Artikelen Koude & Luchtbehandeling terug

Oktober 2009

Thema: Alternatieve koudemiddel in opmars

Begroting EZ 2010: op weg naar economisch herstel

De begroting 2010 staat voor het ministerie van Economische Zaken in het teken van economisch herstel. EZ richt zich op de beperking van de gevolgen van de crisis voor de Nederlandse economie en zorgt er tegelijkertijd voor dat Nederland een goede uitgangspositie heeft als er wereldwijd herstel optreedt.
In 2009 zijn er verschillende regelingen verruimd, die als doel hadden om ondernemersschap te stimuleren. Uit de op Prinsjesdag gepresenteerde miljoenennota is gebleken dat steun aan ondernemend Nederland hoog in het vaandel blijft staan. Een aantal van de maatregelen wordt uitgevoerd door SenterNovem.
De huidige verruiming van de garantieregeling voor het MKB (BMKB) in 2010 wordt gehandhaafd. Het beschikbare budget hiervoor is 765 miljoen euro. De Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) voor grotere leningen blijft als crisismaatregel gelden. Verder worden in 2010 zo’n 1000 Microkredieten voor beginnende ondernemers verstrekt. Naast een lening van maximaal 35.000 euro krijgen zij ook advies en coaching.
In 2010 wordt er ook 210 miljoen euro extra beschikbaar voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) waarmee het fiscaal aantrekkelijk blijft om te innoveren. In totaal is er volgend jaar 700 miljoen euro beschikbaar voor de WBSO.
Het budget voor de InnovatiePrestatieContracten wordt verhoogd met 10 miljoen euro (totaal 20 miljoen) en er wordt 15 miljoen euro ingezet voor een uitbreiding van het innovatiekrediet (totaal: 48 miljoen euro) voor duurzame innovatieprojecten bij grote bedrijven.
Verder wordt 100 miljoen euro ingezet in 2009 en 2010 om de hightech industrie (nano-elektronica, embedded systems, mechatronica, robotica en automotive) te stimuleren.

Meer informatie: www.ez.nl


DigiD-code voor isolatieglas subsidie

Eigenaars-bewoners en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) die in aanmerking willen komen voor een korting op de aanschaf van isolatieglas moeten voor de aanvraag in het bezit zijn van een DigiD-code.
Deze code is aan te vragen via www.digid.nl. De subsidieregeling isolatieglas start op 1 oktober 2009. VvE’s dienen voor het aanvragen van een DigiD-code in het bezit te zijn van een Kamer van Koophandelnummer. De regeling werkt met een waardebonsysteem. Eigenaarbewoners en VvE’s van woningen die uiterlijk op 1 januari 1995 zijn gereed gekomen kunnen vanaf 1 oktober 2009 een waardebon isolatieglas aanvragen. Deze waardebon vertegenwoordigt een waarde, al naar gelang het aantal te plaatsen vierkant meter isolatieglas. De bon kan gebruikt worden voor het verkrijgen van een korting op de aanschaf van isolatieglas door een glaszetter. De waardebon kan vanaf 1 oktober 2009 worden aangevraagd via www.meermetminder.nl. Hier zijn vanaf die datum ook de definitieve voorwaarden van de regeling te vinden. Ook woningeigenaren en VvE’s die isolatieglas geplaatst hebben tussen 1 juli en 1 oktober 2009 kunnen een waardebon aanvragen voor deze regeling.
De subsidieregeling is onderdeel van het pakket aan crisismaatregelen voor de woningmarkt en energiebesparing. Er is een budget van 45 miljoen euro beschikbaar. Hiervan kunnen naar verwachting ongeveer 65.000 woningen van isolatieglas worden voorzien. De regeling loopt tot 31 december 2010 of tot het budget uitgeput is.

Meer informatie: www.digid.nl en www.meermetminder.nl


Daikin maakt entree in de koudetechniek

Meer dan tachtig jaar ervaring in het ontwerpen, ontwikkelen en produceren van klimaatoplossingen heeft Daikin veel kennis over koelen opgeleverd. Dit smaakte naar meer. Daikin maakt nu haar entree in de koudetechniek met een breed programma condensing units. Met een koelvermogen van 0,5 tot 500 kW bieden de Daikin condensing units een zeer energiebesparende en geluidsarme oplossing.
Het productgamma omvat ondermeer Convenipack, een unieke en duurzame koelinstallatie die warmteterugwinning combineert met klimaatbeheersing Deze Daikin-oplossing integreert
de laatste ontwikkelingen op het gebied van energiebesparing en gelijkstroomtoepassingen, zoals het gebruik van scrollcompressoren en de DC-invertertechniek. Een andere oplossing is de ZEAS-condensing unit, die fluisterstil en volledig traploos aan de koelvraag voldoet.
Daarnaast biedt Daikin een serie industriële condensing units voorzien van een invertergestuurde monoschroeicompressor en traploze zuigdrukregeling. Speciaal voor toepassingen met een lage capaciteit is de serie Daikin commerciële condensing units beschikbaar.
In de nieuwe Daikin koudetechniekcatalogus komt het volledige productgamma uitgebreid aan bod.
Deze catalogus wordt per 1 oktober 2009 uitgebracht en is te downloaden van het Daikin Extranet of aan te vragen bij de business unit Applied Systems & Refrigeration, die rechtstreeks te bereiken is op (088) 324 54 55.


Leidraad van UNETO-VNI met wijzigingen NEN 1010

Om elektrotechnische installateurs en andere partijen in de bouwkolom te informeren over de belangrijkste wijzigingen in de NEN 1010 brengt UNETO-VNI de publicatie Nieuw in de norm uit. De uitgave geeft een helder overzicht van de belangrijkste wijzigingen van de NEN 1010:2007 + C1:2008 ten opzichte van de versie van 2003/2005.
Voor de elektrotechnische branche is de NEN 1010 de belangrijkste norm in het vakgebied. Bij veel installateurs én bij anderen die in de praktijk met laagspanningsinstallaties te maken hebben, is de interpretatie van de norm en de leesbaarheid vaak punt van discussie. Daarnaast zijn er vragen als het gaat om de verschillen tussen de laatst verschenen versie van de norm (NEN 1010:2007 + C1:2008) en eerdere versies.
UNETO-VNI heeft daarom nu een publicatie uitgebracht die als leidraad kan dienen voor iedereen die in de praktijk te maken heeft met het ontwerpen en aanleggen van laagspanningsinstallaties.


Eerste gemeenschappelijk systeemspecificatie voor energiemeters

De organisaties Figawa, KNX en ZVEI hebben voor het eerst een gezamenlijke zogeheten smart metering systeemspecificatie gepubliceerd. Hiermee is een akkoord over een gemeenschappelijke standaard voor communicatie van slimme energiemeters binnen handbereik. Het gaat om een systeemspecificatie (Open Metering System - OMS) die naast open ook fabrikantonafhankelijk en inter-operatief is. Deze in gezamenlijkheid opgestelde specificatie is nu als voorstel voor een nieuw Europees CEN werkartikel voorgelegd, zodat neutrale certificatie om compatibiliteit wordt gegarandeerd.
Met dit Open Metering System willen de fabrikantenassociaties Figawa, KNX en ZVEI zorgen voor meer openheid, onafhankelijkheid gekoppeld aan een inter-operatief toestel- en interfacedefinitie. Tot op heden is deze zogenoemde Open Metering System Specification ook de enige systeemdefinitie in Europa waarbij een uniforme aanpak centraal staat van alle media bij verbruiksmeters van elektriciteit, gas, warmte en water, inclusief sub-metering. De specificaties van het Open Metering System (OMS) worden momenteel door de European Committee for Standardisation (CEN) als voorstel voor een nieuw Europees werkartikel TC 294 onderzocht.

Meer informatie: www.openmetering.org


Itho introduceert Living Blue Label

Energiebesparing wordt, naast het opwekken van duurzame elektriciteit, een steeds groter maatschappelijk issue. Dit heeft directe gevolgen voor het ontwikkelen en produceren van klimaatsystemen voor woningen Itho, specialist in klimaatssystemen, is geïnspireerd door de schijnbare tegenstelling tussen de behoefte aan comfortabeler en gezonder wonen en wonen met een lager of geen energieverbruik. Itho introduceert het Living Blue Label voor duurzame producten en systemen die voldoen aan de wens tot meer comfort en minder energieverbruik
Itho biedt oplossingen voor temperatuur, gezonde lucht en warm water in woonhuizen. Daarin gaan mens en milieu harmonieus samen. Dit vat Itho samen in haar nieuwe centrale thema: Climate for life. De fabrikant voert dit thema door in al haar disciplines. Van vooruitstrevende keukenventilatie tot een maximaal warmwatercomfort in de woning. Ook heeft Itho unieke regelaars die de temperatuur in elk vertrek apart meten en rekening kunnen houden met de buitentemperatuur.

Meer informatie: www.itho.nl.


Roadmap Warmtepompen overhandigd aan minister Cramer

Minister Jacqueline Cramer van VROM heeft tijdens het NPW congres in Bussum de Raodmap Warmtepompen in ontvangst genomen. De overhandiging kon wegens verplichtingen van de minister elders niet live plaatsvinden. Wel sprak ze via een videoboodschap de congresdeelnemers toe en loofde daarin het initiatief en de inhoud van de aangeboden Roadmap.
Cramer gaf aan de actiepunten zoals in de Roadmap Warmtepompen genoemd, in samenhang met het gebruik van bodemenergie, te willen versnellen, door toegespitste regelgeving en het versnellen van vergunningsprocedures. Ze vindt bovendien dat de overheid de markt ruimte moet bieden en knelpunten moet wegnemen. Samen met de sector wil de overheid eraan werken om de noodzakelijk doorbraak van warmtepompen voor een duurzame toekomst te bewerkstelligen. De Roadmap maakt duidelijk dat de warmtepomp substantieel kan bijdragen aan een duurzame energievoorziening.


