gehoorzamen, maar dat de Prins er is om het volk te dienen”, met als achterliggende ijzeren logica: “immers, geen volk, dan ook geen Prins”.
Met enige geestelijke lenigheid en een knipoog naar het verleden kan men dat ook wel toepassen op een branchevereniging en haar leden: “immers: geen leden, dan ook geen vereniging”. Het is juist ten dienste van haar leden dat de NVKL 60 jaar geleden is opgericht. Daar kunt u elders in dit nummer wel meer over lezen. Op de volgende pagina’s echter zijn het enige leden van de vereniging zelf die vertellen over het wel en het wee van hun bedrijf, over groei en over krimp, over het vroeger en het nu, over met wie zij zijn samengegaan of over de opsplitsing van de onderneming.
In willekeurige volgorde trekken ze voorbij: de grote installateur, het kleine familiebedrijf, de koelmonteur, de projectleider, de multinational, een oud-voorzitter van de jubilerende vereniging, een monumentale onderneming van meer dan anderhalve eeuw oud en jonge bedrijven die vol goede moed de toekomst tegemoet gaan, bedrijven die op Hollandse bodem begonnen zijn en bedrijven waarvan de wieg aan de andere kant van de oceaan stond.
Het zijn allemaal leden van de NVKL, en zij toch maken samen de vereniging, die op haar beurt de belangen van die leden behartigt en namens hen naar buiten optreedt.
De samenstellers danken die NVKL-leden die hun gegevens ter beschikking hebben gesteld
om deze compilatie mogelijk te maken.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Hans Raaijmakers, oud-voorzitter en erelid van de NVKL
Hans Raaijmakers - oud voorzitter NVKL
Inleiding
Als nieuwe voorzitter werd hij al snel met een probleem geconfronteerd en een heel spannende uitdaging:
Er was spanning ontstaan tussen STEK/VROM en de NVKL. Ik werd ontboden en nam twee ‘Hansen’ mee, namelijk Hans Könst en Hans Coenen als lid van het B-bestuur. Wij hadden het gevoel dat wij als kleine jongens van de klas in de hoek moesten staan. Het had allemaal te maken met de ontstane stemming in de STEK-bijeenkomsten.
Hiervan werd door ons goed nota genomen en beterschap beloofd. Een jaar later zijn wij op ons verzoek naar VROM gegaan en hebben wederom met de directeur-generaal gesproken en gevraagd of hij nu tevreden was over de communicatie met de NVKL. Eigenlijk wist hij niet
goed wat wij kwamen doen, want er was geen aanleiding zijnerzijds en zo was het probleem opgelost.
We hebben hem toen gevraagd om een bijdrage te leveren door een lezing te houden tijdens de NVKL-beurs, hetgeen ook is ingevuld.
De tweede uitdaging was dat Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernard de NVKLbeurs in 1997 zou openen. De beurs stond namelijk in het teken van het WNF en het thema ging over minder emissie van schadelijke koudemiddelen die de ozon aantastten en een beter milieu.
De Prins kon door omstandigheden niet zelf de beurs openen, maar een bestuursdelegatie en een delegatie van de T.T.C. werden uitgenodigd voor een bezoek op paleis Soestdijk.
Voor deze gelegenheid mocht een video-opname gemaakt worden van het officiële deel. Deze video werd op de beurs continu vertoond.
Wij konden de auto naast het bordes van het paleis parkeren. Dat vond ik toch wel heel bijzonder!
Na het officiële deel, waarin ik de Prins een NVKL-cheque ter waarde van 25.000 gulden voor het WNF mocht overhandigen, werden wij nog genodigd om een glas wijn met hem te drinken en in gemoedelijke sfeer nog wat na te praten. Na het tweede glas was het bezoek ten einde en we gingen voldaan huiswaarts.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Zestig jaar geschiedenis uit anderhalve eeuw Grasso
Grasso heeft een lange en succesvolle geschiedenis. Het bedrijf werd opgericht in 1858 in 's-Hertogenbosch en is sinds de oprichting uitgegroeid en ontwikkeld tot wat het nu is. In 1992 werd Grasso het leidende bedrijf van de Refrigeration division van de multinational GEA Group in Duitsland. Ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de NVKL wordt hier naar het wel en wee in diezelfde zestig jaren van de 'Grasso-geschiedenis' gekeken.
1952: Eerste gelaste VW-compressor is voorgesteld aan de pers, geschikt voor ammoniak, freon en lucht.
1958: Grasso viert het 100-jarig bestaan en krijgt de titel “Koninklijk”. Kantoren zijn gevestigd in Mexico, Brazilië, Duitsland en België en de uitvoer strekt zich uit over de hele wereld. Naast de voedingsindustrie zijn nieuwe toepassingen voor koeling ontwikkeld binnen de chemische industrie, mijnbouw en de transporrwereld.
1965: Grenco (dat staat voor: Grasso engineering en contracting) voor onder meer het installeren van koelinstallaties, wordt opgericht in 's-Hertogenbosch, Nederland.
1975: Fabriek van Grasso Perslucht geopend in Oss, Nederland, voor de vervaardiging van luchtcompressoren.
1983: De 125e verjaardag van het bedrijf Grasso wordt gevierd met de volgende dochterondernemingen:
- Grasso Stacon bv, 's-Hertogenbosch, Koel- en airconditioning compressoren en afsluiters;
- Grasso Inc, Evansville, Verenigde Staten - Koel- en airconditioning compressoren en afsluiters;
- Grasso perslucht bv, in Oss, Schiedam, Weert, (NL) en Merksem, Luik, (B) - Air compressoren, persluchtgereedschap, persluchtinstallaties en luchtdrogers;
- Grasso A.S., Istanbul (Turkije) - Koel- en vriesinstallaties en koeling-onderdelen;
- Grasso Consultants bv, 's-Hertogenbosch, - Consultancy en ondersteunende systemen;.
- Grenco Refrigeration BV, 's-Hertogenbosch, Aalsmeer, Alkmaar, Apeldoorn, Born, Eindhoven, Groningen, Rotterdam - Koel- en vriesinstallaties;
- Grenco Bedrijfskoeling bv, 's-Hertogenbosch, Nederland Koel- en vriesinstallaties, airconditioning en koeling transport;
- Speciale Toepassingen Grenco BV, 'sHertogenbosch - Speciale toepassingen koeling;
- Grenco buitenlandse installatie kantoren: - Grencobel S.A., Antwerpen, België
- Grenco engineering en contracting Ltd, Zenden, Verenigd Koninkrijk
- Grenco Iberica SA, Madrid, Vigo, La Corufia, Las Palmas, Spanje
- Grenco (Pty) Ltd, Kaapstad, Johannesburg, Durban, Zuid-Afrika
- Grenco S.A. Mexico, Mexico-City/Koel- en vriesinstallaties, airconditioning.
1985: Grasso Perslucht wordt een zelfstandige onderneming onder de naam Grassair Compressoren in Oss, Nederland.
1987: Grasso neemt de Franse aannemer Matal SA over.
1998: Opening van de PT Grasso Indonesië.
1992: Grasso wordt lid van de Duitse multinational GEA AG. De GEA Group biedt werk aan ongeveer 14.500 mensen in ongeveer 50 landen in meer dan 200 werkmaatschappijen. Concernomzet in 2002 bedroeg 2,9 miljard euro.
1994: Kühlautomat Berlin GmbH wordt overgenomen door Grassa. Kühlautomat is een van de grootste fabrikanten van schroefcompressoren. Grasso kan nu in eigen huis zowel zuiger- en schroefcompressoren produceren voor koel-toepassingen. De bedrijfsnaam werd: Grasso GmbH Kältetechnik.
1999: De GEA Group wordt een deel van “mg technologies group”. De totale groep telt ongeveer 32.000 mg-medewerkers in circa 50 landen en bestaat uit meer dan 450 werkmaatschappijen. De omzet bereikt in 2002 8,6 miljard euro.
In september 1999 versterkt de overname van het Amerikaanse koel ingenieursbureau FES, GEA als een mondiale speler in de industriële koeltechniek nog verder.
In oktober 1999 wordt Ilka Mafa lid van de Grasso Group. Onder de naam Grasso Kältemaschinenbau Halle GmbH zijn zij verantwoordelijk voor de productie van de Grasso chillers.
Grasso geschiedenis van 2000-heden
2004: Het Nederlandse bedrijf Goedhart, een toonaangevende fabrikant van luchtkoelers en
verdamperblokken, wordt overgenomen door GEA Refrigeration Divisions en zal nauw samenwerken met de andere Refrigeration Division leden, waaronder Grasso en Küba.
2008: Sinds de dag dat de allereerste koelcompressor de fabriek in 's-Hertogenbosch verliet, is de uitvoer van koelinstallaties gestaag toegenomen in omvang. Grasso's hele assortiment bestaat uit 66 soorten compressoren.
2008: De nieuwe V Grasso compressor is ontwikkeld en geïntroduceerd op de internationale markt op het ChilIventa 2008.
2009: De V Grasso compressor is in productie en de eerste bestellingen worden gedaan.
Behalve in Nederland, heeft Grasso nu zijn eigen vestigingen in de volgende landen:
Australië, China, Tsjechië, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Indonesië, Italië, Litouwen, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Slowakije, Zuid-Afrika, Thailand, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne, Verenigde Staten en Oezbekistan. Naast de fabriek in Nederland, is er ook een fabriek in Berlijn en in Halle, Duitsland.
Over GEA Refrigeration
Grasso is een onderdeel van GEA Refrigeration, Een toonaangevende wereldwijde groep in de industriële koeltechniek. GEA Refrigeration ontwerpt, engineert, installeert en onderhoudt innovatieve hoofdcomponenten en technologische oplossingen voor haar klanten.
In 2007 bood GEA Refrigeration werk aan meer dan 3.000 mensen in ruim 30 bedrijven en realiseerde een geconsolideerde omzet van 635 miljoen euro. Het hoofdkantoor van GEA Refrigeration is gevestigd in 's-Hertogenbosch, Nederland.
GEA Refrigeration is een divisie van de GEA Group, met een omzet (in 2007) van ongeveer 5,2 miljard euro en met meer dan 19.500 werknemers.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Bort de Graaf - Koel- en Klimaattechniek
De geschiedenis van Bort de Graaf Koel en Klimaattechniek te Bunschoten (www.bortdegraaf.nl) valt qua jaren geheel binnen het 60-jarig bestaan van de NVKL
Bort de Graaf vertelt:
"Op 1 februari 1984 begon ik met mijn eigen onderneming. De onafhankelijkheid die ik zou verwerven, was mijn grootste drijfveer op dat moment. Ik kan me nog goed herinneren dat toen ik net begon, de"freon" een grote inkomstenpost was. Als er een lekkage was, snelde ik naar de klant om die freon bij te vullen. In anderhalfuur verdiende ik meer dan wanneer ik een maand in loondienst was. Op een gegeven moment dacht ik nog: wanneer komt Hoek Loos mij de "Gouden Dupontspeld" eens uitreiken?
"De wetten en regels van tegenwoordig rondom de koudetechniek vormde de grootste verandering. In de tijd dat ik begon waren de eisen minder streng, maar ook daar heb ik mijn eigen weg in gevonden. Tegenwoordig werken wij in het bedrijf veel met de natuurlijke koudemiddelen en dan vooral CO2. Veel milieuvriendelijker en efficiënter. Waarin sommige collega-installateurs terughoudend zijn geweest, zijn wij juist doorgegaan. Inmiddels heeft het bedrijf meerdere natuurvriendelijke installaties geplaatst en daar zijn wij erg trots op."
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Van Aircool naar Coolmark
Bort de Graaf - directeur Coolmark
Het bestaan van Aircool/Coolmark bestrijkt vier van de zes decennia van de jubilerende NVKL.
Hoewel de oprichting van Aircool als persoonsgebonden onderneming vermoedelijk
in 1970 heeft plaatsgevonden, is uit latere stukken gebleken dat het bedrijf in 1972 als besloten vennootschap is verder gegaan. Het jonge bedrijf bleek levensvatbaar en ontwikkelde zich als een belangrijke leverancier ten behoeve van de koeltechnische markt. Het productenpakket bestond in het begin periode voor een groot deel uit leidingsystemen (koper) en isolatiematerialen. In de loop der jaren werd het assortiment steeds verder uitgebreid en groeide het bedrijf uit tot totaalleverancier.
De oprichters vonden het in 1998 tijd om hun bedrijf te verzilveren en verkochten Aircool aan de Eriks-groep in Alkmaar. De groothandelsactiviteiten sloten goed aan bij die van de werkmaatschappijen van Eriks. Er waren echter nauwelijks overeenkomsten betreffende de productpakketten.
Na een tiental jaren onder de Eriks-vlag te hebben geopereerd, is Aircool onderdeel geworden van de Elsmark Group (handelspoot van Danfoss) Denemarken. In december 2001 vond vanuit de Eriks Groep de overdracht plaats aan Elsmark/Danfoss, met als doel samen te gaan met het door Elsmark in 1999 opgerichte Coolmark in Schiedam. Deze doelstelling werd in 2002 gerealiseerd en sindsdien opereren beide bedrijven onder de naam Coolmark vanuit Barendrecht.
Rond de jamwisseling 2003/2004 toonde het Zweedse Beijer Ref belangstelling voor de Elsmark Group. Deze belangstelling resulteerde in een overname van de Elsmark Group. Beijer Ref is een divisie van G & L Beijer AB. De kernactiviteiten van Beijer Ref concentreren zich op technische groothandel en distributie ten behoeve van de commerciÙle en industriële koudetechniek en comfortkoeling. Uitbreiding hiervan vindt plaats door autonome groei en acquisities, waarbij prioriteit wordt gegeven aan langdurige en stabiele zakelijk relaties.
Hoewel minder bekend in Nederland behoort Beijer Ref tot de grootste koeItechnische leveranciers van Europa. De werkmaatschappijen leveren componenten en systemen voor de commerciële en industriële koeltechniek en airconditioningapparatuur. De groothandel vormt het grootste deel van de activiteiten en daarnaast worden er ook warmtewisselaars en andere bijbehorende producten vervaardigd. Ruim 40.000 artikelen van wereldwijd bekende merken vormen de basis voor genoemde activiteiten.
Beijer Ref is vertegenwoordigd in 22 landen. In het segment commerciële koeling vormen de food-industrie en de horeca belangrijke afzetgebieden. In de industriële koeling zijn dit proceskoeling, ijsbanen en grote warmtepompsystemen. Comfortkoeling (airconditioning) wordt hoofdzakelijk geleverd ten behoeve van kantoren en woningen.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Linde Gas ondersteunt specialisten
De toekomst is altijd (voor een deel) gebaseerd op het verleden
Bij jubilea blikken we vaak terug naar het verleden. Lang niet alles dat is gepasseerd wordt onthouden, laat staan gecontinueerd. Maar de leukste en meest bijzondere zaken worden nog eens aangehaald. Interessanter blijft echter altijd het vooruitkijken. Zeker wanneer daarbij kan worden teruggegrepen op ervaringen in het verleden. Geeft zo'n jubileum toch nét wat meer waarde!
Anno 2010 is de koeltechnische branche behoorlijk druk met de gevolgen van de HCFK-uitfasering. Dat onderwerp staat al heel lang op de agenda, maar de werkelijke impact pas vanaf het moment dat het product -in dit geval virgin material R-22- daadwerkelijk niet meer te verkrijgen was. We zien dat steeds meer installateurs gelukkig raad weten met de diverse ISCEON® koudemiddelen. Wat des te meer vertrouwen biedt in een toekomst zonder HCFK's.
Op weg naar natuurlijke koudemiddelen
In die toekomst zonder HCFK's zal zeker een rol zijn weggelegd voor toepassing van natuurlijke koudemiddelen. Ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op en in bepaalde marktsegmenten zal de toepassing van natuurlijke koudemiddelen die van HFK's zelfs gaan overstijgen. Daarmee wordt weer teruggegrepen naar koudemiddelen waar het allemaal ooit mee begon in de koeltechniek.
