|
April Voorjaarsnummer 2010
Thema: airconditioning
Nieuwe General Manager bij Alfa Laval Groningen
Op 1 april 2010 heeft Lambert Bouwmeester na een loopbaan van ruim 12,5 jaar afscheid genomen als General Manager van Alfa Laval Groningen B.V. Bouwmeester begon zijn loopbaan als directeur/aandeelhouder van de toenmalige Helpman groep en na de overname door Alfa Laval werd hij General Manager.
In gezelschap van vele relaties uit het vakgebied nam Bouwmeester op geheel eigenwijze en volgens zijn stijl afscheid. Door het management van Alfa Laval werd in een aantal speeches op humoristische wijze de aanpak en werkwijze van Lambert gekenschetst. Zijn manier van zaken doen en het formuleren van korte en duidelijke doelstellingen werd gememoreerd. Zijn klantgerichtheid en laagdrempelige benadering waren ook tijdens dit afscheid duidelijk merkbaar. Altijd in voor een vriendelijk woord en een goede grap zorgde hij voor een goede band tussen klant en leverancier. Tijdens de bijeenkomst werd ook kennis gemaakt met Frank van Keulen, die Bouwmeester als General Manager heeft opgevolgd. Van Keulen werkt al twintig jaar voor Alfa Laval en heeft ruime ervaring opgedaan in de wereld van de warmtewisselaars. De laatste jaren werkte hij als Market Unit Manager op het hoofdkantoor in Lund in Zweden.
Van Keulen gaf aan er veel zin in te hebben om samen met alle medewerkers van Alfa Laval Groningen B.V. de onderneming als toonaangevend kenniscentrum op het gebied van luchtwarmtewisselaars nog beter te positioneren in de wereld van de koudetechniek en airconditioning.
Imtech: Slim energieverbruik dankzij “Smart Grid”
Steeds vaker wordt energie lokaal opgewekt met behulp van zonnecellen en/of warmtekrachtkoppelinstallaties. Het opwekken van energie en het gebruik ervan lopen echter niet altijd synchroon. Daarnaast is elektriciteit moeilijk op te slaan. De oplossing voor dit probleem is een Smart Grid. Smart Grid staat voor een decentraal energienetwerk dat gekoppeld is aan het energienet. Het slimme energienetwerk gebruikt digitale technologie om vraag en aanbod van leveranciers en consumenten goed af te stemmen. Een Smart Grid bereikt dit door bijvoorbeeld geselecteerde installaties, apparaten of processen in of uit te schakelen. PowerMatching City is een demonstratieproject van een toekomstige energie-infrastructuur in de gemeente Hoogkerk. In PowerMatching City worden gebruik en productie van elektriciteit continu op elkaar afgestemd. De officiële opening van het project heeft op 10 maart jl. plaatsgevonden.
In samenwerking met KEMA, één van de partners in het project, heeft Imtech de slimme technologie in de woningen in Hoogkerk verzorgd. De woningen zijn uitgerust met een WarmtepompHR-combinatie of een systeem op basis van een micro-WKK.
De warmtepomp gebruikt elektriciteit om warmte te genereren. Door de PowerMatching gebeurt dit op het moment dat er veel elektriciteit beschikbaar is. De micro-WKK genereert juist elektriciteit, tegelijk met de warmte productie. Door de PowerMatcher zal de micro-WKK zo veel mogelijk worden ingezet ten tijde van veel vraag. In beide gevallen wordt de geproduceerde warmte opgeslagen in een boiler, zodat deze kan worden gebruikt voor verwarming op het moment dat de bewoner daar behoefte aan heeft. De overige aspecten van de veldtest (de PowerMatcher, warmtebuffering, de meetapparatuur en de communicatie met de projectportal) zijn voor alle deelnemers gelijk.
Vibo Benelux BV wordt ebm-papst Benelux B.V.
Nadat Vibo Benelux in 2008 officieel dochteronderneming van ebm-papst is geworden, is het nu tijd voor de volgende stap. Per 1 april 2010 zal Vibo Benelux haar activiteiten voortzetten onder een nieuwe naam: ebm-papst Benelux B.V. en is herkenbaar aan het ebm-papst logo. Directeur A. van Nistelrooij: “Met deze stap laten we zien dat we een volledige ebm-papst dochter zijn. Hierdoor kunnen misverstanden worden voorkomen, omdat nu de directe link duidelijk is tussen ebm-papst en ebm-papst Benelux. Zowel de producten, de vestigingsplaats en de bezetting zullen gelijk blijven.”
ebm-papst Benelux B.V. is reeds decennia actief in de lucht- en aandrijftechniek. Hierbij staat kwaliteit, energiebesparing en service centraal. Met kantoren in zowel Nederland als België is het mogelijk om de gehele Benelux-markt van dienst te zijn.
Gediplomeerden bij de postbachelor opleiding Koudetechniek
Op 5 maart hebben weer zeventien deelnemers aan de anderhalf jaar durende opleiding van Avans+ hun diploma in ontvangst mogen nemen. Na een jaar theorie van hoog niveau heeft men gedurende het laatste halve jaar in kleine groepjes intensief gewerkt aan het afstudeerproject. Daarbij is gewerkt aan een complexe casus op het gebied van groenteverwerking (invriezen) en fruitopslag (ULO-bewaring). Het project liep van aandacht voor de productbehandeling (conservering, koel- en bevriezingsmethoden) en voor ontwerp
van de gekoelde ruimten via een thermodynamisch ontwerp tot aan selectie van compressoren en apparaten en aandacht voor regeltechnische aspecten en eisen vanuit de regelgeving.
De diploma-uitreiking vond plaats te Tilburg in het voetbalstadion van Willem I. Na een algemene inleiding door oud schaatscoryfee Hein Vergeer werden de koudetechniekers toegesproken door de opleidingsgecommitteerden; Geert Doornbos namens de KNVvK en Wilfried De Smet namens de Belgische UBF-ACA.
Meer informatie: www.avansplus.nl
Holland-Paviljoen op Chillventa 2010
De Chillventa, de opvolger van de IKK in Nürnberg, vindt van 13 tot en met 15 oktober 2010 plaats en is met bijna 30.000 internationale vakbezoekers en 800 exposanten op het gebied van koudetechnieken, klimaatbeheersing en warmtepompen wereldwijd toonaangevend. Van de vakbezoekers bestaat tachtig procent uit beslissingnemers.
Het Holland-Paviljoen biedt plaats aan twaalf deelnemers en bestaat uit individuele standruimte voor de bedrijven en een Holland Lounge voor gezamenlijk gebruik. Aangezien het een gesubsidieerd initiatief betreft, worden de kosten van bijvoorbeeld stand bouw, voorbereidingen, PR activiteiten en matchmaking niet aan de deelnemers doorberekend. De Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) verzorgt deze activiteiten. Let Op! Er zijn een beperkt aantal plaatsen beschikbaar en de aanmeldingen worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. Aanmelden is alleen nog korte tijd mogelijk.
Aanmelden en verdere informatie: www.agentschapnl.nl/cpa/energiesector2010
Enorme drukte bij afscheid Jaap Hogeling
De grote belangstelling tijdens het afscheidsseminar van ISSO-directeur Jaap Hogeling tekent de enorme kring van relaties die hij in de afgelopen 30 jaar heeft opgebouwd. Op 1 februari 2010 heeft Hogeling zijn functie als directeur van ISSO overgedragen aan Rob van Bergen en op 8 april jongstleden vond daarom een officieel afscheid plaats met een seminar. Toch betekent dit niet hij volledig van het podium verdwijnt. Jaap Hogeling blijft voor ISSO actief binnen internationale projecten en voor de installatiebranche als directeur van KBI. Onderwerpen waar Jaap Hogeling nauw bij betrokken is passeerden 8 april de revue.
Internationale onderscheidingen voor evohome
Het begin februari 2010 geïntroduceerde evohome platform van Honeywell is onderscheiden met de internationaal erkende red dot design award - een prijs voor hoge kwaliteit in design die uitsluitend wordt verleend aan producten, die zich door hun vormgeving duidelijk onderscheiden van vergelijkbare producten. De red dot design award is een gerenommeerde prijs die in vakkringen hoog wordt aangeschreven en wordt beschouwd als een kwaliteitskenmerk voor design. Uit de maar liefst 4.252 producten die vanuit 57 landen werden ingezonden, koos de internationale vakjury evohome als één van de winnaars van 2010 op het gebied van productdesign. Het evohome platform combineert klimaatsysteem voor individuele ruimteregeling met een aantrekkelijk design dat in elk mogelijk interieur is in te passen. Bovendien is het eenvoudig en snel te installeren. Naast de belangrijkste factor energie-efficiëntie behoren de eenvoudige uitbreidingsmogelijkheden en de eenvoudige bediening tot de wezenlijke kenmerken van het systeem. Alles wordt ingesteld via het fraaie prijswinnende evotouch bedienpaneel. Dankzij een display met touchscreen is het paneel intuïtief te bedienen en eenvoudig te programmeren.
PTC+ opent nieuw praktijktrainingscentrum techniek
Op 16 april opende PTC+ de nieuwe trainingsfaciliteiten voor technische praktijktrainingen in Ede. De officiële opening werd op zaterdag 17 april gevolgd door een open dag met diverse demonstraties en tal van activiteiten. Het nieuwe praktijktrainingscentrum is opgezet om praktijktrainingen in diverse technische sectoren te kunnen verzorgen. Zo laten befaamde merken uit de landbouw-mechanisatie landelijk hun monteurs trainen bij PTC+, worden specialisten in de koudetechniek gecertificeerd in Ede en is er in de nieuwbouw ook ruimte voor een specifieke trainingsmodule voor monteurs die werken met natuurlijke koudemiddelen.