Verkoop warmtepompen blijft groeien

De verkoop van warmtepompen is in 2008 opnieuw flink gestegen. De verwarmingscapaciteit van de verkochte warmtepompen was 30 procent groter dan in 2007. Ook in de jaren daarvoor steeg de verkoop steeds met enkele tientallen procenten, zo meldt het CBS.
De meeste warmtepompen werden geplaatst in utiliteitsgebouwen. zoals kantoren en fabrieken, en in kassen. In 2008 ging het om ruim 10.000 warmtepompen die goed waren voor tachtig procent van de toegevoegde verwarmingscapaciteit. In totaal waren er eind 2008 ruim 40.000 warmtepompen in de utiliteitsgebouwen en in kassen in gebruik, met een totale capaciteit van 1.200 MW.
De overige warmtepompen die in 2008 zijn verkocht, werden vooral geplaatst in woningen. In 2008 ging het om een kleine 8.000 warmtepompen. De verwarmingscapaciteit van de verkochte warmtepompen voor woningen lag meer dan 2,5 keer hoger dan in 2007. Hierdoor kwam het totale aantal warmtepompen in woningen aan het einde van 2008 uit op 37.000, met een vermogen van bijna 200 MW.
Volgens nadere voorlopige ciffers van het CBS zijn de bijgeplaatste standaard- en combiwarmtepompen in 2008, uitgesplitst naar type warmtebron: bodem 1294 (12 MW thermisch vermogen); lucht 2361 (9 MW thermisch vermogen); water 1980 (27 MW thermisch vermogen).
Warmtepompen kunnen vaak op efficiënte wijze geïntegreerd worden met koelsystemen van een gebouw Energiewinning door warmtepompen wordt gezien als duurzame energie.


Gratis workshops over thermografie

Het gebruik van infraroodtechniek voor het bepalen van de temperatuur wordt al vele jaren toegepast. De tweede stap, de thermografie, heeft inmiddels ook brede interesse in de markt gewekt. Maar wat zijn nu eigenlijk de mogelijkheden van thermografie? En wat zijn emissie, NETD, reflectie en de Field of View nu precies? Testo houdt deze maand een aantal gratis workshops, waarin deelnemers worden meegenomen in de wereld van thermografie. Naast een stuk theorie over onder meer emissie en reflectie, krijgen ze ook de mogelijkheid in praktijk te leren wat een warmtebeeldcamera voor hen kan betekenen.

Meer infonmatie: www.testo.nl


Subsidieregeling voor warmtepompen

Heeft u een bestaande warmtepomp in uw woning en de woning is in uw eigendom? Heeft u een aansluittarief van 3x35 Ampère? Het kan zijn dat een lagere aansluitcapaciteit, en daarmee een lager aansluittarief, mogelijk is. Daarmee kunt u mogelijk honderden euro’s
op uw vastrechtkosten besparen. Wanneer u dit gedaan heeft kunt u gebruik maken van de “Subsidieregeling warmtepomphouders ten behoeve van verlaging elektriciteitsaansluiting” (SWVE).
Vanaf 1 september 2009 tot en met 15 december 2010 kunt u bij SenterNovem subsidie aanvragen voor de gemaakte kosten.

Meer informatie: www.senternovem.nl/swve


Toename EIA aanvragen voor energiezuinige koelinstallaties

Steeds meer bedrijven maken gebruik van de fiscale mogelijkheden van de EnergieInvesteringsaftrek (EIA) bij het aanschaffen van nieuwe installaties. Uit de EIA jaarcijfers over 2004-2008 blijkt een toename van het aantal aanvragen en het gemelde investeringsbedrag voor koel- en vriesinstallaties. Veel gemelde installaties zijn energiezuinige koelinstallaties voorzien van natuurlijke koudemiddelen. De sterke toename vanaf 2006 heeft vooral te maken met de wijziging van de omschrijving van de EIA-code voor koelinstallaties, code 220212. Toen werden de vrij ingewikkelde eisen aan de installatie vervangen door de huidige eenvoudiger omschrijving. Alleen een aantal voorgeschreven installatiedelen, die nodig zijn om energie te besparen, zijn nu vereist. Bij gebruik van natuurlijke koudemiddelen komt zelfde hele installatie in aanmerking voor de EIA.
Dat oude R-22 koelinstallaties langzaam worden vervangen door nieuwe installaties kan ook een oorzaak voor de toename zijn. De bedrijfszekerheid neemt met ingang van 2010 af, doordat alleen gerecycled R-22 gebruikt mag worden om de installatie bij te vullen. Dit hebben leveranciers slechts beperkt op voorraad. Steeds meer bedrijven beraden zich daarom of zij rond 2010 (uiterlijk 2015) de bestaande R-22 installaties vervangen of aanpassen.
Het doel van de EIA is het stimuleren van investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of in duurzame energie. Een ondernemer die investeert in een energiebesparend bedrijfsmiddel dat voldoet aan de EIA, mag 44 procent van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Gemiddeld krijgen ze daardoor zo’n elf procent van de kosten terug via de belasting. Op de Energielijst van de EIA staan diverse energiebesparende koeltechnieken, waarvoor ondernemers EIA kunnen krijgen. Ondernemers kunnen investeringen ook generiek melden als ze niet op de Energielijst staan. Generieke investeringen moeten wel zorgen voor voldoende energiebesparing.

Jaar

aantal EIA aanvragen

gemeld investeringsbedrag in miljoen euro

2004

177

9,2

2005

232

7,4

2006

248

48,4

2007

430

38,8

2008

385

53,7

Meer informatie: www.senternovem.nl/eia


Groen licht voor thermische balans

De Nederlandse Vereniging voor Ondergrondse Energieopslagsystemen (NVOE) organiseert op 5 november 2009 in het Hotel Houten te Houten een themabijeenkomst met als onderwerp: “Groen licht voor de thermische balans; methoden tot effectief regeneren”.
WKO zit behoorlijk in de lift. Er worden nu veel systemen ontworpen en gerealiseerd. Het is van groot belang veel aandacht te hebben voor een goed ontwerp en ook rekening te houden met de beheerfase. De thermische balans van de bodem krijgt vaak te weinig aandacht. In een themabijeenkomst van de NVOE op 5 november wordt dit aspect specifiek belicht. In een aantal lezingen worden besproken hoe hiermee in de ontwerp- en beheerfase rekening gehouden dient te worden. Daarnaast worden verschillende regeneratie methodieken besproken. Aan de orde komen met gebruik van asfaltcollectoren, het gebruik van energiedaken en het gebruik van oppervlaktewater. De inleiders praktijksituaties brengen praktijkvoorbeelden in en er is gelegenheid voor discussie.
Deze praktijkgerichte bijeenkomst is interessant voor projectontwikkelaars, beleggers, aannemers, installateurs, adviseurs en energiecoördinatoren.

Meer informatie: www.nvoe.nl


KNVvK themadag Uitfasering HCFK

Gerard Vos - directeur secretariaat KNVvK en redacteur RCC Koude & Luchtbehandeling

Inleiding
Donderdag 12 november 2009
Themamiddag: Uitfasering HCFK dichterbij dan (n)ooit
Een themadag samen met de NVKL en de NEKOVRI

Plaats van samenkomst:
Restaurant PTC+, Zandlaan 27, 6717 LN Ede

Onderwerp:
De dagen voor HCFK zijn geteld!

Hoewel al geruime tijd bekend is dat vanaf 1 januari 2010 de uitfasering begint van de HCFK’s is nog menigeen in afwachting van wat komen gaat. Zowel de installateurs als de gasleveranciers wachten in spanning af op de beweging in de markt. Niet alleen in Nederland komen wij deze houding tegen. Ook in andere landen van de EU is men nog niet voldoende bezig om de omschakeling naar andere koudemiddelen en het vervangen van de HCFK’s te realiseren. Een groot verschil met de uitfasering van de CFK’s, zoals R-12 , vormt de voorraad in Nederland en de EU van her te gebruiken HCFK’s , zoals R-22. Nieuwe Virgin van R-22 is vanaf 1 januari 2010 geheel verboden.
De gebruiker is daarmee aangewezen op de voorraad die de installateur mag en kan hergebruiken bij het installatieonderhoud De verordening 2037/2000 is op een aantal punten aangepast om de gerecupereerde koudemiddelen te mogen hergebruiken. Nederland kent samen met Frankrijk tal van rondpompsystemen waar grote inhouden mee gemoeid gaan. Tekorten van R-22 bij deze installaties, die veel worden toegepast in de levensmiddelenindustrie, bloemenveilingen, koel- en vrieshuizen etc, kunnen problemen gaan opleveren.
Ondanks pogingen om de uitfasering uit te stellen, houdt Europa en dus ook Nederland vast aan de data van uitfasering. De investeringen die moeten worden gedaan om de omschakeling te realiseren, zijn in de huidige tijd een bijkomstig probleem voor de gebruikers.
“Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten hoe” is songtekst die hier toepasselijk is. Het is de hoogste tijd om versneld de mogelijke problemen voor te zijn De techniek is er.
Er zijn alternatieve koudemiddelen en vervangers.
Tijdens de themadag zullen de sprekers ingaan op de komende uitfasering, de verordening 2037, de R-22 exit-strategie, vervangers en praktijkvoorbeelden.
De laatste loodjes van de uitfasering van ozon aantastende stoffen wegen het zwaarst.