Een ander, interessant aspect van wat ons allen in de toekomst te wachten staat vormen de verdere maatregelen ten aanzien van de toepassing van HFK's. De uitfasering van R-134a in de automotive sector zal voldoende bekend zijn, maar heeft geen impact op het de dagelijkse praktijk van koudetechnische installateurs. Het is natuurlijk duidelijk dat het echter niet uitsluitend zal blijven bij maatregelen voor de automotive sector. De toepasbaarheid van HFK's in het algemeen zal onderwerp worden van nieuwe regelgeving. De wijze van invulling van deze wetgeving, en vooral het bijbehorende tijdpad, zijn de grote onbekenden.
Veranderende regelgeving leidt noodzakelijkerwijs ook tot productontwikkeling. Denk aan een DuPontontwikkeling als HFO 1234yf -een mogelijke opvolger van R-134a in automotive toepassingen-, die ingegeven wordt door toekomstige wetgeving. Varianten op dit product zouden alternatieven kunnen zijn wanneer maatregelen volgen voor de toepassing van HFK's.
Gevraagd: speciale kennis
Duidelijk lijkt te zijn, dat in de toekomst een steeds groter aantal verschillende koudemiddelen zal worden toegepast in de markt. Die verschuift van 'commodities' naar 'specialties' En dat zal een bredere inhoudelijke kennis vereisen van installateurs. Met als onmiddellijk gevolg dat ook de distributeurs meer specialistische kennis moeten gaan bieden.
Méér verschillende koudemiddelen zullen verder leiden tot een complexer logistiek en een grotere behoefte uit de markt aan inhoudelijke ondersteuning. Hier speelt Linde Gas Benelux op in door haar klanten desgewenst tot in detail te begeleiden bij de veranderingen. Niet alleen met digitale diensten als een webportal en Individuele Cilinder Controle (I CC), maar ook door bijvoorbeeld de inzet van productspecialisten, die zowel de (nieuwe) koudemiddelen kennen als de toepassingen in de praktijk.
De toekomst ziet Linde Gas samen met u en een gezonde branche met vertrouwen tegemoet!
Meer informatie: www.lindegasbenelux.com
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Terugblik op 30 jaar werken in de koeltechniek (1963 tot 1993)
Dhr. Leo Houter - Zoetermeer
Leo den Houter uit Zoetermeer kan als koeltechnicus terugkijken op juist de helft van het aantal jubileumjaren van de NVKL.
Hij vertelt: Enige maanden na mijn schoolopleiding MULO B ben ik bij de RDM in Rotterdam in dienst getreden. Ik doorliep de volgende trajecten: bemetel diploma; machinefabriek; tekenkamer; bedrijfsbureau. In de fabriek heb ik in de productie gewerkt aan stoommachines (onder andere nog twee triple-expansiemachines) en ook aan stoomketels, condensors en hoge en lage druk stoomturbines. Via een avondstudie voltooide ik de HTS-werktuigbouwopleiding.
In 1963 begon ik als projectleider in de koeltechniek bij een installatiebedrijf. Daar startte ik op de tekenkamer met een koeltechniek voor chocoladeproducten. Hierdoor begonnen contacten met de chocolade-industrie. In die periode waren er veel chocoladefabrieken in ons land, onder andere Baronie, Droste, Jamin, Verkade, Van Houten, Nuts, enz.
Veel van deze bedrijven hadden NH3-koelinstallaties en er werkten goed geschoolde machinisten met veel ervaring. Tijdens diverse bezoeken deed ik hier veel praktische ervaringen op over producten en werkwijze. Later projecteerde ik veel NH3-koelinstallaties bij diverse bedrijven in binnen en buitenland, vooral in de voedingsmiddelenindustrie.
Het koudemiddel NH3 kreeg later een slechte naam; het zou gevaarlijk en milieuvervuilend zijn. Bij enkele klanten met NH3-pompsystemen zijn zelfs installaties omgebouwd naar R22!
Op het ogenblik is de populariteit van NH3 in combinatie met CO2 weer in opkomst.
De milieueisen en -voorschriften zijn wel veel beter en veiliger geworden.
Ik herinner mij een situatie van een verticaal NH3-vat, dat gesitueerd was op de vierde verdieping van een bedrijf, boven een wenteltrap die tot de begane vloer liep. Bij inspectie bleek het vat, dat meer kurkisolatie was afgewerkt, lekkages te vertonen; het vat moest dringend vervangen worden. Na demonrage bleek de buitenzijde van het vat ernstig te zijn aangetast, terwijl de binnenzijde onbeschadigd was.
Bij latere leveringen van NH3 -vloeistofvaten werd vaak een Stoomwezen-keur op de vaten vereist, met als gevolg dat er mangaten in de vaten aangebracht moesten worden. Ik heb me altijd afgevraagd of dit noodzakelijk was. Ongetwijfeld zullen er op het ogenblik duidelijke voorschriften zijn voor de constructie van koudemiddelvaten.
Een ander project in een chocoladefabriek, dat ik mij herinner, is de automatisering van een productielijn voor candy bars. Het proces verliep vóór die automatisering via veel handelingen. De vulling werd op plateaus opgebracht, die daarna in een etagewagen geplaatst werden. Na een aantal uren in de koelcel werd er caramel op de dan gekoelde vulling aangebracht. Weer ging de etagewagen met product enige uren de koelcel in, om daarna plateau na plateau in de vereiste vorm gesneden te worden. Vervolgens werd de chocoladecoating aangebracht, ging het product de eindkoeltunnel in en werd verpakt.
De nieuwe situatie werd als volgt geprojecteerd: Er werd een vlakke roestvrijstalen transportband gekozen met een lengte van ongeveer 80 meter. Hierop werden de diverse producten in de volgorde opgebracht zoals dat daarvoor bij de oude productiewijze gebeurde. Deze transportband werd op diverse plaatsen van koeling voorzien; in de geïsoleerde omkastingen werden verdampers met ventilatoren aangebracht. De koelcompressoren werden naast de omkasting opgesteld. Per sectie konden de gewenste temperaturen worden ingesteld. Aan het eind werd het gekoelde product in de gewenste vorm gesneden en ging het via de chocoladeglaceermachine naar de eindkoeltunnel en tenslotte naar de verpakkingsmachines. Bij het testen, na de inbedrijfstelling, bleek het product veel te hard te zijn om te consumeren en de schrik was groot. Het proces bood in de oude situatie langere tijd aan de vervaardiging. Het product bleek nu door de snellere afkoeling, te weinig tijd te hebben gehad om goed uit te kristalliseren. Gelukkig had het product na enkele dagen weer de juiste gewenste eigenschappen.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Cofely Refrigeration
Zes jaar voordat de NVKL werd opgericht, werd een begin gemaakt met het koeltechnisch bedrijf Zephyr in Zoetermeer. Dat luidde een boeiende geschiedenis van groei en samengaan in.
GTI Koudetechniek bv is een samenvoeging van de bedrijven GTI Zephyr Koudetechniek bv, GTI Navep Koudetechniek bv en GTI Post Koudetechniek N.V. Het maakt deel uit van GTI N.V. en is een centraal geleid installatiebedrijf met een personeelsbezetting van circa 300 werknemers.
GTI Koudetechniek bv opereert vanuit zeven over Nederland verspreide vestigingen: Duiven, Emmeloord, Groningen, 's-Hertogenbosch, Panningen, Roosendaal en Zoetermeer. Elke vestiging is toegerust voor de levering van het totaal aan activiteiten en werkt als zelfstandige eenheid. De vestigingen worden ondersteund vanuit de Centrale Afdelingen (directie, commerciële zaken, personeelszaken, administratie, financiële zaken, inkoop, kwaliteit, ARBO en milieu) te Zoetermeer.
Zephyr werd in 1944 opgericht door de gebroeders Aad, Cor en Wim Goedhart. In 1969 werd het bedrijf opgenomen in het SHV-concern. Sinds januari 1984 is het, als gevolg van verzelfstandiging van delen uit het SHV-concern, onderdeel van GTI nv.
Navep werd in 1946 opgericht door de heren Naaijer, Viswat en Piek en werd op 1 januari 1992 onderdeel van GTI nv. Post werd in 1960 opgericht door de heer F. Post en werd op 1 juli 2000 onderdeel van GTI nv.
De kernactiviteiten omvatten ontwerp, levering en installatie, alsmede service en onderhoud van koeltechnische installaties. Deze installaties dienen voor verwerking, opslag en rijping van onder andere voedings- en genotmiddelen, landbouw-, tuinbouw-, vis-, vlees- en zuivelproducten. Daarnaast worden koeltechnische installaties toegepast in de chemische en procesindustrie, maar bijvoorbeeld ook in laboratoria en ziekenhuizen.
Technisch dienstverlener GTI wijzigt in 2009 haar naam in Cofely.
Alle servicebedrijven in Nederland, België, Frankrijk, Engeland, Spanje en Italië die nu vallen onder GDF SUEZ Energy Services ondergaan ook deze naamsverandering. Ook GTI-dochters Fabricom Oil & Gas en Axima Services gaan in de toekomst verder onder de naam Cofely. GTI werd hiermee onderdeel van een krachtig, internationaal energie- en dienstenconcern. Als onderdeel van het Franse GDF SUEZ, een wereldspeler op het gebied van energie, heeft GDF SUEZ Energy Services zo'n 80.000 medewerkers en realiseerde een omzet van 14 miljard emo in 2008.
“Met meer dan 60 jaar ervaring staat Cofely Refrigeration borg voor verfrissende maatwerkoplossingen die de kwaliteit van uw product verbeteren en kostenverlagend werken. In al onze oplossingen houden we rekening met uw wensen, energie, milieu, kosten en toegevoegde waarde”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De NVKL en Danfoss
Kees van Heiningen - Danfoss Schiedam
Danfoss werd opgericht in 1933 als eenmansbedrijf door Mads Clausen in Denemarken en is sindsdien uitgegroeid tot een wereldwijd opererend bedrijf met 24.000 medewerkers. Nederland was in 1939 het eerste land waaraan een officiële Danfoss vertegenwoordiging werd verleend.
In het oprichtingsjaar van de NVKL had Danfoss 600 medewerkers en een productieoppervlakte van 6.000 m2. Lang daarna, in de perioden van sterke groei van de koeltechnische sector, was een goed beeld van de marktpositie voor een fabrikant van essentieel belang. De bij de NVKL aangesloten leveranciers onderschreven dit belang en via een onafhankelijk bureau werd het mogelijk om verkoopcijfers om te werken tot relatieve marktaandelen. Steevast werd binnen het Danfoss-management de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de Nederlandse cijfers als voorbeeld aangehaald. En dat in periode waarin de het Excel-bestand nog een onbekend begrip was! Een compliment dat naar mijn weten nooit aan de NVKL is overgebracht, en dat hiermee dus is goed gemaakt.
Danfoss had niet alleen oog voor verkoopcijfers, maar hechtte en hecht nog steeds veel waarde aan het vakmanschap van de monteurs en installateurs. Trainingen en instructies werden voor eigen medewerkers en voor afnemers intensief verzorgd. Daarnaast was het ook heel gebruikelijk om een Danfoss medewerker de ruimte te geven om als docent of als examinator op te treden.
De NVKL profileerde zich duidelijk door het organiseren van de opleiding voor en het uitvoeren van het vakdiploma koeltechnisch installateur. Dat diploma was volgens de vestigingswet noodzakelijk om als zelfstandig installateur je eigen bedrijf te kunnen starten. Het was wel mogelijk om hier 'onderuit' te komen. Dat kon door voor de cursus ingeschreven te staan en dan ieder jaar examen te doen, zonder de cursus gevolgd te hebben. Dat had uiteraard een negatief resultaat, maar het was toegestaan om als aankomend ondernemer te starten. Veel controle was er niet en zo kon men jaren doorgaan en zag je als examinator een aantal kandidaten steeds terug, tot het hun eer te na was en ze toch de cursus maar eens gingen volgen.
De cursus en de examens werden afgenomen op de Centrale School voor de Tuinbouw
in Ede. Nu is dat PTC+ in Ede. De examens hadden een theoretisch en een praktijkgedeelte en werden in een ochtend- en een middagsessie uitgevoerd.
In de beginjaren, met de heer Van Pelt als secretaris en de heer Van lngen Schenau als voorzitter, werd ruim tijd genomen voor een zeer uitgebreide lunch in de Reehorst in Ede. Soms hadden de middagkandidaten daardoor een iets minder strenge examinator en werd een cijfer wat eerder naar boven afgerond. Door het grote aantal kandidaten moest al snel de lunchtijd drastisch ingekort worden en werd het een “broodje tussendoor” en was het “voordeel” voor de middagkandidaten verdwenen. Het is goed dat de NVKL onlangs het initiatief heeft genomen voor een vakdiploma voor het veilig werken en omgaan met natuurlijke koudemiddelen. Daarmee is een stevige basis gelegd voor de continuïteit en de uitbouw van installaties met een minimale Global Warming. De opleiding en de examens worden door PTC in Ede verzorgd en, indien gewenst, zal Danfoss ook hieraan weer medewerking verlenen.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Cofely biedt integrale oplossingen
De Koudetechniek is continu in beweging
Inleiding
Veranderingen in wet- en regelgeving, stijgende energieprijzen, gat in de ozonlaag, global warming, om een paar van de belangrijkste zaken te noemen waar onze sector dagelijks mee te maken heeft. Het speelveld is groter dan de techniek van het koelen, de installateur van nu is een multidisciplinaire ondernemer.
De wereld wordt kleiner, veranderingen gaan sneller We zijn maar een klein bolletje in de oneindige tijdruimte, maar het is wel het enige bolletje wat we hebben! Gelukkig groeit dat bewustzijn en zullen we ons de komende jaren bezig houden met de vraag hoe we op een verantwoorde manier met onze leefomgeving kunnen omgaan. Bij Cofely doen we dat door toepassen van duurzame technologie.
Integratie van energie stromen
Wereldwijd wordt ongeveer 15% van de elektrische energie gebruikt voor koeling en airconditioning Met deze energie verplaatsen we een nog veel grotere hoeveelheid warmte, meestal direct naar de omgeving. Dat is zonde, hergebruik van deze warmte kan ons primaire energiegebruik aanzienlijk beperken. Voor Cofely is de koude-installatie allang niet meer een op zichzelf staand systeem maar een schakel in een complexer systeem van warmtestromen. Deze integrale benadering levert uiteindelijk het beste, meest duurzame resultaat.
Gebruik natuurlijke koudemiddelen
De gevolgen van het Montreal-protocol zijn op dit moment zeer actueel. De uitfasering van R22 is in volle gang. Het gebruik van nieuwe R22 is niet meer toegestaan en de branche heeft nog tot 2015 de tijd om bestaande installaties “in de lucht” te houden met een beperkte hoeveelheid geregenereerde R22.
Voor veel ondernemers komt nu de vraag welk koudemiddel te kiezen voor de toekomst. Grotere systemen zullen meer en meer worden gebouwd met natuurlijke koudemiddelen vanwege de uitstekende rendementen en de lage directe GWP-bijdrage. Daarnaast is aan de onderkant van de capaciteitsrange een verschuiving waarneembaar naar kleinere systemen met natuurlijke koudemiddelen, eveneens vanwege de genoemde voordelen. De overheid stimuleert het gebruik van natuurlijke koudemiddelen en de verwachting is daarom dat we steeds meer natuurlijke koudemiddelen zullen gaan toepasen.
Meer informatie: www.uitfaserenr22.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Uniechemie: van kleurstof tot R723
Inleiding
Uniechemie in Apeldoorn is bijna 70 jaar actief en stond dus al stevig in de schoenen toen de NVKL werd opgericht.