Jaaroverzicht op www.koudeenluchtbehandeling.nl
“Ja, dat was een interessant artikel. Dat zou ik er nog wel eens op na willen slaan. Maar in welke editie van RCC K&L stond het ook alweer?” Alle artikelen die in 2009 in RCC Koude en Luchtbehandeling stonden, zijn nu in een jaaroverzicht opgenomen, dat te vinden is op de website van het blad www.koudeenluchtbehandeling.nl. Daarin kunt u alles wat u nog graag eens na zou willen lezen vinden.
Een uitgebreide inhoudsopgave is te vinden op de website www.knvvk.nl onder het kopje kenniscentrum. Daar vindt u een uitgebreide jaarinhoud, per nummer, auteur en rubriek.
De KNVvK en NEN 7120
Gerard Vos - directeur KNVvK
Inleiding
Een van de taken van de KNVvK is de maatschappij te informeren over de ontwikkelingen binnen de koudetechniek en andersom: het signaleren van ontwikkelingen van buiten de koudewereld die invloed uitoefenen op het vakgebied.
Vorig jaar, in RCC Total Energy nummer 4, werd in het artikel Hoe de EPC de duurzaamheid in de weg staat door de auteurs, Ir. Steven Lobregt en ir. J.P. van der Stoel, gewezen op de kwalijke gevolgen van een te beperkte regelgeving.
Dag van de koude
Wet- en regelgeving hebben een bijzonder belangrijke invloed op het reilen en zeilen van de koudewereld. De KNVvK volgt daarom de ontwikkelingen in een zo vroeg mogelijk stadium en geeft, waar nodig, haar mening over elementen in de regelgeving die volgens haar veranderd c.q. verbeterd kunnen worden. De huidige EPC/EPN is daar een voorbeeld van. De KNVvK heeft daarvoor ideeën en suggesties ter verbreding en verbetering aangereikt.
NEN 7120
Reeds op 11 mei 2007 schreef het KNVvK bestuur aan minister J. Cramer een brief betreffende de toen al op stapel staande wijzigen van de EPN. Op 5 december 2007 volgde een antwoord met de mededeling dat het Ministerie van VROM aan NEN in 2008 een opdracht zou geven voor het ontwikkelen van een toekomstgerichte norm, die ook voor strengere energieprestatie-eisen dan toen geschikt is en die rekening houdt met een aantal ideeën en suggesties van alle betrokken marktpartijen. Bovendien dat het KNVvK verzoek/aandachtspunt bij de voorstellen van NEN zou worden meegenomen.
Teleurstelling
Het was voor de KNVvK en haar betrokken leden dan ook uiterst teleurstellend toen bleek dat de nieuwe zogeheten Groene versie van ‘NEN 7120 Energieprestatie Gebouwen’ niet voldeed aan die verwachtingen, maar juist belemmerend zou werken bij de toepassing van niet in de norm opgenomen energiebesparende technologieën. Zo kwamen onderwerpen als verdampingskoeling met water als koudemiddel, PCM’s en bio-massa totaal niet aan de orde. Inhoudelijk werd er geen rekening mee gehouden, dat koeling met verdampend water als koudemiddel, een van de belangrijkste alternatieven is om het energiegebruik en CO2-emissie terug te dringen bij een groeiend AC gebruik. Een aantoonbare COP van ca.15 tot zelfs 30 spreekt daarbij toch boekdelen. Ter vergelijking, in de norm was al wel de warmtepomp, met een COP van ca. 4 opgenomen. Door de betreffende commissie werd er aan voorbij gegaan, dat met name verdampingskoeling al meer dan vijftien jaar in Nederland wordt toegepast en dat er juist op dat gebied de laatste jaren technologisch een sterke ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Ook het aantal betrokken bedrijven is de laatste jaren sterk toegenomen.
Groene versie van NEN
De KNVvK besloot zich bij de Groene versie van NEN 7120 niet neer te leggen en heeft op 8 juli 2009 met aanvullend op 30 juli 2009, formeel commentaar gegeven en bezwaar aangetekend. De Vereniging werd daarbij gesteund door meerdere betrokken bedrijven.
Daarbij speelde vooral ook, dat deze norm vanaf 1 januari 2011 wordt aangewezen via het dan van kracht wordende nieuwe Bouwbesluit. Het zou betekenen dat dan bij een bouwvergunningen geen rekening zou worden gehouden met het bestaan van deze (bewezen) alternatieve technologieën.
Wetende dat er meer wegen naar Rome leiden en tegemoet komend aan het overheidsbeleid in zake CO2-emissie en het verminderen van het energiegebruik, stelde de KNVvK-commissie Verdampingskoeling en EPN voor om het EPN/ EPC probleem dat dreigde te ontstaan als het volgt op te lossen:
De erkenning dat hier sprake is van uitsluitend ventilatie en niet van de mechanische opwekking van koude.
Dit betekent dat uitsluitend rekening wordt gehouden met een EPC voor de ventilatie en niet met een EPC voor de koeling. Hier is immers sprake van ventilatie zonder mechanische koeling, met alleen maar het gebruik van verdampend water.
Dat geldt dan ook voor het gebruik van PCM’s (Phase Change Materials) zolang er sprake is van de combinatie, met verdampingskoeling en/ of buitenlucht gedurende de nacht dauwpuntkoeling en dus niet met mechanische koeling.
Biomassa kan dan op gelijke wijze behandeld worden als warmte opgewekt met zonnecollectoren.
Het verdere verloop rond NEN 7120 Begin februari 2010 vond tijdens de VSK een gesprek plaats tussen een afvaardiging van de normsubcommissie “Energieprestatie gebouwen” en enige leden van het KNVvK bestuur.
In de norm gaat men er van uit, dat alleen die technologie in de norm ter sprake kan komen, die regelmatig (dat wil zeggen minimaal 10 maal per jaar) in Nederland wordt toegepast. In alle andere gevallen moet daarvoor een gelijkwaardigheidverklaring worden opgesteld. Dit betekende dat de toepassing van PCM’s vooralsnog buiten de boot viel. Afgesproken werd dat de KNVvK op zeer korte termijn (uiterlijk begin maart) een normatieve aanvulling op de norm zou maken. Dat is gelukt voor zowel Verdampingskoeling als het gebruik van Biomassa.
De opgestelde aanvulling gaat per onderwerp in op de bestaande groene versie van mei 2009.
Op 23 maart 2010 kwam de betreffende norm commissie bijeen om te spreken over het KNVvK-voorstel betreffende verdampingskoeling. De normsubcommissie heeft op zich geen problemen met de voorgestelde waardering, maar heeft nog wel een aantal vragen. Na beantwoording neemt de commissie een definitief standpunt in. De commissie zal dan ook een besluit nemen of dit onderdeel integraal in de norm wordt opgenomen of via een aanhangsel. Onder integraal wordt in dit geval verstaan, dat de kern van het KNVvK voorstel, namelijk de waardering, in de norm terug te vinden zal zijn.
De waardering van biomassa/biobrandstoffen is een onderwerp dat om een beleidsmatige beslissing van VROM vraagt. Het is onwaarschijnlijk dat die vraag voor de publicatie van NEN 7120 (uiterlijk 1 september 2010) beantwoord wordt. Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Eerdere acties van de KNVvK
Door de KNVvK zijn meerdere creatieve oplossingen gevonden om al of niet op tijdelijke basis, een probleem uit de weg te ruimen.
Het gaf de betrokken instanties de tijd om met een definitieve oplossing te komen en zorgde er aan de andere kant voor dat een ontwikkeling niet tot stilstand kwam.
Voorbeelden, die in samenwerking met de betrokken ministeries en organisaties zoals VROM, SZW, NEN, TNO, TU-Delft e.d. tot stand kwamen zijn:
- Een tijdelijke erkenningsregeling voor keuringsinstanties voor ammoniakkoelinstallaties (de huidige NOB’s) tot dat Europese regelgeving dit overnam.
- Intrede keur bestaande ammoniakkoelinstallaties; deze is zelfs zonder enige wettelijke basis gepubliceerd in de Staatscourant. Daar bij wel ondersteund door de toenmalige CPR-commissie, VROM en SZW en zorgde er toen voor dat mogelijke gevaarlijke situaties met dat koudemiddel konden worden voorkomen.
- De NPR 7600: betreffende brandbare koudemiddelen (maart 2001) nu verwerkt in de NEN-EN 378; dit maakte de weg vrij om verantwoord ook propaan/butaanmengsels als koudemiddel toe te gaan passen.
- Ook de recente herziening van de CPR 13 naar nu de PGS 13 (gepubliceerd in 2009) waarbij ook VROM, SZW en onze zustervereniging de NVKL als brancheorganisatie nauw waren betrokken, is op initiatief en onder druk van de KNVvK tot stand gekomen en zelfs tegen, in eerste instantie, de mening van de Adviesraad voor Gevaarlijke Stoffen.
COP
De COP is het getal dat aangeeft hoeveel energie (koude in kW) een installatie oplevert gedeeld door wat het aan energie (kW) kost om de installatie te laten draaien. Voor een normale koelinstallatie is die ca. 2,3, voor een warmtepomp ca. 4, bodemopslag ca. 11 en verdampingskoeling ca.15 of hoger. Hoe hoger de COP hoe minder energie nodig is om te koelen.
PCM’s
PCM staat voor Phase Change MateriaI, ofwel faseovergangsmateriaal. PCM’s zijn materialen waarvan de faseverandering, van vast naar vloeibaar en v.v., wordt gebruikt om warmte op te slaan en af te staan. In PCM’s wordt warmte opgeslagen voor gebruik op een later moment. Het principe van fase-overgangsmaterialen als warmte-accumulerende materialen is als volgt:
- bij een bepaalde temperatuur smelt het materiaal;
- tijdens het smelten absorbeert het materiaal grote hoeveelheden warmte uit de omgeving (de ruimte wordt hierdoor koeler);
- wanneer de temperatuur zakt, stolt het materiaal en komt warmte vrij (de ruimte wordt warmer, eventueel door ventilatie warmte laten verdwijnen);
- door de PCM’s in geïsoleerde buffers op te slaan kan de “latente warmte of koude” op een later moment worden benut.