Doelgroep
Gebruikers en eigenaren van koelsystemen, airconditioners, industriële koelinstallaties en andere toepassingen van koudetechniek ,waaronder de koel-en vrieshuizen, de supermarkten, waarbij HCFK’s als koudemiddel wordt gebruikt. Installateurs van de genoemde installaties, maar ook overheden, gebouwbeheerders etc.

Voorlopig programma KNVvK themadag
15.00 uur - 15.30 uur: Ontvangst
15.30 uur - 15.40 uur: Opening door de dagvoorzitter G.J.M. Vos - KNVvK
15.40 uur -16.00: uur: Aanpassingen EU verordening 2037/2000 - Ing. J. Hoogkamer - NVKL
De aanpassing van de verordening heeft gevolgen voor het kunnen hergebruiken van het koudemiddel en het verbod op wederverkoop van koudemiddel.
16.00 uur - 16.20 uur: Onderzoek R-22 exit strategie - ir. S. Lobregt - Sparkling projects B.V.
Het onderzoeksrapport is een aanvullende rapportage op het eerder verschenen onderzoek van de NVKL en de NEKOVRI i.v.m. de R-22 uitfasering. De details van het recentelijk verschenen rapport worden toegelicht, waarbij de exit-strategie een essentieel onderdeel is van de presentatie.
16.40 uur - 17.00 uur: Alternatieven voor HCFK’s - J. Gerstel- duPont
Nieuwe vervangers voor R-22 met name ook voor rondpompsystemen zijn intussen officieel door duPont aangegeven als geschikt koudemiddel voor het retrofitten.
17.00 uur - 17.20 uur: Retrofitten in relatie tot de PED - ing. J. Odie - Energieconsult - Holland B.V. Retrofitten van bestaande installaties hebben direct een relatie met de PED voor druk apparatuur. In een overzicht worden de aspecten behandeld die van toepassing zijn voor het retrofitten van R-22 -installaties
17.20 uur - 18.00 uur: Luxe broodmaaltijd
18.00 uur - 18.20 uur: Oplossingen voor R-22 installaties - R. Dommerholt- Westfalen Gassen Nederland B.V.
In de toelichting wordt ingegaan op het toepassen van vervangers voor R-22. Hierbij zullen aan de hand van praktijkvoorbeelden de werkwijze van het retrofitten worden toegelicht.
18.20 uur - 18.40 uur: Problemen en oplossingen bij reeds omgebouwde installaties voor
koel- en vrieshuizen door NEKOVRI

Retrofitten van bestaande installaties heeft veel voeten in aarde gehad. Voorlopers hebben de uitfasering aangepakt om de installatie een nieuw leven in te blazen. Dat een en ander in de beginfase ook op problemen stuit is logisch, maar met de oplossingen wordt veel kennis opgedaan om dit ook voor anderen aantrekkelijk te maken. De branche moet verder, de producten moeten gekoeld of ingevroren blijven. De koelen vrieshuizen zullen de komende tijd veel werk samen met de installateurs moeten verzetten om alles draaiende te houden. Dat geldt niet alleen voor bestaande installaties, maar ook voor de nieuwe installaties. Naast retrofitten is er natuurlijk ook de trend naar natuurlijke koudemiddelen en de energieaspecten.
18.40 uur: Afsluiting, hapje en drankje

Deelname
Deelname per persoon incl. 19% BTW en inclusief lunch: € 200,-
studenten (op vertoon van de OV-kaart) inc1.19% BTW € 25,-

KNVvK-ledenkortingen:
KNVvK-Ieden ontvangen een korting van ca. 30%.
Voor gepensioneerde KNVvK-leden geldt een extra verlaagd tarief
KNVvK-leden, inclusief ca.30% korting incl. 19% BTW € 140,-
Gepensioneerde KNVvK-leden incl. 19% BTW € 40,-

Aanmelding
Uw aanmelding moet uiterlijk woensdag 5 november 2009 op het secretariaat van de KNVvK zijn: Postbus 32, 6710 BA Ede; e-mail: info@knvvk.nl; Internet www.knvvk.nl onder het kopje agenda.
Tel.: 0318-697198, Fax: 0318-697199.
U krijgt na afloop van de themadag een factuur toegestuurd.
Bij de opgave s.v.p. uw naam, adres en het telefoonnummer waar u overdag bereikbaar bent, vermelden. Annuleren is mogelijk tot uiterlijk 5 november 2009

De deelnemers ontvangen een bevestiging van deelname.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Word lid van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude

G.J.M. Vos - directeur secretariaat KNVvK

De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude (KNVvK) is een technischwetenschappelijke vereniging van personen, werkzaam op het gebied van zowel de opwekking (installateurs, fabrikanten, groothandel), als de toepassing (voedingsmiddelenindustrie, koel-/vrieshuizen, landbouw, medische toepassing) van koeltechniek. De NVvK werd in 1908 opgericht door Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes. Op 23 september 2008 werd de Vereniging Koninklijk.
Lid zijn van de KNVvK betekent dat je:
1. je verbonden voelt met het vakgebied;
2. invloed kunt uitoefenen op de technisch-inhoudelijke kanten van het vakgebied. Dit is mogelijk door lid te worden van het bestuur of van een van de diverse overlegorganen (Commissie Themadagen, Redactieraad Koude & Luchtbehandeling, Commissie voor Onderzoek en Ontwikkeling, commissie onderwijs, medewerking in projecten e.d);
3. tegen een sterk gereduceerd tarief deelneemt aan thema dagen, congressen en workshops;
4. gratis het vakblad Koude & Luchtbehandeling (K&L, RCC) ontvangt.
De KNVvK is de titelhouder van Koude & Luchtbehandeling, het vakblad dat in 2007 haar 100e jaargang beleefde. De KNVvK stelt haar blad gratis beschikbaar aan andere vakinhoudelijk gerichte verenigingen.
Dat Koude & Luchtbehandeling behoort tot de in Europa toonaangevende vakbladen is vooral te danken aan die leden die auteur en/of lid zijn van de redactieraad. Zij zijn beschikbaar voor het schrijven van artikelen, het zoeken van auteurs en controle op de inhoud van de te publiceren artikelen.
Lid van de KNVvK word je vanwege de betrokkenheid met het vakgebied en bij wilt blijven met alle ontwikkelingen op het gebied van de koudetechniek en de toepassingen ervan.
Lid word je vanwege de ontwikkelingen die er zijn op het gebied van nieuwe en duurzame technieken, zoals o.a de toepassingen van warmtepompen energetische verbeteringen van de toe te passen systemen voor de koudetechniek en de luchtbehandeling.
Lid word je om dat je de koudetechniek en de luchtbehandeling een stem wilt geven.
Veel van dat wat in de koudewereld tot stand komt is mogelijk dank zij de inspanningen/ondersteuning van de leden.
Meld je daarom aan als lid of steun de KNVvK als bedrijfsbegunstiger De bedrijfsbegunstigers worden op de website expliciet genoemd en kunnen ook het bedrijfslogo gratis laten plaatsen. Hierbij wordt tevens een link aangebracht naar het bedrijf.

Voor 2009 geldt een gereduceerd tarief naar rato op basis van de datum van aanmelding. Aanmelden kan via de website: www.knvvk.nl.
U kunt ook een inschrijfformulier downloaden en na invulling opsturen aan de KNVvK te Ede.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


NVKL naar eindgebruikersbeurzen Energie en Vakdagen Gebouwbeheer

NVKL

Inleiding
In het kader van de imagecampagne staat de NVKL dit najaar op twee eindgebruikersbeurzen om de NVKL-leden te promoten. Van 6 t/m 8 oktober is de beurs Energie 2009 en op 21 en 22 oktober vinden de Vakdagen Gebouwbeheer plaats.

De doelgroep van de Energiebeurs zijn energiemanagers, inkopers, industrieel ingenieurs, technisch managers, gemeenten, vastgoedontwikkelaars, directies en facilitymanagers, Het zijn bezoekers met als gemeenschappelijk kenmerk een groot energieverbruik en de wil om te besparen. De bedoeling van de NVKL-stand is om energiebesparing in de koudetechniek en klimaatsystemen te tonen. Door middel van voorbeelden laten we zien wat het rendement is van investeren in koel- en klimaatsystemen. Vervolgens worden de bezoekers doorverwezen naar de NVKL-installateurs die alle expertise in huis hebben om de klant te helpen met energie te besparen.