Het begon zo: Uniechemie is gestart op 25 december 1941. In dit jaar werd de industriële onderneming Gelria opgericht door de heer A. Huber. De onderneming hield zich voornamelijk bezig met de handel en de fabricage van loodverbindingen. Gelria was toen gevestigd aan de Loolaan te Apeldoorn.
Enkele jaren later, februari 1949, veranderde het bedrijf haar naam in “NV Chemische industrie de Adelaar”. De activiteiten werden in deze periode uitgebreid en het bedrijf verhuisde in 1950 naar Kanaal Zuid 16 te Apeldoorn. In dat pandje werd een aantal producten gemaakt. Er was een molen waarmee kleurpoeders tot kleurstoffen voor de verfindustrie werden gemengd en vermalen. Daarnaast maakte men er het koudemiddel methylchloride. Een zeer ontvlambaar en giftig goedje, dat in een grote ketel op een open vuur gemaakt werd. Op foto's is te zien dat dit nogal eens fout ging en de boel de lucht in vloog.
Het bedrijf begon zich bezig te houden met de productie van chemische producten,
als methylchloride en methyl bromide. Methylbromide, eveneens giftig, werd gebruikt als verdelgingsmiddel. Het maakte de bodem vrij van bacteriën en schimmels, zodat diverse planten, zoals bijvoorbeeld de tomaat, elk jaar op dezelfde plaats konden worden geteeld. Deze twee giftige stoffen zijn nu al jaren verboden in Europa, maar in andere werelddelen wordt er nog steeds gebruik van gemaakt.
Enkele jaren daarna, zo rond 1952, verkreeg Uniechemie de rechten om R12
en R11 te gaan produceren. Deze rechten werden hen gegeven via het Marshallplan. Alle patenten van Duitse firma's werden afgenomen en aan geallieerde landen en bedrijven gegeven. Zo ook het patent Frigen van Hoechst. Het duurde nog tot 1953 voordat na vele tests met de bouw van een productie-installatie kon worden begonnen, maar toen was Uniechemie dan toch de eerste die na de oorlog in Europa R12 en R11 kon leveren. Deze koudemiddelen, die onder de naam Fresane op de markt werden gebracht, waren hun tijd vooruit in Europa. Dupont en AKZO begonnen pas later met het produceren van soortgelijke gassen in Nederland.
In 1954 werd de naam “NV Uniechemie” aangenomen. Naast de productie en verkoop van koudemiddelen kwam de levering van koeltechnische apparatuur op gang.
In het jaar 1963 nam de heer A.A.L. van der Lande het bedrijf over. Vanwege de kleinschaligheid werd de productie van Fresane 11 en 12 in 1965 gestaakt. Dit was het moment dat AKZO met de productie van de CFK's begon. Zij leverden voornamelijk aan de aerosolindustrie. Uniechemie verzorgde vele jaren voor hen de wereldwijde distributie van CFK's in de koeltechniek. R22, Fresane 22, werd omstreeks deze tijd als efficiënter en praktischer koudemiddel geïntroduceerd. Uniechemie heeft het geproduceerd tot 1968. Vanaf dat moment werd het betrokken van ICI-Runcon (GBr), waar R22 werd geproduceerd, onder andere als basismateriaal voor de productie van PFTE.
Door een toenemend milieubewustzijn in de samenleving is de aandacht steeds meer gericht op milieuvriendelijke producten. De koudemiddelen die Uniechemie nu levert zijn minder milieu belastend dan de vroegere CFK's.
Aardig is te weten dat AKZO in eerste instantie de vertegenwoordiging van de levering van R12 en R11 aan de heer Helpman van de Fa. Helpman in Groningen gunde. Voor het zover kwam lukte het A. van der Lande deze vertegenwoordiging naar zich toe te trekken.
Met de productie van R12 en R11 werd in 1965 gestopt. Daarop heeft men de installatie omgebouwd tot een R22 productiefabriek. R22 is een koudemiddel dat pas eind jaren 60 in gebruik kwam. Dit was niet eenvoudig. Andere drukverhoudingen en het veel hogere krachtverbruik leidden tot zeer veel problemen in de koeltechniek. Er is een aantal jaren geproduceerd.
R22 is een product dat, zo blijkt, ook nodig is in de productie van PTFE, Teflon of Fluron. Ja, dan heb je weinig in te brengen met een fabriekje voor alleen de koeltechniek. In 1968 werd besloten de productie te stoppen en R22 in vervolg bij ICI af te nemen. Van producent ging Uniechemie over naar verpakker. Voor AKZO werd jarenlang wereldwijd afgevuld.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Uniechemie al 60 jaar actief in innovatie
Strengere milieueisen steeds nieuwe uitdaging
Uniechemie staat borg voor initiatief en vernieuwende koudetechniek nu, toen en in de toekomst. Vernieuwing en verandering in de koudetechniek is al sinds de beginjaren vijftig van de vorige eeuw in sterk mate bepaald door de inbreng van Uniechemie. Zo jong is onze branche.
Introductie R22
Het tijdperk met “veilige” koudemiddelen begint met de introductie van R12 en R11 in het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw. Na de oorlog is Uniechemie één van de eerste in Europa die dit produceerde. Daarnaast verwerft zij de vertegenwoordiging van Bitzer-compressoren; in combinatie met de koudemiddelen een ideale combinatie voor de koudetechniek in wording. De jaren 60 kenmerken zich door de komst van R22. Geen eenvoudig product om te produceren en in het gebruik. De hoge druk en het veel hogere opgenomen vermogen vormen voor menig installateur een probleem waarbij Uniechemie hen behulpzaam is. De jaren 70 kenmerken zich door het zoeken naar nieuwe applicaties. Eind jaren 70 is dit de warmtepomp. Deze ontwikkeling nam een enorme vlucht. Echter, het bleek niet efficiënter dan een gewone gasgestookte CV. Het einde van deze warmtepompboom sleepte ook vele koeltechnische installateurs mee in de diepte.
De uitdaging voor de branche gaat door De eens zo veilig gewaande koudemiddelen blijken de ozonlaag aan te tasten Een periode van uitfasering volgt. Uniechemie is de initiator van de CFK-commissie, een werkgroep binnen de NVKL. Er volgt wederom een tijdperk waarbij veel ondersteuning aan installateurs gegeven moet worden. Introductie van nieuwe koudemiddelen compressoren speciaal voor R22 met CIC injecties volgen. Tegelijk is er nog een nieuwe uitdaging voor de koudetechnische branche, het terug brengen van de energieverbruik van de installaties.
Uitfasering R22
2010 begint met een verbod op de verkoop en gebruik van maagdelijke R22. Uniechemie is van mening dat R22 geregenereerd de beste en meest milieuvriendelijke manier is voor het in stand houden van bestaande installaties. Dit kan nog tot 2015. Met de belangrijke klanten wordt er een R22 vervangingsproject op gezet. Tegelijkertijd worden er vele projecten waarbij de restwarmte benut wordt gerealiseerd. Daarmee valt pas echt energie te besparen. Voor het realiseren zal er een betere afstemming tussen de totaalinstallateur en de koude-installateur moeten komen. Dat is weer precies waar Uniechemie nu een bruggenbouwer meent te zijn. In de komende 10 jaar is te verwachten dat de HFK's met een hoog GWP getal, zoals R404A en R507, worden uitgefaseerd voor de koudetechniek. Ondertussen bieden wij mogelijkheden NH3 of propaan toe te passen. Voor vele installateurs is dit wederom een enorme stap. De chemische industrie, die in feite de concurrentie met de milieubeweglilgen aan het verliezen zijn, introduceren een geheel nieuwe serie koudemiddelen van het type HFO, licht brandbaar Daarmee zal de branche moeten leren omgaan met brandbare en enigszins toxische koudemiddelen. Uniechemie ziet ook hier een weer een taak en ondersteunt wederom de branche. Na 60 jaar nog steeds actief en innoverend.
Meer informatie: www.uniechemie.nl Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Kleine machinefabriek wordt toonaangevend bedrijf in koudetechniek
Udo J. van de Meer M.Sc. - ECR Nederland B.V. / ECR Belgium BVBA
Het is 1948, twee jaar voordat de NVKL wordt opgericht. Het is het jaar waarin de industrie in Noord-Brabant weer helemaal is opgebloeid.
Philips is in 1948 een grote werkgever, maar ook de sigarenindustrie en de textiel bieden, net als voor de oorlog, aan veel Brabanders werk. In Eindhoven begint de ondernemer Peter H. Spijkers op 1 april de Machinefabriek Noord-Brabant. Het bedrijf fabriceert en verhandelt machines voor de weverij en de textiel.
Machinefabriek Noord-Brabant krijgt al snel een nevenactiviteit, die al in de jaren vijftig zou uitgroeien tot hoofdactiviteit. Met de overname van Technisch Bureau Jani, actief in de koeltechniek, werd de basis gelegd voor het huidige bedrijf. Op 2 juni 1948 dient Machinefabriek Noord-Brabant een octrooiaanvraag in voor een snelverdamper. Het octrooi wordt op 17 augustus 1951 verleend door de Octrooiraad van het Koninkrijk der Nederlanden, onder nummer 68669.
In het midden van de jaren vijftig verwerft de fabriek de alleen vertegenwoordiging van het Duitse topmerk Stempel Hermetik. Deze compacte, eerste hermetische koelmachine in Europa, zorgt voor een doorbraak in de markt. Een van de eerste grote klanten wordt Unilever, producent van consumptie-ijs onder de naam Vami. Kort daarna worden overeenkomsten gesloten met andere producenten, waaronder Whirlpool-Galileo, een Amerikaans product dat in Italië wordt gebouwd, en in 1962 met het Duitse DWM. Deze laatste overeenkomst met DWM, het latere DWM Copeland, is in hoge mate bepalend geweest voor de sterke expansie van het bedrijf. Copeland bouwde de eerste semihermetische compressor ter wereld.
In 1964 komt Jean F.J. Smits het kleine bedrijf binnen, van oorsprong constructietekenaar
en geheel onervaren in de koeltechniek. Nog geen drie maanden later overlijdt plotseling Peter H. Spijkers. De visie van Peter Spijkers wordt voortgezet, nieuwe mensen worden aangenomen en Jean Smits gaat de markt op om klanten te zoeken. Het verkoopprogramma behoeft verbreding en nieuwe producten worden toegevoegd van fabrikanten als Merz en Sporlan.
In 1973 neemt Machinefabriek NoordBrabant een groot pakket aandelen van het Belgische bedrijf Evapo over en start ook hier met de verkoop van de koeltechnische componenten. In 1980 wordt de Noord-Brabant/Evapo groep gevormd. In het begin van de jaren tachtig stagneert de economie en besluit de holding om nieuwe segmenten in de markt te bereiken en te gaan exponeren. Het bedrijf begint met het prefabriceren van koelmachines en de export komt op gang.
De eerste order uit het buitenland komt in april 1982 uit Oman. Dit bedrijf is nog steeds klant bij het huidige bedrijf. De afdeling Unitbouw wordt opgericht en zorgt, na veel investermgen, weer voor groei.
In 1989 zoekt Machinefabriek Noord-Brabant naar schaalvergroting en internationalisering. De partner wordt gevonden in een kapitaalkrachtig Frans bedrijf, ook actief in de koeltechnische componenten.
In 1990 begint Udo J. van der Meer bij het bedrijf. Door opgedane ervaring bij Grasso en TNO brengt hij een behoorlijke kennis van de koudetechniek mee. Het bedrijf wordt gemoderniseerd en gestructureerd en de naam verandert in Noord-Brabant Komponenten. In 1993 wordt met de bouw van een groot nieuw magazijn begonnen.
Veel energie en geld wordt gestopt in opleiding en het verhogen van de koeltechnische kennis. De markt verandert in de jaren negentig definitief. Eerst was er meer vraag dan aanbod. Daarna wordt de toegevoegde waarde steeds belangrijker. De afdeling Unitbouw gaat zich specialiseren in units op maat en op een hoger niveau.
Noord-Brabant Komponenten haalde als eerste bedrijf in de branche in Nederland al vroeg in 1990 een ISO-certificering. Hierdoor komen units voor de scheepvaart, booreilanden en de chemische industrie binnen bereik. Ook Lloyds keuringen worden op de units afgegeven. Als eerste in Nederland wordt door Noord-Brabant Komponemen de CO2/NH3installatie voor de supermarkt omwikkeld.
In 1995 neemt Noord-Brabant Komponenten de koeltechnische groothandel Hagros over en is ondertussen een Europese keten opgezet. Eind 1996 wordt de gehele keten overgenomen door het conglomeraat UTC. De Europese keten wordt verder uitgebreid in Europa en zelfs verder uitgebreid in Afrika. De naam verandert in ECR-Nederland (Europe Commercial Refrigeration), waardoor de Europese aanwezigheid wordt benadrukt.
In het begin van 2009 wordt het geheel overgenomen door Beijer Ref, een Zweedse groep, actief in de koeltechniek en inmiddels aanwezig in 22 landen. Sinds een jaar nu is een intense samenwerking op inkoop-, logistiek-, financieel- en kwaliteitsgebied met ECR-Belgium opgebouwd en vallen beide bedrijven onder een directie.
Ruim honderd tevreden medewerkers staan nu en de toekomst voor u klaar: Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
NVKL moet toegevoegde waarde creëren
Centercon ziet leidende rol NVKL
De koudetechnische installatiebranche staat niet stil. Duurzame technieken, veranderende wetgeving, toename van informatica en een groeiende behoefte aan systeemintegratie. Onze branche verandert mee met een veranderende omgeving. Wat betekent dit bijvoorbeeld wanneer Nederland in 2020 energieneutraal moet gaan bouwen?
De individuele installateur staat de komende jaren voor enorme uitdagingen. Enerzijds heeft hij te maken met steeds hogere eisen van de eindgebruiker, anderzijds confronteren leveranciers en/of fabrikanten hem met steeds complexere systemen. Hij moet niet alleen kennis van meer technieken hebben, maar zich ook blijven ontwikkelen door de steeds veranderende technieken. Toenemende verwachtingen waar alleen de succesvolle installateur uiteindelijk aan kan blijven voldoen. Als technische groothandel levert Centercon uiteraard graag haar structurele bijdrage aan een dergelijk succes. Daarnaast bieden de ontwikkelingen ook volop kansen voor de NVKL als belangenbehartiger van haar leden.
De rol van NVKL
Vanuit de positie die de NVKL in 60 jaar heeft bereikt, kan zij de komende jaren een leidende rol vervullen in het creëren van toegevoegde waarde. En dan met name in de nabije toekomst Zolang de “Haarlemmer-koudemiddel-olie” nog niet is ontdekt, is er voor de NVKL een belangrijke rol weggelegd
* als belangen behartiger en intermediair naar overheid. R22 is passé, maar welke koudemiddelen dan? De industriële koeltechniek zal eerder Ammoniak en/of CO2 toepassen terwijl R134a (waar Bitzer en Copeland al compressoren voor ontwikkelde) en R404A/R507 voor de kleinere systemen vooralsnog onmisbare koudemiddelen zijn;
* in het verschaffen van duidelijkheid aan de eindgebruiker. Duidelijkheid over bijvoorbeeld de keuze van het Juiste koudemiddel. Iets waarover op dit moment in de grotere systemen nog
onzekerheid bestaat. Welk koudemiddel is het meest geschikt voor zowel de korte als lange termijn? Twee zaken lijken strijdig met elkaar: het financiele aspect (investering en energie) en het milieu- en veiligheidsaspect;
* als het gaat om de in de aanhef omschreven veranderende omgeving. Kennisoverdracht om samen met de installateur en groothandel mee te gaan in de veranderingen op het gebied van eisen, wetgeving en technologie;
* als belangenbehartiger en intermediair naar de onderwijsinstellingen. De verwachting is dat er een structureel tekort aan arbeidskrachten ontstaat vanwege de uitstroom van de babyboomers (2011) en de kleinere instroom van jongeren op de arbeidsmarkt. Ook hier kan de NVKL van zich laten horen.