Voorbeeld: wanneer ijs smelt en er wordt warmte toegevoegd, dan neemt zolang er nog ijs is, de temperatuur niet toe. De warmte wordt als het ware “opgeslagen” en kan op een later moment bij stollen weer vrijkomen.
Dit wordt ook wel “latente warmte” genoemd.
De KNVvK en NEN
In de negentig jaren nam de KNVvK gratis deel aan het normalisatiewerk rond NEN-EN 378 en heeft daarvoor zelfs een aantal jaren het secretariaat gevoerd. Hoewel zij als technisch / wetenschappelijke ideële vereniging dus geen belanghebbende is en al haar kennis “om niet” beschikbaar stelde, werd op een gegeven moment van de KNVvK verwacht dat zij zou gaan betalen voor deelname. Het kwam er op neer dat de vereniging niet voor haar werkzaamheden zou worden betaald, maar juist moest gaan betalen. Met andere woorden, je gaat naar het speekuur van een arts en verwacht daarna dat die arts jou betaalt. De Alg. ledenvergadering van de KNVvK heeft toen besloten om verder niet meer deel te nemen aan het werk van het Normalisatie instituut. Achteraf moet worden geconstateerd dat dit standpunt voor zowel NEN als de KNVvK nadelig heeft gewerkt. Het KNVvK-bestuur heeft daarom voorgesteld om gezamenlijk een oplossing te zoeken, waardoor in de toekomst weer nauwere samenwerking mogelijk wordt.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Plezier in samenwerken bij Alklima
Charles Hasselman
Inleiding
Alklima in Alblasserdam vertegenwoordigt in Nederland sinds 1994 de systemen van Mitsubishi Electric Cooling & Heating. Gestart als nieuweling is Alklima nu een van de grote spelers. Algemeen directeur Arjen de Jong was er van het begin af aan bij. “Het gaat er in het leven niet om hoeveel airco’s ik heb verkocht”.
Het is dinsdag. Cursusdag bij Alklima. Dat betekent een overvloed aan busjes van installatiebedrijven op het parkeerterrein van de importeur van Mitsubishi Electric klimaatapparatuur aan de Van Hennaertweg in Alblasserdam. Algemeen directeur Arjen de Jong heeft het welkomstritueel erop aangepast: in plaats van het gebruikelijke “kon je het een beetje vinden?”, vraagt hij zich opgewekt af of de auto nog ergens tussengewurmd kon worden. “We hebben jaarlijks circa duizend monteurs over de vloer voor opleiding en bijscholing”. Dat zegt meteen al iets over de manier waarop Alklima het merk Mitsubishi Electric Cooling & Heating vertegenwoordigt. Want hoewel Alklima klimaatapparatuur levert die wereldwijd meedraait in de top, zijn technische innovaties, de breedte van het assortiment en de kwaliteit van de apparatuur voor De Jong meer een gegeven dan iets om uitvoerig bij stil te staan. Hij heeft het liever over “de mens achter de machine”.
Hoogwaardig produceren
De Jong: “Natuurlijk is de kracht van Alklima dat we een kwalitatief hoogwaardig product leveren. We hebben het meest uitgebreide programma op DX-gebied. Mitsubishi Electric komt bijna altijd als eerste met nieuwe ontwikkelingen. Dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat we echt ervan uitgaan dat de klant koning is. Ik weet het, dat zeggen mijn concurrenten ook. Maar ik merk dat klantvriendelijkheid vooral met de mond wordt beleden. In werkelijkheid is klantvriendelijkheid vaak ver te zoeken. Dat zie ik overigens in de hele maatschappij terug. We investeren heel bewust in de binding met de klant, in ons geval zijn dat installateurs en installatieadviseurs. Vandaar dat we ook zoveel aan opleiding, training en advies doen. En de mensen weten ons intussen ook goed te vinden. Zo zijn we laatst gevraagd het hoofdstuk warmtepompen voor een lesboek te schrijven. We worden ook regelmatig uitgenodigd voor een lezing of een bijdrage in een tijdschrift”.
Betrokkenheid
De Jong gelooft oprecht in echte betrokkenheid met de installateurs. “Ik hamer er nog elke dag op. Ik zit er bovenop.
Nog steeds, na al die jaren. Als de klant vraagt om terug te bellen, dan wordt hij ook teruggebeld. Het maakt niet uit hoeveel andere dingen een medewerker aan zijn hoofd heeft. Laatst kwam hier een startende zzp’er langs die per se met Mitsubishi Electric in zee wilde. Waarom?, vroeg ik hem. Hij zei: “Toen ik nog bij een baas werkte, kreeg ik bij jullie altijd direct vakkundig antwoord op mijn vraag. Hoe gemakkelijk kun je het maken? denk ik dan.”
Verder pratend over klantvriendelijkheid vertelt De Jong dat Alklima zich onderscheidt met een kundige technische dienst. “Alle onderdelen die voor uitval zouden kunnen zorgen, houden we tenminste elf jaar op voorraad. Onze technische dienst stelt systemen in bedrijf en lost storingen op. Dat doen we kosteloos. Er is een link met opleiden en trainen. Als je iemand goed opleidt en traint, hoef je zelf minder storingen te verhelpen.”
Voor het oplossen van een storing stuurt Alklima geen rekening. De Jong: “Veel van mijn collega’s doen dat wel. Ik redeneer: dat factuurtje van een paar honderd euro krijgt de installateur ook niet betaald van zijn klant. Dus gaan we niet moeilijk doen, zelfs niet als een installatie in storing gaat door een installatiefout. Iedereen heeft de mond vol van het modewoord partnership. Ik vind een verre factuur sturen voor het oplossen van een klein probleem niet echt partnership. Het probleem oplossen, en daardoor een goede band in stand houden, daar heb je uiteindelijk veel meer aan. Wij hebben liever een vervolgorder van 20.000 euro.”
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De airconditioner als totaaloplossing
Sjoukje Stuurman
Inleiding
De tijd dat een airconditioner alleen voor een verfrissende bries zorgde is voorbij volgens Richard de Waal, manager Airco Division bij LG. “Men gaat voor de totaaloplossing. Dus niet alleen lucht koelen maar ook verwarmen en filteren”. Het volledige pakket op het gebied van HVAC (Heating Ventilation and Air Conditioning) en Energy Solutions.
LG is al jaren de grootste producent van Room Airconditioners en heeft sinds kort ook Energy Solutions (Solar PV Panels, LED en Plasma verlichting) tot hun divisie zien komen. “Als je weet dat tachtig procent van het energiegebruik in gebouwen wordt verbruik door verlichting en HVAC dan moet je als fabrikant hierop inspelen”, zegt De Waal. LG heeft de visie om stijlvol design met slimme technologie te combineren tot perfecte harmonie. De Waal: “De consument wil de airco niet zien, horen of voelen”. Deze wens heeft LG vertaald naar een ontwerp waarbij de airconditioner niet opvalt, zeer weinig geluid maakt en waarbij de klimaatbeheersing niet voelbaar aanwezig is
Design
Een van de punten waarop LG zich wil onderscheiden van concurrenten is design.
LG richt zich van oudsher op de particuliere markt, waarbij de aandacht voor het ontwerp een belangrijk aspect is. Inmiddels heeft het bedrijf hier twee prijzen mee gewonnen: de Red Dot Design Award voor het Maestro model en de iF Design Award voor het Artcool model.
De Art Cool reeks is een voorbeeld waarbij de airconditioner onzichtbaar is. De airco gaat namelijk schuil achter een afbeelding en een glasplaat waardoor het bij de rest van het interieur past. De afbeelding kan een poster of een familiefoto zijn ,waardoor de airco wordt gepersonaliseerd.
Naast het koelen van huiskamers is dit product ook geschikt voor de kleinzakelijke markt, door bijvoorbeeld het bedrijfslogo achter de glasplaat te tonen.
Comfort
Voor comfortabel slapen is het prettig dat de airco aanstaat zonder geluid te maken. De wandunits van LG produceren slechts 19 decibel. Dit is vergelijkbaar met boomblaadjes in de wind of gefluister op anderhalve meter afstand.
Naast het geringe geluid zijn de airconditioners ook in staat de lucht te filteren. Met behulp van een elektrostatisch filter worden virussen en bacteriën uit de lucht gezuiverd. Daarnaast wordt de lucht gezuiverd van allergievormende verschijnselen door het anti-allergiefilter. De airco’s hebben hiermee het British Allergy Foundation (B.A.F.) certificaat behaald.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De lat gaat hoger voor het Colt Caloris Hybrid klimaatsysteem
Higher performance level for Colt Caloris Hybrid Climate System
Bastin Mewis en Gertie Arts - Colt International B.V.
Inleiding
De belangstelling voor duurzame klimaatsystemen blijft stijgen. Het energiegebruik moet omlaag, daar is iedereen het over eens. Met het eerste hybridesysteem op het gebied van de klimaattechniek, het Caloris Hybrid-concept, biedt Colt een oplossing die gebruik maakt van de duurzame energiebronnen die overal in onze directe omgeving te vinden zijn.
Denk bijvoorbeeld aan bodemwarmte, restwarmte uit de industrie, zonnethermische warmte, pelletbranders, warmteopslag in pcm’s of aan het gebruik van een open bron of een vijver voor koude.