Op de Vakdagen Gebouwbeheer komen gebouwbeheerders, facilitair managers, adviseurs, inkopers, installateurs, aannemers en hoofden technische dienst, die voornamelijk werkzaam zijn voor de zorg, het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven. De NVKL promoot op deze vakdagen de NVKL-installateur als specialist in koudetechniek en klimaatbeheersing.
Voor meer informatie of als u de beurzen wilt bezoeken, neem dan contact op met de NVKL, 079 - 35 31 259 of info@nvkl.nl.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Deelname beurzen

NVKL

- Deelname aan Energiebeurs en Vakdagen Gebouwbeheer
- VSK-beurs
- Arbocatalogus
- Interessante bijeenkomsten najaar
- Nieuwe tender UKP Verduurzaming Warmte en Koude open

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


VSK-beurs 2010

NVKL

Van 1 t/m 5 februari 2010 vindt de VSK-beurs 2010 plaats. Hal 11 wordt weer het centrale punt voor de koude & klimaatbranche.
Dit jaar staat de NVKL voor het eerst ook in hal 1, aan de verwarmingszijde. Met de deelname in hal 1 wil de NVKL de link leggen tussen verwarmen en koelen en de bezoeker informeren over de producten die door leveranciers in hal 11 getoond worden. Hiermee doet de NVKL een eerste poging om warmte en koude op de VSK te integreren.

Activiteiten op de stand in hal 11 zijn onder andere:
- Innovaties en ontwikkelingen op koeltechnisch gebied
- Uitreiking van de NVKL-koeltrofee voor de beste innovatie in de sector
- Vakwedstrijden voor jonge koel monteurs
- Monteursdag op vrijdag 5 februari met de verkiezing van de beste serviceauto van de NVKL
- Mogelijkheid om contact te leggen met uw collega’s uit de branche
- Desk voor informatie en advies over de NVKL-erkenning, wet- en regelgeving, dienstverlening van de NVKL, etcetera.
De NVKL zal verder lezingen over interessante actuele onderwerpen verzorgen in het speciale Klimaattheater dat in hal 12 gebouwd zal worden.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Nieuwe Arbo-catalogus voor de Koude & Luchtbranche

NVKL

Werkgevers- en werknemersorganisaties krijgen van de overheid de ruimte om samen afspraken te maken over veilig en gezond werken in een arbo-catalogus, specifiek voor de eigen branche. Hierdoor kunnen bedrijven voldoen aan de Arbowet, op een werkbare manier, die past bij de branche. Er wordt nu door werkgevers- en werknemersorganisaties gewerkt aan een Arbo-catalogus voor de Installatie- en Isolatiebranches, Koudetechniek- en Luchtbehandeling.
De NVKL, Uneto-VNI en de VIB samen met vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en De Unie werken onder de naam I&I Mens en Werk. (Tot 2009 maakten ze producten onder de naam Miss Arbo.) In de arbo-catalogus staan praktische tips en oplossingen voor bedrijven en hun medewerkers. De catalogus is speciaal voor en door de branche geschreven.

Laatste nieuws
De Arbeidsinspectie heeft “Werken op hoogte” goedgekeurd; het eerste onderwerp voor de arbo-catalogus. In de catalogus staat beschreven hoe werken op hoogte praktisch, veilig, gezond en volgens de wettelijke eisen kan worden uitgevoerd. Naast uitleg geeft het document ook handige tools. Kijk op www.iimensenwerk.nl.
Met dit eerste onderwerp worden “Werken op hoogte algemeen”, “Werken op hoogte langs gevels en aan plafonds” en “Werken op hoogte op daken, bordessen en werkvloeren” besproken. De bijbehorende Project Risico Inventarisatie- en Evaluatiebladen helpen de werkvoorbereider en ook de medewerker met het beoordelen, controleren en vastleggen van de gekozen middelen.

Praktische producten
In 2008 hebben sociale partners besloten een arbo-catalogus voor de branches te ontwikkelen, met oplossingen voor veel voorkomende veiligheid- en gezondheidsrisico’s. Praktische informatie en toegankelijke toolboxen zorgen ervoor dat bedrijven in de branches aan het werk kunnen volgens de afspraken. Werken op hoogte is het eerste onderwerp. Aan “Werken (z)onder spanning”, “Werken in kruipruimten” en “Fysieke belasting” wordt door de partijen hard gewerkt. De bedrijven en werknemers in deze branches kunnen binnen afzienbare tijd oplossingenboeken en bruikbare producten over deze onderwerpen tegemoet zien.
De arbo-catalogus is te lezen en te downloaden op www.iimensenwerk.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Nieuwe tender UKP verduurzaming Warmte en Koude open

NVKL

Vanaf 15 augustus t/m 5 november 2009 kunnen weer aanvragen ingediend worden voor de tender UKP Verduurzaming Warmte en Koude. Hiervoor is een subsidie budget beschikbaar van € 10.000.000.
De UK warmte/koude projecten kunnen in alle marktsectoren plaatsvinden en moeten innovaties tot stand brengen op één of meer van de volgende warmte- of koudethema’s:
1. Duurzame warmte of koude uit bio-energie
3. Aardwarmte
3. Grootschalige zonthermische energie
4. Benutting van duurzame warmte of koude in de gebouwde omgeving op wijkniveau of in bedrijven
5. Benutting van restwarmte of -koude in de gebouwde omgeving op wijkniveau of in bedrijven
Naast innovatie moeten de projecten een bijdrage leveren aan de energietransitie. Aanvragers moeten zich altijd organiseren in een samenwerkingsverband om in aanmerking te komen voor de subsidie. De gedachte hierachter is dat de energietransitie een maatschappelijke inbedding nodig heeft, en dat die altijd van meer dan één partij moet komen. Bovendien moeten de projecten knelpunten bij de energietransitie oplossen, bijvoorbeeld in techniek, ketens, markten, beleid en regelgeving, milieuvraagstukken en productie.
Meer informatie op www.senternovem.nl/EOS of via ledendeel NVKL.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Interessante data - najaar 2009

NVKL

6 t/m 8 oktober - Vakbeurs Energie Brabanthallen in ‘s-Hertogenbosch
6 oktober - Congres Energie besparen op verwarmen en koelen, Brabanthallen in ‘s- Hertogenbosch
13 oktober - Regiobijeenkomst Midden AC Restaurant en zalencentrum in De Meern
15 oktober - Regiobijeenkomst Zuid Novotel in Eindhoven
20 oktober - Regiobijeenkomst West Mercure Hotel in Dordrecht
21 t/m 22 oktober - Vakdagen Gebouwbeheer Americahal in Apeldoorn
27 oktober - Regiobijeenkomst Noord Mercure Hotel in Zwolle
7 t/m 11 december - Week van de Koude

Meer informatie op www.nvkl.nl/ledendeel

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Snelheid en efficiëntie van belang bij een storingsanalyse (1)

Gerard Vos - lid van de Redactieraad RCC Koude & Luchtbehandeling / directeur KNVvK-bureau

Inleiding
Om slijtage en storingen aan koeltechnische installaties te voorkomen, is periodiek onderhoud van belang.
Treedt er desondanks een storing op, dan is correctief onderhoud noodzakelijk. Het opsporen en oplossen van een storing in een zo kort mogelijk tijdsbestek is van groot belang. Een niet werkende machine kost immers geld. Het is dus zaak om de storing op een efficiënte manier op te sporen. Het eerste deel in de serie over het onderhoud van koelinstallaties, airconditioners en warmtepompen gaat over het begrip onderhoud en geeft een voorbeeld van een analyse er van uitgaande dat er geen koeling is.

Preventief onderhoud aan koeltechnische installaties bestaat uit dagelijks onderhoud en periodiek onderhoud. Dit is toestandsafhankelijk. Onder preventief onderhoud wordt het voorkomen van slijtage en storingen verstaan. Het gaat daarbij onder andere om het gebruik maken van onderhoudstabellen en werkinstructies, fabrieksinstructies, controlelijsten of inspectierapporten. Correctief onderhoud bestaat uit het controleren, repareren of vervangen en beproeven. Onder correctief onderhoud wordt het opsporen, lokaliseren en verhelpen van storingen verstaan. Het is storingsafhankelijk. Bij correctief onderhoud wordt onder andere gebruik gemaakt van storingstabellen.
Het opsporen van storingen heeft bij het niet of niet volledig functioneren van apparaten, installaties of gedeelten hiervan, als doel om in zo kort mogelijke tijd de oorzaken hiervan vast te stellen en te verhelpen. Ook het verhelpen dient zo snel mogelijk te gebeuren, omdat elke machine die buiten bedrijf is, geld kost. Het verhelpen van storingen door middel van demonteren, herstellen of vervangen, monteren en afstellen zijn vaak tijdrovende bezigheden; zeker wanneer niet volgens een doordacht systeem tewerk wordt gegaan.

Storingsgevolgen
In grote lijnen kunnen de storingsgevolgen in twee soorten worden verdeeld. In het eerste geval functioneert het apparaat of installatie geheel niet en in het tweede geval is de werking niet juist of functioneert het slechts gedeeltelijk. Voor beide gevallen zijn de storingsoorzaken veelal terug te voeren tot: slecht onderhoud, slijtage, beschadiging, overbelasting en onjuiste afstelling van apparatuur.
Het inwinnen en verzamelen van informatie omtrent het object is een van de eerste uitgangspunten bij de werkvoorbereiding voor het lokaliseren van storingsoorzaken. Deze informatie kan op verschillende wijzen verkregen worden, zoals uit onderstaand globaal overzicht blijkt.