Conclusie
Bij een heldere en duidelijke positie van de NVKL in samenwerking van haar leden, is de NVKL een belangrijke schakel tussen de koudetechnische installateur, overheid, eindgebruikers en onderwijsinstellingen.
Centercon feliciteert de NVKL met haar 60-jarige jubileum. En wenst de vereniging nog vele decennia toe waarin zij haar rol als onze belangenbehartiger mag blijven vervullen en intensiveren.
Meer informatie: info@centercon.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Hoogefficiënte systeemoplossingen voor de toekomst!
Huidige ontwikkelingen op het gebied van systematisch energie besparen onder de term “Trias Energetica” vragen buiten een hoog kennisniveau. in de praktijk ook flexibele regelsystemen.
Denken in systemen
WURM, al130 jaar als gerenommeerd bedrijf actief, waarvan de laatste 30 jaar als marktleider op het gebied van elektronische regelingen, levert productplatforms met integratiemogelijkheden voor andere systemen. Hierdoor is men in staat om complete flexibele oplossingen aan te bieden.
In meer dan 1.0 miljoen regelkringen voor commerciële, industriële of Food-Retail toepassingen komt u WURM-systeemoplossingen in Europa overal tegen.
WURM realiseert dit door niet in componenten, maar in systemen te denken, en op deze basis oplossingen voor eindgebruiker en installateur aan te bieden. Met FRIGOENTRY of FRIGOLINK heeft u de mogelijkheid om op in combinatie met FRIGODATA software, een systeem te realiseren, wat elk type installatie kan besturen, Deze vrijheid is uniek en garandeert de mogelijkheid om op eenvoudige wijze toekomstige systeemaanpassingen uit te voeren.
Energiebesparing realiseren door te voldoen aan huidige en toekomstige milieu-eisen, zijn bij WURM de uitgangspunten in het productontwikkelingsproces. Op basis van Europese en lokale eisen worden producten en software verder ontwikkeld. De organisatie garandeert een korte “time-to-market” door lokale medewerkers, welke direct met de eindgebruiker in contact staan, en daardoor een juiste vertaling van de markteisen garanderen. WURM ontwikkelt samen met u lokale oplossingen.
FRIGOTAKT plus
Dit heeft ook geresulteerd in de ontwikkeling van FRIGOTAKT plus software welke in combinatie met FRIGOLINK een geavanceerde energiebesparingsoplossing biedt De basiscomponenten in de installatie worden online op basis van de actuele kernlijnen aangestuurd en realiseren hiermee dat de installatie continu op het meest energiezuinige werkpunt opereert. Hierdoor garanderen we met FRIGOTAKT plus aanzienlijke energiebesparingen en een langere levensduur van de installatie In combinatie met de Gemiddelde Representatieve Product Temperatuurregeling garandeert het systeem maximale productkwaliteit voor de eindgebruiker.
De grote verscheidenheid aan toegepaste systemen stelt steeds hogere eisen aan de servicetechnici. Gebruiksvriendelijkheid is dus een eis waaraan WURM reeds tijdens de ontwerpfase hoge eisten stelt. Hierdoor kunt u richting eindgebruiker efficiënter werken en uw zelf concentreren op de hoofdzaak; energiebesparing en dus CO2-reductie.
In combinatie met FRIGODATA ONLINE software heeft u een totaaloverzicht van alle installatieparameters en de mogelijkheid energiebesparingen te herkennen en eenvoudig door te voeren. De eindgebruiker beschikt hiermee over een krachtig managementtool om optimale efficiëntie van zijn installatie(s) te garanderen. Service kan op een pro-actieve wijze plaatsvinden waardoor energiebesparing gerealiseerd kan worden.
Korte ontwikkelingstrajecten
Kwaliteit, oplossings- en samenwerkingsgerichtheid zijn de eisen welke WURM aan de eigen organisatie stelt. Dit resulteert in korte ontwikkelingstrajecten op basis van lokale markteisen en producten en services die hieraan voldoen. Om aan de huidige energiebesparingseisen te voldoen denkt en acteert WURM op lokaal niveau met u en uw klant mee in hoogefficiënte oplossingen. Voor ons is het duidelijk; systeemoplossingen zijn het antwoord op de vragen van vandaag en de toekomst!
WURM GmbH heeft niet voor niets in 2009, op basis van het vernieuwde FRIGOTAKT plus systeem, de prestigieuze BMU-award voor “Hoogefficiënte koude/klimaat technologie” ontvangen.
Meer informatie: www.wurmbenelux.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Geschiedenis Helpman
Ook het vermaarde Helpman in Groningen overtreft de NVKL in leeftijd en wel met 26 jaren. Dit is de geschiedenis van de gerenommeerde warmtewisselaarfabrikant in het noorden des lands.
Op 1 mei 1924 wordt door ingenieur H.J. Naayer de Machinefabriek Helpman Groningen N.V. opgericht. De fabriek wordt gevestigd aan de Helperoostsingel in de wijk Helpman, in de stad Groningen. Daar start de jonge ingenieur met drie medewerkers aan de ontwikkeling en bouw van kleine bakkerij machines.
Aan het eind van de jaren twintig gaat Helpman zich specialiseren in koeltechniek. Al na vijf jaar gaat het bedrijf op kleine schaal koelspiralen maken. Langzaam breidt dit pakket zich uit met condensors, verdampers en zelfs compressoren. Met behulp van deze componenten bouwt het bedrijf koelinstallaties die door eigen mensen worden geïnstalleerd. In de jaren dertig gaat het bedrijf ook professionele koelkasten maken voor consumptie-ijs en ijsklontjes, en drinkwaterkoelers.
In de tweede helft van de jaren 40 telt Helpman al zo'n vierhonderd medewerkers en is het een belangrijke werkgever in Groningen. In 1947 worden de eigen installatieactiviteiten afgestoten en groeit Helpman uit tot een toeleverancier voor koeltechnische installateurs. In de jaren 60 en 70 gaat het bedrijf zich toeleggen op de productie van warmtewisselaars en is het bedrijf monopolist in Nederland.
In 1965 overlijdt H.J. Naayer. Zijn schoonzoon Visser, tot dat moment kapitein op de grote vaart, neemt het bedrijf over. Hij werkt aan verdere uitbreiding van het bedrijf. In 1968 opent Helpman de eerste koeltechnische groothandel in Schiedam. Begin jaren 80 gaat de heer Visser met pensioen en in 1991 wordt het bedrijf door de familie Naayer verkocht.
Het betekent het begin van een nieuw en veelbewogen tijdperk voor Helpman. Het bedrijf groeit uit tot een conglomeraat van in totaal veertien werkmaatschappijen onder de paraplu van Helpman Holding B.V. Het moederbedrijf in Groningen wordt gesplitst in twee werkmaatschappijen, namelijk Apparatenfabriek Helpman B.V. en Helpman Shell en Tube Products B.V. Er blijkt echter te weinig synergie tussen de verschillende werkmaatschappijen en als in 1993 en 1994 de markt instort, komt het voortbestaan van Helpman in gevaar.
In 1995 begint de markt weer aan te trekken. Tegelijkertijd verdwijnen binnen Europa de grenzen. Zuid-Europese massaproducenten begeven zich op de Nederlandse markt. Wie klanten aan zich wil binden, moet meedoen aan die prijzenslag. Dat kan én wil Helpman niet; het kiest voor een grote sprong voorwaarts. Het bedrijf concentreert zich op de industriële markt en wil partner worden van de echt grote installateurs - tevergeefs.
In 1999 vindt er weer een ommekeer binnen her bedrijf plaats. In een “management buy out” koopt de bedrijfsleiding (de directie) het bedrijf in 2001 van de aandeelhouders.
In maart 2007 wordt Helpman BV overgenomen door het Zweedse concern Alfa Laval. Alfa Laval is wereldwijd een vooraanstaand leverancier van gespecialiseerde producten en engineeringoplossingen op basis van drie kern technologieën: heat transfer (warmte-overdracht), separation (scheiden van vloeistoffen en vaste deeltjes) en fluid handling (onder andere pompen, afsluiters en leidingsystemen).
Alfa Laval staat genoteerd op de Nordic Exchange ('Nordic Large Cap') en behaalt in 2006 een omzet van circa 2.2 miljard euro. De onderneming heeft ongeveer 10.000 medewerkers. Dat maakt Alfa Laval dus, zowel qua omzet als aantal medewerkers, bij benadering honderd maal zo groot als het bedrijf in Groningen.
Het huidige Alfa Laval Groningen is een bedrijf met sfeer als gevolg van een lange historie, en met volop mogelijkheden voor iedereen.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Goedhart 75 jaar
Al bijna vijftien jaar was Goedhart al actief toen de NVKL het levenslicht zag, want op 1 oktober 2010 viert Goedhart het feit dat het bedrijf 75 jaar geleden de eerste warmtewisselaar produceerde.
In de afgelopen driekwart eeuw is de naam Goedhart een kwaliteitsbegrip geworden in
de branche. Met name doordat Goedhart zowel standaard als klantspecifieke oftewel “customized” warmtewisselaars levert voor een breed scala van koel- en vriestoepassingen in de koudetechniek.
De broers Cor en Aard Goedhart produceerden in 1935 de eerste warmtewisselaars in hartje Rotterdam. Om economische en sociale redenen verplaatste Goedhart in 1964 de activiteiten naar Sint Maartensdijk in Zeeland. Deze locatie bood ook de ruimte voor de nodige expansie om speciaal tegemoet te komen aan de klantwensen voor customized luchtkoelers.
Na 75 jaar worden customized systemen van Goedhart onder meer toegepast in: koel- en vriesruimten; koffieverwerking; vleesverwerkende industrie; groente- en fruitopslag; distributie en opslag; kassen; testruimten in de automobielindustrie en skipistes.
In 2004 is Goedhart overgenomen door Grasso in Den Bosch, een divisie van de Duitse GEA Group Aktiengesellschaft in Bochum. GEA Group AG is een internationaal opererend technologieconcern, gespecialiseerd in systeemoplossingen voor met name procestechnologie en -componenten.
Sinds 1 januari 2010 is GEA Goedhart onderdeel van GEA Heat Exchangers, een van de vijf bedrijfssegmenten van GEA Group.
Goedhart, the art of customizing
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Johnson Controls - een historisch overzicht
De NVKL viert dit jaar haar 60-jarig jubileum, maar wie weet dat op 1 mei 2010 Johnson Controls haar 125-jarig jubileum vierde?
Het begon allemaal met een uitvinding.
In 1883 ontving Warren S. Johnson, professor aan de State Normal School in Whitewater, Wisconsin, een patent voor de eerste elektrische kamerthermostaat. Door zijn uitvinding werd de industrie in bedrijfsregelsystemen gelanceerd en het was de impuls voor een nieuw bedrijf. Johnson en een groep investeerders uit Milwaukee begonnen op 1 mei 1885 de Johnson Electric Service Company om automatische temperatuurregelsystemen voor bedrijven te produceren, te installeren en te onderhouden. Het bedrijf kreeg in 1974 de nieuwe naam Johnson Controls.
Johnson Controls bleef innovatieve nieuwe besturingstechnologieën ontwikkelen om klanten te helpen bij het beter sturen van hun steeds groter wordende en complexere bedrijven. In 1950 - toen de NVKL werd opgericht - bijvoorbeeld, was het normaal dat een groot bedrijf honderden thermostaten, kleppen, regelschuiven en andere temperatuurregelende apparaten in de gehele faciliteit geïnstalleerd had, die allemaal verschillende keren per dag individueel gecontroleerd moesten worden. Om de doeltreffendheid van uitvoeringen in het gebouw voor het personeel te verbeteren. introduceerde Johnson Comrols haar pneumatische besturingscentrum, waarmee een operator van een gebouw voor het eerst alle temperatuur-regelapparaten in een gebouw vanaf één enkele centrale plek kon controleren en bedienen.
In 1968 werd het Amerikaanse Penn Contols overgenomen, een fabrikant van koeltechnische regel- en beveiligingsproducten, met een fabriek in het Nederlandse Leeuwarden. Het merk Penn neemt vandaag de dag nog steeds een belangrijke plaats in in het productenpakket van Johnson Controls.
De ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op:
1971 Saginomiya Johnson Comrols K.K., hoofdkantoor in Tokyo, Japan wordt toegevoegd.
1974 Bedrijfsnaam wordt Johnson Controls, Inc.
1982 Acquisitie Europese Controls groep van International Telephone and Telegraph (ITT) Corporation.
1989 Opening fabriek in Juarez, Mexico. Acquisitie Pan Am World Services en toetreding tot facility management business.
1990 Introductie Metasys® Facility Management Systeem.
1998 Acquisitie Cardkey integrated solutions, een leverancier van elektronische toegangscontrole en security management systemen. - Verkoop van het 10.000-ste Metays gebouwbeheersysteem.
2000 Brengel Technology Center geopend in Milwaukee, dit werd 1 van ‘s werelds eerste LEED groenen gebouwen.
2001 Acquisitie MC International, een toonaangevende leverancier van installaties en services voor koeltechnische systemen in Europa.
2005 Acquisitie York International, de grootste onafhankelijke leverancier van heating, ventilation, airconditioning en refrigeration (HVAC&R) apparatuur en services ter wereld.
2007 Acquisitie Skymark International Inc, een fabrikant van verwarming en koeling.
Onthulling nieuw bedrijfslogo en de visie “een prettigere, veiligere en duurzamere wereld”.
2008 Acquisitie PWI Energy, een onafhankelijke wereldwijde leverancier van energie- en broeikasgassen managementservices.
Acquisitie softwarebedrijf Gridlogix, om IT-systemen en gebouwbeheersystemen van klanten samen te kunnen voegen. Het Erlanger Distribution Center van Johson Controls in Kentucky (USA) bereikte een mijlpaal door vijftien jaar zonder schade (verloren werktijd door ongevallen) te functioneren.
2009 Grootste order voor koelmachines voor een bedrag van 87 million (USD) (koeling vrouwenuniversireir in Saudi Arabië).
Johnson Controls is aanzienlijk uitgebreid sinds professor Warren Johnson het bedrijf oprichtte om zijn uitvinding, de elektrische kamerthermostaat te produceren. Sinds de start in 1885 is Johnson Controls gegroeid tot een wereldleider op automobiel gebied, building efficiency en power solutions met meer dan 1300 locaties wereldwijd waar zo'n 130.000 mensen werkzaam zijn. Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De historie van GEA Grenco
GEA Grenco BV telt in 2010 driekwart van de jaren van de NVKL
GEA Grenco B.V. is in 1965 voortgekomen uit de Grasso groep, die werd opgericht in 1858. Royal GEA Grasso Holding NV is de holding van de Refrigeration divisie van de multinationale GEA Group te Bochum (Duitsland).
De GEA Group heeft ongeveer 20.000 medewerkers in dienst in een kleine 400 bedrijven in ongeveer 50 landen. De omzet van de GEA Group in 2008 was vijf miljard euro. GEA (Global Engineering Alliance) werd opgericht in 1920 en groeide al snel uit tot een internationaal bedrijf. In 1991 nam GEA de Grasso groep over. GEA is nu een van 's werelds grootste leveranciers in mechanical engineering, met name proces engineering en equipment. De refrigeration divisie van GEA bestaat uit 36 bedrijven, met ruim 3.800 medewerkers. De omzet van GEA Refrigeration was in 2008 712 miljoen euro.
GEA Grenco BV heeft bijna 400 medewerkers, verdeeld over acht vestigingen
in Nederland en een in België. De staf- en engineeringafdelingen zijn gecentraliseerd
in het hoofdkantoor, dat is gevestigd in 's-Hertogenbosch. Service en nieuwbouw vindt plaats in GEA Grenco's regionale vestigingen in Apeldoorn, Bergen op Zoom, Born, Groningen, Heerhugowaard, Hoofddorp en Rotterdam. Daardoor kan GEA Grenco een plaatselijke, soms regionale, benadering verzorgen. GEA Grenco is een “platte' organisatie, met korte communicatielijnen.