In februari werd het Caloris Hybridsysteem onderscheiden met de NVKL Koeltrofee 2010. “Het Caloris Hybridsysteem van Colt International is innovatief en uniek binnen de Nederlandse koudeketen (…) De innovatie levert een bijdrage aan de verbetering van de energetische prestaties van warmtepompsystemen in de utiliteitsbouw. Tevens maakt het de inzet van natuurlijke koudemiddelen mogelijk. Hieruit gaat een stimulering naar de branche om met slimme concepten te komen die energiebesparing mogelijk maken en tevens de inzet van natuurlijke koudemiddelen vereenvoudigen”, vermeldt het juryrapport. Een motivatie om de lat nog hoger te leggen en het hybride-aandeel van dit systeem verder uit te ontwikkelen.
Het concept
Het systeem is gebaseerd op het Colt Caloris WRF (Water Refrigerant Flow) warmtepompsysteem. Dit systeem gebruikt water als belangrijkste medium voor energieoverdracht en heeft een minimale koudemiddelinhoud. Door thermische buffers en
onderlinge energieuitwisseling is het totale energiegebruik zeer laag en wordt een zeer hoog seizoensrendement bereikt.
Het systeem is in basis opgebouwd uit drie hoofdcomponenten: primaire koude/warmte bron, lokale warmtepompen in de ruimten en een waterringnet dat de warmtepompen verbindt. De primaire bron(nen) zorgen ervoor dat de watertemperatuur Principeschema Colt Caloris Hybrid systeem. in het ringnet altijd tussen 16 ̊C. en 28 ̊C. wordt gehouden. Het concept maakt gebruik van primaire, bij voorkeur duurzame energiebronnen. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van traditionele technieken, zoals elektrische- of gasgedreven warmtepompen.
TNO heeft het jaargemiddelde van dit systeem op een SPF* van 4,3 bepaald.
* SPF is de Seasonal Performance Factor, gedefinieerd als de Coefficient of Performance inclusief de hulpenergie voor pompen, ventilatoren e.d.
Samenvatting
Het Colt Caloris Hybrid-concept is het eerste hybride systeem binnen de klimaattechniek, dat gebruik maakt van een combinatie van duurzame energiebronnen. Het systeem is gebaseerd op een warmtepompsysteem met water als belangrijkste medium voor energieoverdracht. Thermische buffers en onderlinge energie-uitwisseling zorgen ervoor dat het totale energiegebruik zeer laag is en dan een zeer hoog seizoensrendement bereikt wordt. Het systeem bestaat in basis uit drie hoofdcomponenten: een primaire koude/warmte bron, lokale warmtepompen en een waterringnet. Caloris Hybrid klimaatsystemen zijn gerealiseerd, worden uitgevoerd of zijn in ontwikkeling met verschillende duurzame energiebronnen zoals:
- waterleidingen ingestort in de wanden van een ondergrondse parkeergarage waarmee warmte en koude uitgewisseld worden met de omringende bodem;
- water/water warmtepomp en TSA aangesloten op een open bron;
- een vijver als warmtebron;
- PCM-materiaal als thermisch opslagmedium.
Summary
The Colt Caloris Hybrid concept is the first hybrid system within climate technology. The system is based on the Colt Caloris WRF Heat Pump system, which uses water instead of a refrigerant as main energy transfer medium. Thermal accumulation and mutual heat exchange results in low energy consumption and high seasonal efficiency. Caloris Hybrid consists of 3 main components: primary thermal source, decentralized heat pumps and an interconnecting water loop. The Caloris Hybrid concept has been installed or is being developed in different versions, such as; - water conduit in the walls of a car park beneath ground level for the exchange of heat and cold with the surrounding soil; - water/water heat pump and connected to an open ground source;
- a pond as heat source;
- PCM materials as thermal storage.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Airco van een vliegtuig draait op het pneumatische systeem
Rene de Moor - Docent regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam Airport, Hoofddorp
Inleiding
De airco van een vliegtuig draait op het pneumatisch systeem. Behalve dat het pneumatische systeem lucht levert voor de airconditioning, levert het ook lucht voor de systemen die ijs op het vliegtuig moeten voorkomen en lucht voor het starten van de motoren. De lucht wordt geleverd door de motoren of door de zogeheten Auxiliary Power Unit, afgekort APU.
De motor heeft minimaal twee compressors. In de eerste compressor is de druk lager dan in de tweede compressor. Daarom wordt de eerste compressor de lagedrukcompressor (low pressure) genoemd en de tweede compressor de hogedrukcompressor (high pressure). Het pneumatische systeem gebruikt alleen lucht afkomstig van de hogedrukcompressor.
Het pneumatisch systeem is te vergelijken met een hydraulisch systeem. Het bestaat uit leidingen met daarin lucht onder druk. Deze lucht is afkomstig van de compressor van de motor en/of van de compressor van de APU. Op deze leiding zijn diverse verbruikers aangesloten. De verbruikers zijn bijvoorbeeld het startsysteem van de hoofdmotoren, het aircosysteem, het watersysteem en het ijs-bestrijdingsysteem. De leidingen van het systeem zijn van titanium en zijn gevuld met lucht onder druk. De druk in de leidingen is ongeveer 3 bar (hPa) met een temperatuur tot wel 200 °C.
Compressortrappen
Vanaf de buitenkant van de hogedruk- compressor wordt op twee compressortrappen lucht afgetapt. Doordat er lucht van de compressor wordt weggenomen, is de compressor dus ‘lek’. Hierdoor wordt het vermogen van de motor minder, met als gevolg: meer brandstof verbruik.
De twee trappen waar de lucht wordt weggenomen, worden de low stage- en high stage- compressortrappen genoemd.
Tijdens de vlucht wordt er normaal gesproken alléén lucht van de low stagecompressortrap gebruikt. Deze lucht passeert een klep die de low stage valve (LSV) wordt genoemd. De LSV is een soort kattenluik dat je ook wel in een toegangsdeur ziet. Deze klep zorgt ervoor dat er alléén lucht uit de compressor kan stromen en niet erin.
Als de piloot het gashendel terugtrekt, levert de compressor minder druk, doordat hij minder snel draait. In dit geval opent de zogeheten high stage valve (HSV). De HSV laat nu lucht door met een hogere druk dan de druk afkomstig uit de LSV. Deze druk is hoger, omdat de HSV lucht aftapt van een latere compressortrap, waar de lucht verder is gecomprimeerd.
Drukregeling
Lucht afkomstig van de LSV of HSV komt bij een drukregel- en afsluitklep. Deze klep wordt de Pressure Regulator and Shut Off Valve (PRSOV) genoemd. Deze klep zorgt ervoor dat de druk die van de motor wordt afgetapt, altijd dezelfde drukwaarde heeft. Veel systemen die op het pneumatisch systeem zijn aangesloten, kunnen alléén werken wanneer er voldoende lucht aanwezig is. De druk die de PRSOV doorlaat is ongeveer 3 bar (hPa).
De klep kan vanuit de cockpit door een drukknop of schakelaar worden geopend en gesloten. Als de druk in het pneumatisch systeem te hoog wordt, waardoor leidingen kunnen scheuren, zal de klep automatisch sluiten. In het pneumatisch systeem wordt ook de temperatuur van de lucht gemeten. De temperatuur mag niet hoger worden dan ongeveer 200 ̊C. Mocht de temperatuur toch hoger worden, dan zal de PRSOV dicht gaan. Deze beveiliging is belangrijk, omdat te hete lucht brand kan veroorzaken.
Temperatuurregeling
Vanaf de PRSOV stroomt de lucht naar een precooler. Een precooler zorgt ervoor dat de lucht gekoeld wordt, voordat het verder het pneumatisch systeem instroomt. Dit is belangrijk, omdat de lucht van de compressor veel te heet kan zijn. Als de piloot bijvoorbeeld vol gas geeft, draait de compressor snel. De afgenomen lucht, ook al is het van de low stage-compressor (lage trap) levert dan al een temperatuur tot 4000 C.
De precooler lijkt een beetje op een radiateur van een auto. Door de precooler zelf stroomt de hete lucht van de compressor. Langs de precooler stroomt lucht afkomstig van de fan. De lucht van de fan is redelijk koud, omdat de fan de lucht niet in druk verhoogt (comprimeert). De precooler bestaat uit allemaal kleine buisjes, waar de hete lucht doorheen stroomt. Om deze buisjes stroomt de koude lucht van de fan, waardoor de hete lucht wordt gekoeld.
De temperatuur van de lucht die uiteindelijk het pneumatisch systeem ingaat, is afhankelijk van de hoeveelheid koellucht die door de precooler gaat. Om een constante temperatuur in het pneumatisch systeem te houden, wordt de hoeveelheid koellucht door de precooler geregeld. Tussen de aansluiting op de fan en de precooler zit een temperatuurregelklep (Fan Air Valve FAV). Deze klep heeft dezelfde werking als een thermosstatische douchekraan. Als de temperatuur van de lucht in het pneumatisch systeem te hoog wordt, gaat de FAV een stukje open. Hierdoor gaat er meer koude lucht door de precooler, waardoor de temperatuur daalt.
Op iedere motor zit een pneumatisch systeem. Iedere motor en de Auxiliary Power Unit (APU) zijn door buizen aan elkaar verbonden. Als een motor een storing heeft, wil de piloot ook niet meer de lucht gebruiken die deze motor levert. In de cockpit kan hij door een schakelaar of drukknop de drukregel- en afsluitklep (PRSOV) sluiten.
Pneumatische systeem op de grond
Als de motoren en de APU op de grond stilstaan, is het pneumatische systeem niet beschikbaar. Op de grond kan het systeem toch worden gevoed door een grondaansluiting, waarop een compressorwagen wordt aangesloten. Als de APU bijvoorbeeld defect is, kunnen de motoren met behulp van deze wagen worden gestart.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
“Voor frisse lucht moeten leerlingen binnen zijn!”