1. Verbale informatie
- Gesprek met gebruiker / klant / bedieningspersoneel
- Rapporten van eerdere reparaties o.a. via het logboek en andere historische gegevens
- Bijbehorende schema’s, tekeningen, instructieboeken, diagrammen en dergelijke
- storingstabellen.
2. Zichtbare informatie (nevenverschijnselen, symptomen)
- Lekkages
- Rookontwikkeling
- Breuk
- Slingering
- Vettige leidingen / aansluitingen
- Onregelmatigheden in de temperatuur, vochtgehalte en druk.
3. Hoorbare informatie
- Bijgeluiden
- Onregelmatige geluiden van de installatie
4. Voelbare informatie
- Trillingen
- Abnormale bewegingen (onregelmatig)
- Temperatuur
5. Informatie door middel van metingen
- Temperatuur
- Elektrisch
- Druk
- Trillingen
- Spelingen
- Toerentallen
- Snelheden
- Vochtigheid
- Opgenomen vermogen / energieverbruik / koudemiddelvulling
Met behulp van de verkregen informatie en de aanwezige symptomen kan getracht worden, volgens een bepaalde methode van storingzoeken, de storingzaken op te sporen.
Technisch gezien zijn de meeste storingen te herleiden uit deze informatie en zijn ze via een analyse goed te traceren. Het is veelal ook een kwestie van routine van de servicemonteur die eerder vergelijkbare storingen tegenkwam. Toch komt het voor dat ten onrechte onderdelen worden vernieuwd die achteraf toch goed bleken te zijn. Een goede registratie van de analyse en de reparatie kan voor een volgende keer hulp bieden.

Waarschuwing
Er kunnen meerdere storingen tegelijkertijd optreden en deze kunnen elkaar beïnvloeden. Trek de conclusies niet te snel en nooit voordat het gehele koelsysteem grondig is nagekeken. In de storingslijst zijn de verschillende werkzaamheden geclassificeerd met de volgende klasse:
1 werkzaamheden die uitgevoerd kunnen worden door een handige gebruiker.
2 werkzaamheden die uitgevoerd kunnen worden door een ervaren servicetechnicus. Deze technicus is veelal geen bevoegd koeltechnicus, maar vaak wel elektrotechnicus.
3 werkzaamheden die uitsluitend kunnen worden uitgevoerd door een ervaren bevoegde koeltechnicus.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Nieuwe V-serie zuigercompressoren Grasso voor industriële toepassing

The new Grasso V-series challenges the Total Cost of Ownership

Door Ing. Dick Havenaar - Voorzitter redactie RCC Koude & Luchtbehandeling

Inleiding
Bij de ontwikkeling van de nieuwe Grasso zuigercompressoren stonden voordelen voor de klant en eindgebruiker, zoals energie efficiency en lage onderhoudskosten, centraal.
Het doel was om een compressor te ontwerpen voor de industriële koeltechnische markt, die betrouwbaar functioneert tegen de laagst mogelijke exploitatiekosten. Het innovatieproces leidde tot een revolutionair ontwerp van deze V-serie zuigercompressoren, bestaande uit een gelaste compressorbehuizing met gietijzeren cilinderkop opbouw. In aansluiting op het artikel zoals geplaatst in RCC Koude & luchtbehandeling nr. 9 van september 2009, hierbij het tweede artikel over de recente innovatie van GEA Grasso: de V-serie zuigercompressoren voor industriële toepassing.

Grasso heeft ruim 150 jaar ervaring in het fabriceren van componenten en packages voor de industriële koudetechniek. De R&D afdeling van de onderneming is continu bezig met de ontwikkeling van nieuwe producten en innovaties. Met de nieuwe V-serie zuigercompressoren heeft Grasso een nieuwe start aangekondigd van een geheel nieuwe ontwikkeling voor de industriële markt. Op het moment dat men wellicht dacht dat de zuigercompressor niet meer in de belangstelling stond, heeft Grasso juist geïnvesteerd in de ontwikkeling van de zuigercompressor met een duidelijke visie voor de toekomst en gebaseerd op energiebesparing. Het verminderen van het energiegebruik staat namelijk nationaal en internationaal volop in de belangstelling. In de koudetechniek zijn de energiekosten dan ook de belangrijkste kosten voor het exploiteren van een koude-installatie. De total cost of ownership is daarom het belangrijkste issue voor de eigenaar/gebruiker van een installatie. Daarom is de markt zo betrokken bij de energie efficiency van componenten en installaties. Het antwoord daarop is de nieuw ontwikkelde Grasso V-serie zuigercompressoren. Deze nieuwe serie compressoren is bijzonder uitdagend met betrekking tot de total cost of ownership en draagt in belangrijke mate bij aan verlaging van de totale bedrijfskosten van een koude-installatie.

De Grasso V-serie compressoren
De markt maakte voor het eerst kennis met deze nieuwe serie zuigercompressoren op de Chillventa in oktober 2008 (afbeelding 1).Voor de eigenaar/ gebruiker levert de toepassing van deze gelaste compressor veel voordelen op. Maximale energie efficiency, minimale onderhoudskosten en de uiterst betrouwbare werking zijn de drie belangrijkste eigenschappen van deze compressor. Door een volledig nieuw ontwerp werd als uitdaging van deze innovatie invulling gegeven aan het verkrijgen van de maximale energie efficiency. Hierdoor werd een geheel nieuw en revolutionair compressor behuizing ontworpen. Voor dit onderdeel werd invulling gegeven aan een zo optimaal mogelijke temperatuurscheiding van de lage en hoge temperaturen in het zuig- respectievelijk persgedeelte van de compressor. Door deze scheiding kan een zo hoog mogelijk rendement worden behaald. Ook werden de drukverliezen die het gasvormige koudemiddel in de compressor ondergaan zoveel mogelijk beperkt.
Tevens werd er van uitgegaan dat de compressor zonder additionele/kunstmatige cilinder koeling (door water of anderszins) probleemloos zou moeten functioneren in vollast en deellast. Door dit ontwerp is ook een lagere eindcompressietemperaruur in vollast en deellast verkregen. Het energiegebruik is met betrekking tot de huidige compressoren met 2-6 % gereduceerd.

Onderhoudskosten
Ook is in dit nieuwe ontwerp veel aandacht gegeven aan het minimaliseren van de onderhoudskosten. De onderhoudsintervallen zijn aanzienlijk verlengd en mede door de toepassing van die onderdelen die zelf al een lange levensduur bezitten en het kiezen van het optimale toerental met een maximum van 1200 min-1 is aanzienlijk minder onderhoud nodig. Door een continu en zogeheten onlinemonitoring van deze compressor kan de onderhoudsperiode flexibel worden uitgevoerd.
De diverse onderhoudswerkzaamheden zijn verdeeld in drie verschillende typen intervallen, namelijk van 25 maanden, 15.000 en 48.000 draaiuren. Elke compressor van de Grasso V-serie is daarom uitgevoerd met een zogeheten Conditional Maintenance Monitor (afbeelding 2), die via onlinecommunicatie de juiste indicatie van het uit te voeren onderhoud automatisch calculeert en aangeeft (afbeelding 3). Het systeem managet de service-intervallen afhankelijk van de bedrijfscondities van de compressor. Verschillende parameters, waaronder temperatuur, toerental, aantal starts en stops, voeden de software, waardoor middels algoritmen het nodige onderhoud kan worden bepaald.
Hiervoor worden vijf parameters ingezet en de volgende temperatuurmetingen uitgevoerd: persgastemperatuur, zuiggastemperatuur en olietemperatuur. Tevens wordt het toerental en aantal starts en stops gemeten. De software voert door algoritmen een analyse uit.
Op deze wijze wordt alleen indien het nodig is onderhoud uitgevoerd en dan ook nog eens op een het juiste aantal niveaus, zoals door het systeem op dat moment wordt aangegeven. Hierdoor worden de onderhoudskosten in belangrijke mate gereduceerd.

Betrouwbaarheid
Het gebruik van hoogwaardige materialen en componenten die na uitgebreide testen zijn goed gekeurd, bepaalt voor het grootste gedeelte de betrouwbaarheid van de compressor. Genoemd worden in ieder geval, de composiet materialen waaruit de zuig- en perskleppen zijn gefabriceerd, Axiaal rollen lager van de krukas, de hoofdlagers uitgevoerd met vergrote diameters, de asafdichting die maximaal wordt gekoeld door de oliepomp en een oliefilter dat twee keer zo groot is uitgevoerd dan de tot nu toe toegepaste oliefilters.
Een zeer belangrijke eigenschap van deze nieuwe V-serie compressor is de extreem lage olie uitstoot (olieverbruik).

Samenvatting van de voordelen
- Hoogst mogelijke efficiency
- Flexibel onderhoud
- Langere onderhoudsintervallen
- Lagere prijs per kW koelvermogen
- Lagere onderhoudskosten

Samenvatting
Voordelen voor de klant en eindgebruiker zoals energie-efficiency en lage onderhoudskosten hebben in de ontwikkeling van deze compressor centraal gestaan. Het innovatieproces heeft geleid tot een revolutionair ontwerp van deze V-serie zuigercompressoren bestaande uit een gelaste compressorbehuizing met gietijzeren cilinderkop opbouw. Gedurende de ontwikkeling van de V-serie compressoren heeft Grasso zich steeds verplaatst in de positie van heer klanten en in die van de eindgebruikers. Het doel was om een compressor te ontwerpen voor de industriële koeltechnische markt die betrouwbaar functioneert tegen de laagst mogelijke exploitatiekosten. Voor de klant en eindgebruiker immers van belang voor een economische bedrijfsvoering van de warmtepomp en/of koude-installatie. Tijdens het ontwerpproces is elk onderdeel van de compressor geoptimaliseerd en daarbij heeft het ontwerpteam zich o.a. gefocussed op welke wijze maximale energie efficiency, minimale betrouwbaarheid en minimale tijd voor het uitvoeren van onderhoud kan worden verkregen.