De omzet van GEA Grenco in 2008 was 73 miljoen euro.
GEA Grenco ontwerpt, verkoopt, engineert, installeert en onderhoudt koel- en vriesinstallaties voor klanten in uiteenlopende branches: food, non-food, proces en marine. Deze installaties bieden optimale oplossingen voor koude- en besturingstechnische vraagstukken voor klanten met koeltechniek als onderdeel van het primaire proces. GEA Grenco is marktleider in Nederland op dit gebied.
Ernst Berends van GEA Grasso, de lezers van dit blad welbekend, heeft zelf de volgende wetenswaardigheid opgezocht: De oprichting van GEA vond op 2 februari 1920 plaats door Otto Happel. GEA stond destijds voor: “Gesellschaft fur Entstaubungs-Anlagen” (Ernst: “... nooit geweten en velen met mij ook niet, denk ik!”)
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Over Itho BV
Een onderneming met een kleurrijke geschiedenis is ongetwijfeld het Schiedamse Itho. Ruim 91 jaar bestaat de onderneming en overtreft daarmee ruimschoots het jubileum van de NVKL.
Op 6 mei 1919 richtte Ir. Fredericus Maria Beukers de Internationale Technische Handelsonderneming - Schiedam op - kortweg “Itho - Schiedam”. De focus komt te liggen bij onderdelen voor de verwarmings- en koeltechniek.
Eind dertiger jaren verwerft een van de drie medewerkers, De Nerée tot Babberich, een meerderheid van de aandelen en in 1939 wordt hij directeur. Hij is zeer kien op uitbreidingsmogelijkheden en ziet in 1939 een kleine advertentie in de Financial Times van een klein Deens bedrijf - Danfoss - dat buitenlandse agenten zoekt. Het is al mobilisatietijd, maar hij besluit toch per trein naar Denemarken te gaan. Hij moet van Flensburg in Duitsland naar de Deense grens lopen en wordt daar opgewacht door Danfoss-oprichter Mads Clausen. Danfoss heeft op dat moment 26 medewerkers in dienst (inmiddels meer dan 30.000) en Itho drie. Het contact verloopt voorspoedig en Itho wordt in 1939 de eerste buitenlandse distributeur van Danfoss.
Na de oorlog zet de groei in en Itho verwerft veel vooraanstaande vertegenwoordigingen, onder meer van het Deense Clorius - een fabrikant van warmtemeters. Andere bekende namen zijn bijvoorbeeld Küba, L’Unité Hermétique, Forane, Daikin, etc.
De Nerée komt in contact met de Haagse firma W.H. Braskamp N.V. Vanaf dat moment betrekt Itho een pakket industriële en huishoudelijke ventilatoren van Braskamp.
In de 50-er en 60-er jaren nemen de huishoudelijke ventilatoren een grote vlucht. Langzamerhand groeit Itho uit haar jasje en er wordt een oud bedrijfspand verworven dat geheel zal worden verbouwd naar de wensen van de nieuwe eigenaar. Voordat het echter zover is, ontstaat brandt in de nacht van 27 mei 1963. Pas begin 1966 wordt het nieuwe complex betrokken. Itho is inmiddels marktleider op ventilatiegebied.
Een belangrijke stap eind 70-er jaren is dat Itho haar systemen volledig automatiseert. Kort daarna bieden de aandeelhouders, bij gebrek aan opvolging binnen de familie, Itho te koop aan aan Danfoss, die nog steeds de grootste toeleverancier is. In 1981 is een en ander een feit. De Nerée tot Babberich neemt afscheid en de heer Alting volgt hem op als algemeen directeur.
Irho is marktleider in ventilatie, airconditioning, radiatorthermostaten, koeltechniek, mobiele hydrauliek en frequentieregelaars. Opnieuw worden de gebouwen te klein en er wordt, voor het eerst in de geschiedenis, besloten tot volledige nieuwbouw. Op 1 januari 1989 volgt de heer De Ruiter de heer Alting op als algemeen directeur. Op 18 september 1989 is de verhuizing een feit. In 1994 krijgt de heer De Ruiter ook de verantwoordelijkheid voor Danfoss België en ontstaat Danfoss Benelux.
Eind 90-er jaren wordt er binnen het Danfoss concern een steering committee gevormd dat samen met de Boston Consulting Group gaat onderzoeken welke structuur Danfoss in de 21e eeuw moet volgen. De heer De Ruiter maakt deel uit van het committee. De uitkomst is dat de drie divisies binnen Danfoss volledig verantwoordelijk moeten worden, van de productontwikkeling tot en met verkoop en service. De heer De Ruiter wordt verzocht Danfoss Benelux op te splitsen in verschillende zelfstandige bedrijven.
Danfoss België wordt weer verzelfstandigd en ook het Danfoss-deel uit 1tho wordt een zelfstandige werkmaatschappij. Binnen Itho wordt in het jaar 2000 het deel koeltechnische groothandel afgescheiden verzelfstandigd tot een aparte werkmaatschappij, Coolmark. Eind 2001 neemt Itho de groothandel Aircool van de Eriks-groep over en voegt het samen met Coolmark. Coolmark wordt een onderdeel van de Elsmark-groep - een nieuwe groothandelsdivisie van Danfoss die later is overgenomen door de Zweedse Beijer-group. Ondertussen fuseert de Hydrauliekdivisie met het Duits Amerikaanse concern Sauer-Sundstrand en gaat verder onder de naam Sauer-Danfoss. Itho, nog bestaande uit de sectoren ventilatie en airconditioning (waaronder Daikin), past in het geheel niet meer binnen Danfoss en staat min of meer te koop. Het nieuwe management van Itho biedt Danfoss een management buy-out aan, die eind 2000 wordt gerealiseerd. Na een kleine twintig jaar is Itho weer los van Danfoss. De heer De Ruiter neemt begin 2002, na ruim 43 jaar Itho/Danfoss, afscheid van het bedrijf en blijft nog enkele jaren als commissaris aan enkele Danfoss-bedrijven verbonden.
ltho ontwikkelt zich na de management buy-out meer dan voortreffelijk. De Daikin-activiteiten zijn in 2007 verkocht aan Daikin en het bedrijf heeft een complete metamorfose ondergaan. De handelsonderneming van toen is nu een uitermate innovatieve producent geworden, die steeds vooruit loopt met energiezuinige producten voor klimaatbeheersing en warmwatervoorziening in woningen.
Anekdote
Verwarmingsinstallaties werden in het verleden veelal uitsluitend geregeld door middel van handafsluiters en niet met thermostaten, Een bewoner van een huis met zo'n installatie
had zijn (elektro)installateur gevraagd om een thermostaat aan te brengen. Na installatie bleef de klant klagen dat de thermostaat niet goed werkte. Telefonisch kwam men er ook niet
uit, dus een Itho-deskundige ging ter plaatse kijken. De oorzaak was snel duidelijk: er was gebruik gemaakt van een thermostaat met capillair, maar omdat de leiding door een dun scheidingsmuurtje moest, had de (elektro)installateur de leiding doorgeknipt en vervolgens met een kroonsteentje weer aan elkaar gezet!
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Koeltechniek Spido
De NVKL behartigt niet alleen de belangen van grote bedrijven of multinationals, maar ook die van kleinere familiebedrijven. Spido uit Houten valt in deze categorie. Het heeft een boeiende geschiedenis van drie kwart eeuw.
De firma Spido werd in 1936 opgericht door de heer Kannegieter. De oprichter leverde en repareerde koelinstallaties. Hij had in die tijd ook al een auto, zodat hij landelijk kon werken.
In 1942 nam de heer Kannegieter personeel aan. Dat deed hij waarschijnlijk om twee redenen. Ten eerste waren er meer werkzaamheden, maar hij deed het ook omdat voor hem de oorlogssituatie erg bedreigend was en hij dus bijna de gehele tijd was ondergedoken. De werkzaamheden werden toen merendeels verricht door de heer Boumans, die bij hem in dienst was gekomen.
Na de oorlog werd het in het Oostblok opnieuw politiek onrustig en de heer Kannegieter besloot te emigreren. De heer Boumans nam de firma Spido in 1952 over. De firma was destijds al gevestigd in Utrecht. Het bedrijf groeide gestaag en kreeg meer medewerkers. Er werden steeds meer koelcellen, toonbanken en allerlei andere soorten koelingen gemaakt, gerepareerd en onderhouden. Het aantal werknemers groeide uit tot zeven man.
In de periode 1960 werden er op verschillende locaties fruitbewaarcellen gebouwd en geïnstalleerd, waarin destijds al steeds de elektronica werd toegepast voor regeling en bewaking.
Na zijn diensttijd in 1966 ging de zoon van de eigenaar, de heer M.C. Boumans, ook
bij Spido werken. Voor zijn diensttijd had hij een paar jaar bij een ander koeltechnisch bedrijf ervaring opgedaan. Na een aantal jaren en veranderingen op fiscaal gebied en ook in de sociale wetgeving werd besloten om er een B.V. van te maken. Dat gebeurde begin 1970. Zoon Boumans werd toen ook aandeelhouder.
In die periode groeide de belangstelling voor airconditioning. In 1980 verhuisde Spido naar een nieuw industrieterrein in Houten. In de daaropvolgende jaren voerde het bedrijf ook andere disciplines in de koeltechniek uit, zoals klimaatkamers, ultralow vriezers en droogvriezers voor laboratoria en universiteiten. Na tien jaar huren, kocht Spido een ander pand op het industrieterrein. Inmiddels was de jonge Boumans ook voor 100 procent aandeelhouder.
Vanaf de jaren 90 groeide het personeelsbestand naar tien man. Steeds meer werkzaamheden werden in de grafische wereld verricht, met name airconditioning. De vraag naar koeling voor het druk proces groeide eveneens. Tevens deed Spido onderhoud voor andere bedrijven en maakte zij afzuigunits voor Aircool. Later verkocht Spido deze en ander producten via een nieuwe BV rechtstreeks. Rond de eeuwwisseling raakte deze markt verzadigd en er kwam steeds meer concurrentie. Besloten werd die B.V. te beëindigen. Het personeelsbestand werd afgebouwd en Spido is eigenlijk weer “back to the basic”.
Spido doet momenteel nog veel onderhoud bij drukkerijen op de koeling van de drukpers. In de regio is Spido bij alle andere bedrijven actief met het leveren van koel / vriescellen, airconditioning en aanverwante apparatuur en het uitvoeren van onderhoud.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Kwaliteit en kennis staan voorop
Samenwerken zit bij Delta Technics Engineering in de genen
Delta Technics Engineering in Breda levert al ruim dertig jaar koel- en vriesapparatuur. Via een netwerk van betrokken installateurs vindt de apparatuur van Delta Technics Engineering zijn weg naar de meest uiteenlopende branches, van supermarkt tot gezondheidszorg. Daarnaast maakt het bedrijf veel werk van advies op maat, bijscholing en training.
Delta Technics Engineering feliciteert de NVKL van harte met haar jubileum. Directeur/eigenaar Max Neus is een groot voorstander van een sterke branchevereniging. Hij is ook actief bij de NVKL betrokken. Eerst als voorzitter van de afdeling Young Management Tegenwoordig als “gewoon” bestuurslid en lid van de stuurgroep Communicatie. Neus zet zich in voor de NVKL omdat hij gelooft in het motto samen sterker “Ik ben zelfstandig ondernemer met een middelgroot bedrijf, zoals er zoveel zijn binnen de NVKL. Ik vind samenwerking zo belangrijk dat ik graag tijd vrij maak voor verenigingsactiviteiten”.
Outsourcing
Samenwerken zit ook in de genen van Delta Technics Engineering. Het bedrijf is in 1978 gestart met weinig meer dan de overtuiging van de oprichter, een medewerker van een koeltechnische groothandel, dat hij het beter kon dan zijn baas. Hij kocht koelers in Italië. Niets bijzonders. Gewone standaardproducten voor koel- en vriescellen. Hij kwam er al snel achter dat die op de Nederlandse markt niet voldeden. Hij bedacht aanpassingen, ging zelf achter de tekentafel zitten, en liet zijn ontwerpen vervolgens door de fabriek maken.
Neus: “Je zou kunnen zeggen dat Delta zijn tijd vooruit was met outsourcing van productie. Eigenlijk werken we nog steeds op dezelfde manier. Alleen zit onze grootste productiepartner nu in Portugal. De kern van de activiteiten van Delta zit ook nog steeds in gevinde warmtewisselaars: Daarvan maken we onder meer koelers en condensers”.
Delta als partner
Delta Technics Engineering is partner in temperatuurbeheertechnologie. Toeleveranciers en afnemers zijn meer dan klanten. Het zijn partners, die elkaars positie verstevigen door echt samen te werken. Neus: “Wij kunnen de markt op met apparatuur die helemaal toegesneden is op onze wensen. En de fabrikant krijgt toegang tot de technologische wensen van de Nederlandse afzetmarkt. Daarmee kan hij ook zijn positie op andere markten versterken”. Als schakel tussen afnemers en toeleveranciers vertaalt Delta vragen uit de markt naar oplossingen. Dat is een statement dat je vaker hoort, erkent Neus. “Maar wij vullen het op allerlei gebieden concreet in. Toen de RLK-regelgeving in beeld kwam, hebben we bijvoorbeeld meteen bij onze productiepartner aangeklopt en aanpassingen voorgesteld. Die heeft de producent overgenomen voor al zijn productielijnen”.
Ook aan de afzetkant is samenwerking de drijfveer. Bij de eindafnemer treedt de input van Delta weliswaar niet meteen op de voorgrond (Delta levert aan installateurs, niet aan eindafnemers). Maar op de achtergrond wordt heel actief meegedacht. Neus: “Ontwikkelingen die bij onze eindklanten spelen, vind je als oplossing terug in onze dienstverlening. Supermarkten willen bijvoorbeeld zo snel mogelijk hun winkel verbouwen. Dat vraagt een behoorlijke extra inspanning van de toeleveranciers. Wij maken aanpassingen in techniek en dienstverlening zodat de installateur zijn werk sneller kan doen”.
Integratie elektronica
In de koudetechniek werken niet alleen mensen samen. Systeemcomponenten doen dat ook. Delta Technics Engineering zet nadrukkelijk in op de samenhang tussen systemen en de inzet van geavanceerde meet- en regelelektronica.
Neus: “We wijzen onze partners de weg in een steeds omvangrijker wordend programma van meet- en regelelektronica. Wij geven ook cursussen op dat gebied. Het met moderne technieken monitoren en regelen van een installatie kan veel geld opleveren. Installaties worden steeds complexer. Een steeds ingewikkelder dynamische proces vraagt voortdurend om optimalisatie. En de eisen vanuit de samenleving zullen alleen maar toenemen, denk even
aan zaken als uitfaseren van bepaalde koudemiddelen, energiebesparing en voedselveiligheid. Dat betekent gewoon dat je meer in de gaten moet houden”.
NVKL als kennisplatform
In de visie van Delta zit de efficiencywinst niet zozeer meer in het verbeteren van de componenten zelf, maar in de wijze waarop die componenten samenwerken; als één geheel functioneren. Neus: “Leveranciers pushen hun klanten om dat soort systemen af te nemen. Maar wij zien met name op dit gebied een lacune in de kennis bij installateurs. Het zou mooi zijn als de NVKL dat aankaart bij de opleidingen”.
Voor Neus is het belang van een NVKL-lidmaatschap overduidelijk. Het is een podium om kennis te delen, een ontmoetingsplaats en een lobbymechanisme Daar is twee jaar geleden een vierde belangrijke poot bijgekomen: bewaker van kwaliteit.