Jos Hartmans - Swegon
Inleiding
Kinderen zijn ons meest waardevolle bezit en een goed gezond binnenklimaat in klaslokalen beïnvloedt hun gezondheid. Studies wereldwijd hebben aangetoond dat er een causaal verband bestaat tussen de kwaliteit van ventilatie en thermisch comfort en de leerprestaties.
Het binnenmilieu laat in 80 procent van de klaslokalen in het primair en voortgezet onderwijs te wensen over, zo blijkt uit onderzoek. Er zijn aanwijzingen dat dit een ongunstige invloed heeft op de gezondheid en het leerproces. Een verhoogd CO2-gehalte in de (binnen)lucht blijkt te kunnen leiden tot allerlei gezondheidsproblemen en een verminderd concentratievermogen.
Gevolg hiervan is een hoger ziekteverzuim onder leerlingen en docenten, alsmede achterblijvende leerprestaties bij leerlingen. De oorzaak van een ongunstig binnenmilieu ligt in een combinatie van eigenschappen van het gebouw en het gebruik van de aanwezige ventilatievoorzieningen.
De lucht in een klaslokaal raakt verontreinigd door uitdamping van vluchtige stoffen afkomstig van onder andere vloerbedekking, gordijnen, beeldbuizen en bouwmaterialen. Hierbij komen geurstoffen en ziektekiemen van personen in het lokaal en onzichtbaar op wervelend stof uit kleding en van vloeren. Tevens is het in scholen vaak te warm.
Dit binnenmilieu kan leiden tot minder aandacht en tempo, meer fouten, minder inprenting in het korte termijngeheugen, en tot gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties, astma-aanvallen, hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, oogirritatie en geurhinder. Een ongezond binnenmilieu in scholen leidt tot een onnodig verhoogd medicijngebruik en een grotere infectiedruk.
Maatschappelijke winst
De luchtkwaliteit is bepalend voor een gezond binnenmilieu in scholen. Thans is slechts 10 tot 15 procent van de schoolbesturen en schooldirecties zich bewust van de correlatie tussen enerzijds een gezond binnenmilieu en anderzijds gezondheid, concentratievermogen, medicijnverbruik, infectiedruk, ziekteverzuim en leerprestaties.
De binnenmilieuproblematiek op scholen wordt door overheid en politiek erkend. Mede onder druk van diezelfde overheid moeten bestaande scholen in primair en voortgezet onderwijs een gezond binnenmilieu realiseren en derhalve voldoen aan de CO2-grenswaarde ter voorkoming
van gezondheidsschade. Door gebruik te maken van mechanische luchttoe- en afvoersystemen met warmteterugwinning wordt tevens een significante energiebesparing gerealiseerd.
Om bovengenoemde redenen hechten de Europese Unie (EU) en de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) groot belang aan een verbetering van het binnenmilieu.
CO2 als indicator
Kooldioxide (CO2) is een stof die in het lichaam wordt gevormd bij de verbranding van voedingsstoffen. Het geproduceerde CO2 wordt uitgeademd. In een leslokaal met veel leerlingen en weinig ventilatie loopt het CO2-gehalte snel op. Het CO2-gehalte wordt weergegeven in parts per million (ppm); dit is het aantal liters CO2 per miljoen liter lucht.
Het CO2-gehalte van de buitenlucht bedraagt op de meeste plaatsen in Nederland ongeveer 400 ppm. Zodra een groep leerlingen het leslokaal binnenkomt, begint het CO2-gehalte te stijgen, waarbij een verdubbeling van het CO2-gehalte als normaal beschouwd mag worden. In klaslokalen worden echter waarden gemeten die langdurig >1.400 ppm bedragen en op piekmomenten zelfs oplopen tot 3.000 ppm. Mensen geven ook allerlei geurstoffen, stofdeeltjes en ziektekiemen af. De hoeveelheid daarvan loopt min of meer parallel aan de hoeveelheid CO2 die uitgeademd wordt. CO2 is daarom een indicator voor de luchtkwaliteit in ruimten waarin mensen de belangrijkste bron van verontreiniging zijn.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Test GGD Rotterdam-Rijnmond
Naar aanleiding van gezondheidsklachten heeft in de regio Rotterdam - in samenwerking met de Sectie Medische Milieukunde van GGD Rotterdam-Rijnmond en de Stichting OPOCK - een test van de ventilatie-unit van Swegon in De Paperclip in Krimpen aan den IJssel plaatsgevonden.
Het onderzoek was gericht op het vaststelen van het effect van het mechanisch ventilatiesysteem van Swegon op de kwaliteit van de binnenlucht. Het blijkt dat deze ruimschoots voldoet aan de Nederlandse toets- en grenswaarden. Daarnaast bleek dat het geluidsniveau van de ventilatie-unit zodanig laag is dat het door leerlingen en docenten niet als hinderlijk wordt ervaren. De gezondheidsklachten namen in de testperiode significant af.
Technische oplossing: mechanisch ventilatiesysteem van Swegon
Swegon is een Zweedse onderneming gespecialiseerd in ontwikkeling, productie en verkoop van luchtbehandelings-, luchtverdeel- en luchtregelsystemen. De onderneming heeft wereldwijd vestigingen en circa 1.000 medewerkers.
Sinds 1991 is Swegon in Zweden betrokken bij het verbeteren van het binnenklimaat op scholen en zijn duizenden scholen voorzien van de unieke mechanische ventilatie-units van Swegon. In Zweden heeft men al vele jaren eerder de stap gemaakt om het ventilatie probleem in de klaslokalen aan te pakken. Hier wordt een maximale grenswaarde gehanteerd waarbij de CO2-waarde niet langdurig boven de 800 ppm mag komen.
Ervaring en praktijktests wijzen uit dat om in minimaal 95 procent van de gebruikstijd onder de 1.000 ppm te blijven een luchtverversingscapaciteit van 750 m3 per uur onvoldoende is. Swegon-apparatuur blijft in 100 procent van de gebruikstijd onder de 1.000 ppm en in minimaal 95 procent van de gebruikstijd zelfs onder de 800 ppm Als enige in Nederland.
Swegon-apparatuur is ontworpen op basis van een luchtverversingscapaciteit van 1.200 m3 per uur en standaard voorzien van koude- en warmteterugwinning - met een Eurovent-gecertificeerd rendement van minimaal 80 procent - en geluidsisolatie. Daardoor kan een maximale energiebesparing worden gerealiseerd en blijft het geluidsniveau ruimschoots onder de 35 dB(A) norm. Deze apparatuur is Eurovent-gecertificeerd en dus worden de opgegeven specificaties gegarandeerd. Swegon is de in enige in Nederland die nu reeds is toegerust voor het ambitieniveau van de overheid van 800 ppm.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
PassiefHuis de nieuwe standaard in renovatie?
Nils Marcus - Ferroli Nederland
Inleiding
In Rotterdam zijn een aantal historische stadswoningen uit 1903 ingrijpend gerenoveerd tot het niveau van passiefhuis. Het is voor het eerst dat in Nederland in een renovatieproject het Label Passiefbouw kon worden uitgereikt. Bovendien is bij de realisatie ervan uitsluitend bestaande en beproefde technieken gebruikt. Dus geen warmtepomp, pv-panelen of andere innovatieve technieken. De crux zit hem in de vroegtijdige, conceptmatige ontwikkeling, in samenwerking met diverse “co-makers”.
Bij de renovatie van bestaande woningen tot passiefhuizen mag het energieverbruik in de woning nog maximaal 25 kWh per vierkante meter per jaar bedragen. Bovendien mag het totale verbruik voor de woning niet boven de 120 kWh per jaar uitkomen. Als we daar het gemiddelde energieverbruik in de bestaande bouw van 230 kWh per vierkante meter per jaar, en 65 kWh per vierkante meter per jaar in een woning die voldoet aan het Bouwbesluit tegenover zetten, dan wordt duidelijk hoe ingrijpend de renovatie van woningen tot passiefhuizen moet zijn. De initiatiefnemers van het Rotterdamse project, de corporatie Woonstad Rotterdam, aannemer BAM Rotterdam en Villanova architecten, lieten zich daar niet door tegenhouden. Wel besloten ze om het ontwerp en de engineering niet alleen te doen. Ze benaderden zogenoemde comakers; bedrijven die als toeleveranciers ook verantwoordelijkheid wilden dragen voor een kwalitatief goede uitvoering. De co-makers waren Rockwool voor de isolatie, Sto Isoned voor de thermische buitengevelisolatie, Niveau Kozijnen voor de kozijnen en Ferroli voor de cv-installatie, de ventilatie en het zonlichtsystemen.
Samen met adviesbureau DHV boog dit team zich over het ontwerp van dit renovatieproject. Het ging om zeven oude woningen (beschermd stadsgezicht) van elk vijf bouwlagen die per woning tot twee koopwoningen werden omgebouwd. De onderste drie woonlagen vormden een woning en de bovenste twee woonlagen.
Volledig luchtdicht
Omdat de woningen leeg waren, konden ze volledig worden gestript. Vervolgens werd het passiefhuisconcept toegepast. Dit houdt in dat er voor zeer goede isolatie is gekozen van zowel vloeren, wanden als plafonds. De Rc-waarden liggen tussen de 6 en 10, waar gewoonlijk met Rc-waarden van 3 tot 4 wordt gewerkt.