De nieuwe V-serie compressor is een 100% Europees product. Meer dan 100 jaar ontwerpervaring is gelijktijdig gecombineerd met uitkomsten van recent onderzoek en technologische ontwikkeling. Hierdoor is een betrouwbare werkende compressor ontworpen die tevens weinig onderhoud vergt. Met de V-serie heeft Grasso een nieuwe toekomstvisie neergezet. De V-serie betekent daarom het begin van een nieuw tijdperk. “Bent u ook klaar voor een nieuwe ijstijd?”

De V-serie zuigercompressoren en de SC-serie schroefcompressoren kunnen zowel in koude-installaties als warmtepompen worden toegepast. De V-serie compressoren is vooralsnog geschikt voor de toepassing an het natuurlijke koudemiddelen NH3, terwijl de schroefcompressoren worden toegepast voor zowel CO2 als NH3.
De Grasso compressoren zijn te leveren als “bare” of in “package” uitvoering. Ook kunnen samengebouwde compressorunits in standaard uitvoering of als specials worden geleverd met deze compressoren.

Summary
Advantages such as energy efficient and very low maintenance costs are the main items for the customer and end-user of the compressor.
The innovation process has result till a revolution design of the V-series reciprocating compressors existing of a welded compressor casing with a cilinderheadassembly made of cast iron. During the development of the Grasso V-series, Grasso continually put itself in the position of its customers. Target was the design of a compressor with such low as possible operation cost with is a very important item for an economical operation for the heat pump and/or refrigeration plant. Time and again each component was assessed by the design team for the most important elements that contribute to a low Total Cost of Ownership: energy efficiency, minimal maintenance costs, and maximum reliability with minimal downtime.
The new V-series is a 100% European product. More than 100 years of design experience has been combined with contemporary research and technology. A very reliable compressor has been created that is not only very efficient, but also requires less maintenance. With the V-series, Grasso has set a new standard for the future. The V-series therefore signifies the start of a new era “Are you ready for the new ice age”.
The V-series reciprocating and the SC-series screw compressors are applicable for heat pumps and refrigeration plants. The V-series compressors is for the time being suitable for operation with the natural refrigerant NH3, while the screw compressors are applicable for operation with both refrigerants CO2 and NH3. The Grasso compressors can be delivered as “bare” or in “package” execution. Also standard or special assembled executed compressor units can be delivered with both mentioned compressors.

Meer informatie: www.gearefrigerationcomponents.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


HFO-1234yf mogelijk alternatief voor R-134a

HFO-1234yf a potential replacement for R-134a

Door Thomas J. Leck - Dupont Fluorochemicals, Wilmington, Delaware, USA

Inleiding
HFO-1234yf werd ontwikkeld als tegenhanger voor koudemiddelen die HFK’s bevatten en die daardoor bijdragen aan de opwarming van de aarde.
Dit nieuwe koudemiddel is duurzaam en milieuvriendelijk, en vertoont een stabiele werking in koelinstallaties. Het Amerikaanse bedrijf DuPont de Nemours vergeleek HFO-1234yf met R-134a en beoordeelde daarnaast de stabiliteit ook de compatibiliteit en de prestaties van het nieuwe gas. Thomas J. Leck, principal investigator van DuPont Fluorochemicals, legt uit hoe het onderzoek in zijn werk ging en wat de belangrijkste conclusies waren.

De toenemende ongerustheid over de schadelijke invloed van chemische koudemiddelen op de stratosfeer (onderste laag van de dampkring of atmosfeer) van de aarde heeft ertoe geleid dat chloor- en broomhoudende koudemiddelen werden uitgefaseerd. Deze gassen kunnen bij emissie de ozonlaag aantasten. Nieuwe zorgen over een wereldwijde klimaatverandering leidden in Europa tot wettelijke maatregelen om het gebruik van HFK R-134a in aircosystemen voor auto’s geleidelijk uit te bannen. Deze maatregelen worden vanaf 2011 van kracht. De zoektocht naar mogelijke alternatieven die geschikt zijn voor gebruik in personenauto’s, resulteerde in de ontwikkeling van fluorwaterstof olefine 2,3,3,3-tetrafluoropropeen. Dit molecuul werd onderzocht en alle eigenschappen met betrekking tot het gebruik in aircosystemen voor auto’s zijn nauwkeurig vastgelegd (Minor en Spatz, 2008).

MH-TsV
De Martin Hou-toestandsvergelijking (MH-TsV) is handig om - met behulp van een beperkte hoeveelheid basisgegevens - eigenschapinformatie te genereren die nauwkeurig genoeg is om airconditioning- en koelinstallaties te kunnen ontwerpen en bouwen. Met deze vergelijking
is het mogelijk tabellen met thermodynamische eigenschappen en zeer precieze PH-diagrammen (drukenthalpie-diagrammen) te maken. PH-diagrammen zijn erg geschikt voor het grafisch of digitaal inschatten van koelcyclusparameters en worden dan ook vaak gebruikt bij het evalueren van de thermosfysische eigenschappen van koudemiddelen. Het is ook mogelijk de MH-TsV te gebruiken in computergestuurde ontwerpprogramma’s, om zo koelcycli op basis van diverse bedrijfstemperaturen, condities en systeemontwerpen te kunnen beoordelen. Bovendien kan de MH-TsV worden verfijnd, zodra er nauwkeurigere meetgegevens voor HFO-1234yf beschikbaar zijn.

PH-curve
In de praktijk is het vaak niet nodig om de eigenschappen van onderkoelde vloeistof links van de PH-curve volledig te definiëren. Het is echter wel van belang om de grenzen en de vorm van het drukenthalpie-diagram te kennen. Daarvoor moeten enkele basisprincipes worden toegepast en een beperkt aantal eigenschapgegevens worden gemeten. Het tweefasige gebied binnen de PH-curve en het gasfasegebied rechts van de PH-curve moeten nauwkeurig worden gedefinieerd. Het is mogelijk om met de MH-TsV deze gebieden uit te zetten.
Er zijn niet veel meetgegevens beschikbaar met betrekking tot de thermosfysische eigenschappen van HFO-1234yf en er is tot nu toe ook nog maar weinig over gepubliceerd.
Grootschalige toestandsvergelijkingen die nodig zijn om een robuust ontwerpprogramma als REFPROP (NIST, 2007) te ondersteunen, vereisen erg veel nauwkeurig gemeten en ingevoerde gegevens. MH-TsV vormt een alternatieve methode om ontwerpvergelijkingen op te stellen.
Hierbij zijn minder gegevens nodig; praktisch alleen de basisprincipes van de thermodynamica moeten worden toegepast.

De methode
De basisvorm van de MH-TsV is algemeen bekend (zie vergelijking 1). In dit artikel staan de ontwikkelde Martin Hou-vergelijkingscoëfficiënten, die gezamenlijk een model vormen waarmee het nieuwe gas kan worden geëvalueerd. Deze methode is zeer kostenefficiënt, want er is geen grootschalige proefsynthese en -zuivering nodig, en ook geen uitgebreide eigenschappenmetingen. De Martin Hou-methode wordt al geruime tijd gebruikt om gegevens te genereren over thermodynamische eigenschappen en over drukenthalpieverhoudingen (Martin, 1959 en Downing, 1988). De methode is geschikt om gehalogeneerde koolwaterstoffen te beschrijven en werd achtereenvolgens gebruikt om de eigenschappen van CFK’s, HCFK’s en HFK’s te onderzoeken. Tegenwoordig wordt de Martin Hou-methode ook gebruikt om gegevens te verzamelen over andere nieuwe moleculen, waaronder fluorwaterstof olefinen (HFO’s).
Bij deze methode moeten de volgende gegevens bekend zijn: dampdruk, eigenschappen van kritisch punt, dichtheidsgegevens van verzadigde vloeistof, PVT-gegevens van dampfase en warmtecapaciteit. De vloeistofeigenschappen hoeven niet te worden opgegeven. Deze gegevens zijn niet nodig om de thermodynamische eigenschappen van airconditioning- en koelinstallaties te kunnen meten en vergelijken.

Conclusie
Via een speciaal ontwikkelde Martin Hou-toestandsvergelijking zijn de thermofysische eigenschappen van kandidaat-koudemiddel HFO-1234yf berekend. De gemeten en berekende eigenschappen wijzen erop dat dit nieuwe molecuul zich in airconditioning- en koelinstallaties ongeveer hetzelfde zou gedragen als R-134a. Systeemtesten bevestigen deze voorlopige conclusie. Uit metingen in het laboratorium blijkt dat HFO-1234yf compatibel is met alle smeermiddelen, kunststoffen, elastomeren en metalen die momenteel worden gebruikt bij de bouw van open en gesloten koelsystemen.