“Als we kunnen vasthouden dat NVKL-leden moeten voldoen aan hoge kwaliteitsnormen, dan zal dat de positie van de aangesloten bedrijven enorm versterken. Het is onvermijdelijk dat onze grenzen steeds verder opengaan. Steeds meer buitenlandse partijen gaan zich op de Nederlandse markt bewegen. Daar kun je je tegen wapenen door vast te houden aan hoge kwaliteitsnormen. Ik denk dat bedrijven die zich niet bij de branchevereniging aansluiten. het moeilijk gaan krijgen”.
Meer informatie: www.delta-technics.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Duurzaam koelen in duurzame gebouwen
Een doorkijkje naar 2020
Maus Dieleman - Agentschap NL
Inleiding
De koelvraag neemt toe. Deze trend zal de komende jaren omgebogen moeten worden (“knik-effect”) tot 30 procent onder het niveau van 1990. De tools daarvoor zijn er, dankzij de onderzoekers van TNO en Wageningen universiteit. Het initiatief is nu aan de markt. Gaat de praktijkvoorkeur uit naar de bekende duurzame koeltechnieken, of zoekt men het liever bij de exotische koeltechnieken?
Een interessant doorkijkje naar 2020 bieden de resultaten van de UKP-NESK subsidieregeling uit 2009. Er treden grote veranderingen in de koeltechniek op bij de utiliteitsbouw en datacenters, waar alle partijen mee te maken krijgen. De eindverbruikers willen hoog scoren op de duurzaamheidmeetlat en aan de toeleveranciers worden de bijbehorende energieprestatie contracten gevraagd. Niet goed, geld terug (bonus-malus).
Klaar voor 2020?
Koeling in de utiliteitsbouw neemt met de jaren toe. Dit is in strijd met de doelen van ons klimaatbeleid voor 2020, waarin voor koeling geen uitzondering is gemaakt. In 2020 moet het stroomverbruik van de koeling zijn teruggebracht tot 30 procent onder het niveau van 1990.
Enkele actuele cijfers over de koelvraag:
- utiliteitsbouw/kantoren, scholen, 370.000 MWh/j;
- datacenters, 320.000 MWh/j.
Circa 650 ton koudemiddel is hiervoor in gebruik, voornamelijk HFK’s. (bron: lopend KWA onderzoek, 2010).
Het aandeel van de duurzame koeling moet in 2020 minimaal 20 procent bedragen. Is de koudewereld al klaar voor 2020?
Deze vraag werd publiekelijk gesteld op het congres van de Week van de Koude in december 2009. Een voorzet over “renewable cooling” werd gegeven door de onderzoekers van TNO en de universiteit Wageningen.
Er werd een waaier aan duurzame koeltechnieken1) gepresenteerd, waarin vooral het ontbreken van de koelcompressor opvalt:
- warmte-koudeopslag in de bodem (WKO, groeit gemiddeld 20 procent per jaar);
- indirecte verdampingskoeling (leidingwater als koudemiddel);
- koude uit diepe meren;
- koudewiel (voor datacenters);
- free cooling, de koude van buiten benutten;
- absorptiekoeling (toepassing bij afvalwarmte).
Deze koeltechnieken kennen een veel beter rendement (COP>11) dan de elektrische compressiekoelmachines (COP 4), ze bevatten geen HFK’s, behoren tot de klasse van de “duurzame energie” en zijn dus de verklaarde opvolgers van de gewone HFK-installaties.
De HFK’s in de airco zullen waarschijnlijk niet verdrongen worden door de natuurlijke koudemiddelen, maar door de duurzame koeltechnieken.
Daarnaast zijn er “exotische” koeltechnieken, zoals solar airco (adsorptiekoeling), magnetische koeling en thermo-accoustische koeling. Deze laatste groep van koeltechnieken kent vooralsnog alleen toepassing in niche-markten.
De eerste groep van koeltechnieken heeft een interessant marktperspectief voor zich.
Voor info en factsheets van de duurzame koeltechnieken: zie www.koudecentraal.nl.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Een natuurlijke visie op de toekomst van de koudetechniek
J. Schröer - Directeur Wijbenga B.V.
Onze wereld verandert in een hoog tempo. In 1950 bestond de wereldbevolking uit 1,6 miljard inwoners, in 2009 waren dat er al 6,8 miljard en volgens de laatste schattingen zullen we in 2050 circa 8,9 miljard inwoners hebben. De groei van de wereldbevolking vraagt om een betere verdeling van de beschikbare bronnen waarin voor de koudeketen een essentiële rol is weggelegd. Van het productieproces tot en met de koelkast thuis vormt de koudetechniek een onmisbaar onderdeel van onze welvaart. Tegelijkertijd heeft de koudetechniek ook een grote invloed op de wereld waarin we leven. De scenario's over opwarming van de aarde en een tekort aan fossiele brandstoffen vormen een bedreiging voor onze welvaart. De koudetechnische sector staat voor de uitdagende opgave dit tij te keren.
Op mondiaal niveau worden maatregelen opgelegd, die een grote impact hebben op de koudetechnische sector. Het gebruik van koelmiddelen die onze ozonlaag aantasten is niet meer toegestaan en een verbod op het gebruik van koelmiddelen die bijdragen aan het broeikaseffect, zal ongetwijfeld binnen afzienbare tijd volgen. Voor de producenten en eindgebruikers die bewuste en duurzame keuzes maken, is het gebruik van grote hoeveelheden synthetische koudemiddelen geen optie meer.
Natuurlijke koudemiddelen als ammoniak, kooldioxide en koolwaterstoffen zijn bewezen alternatieven. Industriële koude-installaties worden vanuit een lange termijnvisie al voornamelijk met natuurlijke koudemiddelen gerealiseerd. In de commerciële sector zijn de synthetische koudemiddelen nog steeds dominant aanwezig. De kortetermijnvisie zal hier plaats moeten maken voor langetermijnoplossingen en de sector zal moeten investeren en innoveren om tot duurzame en energiezuinige oplossingen te komen.
Installateurs, adviseurs, leveranciers en producenten zullen hierin een belangrijke rol spelen. Bij elk koudetechnisch vraagstuk zal gezamenlijk gezocht moeten worden naar de beste oplossing. Investeringen moeten worden bekeken vanuit duurzaamheid. energieverbruik en total cost of ownership Het is hierbij belangrijk dat de branche zich achter deze standpunten schaart en de klant op een degelijke eenduidige wijze adviseert.
Hierin is er ook voor de NVKL een belangrijke taak weggelegd. Zij fungeert als een onmisbaar intermediair waarin kennisoverdracht, educatie en advies naar alle partijen gewaarborgd wordt op een manier zoals zij al 60 jaar het initiatief heeft genomen.
Wij feliciteren de NVKL met haar 60 jarig bestaan. “Natuurlijk” op weg naar een duurzame toekomst !
Meer informatie: www.wijbenga.nl Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Al 60 jaar maatwerkkwaliteit in koude techniek en klimaatbeheersing
Interview Eric P.A. Heeren, Technisch commercieel directeur van Freddomatic - Maastricht
Focus bedrijf:
“In 2002 trof ik het bedrijf stuurloos aan, omdat de enig overgebleven partner geen technische kennis bezat. Ik heb in het eerste jaar een analyse gemaakt van wat Freddomatic wilde zijn en ben erachter gekomen dat de meeste toegevoegde waarde van het bedrijf ligt in maatwerkfabricage van warmtewisselaars voor alle mogelijke toepassingen in de koude techniek en klimaatbeheersing. Waar collega concurrenten kiezen voor meer grootschaligere productie, heeft Freddomatic gekozen voor maatwerkfabricage, een niche markt. Dit heeft mij ertoe gemotiveerd om de markt in te trekken, nieuwe marktgebieden en toepassingen te ontwikkelen en de zaak weer te laten bloeien”.
Markt
“Wij beperken ons vooral tot de Nederlandse markt. Samen met onze klanten, de koudetechnische installatiebedrijven, fabriceert het bedrijf in kleine series op maat gemaakte warmtewisselaars. In feite is Freddomatic de technologische engineeringpoot van de installateur. Wij streven ernaar om met hen duurzame relaties op te bouwen, maar het blijft een markt van vraag en aanbod. Onderscheidend zijn wij in de wijze waarop producten in nauw overleg met de klant worden samengesteld.
Onze klanten werken ondermeer voor de agrarische sector (AGF), bij zaadveredelingsbedrijven, champignon- en bloembol kwekerijen. Recent heeft Freddomatic bij een orchideeënkwekerij een flink aantal koelbatterijen geleverd, die geplaatst zijn in de looppaden, voor het beheersen van het klimaat.
Verder zijn wij sterk in commerciële koeltechniek, zoals bij supermarkten, horeca en bij grote utiliteitsbouw. Zo bleek begin dit jaar de Heaterbatterij van een luchtbehandelingkast van 3 meter breed bovenop de Rijntoren (63 meter) in Arnhem kapotgevroren te zijn. De enige manier om die te repareren was om deze uit twee koppelbare delen te maken, zodat deze met de lift omhoog kon worden gebracht. Dan vindt men Freddomatic een ideale partij, omdat de oorspronkelijke leverancier alleen het originele blok kan aanbieden. Ook vervullen we opdrachten in het koeltransport in brede zin.
Wij hebben de afgelopen jaren een stevige groei ervaren. Ook de marktkrimp over 2009 zijn wij goed doorgekomen. Dat wil zeggen dat Freddomatic haar plek in die markt heeft kunnen uitbreiden. Dit los van de autonome marktgroei van de koeltechnische sector in West-Europa van 5 procent per jaar. En aan deze groei komt voorlopig geen einde”.
Duurzaamheid en energiegebruik
“Natuurlijke koudemiddelen hebben hun intrede gedaan in de markt. De hele koeltechnische installatie zal op de schop moeten en herstructurering van het technisch ontwerp is noodzakelijk. Warmtewisselaars dienen op een andere wijze te worden samengesteld. Fabrikanten anticipeerden al veel eerder op deze ontwikkelingen. Wij hebben vaak al oplossingen op de plank liggen, voordat de markt erom vraagt. Dat is heel specifiek voor onze markt. Bestaande luchtbehandelingkasten ombouwen van R22 naar bijvoorbeeld R410a doen wij veel. Wij rekenen uit wat nodig is om aan de oorspronkelijke specificatie van R22 te voldoen met nieuwe koudemiddelen en daar komt vaak de wens naar uitbreiding bovenop.
Een andere belangrijk aandachtspunt is het gebruik van energie in de levensduur van een koeltechnische installatie. Neem de lifecycle van een koelvitrine: slechts tien procent van de energie wordt aangewend tijdens de fabricage, 90 procent wordt tijdens het gebruik opgesoupeerd. De energieconsumptie van alle componenten verdient dus de aandacht. Maar dat heeft ook te maken met bijvoorbeeld de COP-waarde van de installaties. I.v.m. natuurlijke koudemiddelen ben ik dan ook blij, dat recent het NVKL GOo Natuurlijke Koudemiddelen van de grond gekomen is”.
Succesfactoren
“Een van de succesfactoren van Freddomatic is de omvang van het bedrijf. De interne organisatie, klein bedrijf met een enorme variëteit aan mogelijkheden.
Met een toegewijd team van dertien gekwalificeerde specialisten, “custom made engineering” en de daaraan gekoppelde eigen fabricage, zijn we in staat om enorm snel en flexibel klantspecifieke wensen te vertalen in eindproducten. Kort op de markt spelen.
Een andere succesfactor is sterke focus op het productbeleid gericht op een nichemarkt. Kwaliteit en werken met een duidelijke ontwerp specificatie, dat is de kern van de boodschap.
Langere levensduur. Er zijn klanten die ons benaderen met specificaties van twintig jaar geleden en als zij horen dat wij de oorspronkelijke fabrikant waren, zijn ze eigenlijk al over de brug. De klant 1 op 1 vervanging van de bestaande installatie aanbieden. Wordt de offerte al automatisch ondertekend toegestuurd ter vervanging. Een dergelijke klantentrouw is een grote succesfactor”.
NVKL
“De NVKL is de allesomvattende club. De vereniging die waakt over kwaliteit Al 60 jaar, een grote felicitatie waard. De leden zijn veelal de voortrekkers op het gebied van koeltechniek en klimaatbeheersing. De NVKL heeft mijns inziens de plicht om de vertaalslag van zuiver technisch naar marketing communicatie te maken. Ik vind het goed dat het beleid van de 60-jarige NVKL gericht is om de touwtjes wat te vieren in het technische vlak en deze aan te trekken in de marketing communicatie. Voorop staat natuurlijk dat de kwaliteit hoog is, om het totaal tevredenheid gevoel te hebben. Wij verliezen ons als markt te vaak uitsluitend in techniek, zodat wij marktwensen uit het oog verliezen. Ik vind het heel goed dat de NVKL daarop inspeelt met een heldere communicatiecampagne richting eindgebruiker”.
Persoonlijke visie
“Mijn persoonlijke visie is natuurlijk dat ik als ondernemer bezig ben om de positie van en identiteit van Freddomatic vorm te geven. Waar liggen onze krachten en waar vraagt de markt om nu en in de toekomst. Ik zie duurzaamheid, natuurlijke koudemiddelen, energiezuinige componenten en slim energieverbruik als extra drijfveren voor onze activiteiten. En ik vind het persoonlijk belangrijk dat de producten en diensten die Freddomatic als bedrijf levert de identiteit vormen in onze sector voor een stuk automatische kwaliteit. Waarvan men van weet dat daar iets mee te bereiken valt”.
Timeline
- 1950 De heer C. Verhoeven vestigt het “Koeltechnisch Bureau Verhoeven” in Maastricht
- 1960 Overschakeling naar koeltechnische groothandel en naamwijziging in “IKK Groothandel”. Het bedrijf breidt de activiteiten substantieel uit.
- 1970 Uitbreiding met een nieuwe hal van 30 x 10 meter en naamwijziging bedrijf in Freddomatic
- 1980 Begin gemaakt met de productie van warmtewisselaars
- 1997 Bedrijf overgenomen door drie werknemers
- Sinds 2002 voornamelijk focus op maatwerk fabricage, thermodynamische engineering van warmtewisselaars voor alle soorten toepassingen en markten
Meer informatie: www.freddomatic.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
60 jaar opleiden in de koeltechnische sector
Wim Overeem - NVKL Projectmanager Onderwijs
Inleiding
Al heeft NVKL onderwijs vanaf het begin een warm hart toegedragen, ze heeft niet altijd de hand gehad in de ontwikkeling daarvan. Momenteel neemt NVKL veel onderwijsinitiatieven. Samen met het opleidingsfonds Otib heeft NVKL plannen gemaakt voor korte en lange termijn. Maar zowel onderwijs en leerprocessen als het vak koudetechniek bestaan langer dan de zes decennia die NVKL heeft afgelegd.
Het is bar koud op deze winterdag van januari 1891. Een gure noordooster snijdt de jonge leerling-koeltechnicus Willem den Brave in het gezicht. Samen met zijn leermeester Cornelis van Duyvenbooden loopt hij over het ijs van de Boonervliet bij Maassluis. “Willem luister”, Cornelis wijst op de werklieden verderop op de ijsvlakte, “vandaag ga je beginnen met het leren zagen van ijs. De horeca is grootafnemer. De ijsploeg is al de hele ochtend bezig”. Willem ziet overal bedrijvigheid. Op de walkant staan wagens met paarden die het ijs straks naar de pakhuizen van de compagnie zullen vervoeren.“Gisteren is de sneeuwlaag verwijder”, gaat Cornelis verder. “Zie je die lange voren over het ijs?” Willem kijkt en ziet over een oppervlakte van enkele honderden meters een gekrast raster van vierkanten, ongeveer een mansstap groot. Mannen in dikke jassen met petten of wollen mutsen lopen achter een groot paard. Het dier trekt een platte hoge ploeg met grote stalen bladen. Willem knikt. “Dit hoort bij je opleiding. Straks gaan we samen bij de vishandel en restaurants koelkasten plaatsen, monteren en van ijsblokken voorzien. Je bent onze jongste koeltechnicus. Nu eerst moet je weten wat ijs is”. Cornelis lacht.