Alle isolatie moest aan de binnenzijde worden aangebracht, omdat de buitenzijde een beschermd stadsgezicht is waaraan niets mocht worden veranderd. Om die reden werd besloten om aan de voorgevel aan de binnenzijde nieuwe kozijnen met HR++glas te plaatsen. De bestaande kozijnen met enkel glas bleven aan de buitenzijde op hun plek. Tussen het oude en nieuwe kozijn werd zonwering in de vorm van screens geplaatst. In de overige gevels werden geïsoleerde hout/aluminium kozijnen geplaatst, voorzien van drielaags, argon gasgevuld isolatieglas.
Naast de isolatie, is het essentieel om luchtdicht te bouwen. Dit vergt een feilloze uitvoering. Na oplevering is de luchtdoorlatendheid gemeten en deze blijkt nog beter dan de gestelde eisen voor passiefbouw.
Om de woningen leefbaar te houden is bij alle ramen waar de zon naar binnen kan schijnen zonwering geplaatst. Daarnaast koos het ontwerpteam voor centrale gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. In elke woning is de Optifor, het hr-ventilatietoestel van Ferroli Nederland, gekoppeld aan de hr-ketel. De Optifor is vervolgens gekoppeld aan het Hybalans +
systeem van Burgerhout. Via Hybalans + is het mogelijk om elk ventiel centraal in te regelen. Bovendien kunnen bewoners de inregeling, als zij bijvoorbeeld de ventielen schoonmaken, niet in de war gooien.
Geen stand 1 op ventilatie
Bij de uitvoering van het ventilatiesysteem is bijzonder veel aandacht besteed aan geluiddemping. Dit is essentieel omdat de zeer sterk geïsoleerde woningen aan binnenzijde bijzonder stil zijn. Allereerst zorgt de keuze voor Hybalans + al voor een zo laag mogelijke luchtweerstand in het systeem. Tevens zijn de inblaasventielen alleen in de loopzones en dus niet in de leefzones van de bewoners geplaatst. Om de luchtverversing te garanderen, koos Ferroli Nederland voor een ventilatie-unit die in principe altijd op stand 2 draait.
De bewoners kunnen de ventilator wel van stand 2 naar stand 3 schakelen en omgekeerd, maar zij kunnen de ventilator niet in stand 1 plaatsen. Stand 1 zit wel op het toestel, maar wordt alleen ingeschakeld als de ventilatie-unit merkt dat de bewoner 24 uur lang geen warm tapwater heeft gebruikt. In dat geval kan men ervan uitgaan dat er geen mensen in de woning zijn en dat de ventilatie dus op een lagere stand kan draaien. Zodra er weer warm tapwater wordt gebruikt, schakelt de Optifor, die gekoppeld is aan de cv-ketel en zodoende weet dat de ketel in werking treedt, weer naar stand 2.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Artikel n.a.v. de gehouden presentatie op de KNVvK themadag "Installaties met kleine koudemiddelinhoud" van 11 februari 2010
Gebruikersvoordelen met nieuwe serie GVX met microox®-technologie
User advantage with new GVX series with Microox® Technology
Markus Kielnhofer - Güntner AG & Co KG, Fürstenfeldbruck
Inleiding
Met de nieuw ontwikkelde microox®-technologie voor warmtewisselaars, die in de condensorserie GVX wordt gebruikt, zorgt Güntner binnen de koeltechnische markt voor een opvallende innovatie. Kleinere vulhoeveelheden koudemiddel, hogere energie- en kostenefficiëntie alsook sterk gereduceerd gewicht zijn slechts enkele van de voordelen. Het gaat om een innovatie die kan voldoen aan de toenemende eisen aan de moderne koel- en luchtbehandelingstechniek.
De ontwikkeling van de microox®- technologie en haar toepassing in de nieuwe condensorserie GVX is tot nu toe het grootste project in de geschiedenis van de firma Güntner. Güntner heeft flink geïnvesteerd in nieuwe productieprocessen en de uitbreiding van de productiecapaciteiten in Tata, Hongarije. En dat leverde succes op. Dat betekent echter niet, dat de traditionele warmtewisselaars, die door Güntner volgens de finoox®-technologie worden geproduceerd, in de toekomst uit het programma van de fabrikant zullen verdwijnen. In tegendeel zelfs: hier wordt in feite eveneens een toename verwacht.
Aluminium
De gebruiker profiteert in meerdere opzichten van microox®. Hierbij speelt aluminium een sleutelrol. De nieuwe warmtewisselaars zijn volledig van dit materiaal samengesteld, met uitzondering van de koudemiddelaansluitingen. Zo ontstaan tegelijkertijd meerdere voordelen. Ten eerste is aluminium voordeliger dan koper, wat een positief effect heeft op de investeringskosten. Ten tweede is het natuurlijk ook aanzienlijk lichter, zodat het totale gewicht van een GVX-condensor met microox®-technologie in vergelijking met conventionele technologie tot 30 procent wordt gereduceerd. De apparaten kunnen dus eenvoudiger worden getransporteerd en bijvoorbeeld ook aan een muur met geringe draagkracht worden bevestigd. Omdat aluminium het enige gebruikte materiaal is – ook de behuizing van de GVX is volledig uit aluminium gemaakt – zijn de apparaten bovendien tegen galvanische corrosie beschermd.
Eenvoudige en snelle reiniging
Microox®-warmtewisselaars kunnen door hun unieke profiel, de geringe blokdiepte en hoge stevigheid met vlakstraalsproeiers en een druk tot 50 bar worden gereinigd. Met conventionele finoox®-warmtewisselaars is dit niet mogelijk, omdat deze de druk niet kunnen weerstaan en de lamellen hierdoor worden verbogen. Met een regelmatige en grondige reiniging kunnen onnodig hoge condensatietemperaturen worden vermeden, wat op zijn beurt weer een positief effect heeft op het energiegebruik van de installaties en daarmee op de bedrijfskosten.
Samenvatting
De condensor GVX met microox®-technologie is het grootste project tot nu toe in de geschiedenis van de firma Güntner. Het is een doorontwikkeling van de microchannel-technologie voor stationaire warmtewisselaars en biedt veel voordelen voor de gebruiker: corrosiebestendigheid en gewichtsbesparing door toepassing van het materiaal aluminium, gereduceerde koudemiddelinhoud, eenvoudige en grondige reiniging door de aanwezige reinigingskleppen en opklapbare ventilatoren. Door de combinatie van de condensor GVX met het Güntner Motor Management regelsysteem GMM en met EC-ventilatoren kan de werking van het warmtewisselaarsysteem worden geoptimaliseerd. Het systeem biedt verhoogde bedrijfszekerheid door stabielere drukverhoudingen in het koelcircuit en de permanente bewaking van de ventilatoren.
Summary
The largest project so far in the Güntner history was the development of the microox® technology, an adaptation of the existing micro channel technology, mainly used in the automotive sector, to the requirements of stationary heat exchangers. The result is the condenser GVX with microox® technology which offers a large range of user benefits:
corrosion resistance and reduced weight due to the material aluminium, simple and thorough cleaning, facilitated among other factors through easy to open cleaning flaps and swivelling fans, reduced refrigerant charge - just a few of the benefits provided by the GVX with microox technology. By combining the condenser GVX with the control system GMM with EC fans, a highly energy-efficient operation of the heat exchanger system is possible. The system with GMM provides increased system reliability by maintaining stable pressure ratios in the refrigeration circuit and by permanent monitoring of the fans.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Daikin introduceert zelfreinigend uitblaaspaneel
Daikin brengt als eerste een zelfreinigend uitblaaspaneel op de Europese markt. Dit nieuwe paneel, geschikt voor de Daikin plafondinbouwmodellen type “Roundflow” is uitgerust met een speciaal filter dat zichzelf automatisch eenmaal per dag reinigt. Al het stof uit dit filter
wordt in het binnendeel bewaard en kan vervolgens gemakkelijk worden verwijderd met een gewone stofzuiger. Hierdoor vergt het filteronderhoud minder tijd en is bovendien minder gekwalificeerd personeel benodigd. Ook op het energiegebruik wordt bespaard. Bij een standaard uitblaaspaneel stijgt het stroomverbruik heel geleidelijk naarmate het filter meer stof opneemt. Bij het zelfreinigende uitblaaspaneel wordt het filter dagelijks gereinigd, waardoor het energieverbruik constant blijft. Dit levert een energiebesparing tot tien procent op in vergelijk met een jaarlijkse filterreiniging.
Meer informatie: www.daikin.nl
Betere efficiëntie zonder ruimtecompromis
Voor comforttoepassingen biedt de nieuwe CB60 kopergesoldeerde platenwarmtewisselaar van Alfa Laval een betere efficiëntie met een kleiner warmtewisselend oppervlak. Dit zorgt voor een algemene stijging van de prestatiecapaciteit ten opzichte van zijn voorgangers.
De nieuwe CB60 zorgt ook voor minder drukverlies, wat op zijn beurt het energieverbruik reduceert. Tegelijkertijd behoudt de CB60 dezelfde inbouwmaten als zijn succesvolle voorgangers, zodat vervanging eenvoudig is. Door de uitzonderlijk efficiënte warmteoverdracht zijn de nieuwe CB60-toestellen zeer compact. Daardoor kunnen ze hoge capaciteiten aan, ook indien de installatieruimte beperkt is. Bij de gesoldeerde uitvoering zijn er ook geen pakkingen meer nodig, waardoor de CB-toestellen ideaal zijn voor toepassingen waar de temperatuur en/of druk hoog is. Voorbeelden zijn stadsverwarming en een breed gamma van verwarmings-, koel- en tapwateroplossingen.
Meer informatie: www.alfalaval.com
Gasco denkt met u mee
Door nieuwe ontwikkelingen binnen de airconditioningmarkt heeft Gasco zich gespecialiseerd in het leveren van vele soorten installatiematerialen voor de binnen- en buitenunit. Het uitgebreide assortiment is afgestemd op het efficiënt installeren van splitunits voor kleine en grotere airconditioningsystemen.