Vergelijking van gemodelleerde cyclusprestaties voor koeling
T verdamper = -2 ºC. (28,4 ºF)
T condensor = 30 ºC. tot 56 ºC.
Temperatuur retourgas = 15 ºC. (59 ºF)
Isentropisch rendement compressor = 70%
Gesimuleerde model bevat een zuigleidingwarmtewisselaar
Onderkoeling = 47,8 ºK (86 ºF)

Nomenclatuur
p: druk (kPa)
R: molaire gasconstante (8,314 472 J-mol-1.K-1)
T: temperatuur (in K, tenzij expliciet vermeld als ºC.)
V: molair volume (mol.L-1)
c: index voor een kwantiteit bij het kritische punt
p. dichtheid, kg m-3
Zc: samendrukbaarheidscoëfficiënt, PcVc/RTc, bij het kritische punt
Ai, Bi en Ci: constanten die in de toestandsvergelijking worden gebruikt
A,B,C,D,E en F: constanten die in de dampdrukvergelijkingen 2 en 3 worden gebruikt
d1, d2, d3, d4 en d5: constanten die in de dichtheidsvergelijking worden gebruikt

Referenties
Gebruik van de RCC Koude & Luchtbehandeling vertaling van Minor & Spatz
Downing, R.C., 1988, Fluorocarbon Refrigerants Handbook, Prentice Hall, Inc.
Gaussian-03, 2004 Gaussian, Inc. 340 Quinnipiac St Bldg 40, Wallingford, CT, USA
Lemmon, E.W.,. Huber, M.L., en McLinden, M.O. 2007 REFPROP Reference Fluid Thermodynamic and Transport Properties, NIST Standard Reference Database 23, Version 8.0, National Institute of Science and Technology, Boulder, C.O., USA.
Kao, Chien-Ping Kai 2008 Niet-gepubliceerde laboratoriumgegevens van DuPont
Martin, J.J, 1959, Correlations and Equations Used in Calculating the Thermodynamic Properties of Freon Refrigerants. In: Proceedings of the Thermodynamic Transport Propertjes of Gases, Liquids, and Solids Symposium, Lafayette, Indiana, 1959
Minor, B.H., en Spatz, M.A., Evaluation of HFO-1234yf for Mobile Air Conditioning. In: Proceedings of 2008 SAE World Congress, Detroit, MI April 14, 2008
Nielsen, O.J., Jafadi, M.S., Sulback Andersen M.P., Hurley M.D., Wallington, T.J., Singh, R., 2007 Atmospheric Chemistry of CF3CF=CH2: Kinetics and Mechanisms of gas phase reactions with Cl atoms, OH radicals, and O3, Chemical Physics Letters 439 (2007) 18-22
Tanaka, Katsuyuki en Higashi, Yukihiro 2008. Thermophysical Properties of 2,3,3,3-tetrafluoropropene (HFO-1234yf). In: Proceedings of the 29th Japan Symposium on Thermophysical Properties, Tokyo, Japan, pp. 161-163.
Yokozeki, Akimichi, 2008, Niet-gepubliceerde laboratoriumgegevens van DuPont

Samenvatting
Het grote nadeel van koudemiddel die fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) bevatten, is dat deze bijdragen aan de opwarming van de aarde. Daarom werd er als alternatief een nieuw, duurzaam en milieuvriendelijk koudemiddelmolecuul ontwikkeld, namelijk fluorwaterstof olefine 2,3,3,3-tetrafluoroprop-1-een, oftewel HFO-1234yf. Dit molecuul is stabiel gebleken in koelinstallaties, maar bij accidenteel contact met de buitenlucht vindt een snelle ontbinding plaats (Nielsen, 2007). In dit artikel kunt u lezen hoe er op basis van het Martin Hou-model een toestandsvergelijking werd ontwikkeld om de thermofysische eigenschappen van dit molecuul te kunnen berekenen. De thermodynamische cyclus werd berekend om HFO-1234yf te kunnen vergelijken met R-134a in een koelsysteem. U vindt in dit artikel een evaluatie van de stabiliteit van dit gas, en van de compatibiliteit met smeermiddelen en materialen die in koelsystemen worden gebruikt. Ten slotte wordt een beoordeling gegeven met betrekking tot de prestaties van dit gas als werkzaam medium in koeltechnische toepassingen.

Summary
In response to concerns about the contribution of fluorocarbin refrigerants to global climate change, a new, more environmentally sustainable, refrigerant molecule has been developed and is being evaluated, This new molecule is the hydrofluoroolefin 2,3,3,3-terrafluoroprop-1-ene, or HFO-1234yf.
The molecule has been shown to be stable inside refrigeration equipment, but to quickly decompose if accidentally released into the atmosphere. (Nielsen, 2007). This paper presents results of work to develop a Martin Hou equation of state model for calculation of thermophysical properties of this new molecule. Thermodynamic cycle calculations have been performed to compare this new gas with R-134a in a refrigeration system. Results of work to evaluate the stability and compatibility of this gas with refrigeration system lubricants and materials, and evaluations of the performance of this gas as a working fluid in refrigeration applications are described.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Uitfasering HCFK’s: nieuwe kansen door retrofitten van R-22 pompsystemen

Phasing out of HCFC’s: new opportunities by retrofit of R-22 pump systems

Door Raimond Bakker - Productmanager Helium & Refrigerants - Linde Gas Benelux

Inleiding
Over enkele maanden is de uitfasering van virgin material HCFK’s een feit.
Met de verwachting dat er in Europa rekening moet worden gehouden met waarschijnlijke tekorten aan geregenereerde R-22, is elke doorbraak op retrofit gebied van groot belang. Diverse projecten hebben koudemiddelen producent DuPont inmiddels overtuigd dat er ook voor R-22 pompsystemen een alternatief is. Waar is dit op gebaseerd en welk effect kan dat hebben op de beschikbaarheid van geregenereerde R-22?

Hoewel EU-verordening 2037/ 2000 momenteel een tekstuele revisie ondergaat op Europees niveau, staat wel vast dat overeind zal blijven dat er met ingang van 1 januari 2010 géén virgin material HCFK’s meer toegepast mogen worden om koelinstallaties te onderhouden. De EU beoogt middels deze verordening het gebruik van HCFK’s terug te dringen tot nul, en gedoogt in de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2014 uitsluitend het gebruik van gerecyclede en geregenereerde R-22. De revisie van EU-verordening 2037/ 2000 heeft onder andere betrekking op de definiëring van begrippen als “recycling” en “regeneratie”. Wanneer de revisie afgerond is, zal het Ministerie van VROM hierover ongetwijfeld nog een communiqué doen uitgaan via de brancheorganisaties.
In dit hele proces geldt met name het belang van R-22 voor de koeltechnische industrie. Zelfs in het jaar van de uitfasering van virgin material HCFK’s blijkt R-22 nog steeds een zeer prominente plaats in te nemen waar het gaat om de toegepaste volumes op de Nederlandse markt. Hoe hier de komende jaren mee om te gaan zonder de beschikbaarheid van virgin material R-22 is dan ook de hamvraag.

Toepassingen
Duidelijk is dat de uitfasering van HCFK’s van invloed is op enkele honderdduizenden koelinstallaties in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat een relatief groot deel van deze installaties een industriële toepassing kent, vergelijkbaar met het percentage aan commerciële koeling in Nederland. In Europa zien we een dergelijke verhouding alleen maar in Polen. In vrijwel alle andere landen ligt het zwaartepunt in de commerciële koeling. De aard van de toepassing en het type koelinstallatie is van grote invloed op de mogelijkheden die installateur en eindgebruiker de komende jaren hebben.
Uiteraard zal geregenereerde R-22 beschikbaar komen om installaties mee te blijven onderhouden. In de huidige situatie zal het verwachte volume aan beschikbare R-22 echter onvoldoende zijn om langdurig aan de te verwachte vraag te kunnen voldoen. Zeker voor koelinstallaties met grote volumes kan dit bij lekkages tot ernstige, bedrijfskritische situaties leiden, indien geen of onvoldoende geregenereerd materiaal voorhanden is. Althans, in overweging nemend welke beperkte hoeveelheden R-22 momenteel in Nederland ter regenerarie worden aangeboden.
In landen als Engeland en Duitsland wordt ongeveer 10 tot 15% geregenereerd van het volume dat jaarlijks aan virgin material wordt verkocht. Hoewel betrouwbare cijfers ontbreken, is de verwachting dat dit voor Nederland op ongeveer hetzelfde niveau ligt. Het gevolg is helder: de komende jaren zal mogelijk voor lang niet alle operationele R-22 koelinstallaties voldoende geregenereerde R-22 beschikbaar zijn om deze in bedrijf te houden.

Alternatief voor R-22 in pompsystemen
Gezien het relatief geringe aantal pompsystemen in Europa (in vergelijking tot de andere types koelinstallaties) bestond er bij de koudemiddelen producenten in eerste instantie weinig animo om technische kennis beschikbaar te stellen om ook voor deze koelinstallaties een retrofit-alternatief te kunnen aanbieden. Druk vanuit met name de Nederlandse markt heeft ervoor gezorgd dat DuPont zich hier de afgelopen twee jaar toch meer en meer mee bezig is gaan houden. Achterliggende redenen zijn onder andere het feit dat er met deze koelinstallaties over het algemeen gesproken grote volumes R-22 zijn gemoeid, en dat naar schatting nog ongeveer duizend van dergelijke installaties in Nederland operationeel zijn.

Na de eerste praktijkervaringen die DuPont in Nederland in 2008 heeft opgedaan met de firma Johnson Controls, heeft men de mogelijkheden van R-422D ISCEON MO29 in pompsystemen verder onderzocht. Inmiddels is DuPont dermate overtuigd van de mogelijkheden van R-422D ISCEON MO29 als alternatief voor R-22 in pompsystemen, dat men dit nu breder wil uitdragen.

Conclusie
Met nog enkele maanden voor de boeg voor het gebruik van virgin materiaal HCFK’s niet langer toegestaan is, is het duidelijk dat er bijna geen ontkomen is aan het retrofitten van R-22 installaties. Nu bovendien beproefd is dat R-422D ISCEON MO29 nu ook een betrouwbaar alternatief is voor het retrofitten van R-22 pompsystemen, kan dat de markt alleen maar helpen om haar afhankelijkheid van geregenereerde R-22 te verminderen. Zeker gezien het aanzienlijke aantal R-22 pompsystemen dat in Nederland operationeel is en de behoefte aan R-22 die daarmee gemoeid is.