IJskristallen in baard en snor geven hem een curieus uiterlijk. “Begin hier op de rand maar te zagen”.
Willem sleept de manshoge Noorse zaag achter zich aan. De ijstang hangt in zijn gordel. De zaag is bruin geroest, alleen de tanden blinken in het felle zonlicht. Gisteren les in zaagvijlen gehad. Viel best tegen. Vandaag blokken ijs zagen en transporteren. Liever ging hij schaatsen, maar ja, als je een vak wilt leren, had z’n vader gezegd, moet je soms ontberingen lijden.
Willem slaat z’n handen tienmaal hard op zijn schouderbladen tot zijn vingers tintelen en zet dan vol goede moed de zaag in het ijs. Vrijdag krijgt hij loon. Eén gulden en twintig cent per week.
Brancheorganisaties en ROC’s bestonden in die tijd nog niet. 60 jaar geleden pas is de NVKL opgericht. Een eerste serieuze opleidingbemoeienis begon al snel na de oprichting van NVKL in 1954, met het organiseren van het ondernemersdiploma of middenstandsdiploma. Zonder dit diploma kon een ondernemer geen eigen bedrijf starten in de koudetechniek. Een uiterst waardevol document. NVKL speelde hiermee in op de fonkelnieuwe vestigingswet bedrijven.
Verder bleef het branchegerichte vakonderwijs beperkt tot het opleiden van leerlingen door individuele lid bedrijven, die vallend onder de wet op het leerlingwezen vier of vijf dagen werkten en een dag of avond naar de streekschool gingen. Een systeem dat teruggaat tot ver in de middeleeuwen en in 1997 opnieuw geformaliseerd is in de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Onderwijs in koudetechniek was grotendeels voorbehouden aan instituten, zoals de streekscholen, de LTS, de MTS en de HTS en de Technische hogescholen.
Stimulerende rol
Pas medio de overgang van de 20e naar de 21e eeuw drong het besef meer en meer door dat de brancheorganisatie een stimulerende rol zou kunnen en misschien zelfs moeten vervullen. Bedrijven van formaat zijn altijd wel in staat gebleken bedrijfsopleidingen te organiseren en te financieren, maar voor de kleinere bedrijven blijft dit lastig. Hier ligt een verantwoordelijkheid
voor NVKL.
Scholen, alhoewel allemaal gemotiveerd om het beste te brengen, leidden allen op volgens eigen inzichten, met als gevolg landelijk verschillen in werkwijze en niveau van de afgeleverde koelmonteurs. De kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven werd daardoor steeds groter.
In het zuiden ontstond eind 20e eeuw een initiatief om werklozen om te scholen tot koelmonteur. Een drietal stichtingen werden opgericht met de naam Orka, de voorlopers van de huidige vereniging Orka. Inzichten groeiden. Collectief oppakken van onderwijs en dito arbeid heeft voordelen. Na de oprichting zijn er veel dingen gebeurd en voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid dat NVKL haar Grip op Onderwijs, naar de titel van een ingesteld behoeften onderzoek, uit zal werken vanaf 2010.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Post-HBO Opleiding Koudetechniek blij met steun NVKL
“Je leert hier echt hoe de dingen in elkaar zitten”
Charles Hasselman
Inleiding
De Post-HBO Opleiding Koudetechniek in Den Bosch is uniek in zijn soort. Theoretisch van hoog niveau, en met volop aandacht voor de praktische toepassing. De afgelopen jaren is een behoorlijke kwaliteitsslag gemaakt. En, zeker zo belangrijk: het hogere niveau beklijft. Volgens gecommitteerde en docent Geert Doornbos is het succes van de opschaling mede te danken aan de steun en inzet van de NVKL.
De Post-HBO Opleiding Koudetechniek in Den Bosch voorziet al vele decennia in een grote behoefte. De geschiedenis van deze enige opleiding gaat terug tot het begin van de jaren zestig. Geert Doornbos, sinds 1996 gecommitteerde en docent bij de opleiding, vertelt dat het begon als een samenwerking tussen de grootste installateur, Grenco, en de directeur van de HTS in Den Bosch. Met steun van de NVvK (toen nog zonder het predicaat koninklijk in de naam) en de TU-Delft ging in 1963 een applicatiecursus koudetechniek van start die aansloot op de HTS. Grenco leverde het merendeel van de docenten. In de beginjaren was het volgens Doornbos vooral improviseren. Maar dat verandert als in 1966 de opleiding met de invoering van officiële exameneisen en een leerplan echt handen en voeten krijgt.
Stichting Post HBO
Tegenwoordig is de opleiding erkend door de stichting Post HBO. Het onderwijs wordt nog steeds gegeven in Den Bosch, nu onder de naam Avans+, een dochter van de Noord-Brabantse Avans Hogeschool. Doornbos: “Avans+ zorgt voor de faciliteiten en de organisatie, de KNVvK is als beroepsvereniging verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs. Ik houd als gecommitteerde samen met mijn collega van de Belgische beroepsvereniging UBF toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast geef ik zelf ook les”.
Doornbos is in het dagelijkse leven hoofd van de afdeling Research van Alfa Laval Groningen BV. Hij heeft ruime ervaring in de koudetechniek. Op de opleiding geeft hij les in koel- en vriesprocessen van producten van levende oorsprong. “Op dat onderwerp ben ik indertijd ook gepromoveerd. Daarnaast geef ik het voorbereidende vak warmteoverdracht, een bijspijkercursus om de theorie op niveau te brengen voordat gestart wordt met de eigenlijke opleiding. Soms zitten er lacunes in de basiskennis van de exacte vakken”.
Het niveau van het hbo is helaas lager geworden, ervaart Doornbos. “Dat zien wij echt. Vaak is het besef er wel, en de cursisten weten hoe en waar ze het kunnen opzoeken, maar iets uit- of doorrekenen is er amper nog bij. We hebben ook een schakelcursus voor mbo’ers. Die worden in een jaar bijgespijkerd in wis- en natuurkunde.
Dat is zwaar. Maar onze cursisten zijn erg gemotiveerd. Ze beseffen dat dit de manier is om vooruit te komen. Je leert hier echt hoe dingen in elkaar zitten. Op dat gebied zijn wij als opleiding uniek. Wat de theorie betreft stijgen wij uit boven de rest van de opleidingen, maar we zijn ook praktijkgericht. We besteden veel aandacht aan de toepassing. De opleiding voorziet in een grote behoefte van het Nederlandse bedrijfsleven, zo wijst onderzoek uit”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Celtic Koeling
NVKL is een onmisbaar platform voor echte ondernemers
Joost van Klink - Directeur Celtic Koeling B.V.
In een sector als de onze, waarin de ene ontwikkeling na de andere zich aandient, is de NVKL een betrouwbare basis. Anno 2010 is ondernemen zeker geen sinecure. Een goed product alleen is niet voldoende; alle regels waar we mee geconfronteerd worden en alle eisen waaraan we moeten en willen voldoen, maken onze branche interessanter en dynamischer dan ooit. In de koudetechniek moet je letterlijk “van alle markten thuis” zijn en innovatie is voorwaardelijk voor continuïteit. Het is goed te weten dat er een solide organisatie achter ons staat, met een duidelijke langetermijnvisie.
Nog geen 15 jaar geleden begonnen we met Celtic Koeling. Een enthousiast koeltechnisch bedrijfje dat het vooral moest hebben van bevlogen medewerkers met veel knowhow en innovatiedrang. Vandaag de dag staat er een volwassen organisatie met een goede naam en prima marktpositie, en nog altijd met bevlogen medewerkers met veel knowhow en innovatiedrang. We staan bekend om het ontwerpen en installeren van koel- en vriesinstallaties en airconditioningsystemen voor alle mogelijke doeleinden. Onze opdrachtgevers komen uit diverse segmenten van het bedrijfsleven in binnen- en buitenland.
Aan de basis van deze ontwikkeling staat uiteraard een combinatie van factoren, maar het belang van de NVKL is overduidelijk. De vereniging behartigt onze belangen voortdurend en op allerlei terreinen. Dat loopt uiteen van gesprekken met overheden tot landelijke promotiecampagnes, zoals nu bijvoorbeeld via radio. Heel belangrijk is de bewaking en ontwikkeling van kennis waar wij, de aangesloten bedrijven, allemaal van kunnen profiteren.
De kwaliteit van onze medewerkers vormt ons visitekaartje en de NVKL biedt allerlei mogelijkheden om het niveau hoog te houden. Echte ondernemers hechten daar veel waarde aan. Er wordt steeds vooruit gekeken en voor nieuwe ideeën is altijd plaats. Daar nemen wij in ons bedrijf een voorbeeld aan. Door eigen producten te ontwikkelen enerzijds, en anderzijds door onze medewerkers steeds te stimuleren en scherp te houden.
Stilstand is achteruitgang, dat moeten we echt voor ogen houden. Daarom zien wij toe op de instroom van jonge vakmensen met gezonde ambitie. Recentelijk hebben we bij voorbeeld ons salesteam een nieuwe impuls gegeven met een aantal nieuwe, hoog opgeleide medewerkers. Er ontstaat dan een dynamiek die een organisatie wakker houdt en we merken dat opdrachtgevers dat bijzonder op prijs stellen.
Wij onderschrijven de doelstellingen van de NVKL dan ook volledig. De afgelopen 60 jaar heeft de organisatie zich ontwikkeld tot een onmisbaar ondernemersplatform, waar de branche echt beter van is geworden en nog altijd echt beter van wordt. Celtic feliciteert de NVKL graag van harte!
Meer informatie: www.celtic.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De realisatie van de eerste kunstijsbanen in Nederland
Jaap Eden-baan is de oudste 400 meter kunstijsbaan ter wereld
Ing. Ernst Berends - GEA Grenco Refrigeration B.V.
Inleiding
Kunstijs is eigenlijk een verkeerd woord. Het ijs is immers wel echt, alleen de manier waarop het gemaakt wordt is kunstmatig. De eerste banen met echt “kunstijs” waren er al voor 1850. Niet in Nederland, maar overzee, in Engeland en Amerika. In 1876 lukte het in Londen om voor het eerst echt ijs te maken door afgekoelde glycerine door een koperen buizennet te pompen. Op de uitvinding van de eerste auto moest de wereld toen nog tien jaar wachten en schaatsminnend Nederland realiseerde pas 58 jaar na dato de eerste kunstijsbaan!
In 1840 schaatste men al op de London Ice Floor en New York kreeg in 1868 haar Covered Rink. Niet op bevroren water, maar op een chemische substantie die enigszins op ijs leek. Meestal zout -, aluin -, of zwaveloplossingen. Als je onderuit ging kon je meteen naar huis om je te verschonen. Er hing ook meestal een dichte mist boven het “ijs” en het stonk er vreselijk naar zwavel. Let wel, mechanische koeling bestond nog niet. Die kwam pas zo’n 30 jaar later. In 1876 lukte het Dr. John Gamgee als eerste om echt ijs te maken door afgekoelde glycerine door een koperen buizennet te pompen en zodoende een klein ijsvloertje te maken van 24 bij 40 feet (circa 7 x 12 m.). Dit lukte in een zaaltje aan de King’s Road in de Londense wijk Chelsea. Het werd Glaciarium genoemd en staat te boek als de eerste (indoor)kunstijsbaan ter wereld. Gamgee opende dat jaar nog twee banen, namelijk de Rusholme Rink in Manchester en Floating Glaciarium (circa 35 x 7 m.) in Londen.
Dit principe - het rondpompen van koude vloeistof door een pijpsysteem - vond al snel elders weerklank. Schaatsen werd enorm populair en gezien als gezond en vooral beschaafd vermaak. In veel grote steden verrezen ijshallen met steeds grotere ijsvloertjes. Vaak werden die omgeven door balustrades, waarop dan een orkest speelde. Ze hadden een luxueuze inrichting en prachtige namen als Eispalast, Palais de Glace etc.
Europa
De eerste baan (532 m2;) op het Europese vaste land kwam in Frankfurt (1881). In hetzelfde jaar openden ook twee ijsbanen in Hamburg. Berlijn kreeg haar eerste Eispalast in 1908 (1.900 m2;), gevolgd in 1910 door het Sportpalast (2.500 m2;) en daarna in 1911 ook nog door het werkelijk prachtige Admiralspalast. Drie banen was te veel en al snel volgden er sluitingen. Frankrijks eerste baan Le Pole Nord kwam in Parijs 1892.
De techniek was nog niet zo ver dat ook kunstmatig gevroren buitenbanen konden worden gerealiseerd. Daarvoor was immers een veel grotere koelcapaciteit nodig. In Oostenrijk had de Europese kampioen kunstrijden Eduard Engelmann daar in 1896 al plannen voor, maar werd uitgelachen door bekende koeltechnicie, onder andere Carl von Linde. Hij zette door en zo kreeg Wenen in 1909 de Engelmann-baan met 1.100 m2 buitenijs, al spoedig uitgebreid tot 1.900 m² en later maar liefst 4.000 m² met 33 km koelbuis.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Brussels Hoekje
Nederland in Brussel
Joop Hoogkamer - Eurovent
Inleiding
Dan wordt het wel erg druk in Brussel, maar het lost wel versneld het taalprobleem op. Het gaat natuurlijk om de vraag, is de Nederlandse koeltechnische sector voldoende vertegenwoordigd in Brussel en zo ja: hoe?
Hoe is de industrie vertegenwoordigd in Brussel?
Brussel telt meer dan 20.000 lobbyisten, die de belangen behartigen van circa drieduizend opdrachtgevers in heel Europa. Het gaat dan niet enkel en alleen om de industrie, maar ook om lokale en regionale overheden, werkgeversorganisaties, vakbonden, non-gouvernementele organisaties (ngo’s), advocatenkantoren, adviesbureaus, consumentenbonden en honderden andere belangenverenigingen uit heel Europa. De lobbyist gaat na wat er in Brussel voor wetgeving aankomt en probeert toekomstige wetgeving te beïnvloeden. In het algemeen reageert Brussel op:
- wat de dag brengt, dus de waan van de dag. Meestal volgend op een politieke hype die leidt tot allerlei vragen in het Europees parlement;
- frustratie bij politici omdat een gewenste richting of belofte niet is waargemaakt;
- een (initiatief) wetgevingsvoorstel.
Op de vraag of Brussel belangrijk is voor onze sector kan met een volmondig ja worden geantwoord. Al enige tijd loopt de discussie of Brussel 20 of 70 procent verantwoordelijk is voor wetgeving in Nederland. Als het om onze sector gaat is de bemoeienis van Brussel groot; denk aan de Machine Richtlijn, Laagspannings Richtlijn, Richtlijn Drukapparatuur, F-gassen Verordening, Energy using (relevante) Producten en wellicht binnenkort de Richtlijn die het beroepsonderwijs op het gebied van energie efficiency en duurzame energie door aanvullende trainingen en structuren moet versterken. Allen zeer ingrijpende wetgevingen met grote gevolgen voor onze sector.
Hoe wordt de industrie vertegenwoordigd?
De industrie wordt vertegenwoordigd door twee Europese koepelorganisaties; verenigingen
van nationale verenigingen. AREA voor de installateurs en Eurovent voor de fabrikanten. Beide organisaties zijn ondergebracht in hetzelfde gebouw, Diamant Buiding; althans als Eurovent begin volgend jaar weer is teruggekeerd. De NVKL is lid van AREA en de NKI en VLA zijn lid van Eurovent.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Recycling van warmte in restaurants loont
Warmteterugwinning met koudemiddel goed voor milieu en portemonnee
Alex Maan - National Accounts Manager Daikin Airconditioning Netherlands B.V.