De nieuwe speciaal ontwikkelde momentsleutel voor aansluitkoppelingen geven een betere afsluitingszekerheid. Deze sleutel van hoogwaardige kwaliteit is uitgebreid getest voordat ze op de markt is gebracht en heeft de beste prijs/kwaliteitverhouding.
De buitenunit wordt vaak niet mooi gevonden aan muur, balkon of tuin. Hiervoor biedt Gasco nieuwe decoratieve producten zoals omkleding door een houten tuinwerkbankje. Voor de buitenunit, hangend aan wand of op balkon, kan met decoratieve Fuchsia- of Geraniumkunstbloemen, de grote van de unit worden gecamoufleerd en daarmee past hij in iedere omgeving.
Meer informatie: verkoop@gasco.nl
Nadruk op natuurlijke koudemiddelen
Embraco, wereldwijd marktleider met 27 miljoen compressoren per jaar, legt steeds meer de nadruk op toepassingen met natuurlijke koudemiddelen, zoals R290 (propaan). De voordelen van propaan zijn een hogere efficiëtie en capaciteit, lagere geluidsproductie en persgastemperatuur. Tevens is er een serie compressoren geschikt voor het koudemiddel R744 (CO2) voor laag en midden/hoog toepassing. Deze compressoren zij ook geschikt voor toepassing met Embraco’s variabele capaciteitsregeling (VCC).
Nieuw zijn ook de Gemini koelaggregaten. Deze koelaggregaten zijn voorzien van twee compressoren en een over gedimensioneerde condensor met lage inbouwhoogte met twee of drie ventilatoren.
De koelaggregaten zijn uitermate geschikt voor toepassing waar ook met deellast gewerkt kan worden door wisselende koel- of vriesvraag zoals bijv. in keukens van instellingen, restaurants, etc.
Deze koelaggregaten uitvoering Armonia zijn ook te leveren als complete unit met omkasting voor buitenopstelling met laag geluidsniveau. Deze uitvoeringen Armonia zijn voorzien van een koel- of vriescompressor. De uitvoeringen Armonia Gemini zijn voorzien van twee koel- of vriescompressoren. Standaard zijn een kijkglas, filterdroger, HD/LD pressostaat, carterverwarming, winterregeling en hoofdschakelaar gemonteerd.
Meer informatie: www.gafco-altron.nl
Midea Free Matching systeem
Dit voorjaar introduceert Midea Airconditioners hun nieuwe Free Matching
Multi Systeem. Een tot vier ruimtes kunnen verwarmd of gekoeld worden met slechts een buitentoestel. In iedere ruimte kan een binnentoestel vrij gekozen worden: een strak wandmodel, een design consolemodel, een kanaalmodel of een minivierwegcassette. De nieuwe buitentoestellen zijn dankzij vernieuwde compressoren en verbeterde expansieventielen in staat om hogere rendementen af te leveren, zowel in koeling als in verwarming. Het grootste buitendeel, met de mogelijkheid om vier binnendelen aan te sluiten, heeft een capaciteit van 36000 btu (10,5 kW) gekregen. Tevens kan het buitentoestel kleiner gekozen worden, omdat de verschillende ruimtes vrijwel nooit de maximum theoretisch te installeren koel of verwarmingscapaciteit gelijktijdig nodig hebben. Omdat de unit veelal in deellast draait, wordt er energie bespaard en ook de levensduur van de compressor verlengd. Het werkingsgebied van de vernieuwde modellen ligt tussen de -20 ºC. en 47 ºC.
Meer informatie: www.midea-airconditioning.nl
Energiezuinige KEC-koeler van Searle
Searle heeft een energiezuinige KEC-koeler ontwikkeld met EC-ventilatoren. Bij het ontwerp is rekening gehouden met luchtrichting, luchthoeveelheid, koelmiddelinhoud, ontdooirendement, energieverbruik en productiekosten (ook voor CO2). De EC-ventilatoren zorgen voor een optimale energetische efficiëntie (50% lager energiegebruik over het volledige toepassingsgebied) gecombineerd met een zeer laag geluidsniveau en hoge betrouwbaarheid. Andere voordelen zijn interne motorbeveiliging en onderhoudsvrij. Tevens heeft Searle een nieuwe KLE-koeler ontwikkeld voor de grote capaciteiten.
Deze moderne uitziende verdamper kan met een luchtgeleiding per ventilator of aansluitflens voor luchtzak distributie geleverd worden.
Meer informatie: www.gafco-altron.nl
TD-SILENT serie
Soler & Palau brengt als vooraanstaand fabrikant van ventilatoren een unieke en uiterst revolutionaire buisventilator op de markt met ingebouwde geluiddemper. Door de ingebouwde geluiddemper zijn de ventilatoren uit de TD-SILENT serie een gigantische sprong voorwaarts. TD-SILENT ventilatoren kunnen in vele toepassingen gebruikt worden waardoor het leef/werkcomfort verbeterd wordt. De geluidreductie in vergelijking met andere smalle buisventilatoren welke verkrijgbaar zijn bedraagt max. 18 (dB(A).
De ventilatoren uit de TD-SILENT serie zijn verkrijgbaar met capaciteiten van 250 tot 1000 m3.u. Voorzien van 230V50/60Hz motoren, die in toeren regelbaar zijn, zorgen de TD-SILENT ventilatoren voor langdurige perfecte ventilatie op uiteenlopende werkplekken in bedrijven en thuissituaties, waar een laag geluidniveau vereist is.
Meer informatie: www.solerpalau.nl
Climalife en de servicegerichte aanpak
Als leverancier van koeltechnische grondstoffen heeft Climalife veel knowhow over onder andere koudemiddelen, koudedragers, olie, reiniging van koeling/airco’s en regeneratie van koudemiddelen (met als actueel thema natuurlijk de uitfasering van R22). Ze streven er altijd naar, om u als klant, oplossingsgericht en van A tot Z te kunnen begeleiden in uw project. Spoedleveringen bij calamiteiten, nachtleveringen direct bij uw monteur en het analyseren van water, glycol, koudemiddel of olie; zij helpen u graag! Climalife adviseert u bijvoorbeeld op het gebied van preventie en service bij indirecte koelinstallaties. Periodieke controles op de indirecte gedeeltes van de installatie zijn wel degelijk van belang! Ze analyseren, maken uitgebreide adviesrapportages en aan de hand daarvan bieden ze gerichte oplossingen. Kort gezegd: problemen worden verholpen, risico’s worden verminderd en de tevredenheid bij uw klanten wordt vergroot.
Meer informatie: www.climalife.nl
Nieuwe Hyper Inverter buitendelen
De buitendelen in de PA- range van Mitsubishi Heavy Industries kenmerken zich al lange tijd door hun uiterst compacte vormgeving. De bestaande range buitendelen gaat vanaf 2010 door het leven onder de naam Micro Inverter. Voor 2010 introduceert Mitsubishi Heavy Industries namelijk een nieuwe generatie Hyper Inverter buitendelen in de range 11,2, 14,0 en 16,0 kW Deze nieuwe buitendelen zijn ontworpen om te kunnen verwarmen tot buitentemperaturen van -20 ºC.
Door gebruik te maken van elektronische expansieventielen is de koudemiddel regeling geoptimaliseerd. Daarnaast zijn er nieuwe Twin-Rotary compressoren toegepast, waardoor de maximale verwarmingscapaciteit belangrijk verbeterd is.
De nieuwe Hyper Inverter buitendelen kunnen de ingestelde temperatuur zeer snel bereiken en houden hun nominale verwarmingscapaciteit tot buitentemperaturen van maar liefst -15 ºC.
Meer informatie: www.coolmark.nl
Programmeerbare regelaars van Carel PCO5
Carel PCO5 programmeerbare regelaars zijn speciaal ontworpen om koelmachines en warmtepomp units te regelen. De PCO5 regelaars zijn uitgebreid met een USB-aansluiting, volledig uitwisselbaar met PCO1 t/m PCO3 en leverbaar in small/medium/large uitvoering. De benodigde hardware is dusdanig uitgebalanceerd dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de beschikbare input- en output signalen.
Tevens bestaat er de mogelijkheid met behulp van de standaard RS485 seriële aansluiting een lokaal netwerk op te zetten en via deze aansluiting verbinding te maken met een gebouwbeheersysteem (GBS). Gafco-altron biedt de mogelijkheid om bij Carel in Italië een applicatie cursus te volgen.
Meer informatie: www.gafco-altron.nl
Verbeterde line-up RAC-modellen
Voor 2010 introduceert Mitsubishi Heavy Industries een verbeterde lijn airconditioners in de RAC-range. Vanaf 2010 zullen naast de SRK en de SRF ook de SRR en FDTC in 2,5 en 3,5 kW toe te passen zijn als single-split model. Bovendien beschikken deze compacte cassettes nu ook over de mogelijkheid om alle louvres individueel in te stellen (m.b.v. RC-E4 wandbediening). De wandmodellen uit de SRK-ZJX range hebben COP-waardes die tot de hoogste in de markt behoren. Van de wandmodellen uit de SRK-ZJ range zijn de COP-waardes verbeterd met maximaal negen procent. Bovendien hebben deze modellen een nieuw, eigentijds uiterlijk meegekregen. De range multi-split buitendelen is uitgebreid met een 7,1 kW buitendeel dat geschikt is voor het aansluiten van vier binnendelen. Tevens zijn alle buitendelen technisch verbeterd en hebben allemaal een COP die boven de 4,0 ligt. Alle modellen zijn standaard voor zien van een winterregeling (-15 ºC.) en het zuinige energielabel A.