Inleiding
Er zijn verschillende redenen om met duurzaam ondernemen aan de slag te gaan. Wat de redenen ook zijn, vroeg of laat wordt iedereen geconfronteerd met de wens of zelfs de noodzaak. Dit biedt kansen voor leveranciers en installateurs. Immers, als bedrijven en consumenten steeds meer op duurzaamheid gaan letten bij inkoop en aanbesteding, komt er ook (meer) vraag naar duurzame producten en systemen. Zo ook vanuit de horeca.
Met name in restaurants zijn de mogelijkheden voor energie-uitwisseling in plaats van energieopwekking ruimschoots aanwezig. Daikin ging de uitdaging aan om voor een restaurantketen een nieuwe klimaatinstallatie te ontwerpen waarmee deze mogelijkheden optimaal benut konden worden. Alvorens tot een ontwerp te kunnen komen, was het zaak eerst de wensen en voorwaarden te inventariseren. In een gezamenlijk overleg met alle betrokken partijen werd het volgende lijstje samengesteld:
De installatie moet:
- voldoen aan de gestelde capaciteiten en Arbonormen;
- milieuvriendelijk zijn;
- bedrijfszeker zijn;
- eenvoudig bediend kunnen worden;
- duurzaam zijn en aansluiten bij het gewenste imago van de restaurantketen;
- bij voorkeur een standaard oplossing zijn die toepasbaar is voor alle restaurants;
- door meerdere partijen te installeren en te service zijn;
- binnen het daarvoor beschikbare budget passen.
Daarbij waren er twee interessante gegevens die werden meegenomen in het oriëntatieproces, namelijk dat een restaurant een warmteoverschot in haar keuken heeft en dat een restaurant meer koelvermogen nodig heeft dan verwarmingsvermogen.
Meerdere mogelijkheden
Nadat een aantal punten verder waren uitgediept, bleken er diverse mogelijkheden te zijn om een duurzame en energiezuinige klimaatinstallatie te realiseren:
- warmte terugwinnen uit de afzuiglucht van de keuken en deze gebruiken voor verwarming van de keuken en het zitgedeelte;
- koude en warmte opwekken met dezelfde apparatuur;
- koelen met energie-efficiënte technieken.
Warmte terugwinnen uit de vettige lucht in het afzuigkanaal is vrijwel alleen mogelijk met een twincoil. Ondanks dat het rendement van een twincoil laag is, zit er genoeg warmte in het afvoerkanaal om een groot deel van het jaar het gehele restaurant van warmte te voorzien. In deze situatie wordt de twincoil gebruikt om de toevoerlucht naar de keuken op te warmen.
Omdat er toch een blok nodig is voor het afkoelen van de buitenlucht (zomersituatie), wordt hier een DX-blok toegepast dat aangesloten is op een Daikin VRVIII Heat Recovery systeem. Dit blok kan koelen in de zomer en verwarmen gedurende de opstartfase van de keuken als er nog niet genoeg warmte uit de keuken zelf komt. Aan het zelfde buitendeel wordt ook een DX-blok in de luchtbehandelingskast van het zitgedeelte geplaatst. Doordat beide DX-blokken zijn gekoppeld aan hetzelfde VRVIII Heat Recovery buitendeel ontstaan de volgende voordelen:
- het is mogelijk tegelijkertijd te koelen en te verwarmen met één systeem en dat betekent energie-uitwisselen in plaats van energie opwekken;
- gedurende de ontdooicyclus (tijdens verwarmen) houdt het Daikin VRVIII
Heat Recovery systeem capaciteit over. Deze restcapaciteit zorgt ervoor dat in de opstartfase voldoende warmte beschikbaar is om een goede inblaastemperatuur in de keuken te houden (100 procent buitenlucht).
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Gree lucht/water warmtepomp: betaalbare alternatieve energie
Inleiding
Als iedereen praat over alternatieve energie, maar de hr-cv-ketel blijft toch populair, waar ligt dan de waarheid als het gaat om de verbruikskosten? Zelfs onze koningin heeft tijdens de troonrede gezegd, dat we naar alternatieve energie op zoek moeten en dat er flinke subsidies komen voor dit soort alternatieve energie. Waarom komt dit dan toch zo langzaam van de grond?
Kusters Technische Handelsonderneming BV te Venlo, importeur van Gree Warmtepompen voor de Benelux, nam de proef op de som en installeerde een tweetal lucht/ water warmtepompen in combinatie met de “traditionele” hr-cv-ketel. De vraag was op voorhand bekend: zou de lucht/water warmtepomp zuiniger zijn in verbruikskosten dan de traditionele hr-cv-ketel? “In combinatie met een installateur hebben wij een installatie aangelegd, waarbij de keuze kon worden gemaakt of we met een lucht/water warmtepomp of met de traditionele cv-ketel ons kantoorcomplex wilden verwarmen”.
Installatie
De installatie was voor de (strenge) winter van 2010 gereed, zodat er een serieuze meting gedaan kon worden. “We hebben een tweetal lucht/water warmtepompen geïnstalleerd; een van 9 kW en een van 16 kW. In de winter van 2010 hadden we redelijke strenge vorst. Dat zorgde natuurlijk voor een goede graadmeter voor de lucht/water warmtepomp, omdat deze warmtepomp zijn warmte uit de buitenlucht moet halen. Compleet met warmwaterboiler en appendages was een zeer geavanceerde installatie opgeleverd, die gezien mag worden. Want naast het verwarmen van ons kantoorcomplex gebruikten we deze warmtepomp ook voor het maken van 55 ºC. warm tapwater”.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
ABS Ad de Goey Autoherstel evalueert luchtwarmtepomp Stonecold
Albèrt de Goey: “Twee keer zoveel energie voor dezelfde euro”.
Winny van Rij
Inleiding
Drie keer winst. Voor het milieu, voor de werkomgeving en voor de portemonnee Albèrt de Goey van het gelijknamige autoherstel bedrijf is duidelijk over de voordelen die de luchtwarmtepomp van Stonecold airconditioning services hem oplevert. Stonecolds eigenaar Wim Stouthart spreekt zelfs over een rendement van ruim 400 procent.
Stonecold levert airconditioning, warmtepompen, computerkoeling en ventilatie, uiteraard in combinatie met vakkundig advies en professionele installatie. Stonecold is ook gecertificeerd warmtepompspecialist. Het bedrijf richt zich vooral op energiezuinige en innovatieve manieren van verwarmen en koelen. Het warmtepompsysteem dat het bedrijf plaatste bij De Goey, sluit met zijn gunstige uitwerking op milieu, personeel en portemonnee naadloos aan op het duurzaam ondernemerschap dat De Goey nastreeft.
Snelkookpan
De luchtwarmtepomp staat bij De Goey op het dak. “De warmte die we uit de buitenlucht onttrekken, wordt gecomprimeerd naar een hogere druk, verwarmd en via een luchtverdeelslang door de hele werkplaats afgestaan”, beschrijft De Goey.
Stouthart vergelijkt de werking van het systeem met die van een snelkookpan. “Door de druk te verhogen, raakt het water bij een lagere temperatuur aan de kook. Hetzelfde resultaat met minder energie dus. Dat is van directe invloed op het rendement”.
De Goey: “Na anderhalf jaar konden we goed beoordelen hoe winstgevend het systeem in feite was: het leverde ons twee keer zoveel energie op voor dezelfde euro”. Voor alleen verwarmen geldt zelfs een rendement van 400 procent, maar omdat de pomp in de zomer gebruikt wordt om te koelen, blijft er uiteindelijk 200 procent voordeel over. Ook koelen gaat gemakkelijk. “Een kwestie van de knop omzetten en de warmte wordt aan de werkplaats onttrokken en naar buiten geblazen”, aldus De Goey.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Colt International zet in op Groene Revolutie
Energie besparen: pijler van de duurzaam gebouwde omgeving
Klimaatverandering, de schaarste aan fossiele energiebronnen, hoge energierekeningen. Geen thema waar de laatste jaren meer over gepraat is dan over energiebesparing.
Dat dwingt tot een kritische blik op bestaande producten en vereist continue investeringen in nieuwe ontwikkelingen. Colt is een internationale organisatie die actief is op het gebied van klimaattechniek, daglichttechniek, buitenzonwering en brandveiligheid. De Colt systemen zorgen voor een gezonde, veilige en productieve werk- en leefomgeving. De systemen die
Colt daarvoor inzet worden zoveel mogelijk uitgevoerd met technieken die energie besparen.
Energie besparen begint met een goed ontwerp
Lang voordat het begrip energiebesparing een modewoord werd, was Colt al koploper in de “Groene Revolutie”. Systemen voor het beheersen van het binnenklimaat in gebouwen zijn dan ook bij uitstek geschikt voor het ontwikkelen van energiebewuste oplossingen. Zo is Colt van oudsher dé specialist op het gebied van natuurlijke ventilatie, de meest energiezuinige ventilatiemethode die er bestaat. Maar ook ontwikkelde Colt nieuwe systemen, zoals bijvoorbeeld klimaatsystemen op basis van warmtepomptechniek, adiabatische koeling voor industriehallen, technieken voor warmte-opslag en het gebruik van zonne-energie etc. De ontwikkeling van nieuwe producten staat niet stil Maar het zijn niet alleen de nieuwe systemen die zorgen voor duurzaamheid. Ook het gebruik van bestaande technieken, op een andere manier toegepast, of een combinatie hiervan met nieuwe ontwikkelingen kunnen zorgen voor een duurzamer, schoner en energiezuiniger gebouw. Een voorbeeld daarvan is het nieuwe Colt Caloris Hybrid systeem.
Colt Caloris® Hybrid: maximale energiezuinigheid
Waar de term hybride in de autowereld al enige jaren een begrip is, heeft het lange tijd geduurd voordat ook in de klimaattechniek een hybride systeem ontwikkeld werd. Met de komst van de Colt Caloris Hybrid is de eerste volledig “alles in één” oplossing waarin duurzame energiebronnen gecombineerd echter een feit. Duurzame energiebronnen zijn overal in onze directe omgeving te vinden. Denk bijvoorbeeld aan warmte uit de bodem, zonnethermische warmte, restwarmte uit de industrie, pelletbranders, warmteopslag in pcm's of het gebruik van een open bron of vijver voor koude. De nieuwste ontwikkeling op dit gebied is het gebruik van een waterbuffer / waterbassin in de kelder van een gebouw.
Het Caloris Hybrid systeem is gebaseerd op een warmtepompsysteem met water als belangrijkste medium voor energieoverdracht. Thermische buffers en onderlinge energie-uitwisseling zorgen ervoor dat het totale energieverbruik zeer laag is en dat een zeer hoog seizoensrendement behaald wordt. Het Caloris® Hybrid concept heeft een maximale score in Energielabel, EPA-U, EPC, Breeam, GreenCaic+, GPR Gebouw. Hiermee is het een ideaal systeem voor renovatie en nieuwbouw. Zoals bijvoorbeeld voor toepassing in medische centra, kantoren, winkelcentra van 500 - 10.000 m2, hotels, woonzorgcentra etc., overal waar gelijktijdig behoefte is aan verwarming en koeling.
leder gebouw een eigen uitdaging
De Colt expert beschikt over een uitgebreid portfolio aan innovatieve technische oplossingen en een jarenlange ervaring met energiebesparende systemen. Hierdoor kan voor ieder type gebouw het meest ecologisch en economisch verantwoorde systeem ontworpen worden.
Meer informatie: www.caloris.nl Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Carrier: “Het oogsten van de warmte wordt steeds vaker toegepast”
Klimaatbeheersing is overal
Carrier
Inleiding
Op de vraag wat het belang is van klimaatbeheersing in de samenleving is één antwoord mogelijk. Een juist klimaat is van wezenlijk belang, zo niet cruciaal. Veel gebruikers en bezoekers van gebouwen, variërend van kantoren, theaters, musea, hotelketens, industrieën, ziekenhuizen, vertrouwen dagelijks op een optimaal binnenklimaat. Sterker nog, ze zouden niet zonder de gewenste binnentemperatuur kunnen.
Vooral industriële en bedrijfskritische processen, zoals datacenters, de glastuinbouw en het ziekenhuiswezen, zijn afhankelijk van de juiste temperatuur. Zo is bijvoorbeeld het papier van dit jubileumnummer onderhevig geweest aan de juiste klimaatcondities tijdens de drukgang. Het was toevallig ook voor een drukkerij dat Dr. Willis Carrier in 1902 de moderne airconditioning uitvond. Met name de verschillen in atmosferische condities zorgden er destijds voor dat het papier uitzette of kromp of dat kleurverschillen ontstonden door de fluctuerende tijd van drogen. Afgezien van de vele toepassingen, is een juist werk- of woonklimaat inmiddels algemeen goed geworden. De penetratie van klimaatsystemen is dan ook vooral in het bedrijfsleven decennialang fors toegenomen. Reden te meer om extra aandacht te besteden aan een zo efficiënt mogelijk systeem. Zo’n 40 procent van het totale energiegebruik in een pand komt immers voor rekening van de luchtbehandeling, ventilatie en verwarming. Niet voor niets eist de markt dan ook intelligente oplossingen op het gebied van klimaatbeheersing.
Energiezuinigheid
Het belangrijkste uitgangspunt bij het ontwikkelen van de nieuwe producten is energiezuinigheid. Hoge rendementen zijn tegenwoordig een must, aangeduid met de
Energy Efficiency Ratio (EER). Om voor de gunstigste energieklasse A in aanmerking te komen moet de EER minimaal 5,1 bedragen. Zo realiseert Carrier met haar watergekoelde koelmachine AquaForce vollast rendementen tot 6,2 gecombineerd met een seizoensrendementen tot maar liefst 8,1. Maar ook bestaande technieken die steeds meer verfijnd zijn, bieden nieuwe toepassingsmogelijkheden.
De warmtepomp annex koelmachine zal een steeds prominentere plaats innemen en met een slim geïntegreerde oplossing de aparte zomerkoeling vervangen. De typisch Nederlandse aquifer oplossing maakt dat Carrier tot systeemrendementen van dertien kan komen. Dit
gecombineerd met energiezuinige apparatuur zoals LED-verlichting, krachtigere, kleine computers, hoogtemperatuurkoeling en laagtemperatuurverwarming.
Een ander voorbeeld op woonwijk niveau is het “oogsten” van de warmte. In een
gesloten kas wordt in de zomerperiode het teveel aan warmte in de bodem opgeslagen, waarna het vervolgens in de winter weer opgepompt wordt en gebruikt om zo uiterst duurzaam te verwarmen in de kas en de naastgelegen woonwijk.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Overzicht NVKL Dienstverlening
Inleiding
De NVKL staat voor de Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek en Luchtbehandeling. Doordat er ruim 600 bedrijven verenigd zijn in de NVKL die werkzaam zijn in de professionele koudetechniek, luchtbehandeling en airconditioning is de NVKL zonder meer representatief voor de hele branche.
Kerntaken van de NVKL:
- Belangenbehartiging (lobby) en intermediair naar alle soorten overheden.
- Praktische ondersteuning. Bijvoorbeeld door middel van advies, publicaties, diensten en producten.
- Kennisoverdracht en toegang tot een netwerk.
- Informerende en adviserende rol. Niet alleen naar leden, maar ook naar eindgebruikers, pers, overheden, (potentiële) werknemers en gerelateerde brancheverenigingen.
- Intensieve promotie van de sector én van de NVKL-leden.
- Onderzoek en het stimuleren van innovaties.
De voordelen van het NVKL-lidmaatschap op een rijtje:
Belangenbehartiging:
- Nederlandse politiek (VROM, SZW, EZ)
- Europese politiek (Eurovent en Area)
- Gerelateerde brancheverenigingen
- Normalisatie
- Position papers
- Gesprekspartner CAO Metaal & Techniek
Informatie over de volgende onderwerpen
- Wet- en regelgeving
- Techniek, veiligheid en milieu
- Innovatie
- Marktonderzoek
- Personeelszaken
- CAO
Netwerken en kennisoverdracht door:
- Themabijeenkomsten
- Netwerk (ledenvergaderingen, regio- en kringbijeenkomsten, Young Management)
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
|