Meer informatie: www.coolmark.nl
Integrale ventilatie-oplossingen
Van 13 tot 15 april is Duco te zien op de vakbeurs Building Holland in Amsterdam. Op stand 202 in hal 10 pakt het bedrijf er met een “reno-zone” uit. De beurs bezoeker kan er kennismaken met Duco’s innovatieve totaaloplossingen op het vlak van ventilatie en zonwering voor renovatie. Met het Duco Comfort System kan met een minimale investering en installatie voor een gezonde binnenlucht worden gezorgd. En met een energiewinst van meer dan veertien procent zorgt het systeem doorgaans voor een stijging van het EPA-Iabel met minstens één niveau.
Het gebruik en het onderhoud van het Duco Comfort System vergt nauwelijks inspanning.
Duco presenteert nog tal van andere productinnovaties. TwinTronic: het elektrisch gestuurd ventilatie rooster met geïntegreerd textielzonweringdoek, de DucoDoor: een akoestisch deurrooster dat zorgt voor de doorvoer van lucht tussen de verschillende ruimtes, en de RoofMax ZR: een zelfregelende ventilatiecombinatie voor gecontroleerde toevoer van lucht in ruimtes onder een hellend dak.
Meer informatie: www.duco.eu
Nieuwe serie airconditioners met modulair opbouw
Mont Hi Tech Close control computer airconditioners heeft een nieuwe serie met modulair opbouw ontwikkeld in (D-serie 5 tot 50 kW) direct expansie of (W-serie 15 tot 150 kW) koudwater. Beide series zijn met een luchtuitblaaszijde up-flow of down-flow te verkrijgen. De luchtaanzuigzijde is naar keuze van boven, onderen of aan de voorkant. De nieuwe serie is standaard voorzien van de Micro AC regelaar van Carel. Als optie kan gekozen worden voor de nieuwste generatie Carel pCO3 regelaars om uitgebreide opties te kunnen aansturen, zoals: ingebouwde electrode stoombevochtigers; 3-weg waterregelventielen open/dicht of modulerend; electrische naverwarming; winterregeling voor koelsysteem; electronische heetgasregeling; wateralarm en connectie naar gebouwenbeheerssysteem (RS-485).
Aanvullende opties zijn: verbeterd filter kwaliteit G4 (standaard luchtfilter is G3); uitblaas plenum met F7 filter (alleen voor upflow units); buitenlucht aanzuig met filter (200 m3/h max); uitblaas- en aanzuigplenums en geluidsabsorberende panelen enkel- en dubbelwandig.
Mont Hi Tech chillers zijn leverbaar in alle gewenste capaciteiten en uitvoeringen. Deze zijn allemaal te bekijken op onze site onder “downloads.”
Meer informatie: www.gafco-altron.nl
Hawk M2M
Honeywell biedt een integratie- en (energie)monitoring module Hawk-M2M met ingebouwde webserver. De grafische gebruikersinterface van de M2M is bereikbaar via een standaard webbrowser. Hawk-M2M van het CentraLineAX integratieplatform is de nieuwe uitbreiding, waarmee een complete systeemintegratie van gebouwsystemen kan worden gerealiseerd. Gedacht kan worden aan onderlinge integratie van verlichting, beveiliging, toegangsbeheer, reservering- en energiemanagementsystemen en gebouwbeheerssystemen van verschillende fabricaten. Communicatieprotocollen, zoals BACnet, KNX, LONWorks, M-Bus en ModBus zijn standaard aanwezig. Ook kunnen eenvoudig andere protocollen worden toegevoegd. Ontwikkeld als totaaloplossing omvat de Hawk-M2M tevens de mogelijkheid tot monitoring en registratie van meetgegevens, dankzij de geïntegreerde in-/uitgangsmodules, voedingseenheid en GPRS-modem voor draadloze internettoegang en webservices. Zo ontstaat er een integratieplatform dat praktisch werkt als het “brein van het gebouw.”
Meer informatie: www.honeywellnow.com
Fuji Electric met meer modellen in de EIA-regeling
Fuji Electric heeft het aanbod van airconditioners die in aanmerking komen voor de EIA-regeling uitgebreid. Naast de 380 volt singlesplitmodellen die vorig jaar zijn geïntroduceerd, zijn er nu twee nieuwe duosplit buitendelen. De 380-voltmodellen van Fuji Electric kenmerken zich door de hoge energiezuinigheid. Hierdoor haalt het 10 kW cassettemodel (RCW-36LC) een COP van 4,36 en het 10 kW kanaalmodel (RD-36LC) een COP van 4,0. Beide units komen dus in aanmerking voor de EIA regeling van AgentschapNL.
Daarnaast zijn er dit jaar twee nieuwe duosplitmodellen, namelijk een 4kW (ROA-14LAC2) en 5,4 kW (ROA-18LAC2). Beide machines halen met alle mogelijke combinaties een COP van hoger dan 4,0. Hierdoor komen al deze combinaties in aanmerking voor de EIA.
Meer informatie: www.prinstechnics.nl
VRF-systeem van Westen Airconditioning
Flexibiliteit en eenvoud zijn de kernwoorden van het VRF-systeem (Multi Digital System) van Western Airconditioning. Flexibiliteit omdat de keuze van de binnen units vrijwel onbeperkte mogelijkheden biedt. Eenvoud omdat gebruik wordt gemaakt van een doordacht concept en regeltechniek waardoor installatie, bediening, maar ook onderhoud eenvoudig is. Het VRF-systeem van Western Airconditioning is leverbaar in een 2-pijpssysteem (koelen of verwarmen) en in een 3-pijpssysteem (gelijktijdig koelen én verwarmen). De buitendelen zijn voorzien van digitale scrollcompressortechniek waardoor het koelvermogen traploos regelbaar is tussen tien en honderd procent. Het VRF 2-pijpssysteem is leverbaar in koelvermogens van 14 tot en met 180 kW Het VRF 3-pijpssysteem is leverbaar in de koelvermogens 25 kW en 28 kW. Het VRF-systeem is uitstekend toepasbaar in kantoren, winkels en restaurants, maar ook in woonhuizen.
Meer informatie: www.western.nl
VB Klimaattechniek exclusief dealer Galletti
Sinds januari van dit jaar is VB Klimaattechniek uit Valkenswaard exclusief dealer van Galletti Airconditioning. Galletti is al meer dan 100 jaar een gevestigde naam op het gebied van onder andere koudwatermachines. warmtepompen en fancoil units.
Met de producten van Galletti komt VB klimaattechniek tegemoet aan de groeiende vraag naar “duurzame” oplossingen. Galletti Airconditioning wil zich onderscheiden door innovatief en vernieuwend te blijven, iets wat nauw aansluit op de filosofie van VB Klimaattechniek. “Dankzij een zeer sterke prijs / kwaliteitsverhouding en een gedegen advies vormen wij met Galletti Airconditioning een sterke schakel in de werktuigbouwkundige installatie”, aldus N. Ladan, hoofd verkoop Galletti.
Nieuwe convectoren van Aertesi
Aertesi heeft ventilator convectoren in warmtepomp uitvoering ontwikkeld met verticale-, horizontale opstelling of voor inbouwmontage. De ventilator convectoren worden geleverd inclusief omkasting RAL901 0, voetset en multifunctioneel ingebouwd elektronische regelpaneel. De nieuwe TOP-1 regelaar is speciaal geschikt voor directe aansluiting op warmtepompen. Aertesi ventilator convectoren worden bij het verlaten van de fabriek standaard voorzien van een reinig bare filter en een Eurovent certificaat.
Meer informatie: www.gafco-altron.nl
Zweten op kantoor - Van de redactie
Op redacties van vakbladen kan het er soms heet aan toe gaan. Niet alleen vanwege de deadlines en de discussies op vakgebied tussen collega’s, maar ook doordat gewoon de buiten- én binnentemperatuur soms hoog oploopt. Redacties zitten niet zelden in kleine ruimtes. Veel hardwerkende mensen op een klein kluitje, met allemaal een computer aan die ook nog eens link wat warmte produceert. Inspiratie die zich omzet in transpiratie, zullen we maar zeggen.
Bij mijn eerste werkgever zat ik, bijna twintig jaar geleden, in een kleine garage, met vijf man en evenzoveel computers. De uitgever had het niet breed en er was zeker geen geld voor een luxe product’ als een airconditioning. “Van zo’n ding word je toch maar ziek”, verklaarde hij. Als het hoog zomer was, zaten de medewerkers met rode hoofden achter hun computers. Ondanks dat het enige raam in de garage anex redactieruimte wagenwijd open stond. Heel wat keren ging ik ’s avonds met hoofdpijn naar huis.
Tegenwoordig is het heel wat beter geregeld. Een airconditioning is er niet meer alleen voor koelte in de zomer, maar ook voor warmte in de winter. Als je het klimaat echt goed geregeld wilt hebben en als je gaat voor een aangename leeftemperatuur dan is een aircosysteem een goede oplossing.
We weten inmiddels ook dat je van airconditioning niet ziek wordt. Sterker nog, de lucht krijgt een speciale behandeling, waardoor die schoner en veel gezonder wordt. Speciaal voor mensen met luchtwegproblemen kan dit grote voordelen opleveren. Ook zorgen goede airco’s voor de juiste vochtigheidsgraad van de lucht. Schimmels en andere problemen die ontstaan door te veel vocht in de ruimte, kunnen zo aanzienlijk gereduceerd worden. En een veel te droog binnenklimaat wordt ook voorkomen.
Airconditioning is dus geen “luxe product” meer, het is een must in en moderne woon- en werkomgeving. Want welke werkgever die op de hoogte is van bovenstaande voordelen van airconditioning laat zijn werknemers nu nog in een snikhete ruimte zitten? Niemand toch? Want daar word je pas echt ziek van.
Christine Linneweever - Eindredacteur RCC Koude & Luchtbehandeling
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
|