Samenvatting
De uitfasering van de HCFK’s komt snel naderbij. Zoals het zich nu laat aanzien zal er dan onvoldoende geregenereerd R-22 beschikbaar zijn om aan de marktvraag te kunnen voldoen. Tekorten spelen ook op Europees niveau. Retrofitten van R-22 koelinstallaties is één van de oplossingen om het risico van een tekort aan geregenereerde R-22 te voorkomen. Van R-422D ISCEON MO29 was al bekend dat stationaire airconditioningsystemen, dx-koelsystemen en chillers konden worden geretrofit. Nu blijkt uit nieuwe testen dat R-422D ISCEON MO29 ook voor R-22 pompsystemen een betrouwbaar alternatief kan zijn.

Summary
The phasing out of HCFC’s is coming closer. On the moment we expect that an insufficient quantity of regenerated R-22 is available to fulfill at the demand of the market. These shortage take place also in the European Union. One of the solutions to avoid the shortage of regenerated R-22 is the retrofit of existing R-22 refrigeration plants. It was already known that R-422D ISCEON MO29 is used for retrofit of stationary air conditioning systems, dx-refrigeration systems and chillers. But now appeared our of new field tests that R-422D ISCEON MO29 also for R-22 pump systems can be a reliable alternative.

Meer informatie: www.lindegasbenelux.com

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Houd bij selectie koudedrager ook rekening met het milieu

Door Steven Poppe - Associate Chemist R&D Arteco (Joint-Venture Chevron en Total)

Bij de selectie van een koudedrager is het belangrijk deze keuze niet alleen te maken op basis van thermische eigenschappen en anticorrosie additieven.
Het is net zo belangrijk rekening te houden met het effect van de koudedrager op het milieu en op levende organismen. Steven Poppe legt uit hoe de toxiciteit en biodegradeerbaarheid worden bepaald door de samenstelling van de koudedrager en wat de verschillen zijn tussen beide begrippen.

De term biodegradeerbaarheid wordt vaak verward met toxiciteit. Substanties, componenten en producten zijn biodegradeerbaar als levende organismen ze kunnen omzetten in hun elementaire bestanddelen, zoals koolstofdioxide en water. Toxiciteit daarentegen, is de mate waarin een substantie, component of product schade kan toebrengen aan organismen die hieraan worden blootgesteld. Het kan dus dat een biodegradeerbare substantie door levende organismen wordt omgezet, maar dit betekent niet dat de substantie niet toxisch is. Een biodegradeerbare substantie kan namelijk ook worden afgebroken tot toxische bestanddelen. Dit is afhankelijk van de samenstelling van de substantie.
Bij een biodegradeerbare substantie wordt er vanuit gegaan dat deze substantie relatief snel volledig of grotendeels wordt afgebroken. Maar wat is grotendeels? En wat is relatief snel? Binnen de EU wordt een substantie gezien als gemakkelijk biodegradeerbaar als meer dan 70 procent van de substantie binnen 28 dagen is omgezet. De EU-regelgeving houdt de volgende definitie aan: de mate waarin degradatie plaatsvindt in koolstofdioxide (CO2), water en mineralen.
Het bepalen van een geschikte methode om de biodegradeerbaarheid te meten, is vooral gebaseerd op de fysische kenmerken van de substantie, zoals oplosbaarheid in water, vluchtigheid en adsorptievermogen. Deze kenmerken bepalen welke parameter geschikt is om het biodegradatieproces te volgen. Deze parameters kunnen zijn: vermindering van opgeloste organische koolstof, CO2-vorming of O2-verbruik (zuurstof).

Basisvloeistof
Voor het bestuderen van het biodegradatieproces van koudedragers moeten de verschillende formuleringen afzonderlijk worden bekeken. Hierbij moet een onderscheid worden aangebracht tussen de basisvloeistof en de corrosiewerende additieven. De basisvloeistof die in koudedragers wordt gebruikt, verschilt van product tot product. De volgende structuren staan voor verschillende basisvloeistoffen die vaak worden toegepast in koudedragers:
Om de basisvloeistofmoleculen te kunnen omzetten in koolstofdioxide en water, is zuurstof nodig. Hoe meer zuurstof nodig is, hoe moeilijker het biodegradatieproces plaatsvindt. Dit betekent hoe lager het oxidatieniveau (het aantal zuurstofatomen) van de basisvloeistofmolecule, hoe moeizamer het biodegradatieproces verloopt. Daarnaast geldt ook dat bij een toenemend koolstofgehalte (C) in de molecule (dus als de koolstoflading toeneemt), het oxidatieniveau daalt. Hierdoor vermindert ook de biodegradeerbaarheid.
Als voorbeeld is gekozen voor Freezium en Zitrec koudedragers. Deze omvatten het hele gamma op waterige basis. Voor de afbeelding hierboven geldt:
Zitrec A is water met corrosie-inhibitoren, Freezium en Zitrec S zijn organische zoutoplossingen op basis van formiaat en/of propionaat voor toepassing bij lage temperaturen, Zitrec F is een voedselveilige USP mono propyleen glycol (MPG) koudedrager, Zitrec L is een industriële MPG koudedrager en Zitrec M is gebaseerd op mono ethyleenglycol (MEG).

Additieven
Naast de basisvloeistof, moet ook rekening worden gehouden met de corrosiewerende additieven. Noch minerale (traditionele), noch carboxylaat corrosieremmers leveren een significante bijdrage aan de koolstoflading van de formule. Ook het ARTECO-gamma bevat geen chemicaliën die moeilijk biodegradeerbaar zijn.
Op basis van de hiervoor beschreven theorie zijn alle Zitrec koudedragers gemakkelijk biodegradeerbaar. Zitrec formuleringen op zoutbasis presteren in vergelijking met de op glycol gebaseerde Zitrec vloeistoffen iets beter op het gebied van biodegradeerbaarheid.
Maar alle feiten en theorieën met betrekking tot biodegradeerbaarheid ten spijt vindt de werkelijke biodegradatie pas plaats zodra de producten worden blootgesteld aan het milieu. Op dat moment begint het biodegradatieproces, onder invloed van allerlei omgevingsfactoren, zoals pH, temperatuur, concentratie en micro-organismen. Niet alleen het begin, maar ook de snelheid en het einde van de biodegradatie van een koudedrager zijn afhankelijk van deze omgevingsfactoren.

Toxiciteit
Toxiciteit is de mate waarin een substantie, component of product schade kan toebrengen aan organismen die hieraan worden blootgesteld. De toxiciteit kan op twee manieren worden gemeten, waarbij de ene methode wat rigoureuzer is dan de andere. De ene heeft de dood als eindpunt en de andere niet.
Voor experimenten waarbij de dood het eindpunt is, wordt een onderscheid gemaakt tussen de zogenoemde LD50 (lethal dose, dodelijke dosis) en de LC50 (lethal concentration, dodelijke concentratie). De LD50 is de dosis die nodig is om de helft van de proefdieren te doden. De LC50 staat voor de concentratie van de substantie in het testmengsel waarbij vijftig procent van de proefdieren wordt gedood. Hoe hoger de LD50 en LC50 van een substraat of bestanddeel, hoe minder toxisch dit is. Als het substraat bijvoorbeeld als basisvloeistof van een koudedrager wordt gezien, is MEG toxischer dan glycerol en MPG.

 

MEG

Glycerol

MPG

LD50 (oraal_ rat)

4,7 g/kg

12,6 g/kg

20 g/kg

dodelijke dosis

100 ml

1300 ml

 

voor mensen

voor

voor

 

 

75 kg

75 kg

 

MEG smaakt zoet, maar is toxisch bij inname. Inname van MEG leidt tot het volgende klinische toxiciteitsprofiel:
fase I: onderdrukking centraal zenuwstelsel (0,5 tot 12 uur)
fase II: effecten op hart en longen (12 tot 36 uur)
fase III: nierfalen (2 tot 3 dagen)
Maar eigenlijk is het niet zozeer MEG die toxisch is. De toxiciteit voor de mens ontstaat door stoffen die vrijkomen bij de oxidatie van MEG. In het lichaam wordt MEG omgezet in oxaalzuur. Door dit zuur ontstaan calciumoxalaatkristallen (CaC2O4) die zich ophopen in de hersenen en nieren.
MPG en glycerol zijn echter niet-toxische chemicaliën die vaak worden toegepast in farmaceutische formuleringen en die onder voorwaarden zelfs geschikt zijn voor menselijke consumptie. Deze voorwaarden hebben meestal betrekking op de zuiverheid van de betreffende basisvloeistof.
Tot nu toe is alleen ingegaan op de toxiciteit van de basisvloeistof. Maar wat is nu het effect van de additieven die worden gebruikt om koudedragers hun corrosiewerende werkingen te geven? De selectie van corrosieremmers is een lastig proces, waarbij de juiste balans moet worden gevonden tussen optimale prestaties en een lage toxiciteit.
Bij sommige toepassingen is het corrosiewerende vermogen belangrijker dan de toxiciteit. Er zijn echter ook toepassingen waarbij uitsluitend met niet-toxische koudedragers mag worden gewerkt, bijvoorbeeld in de voedselverwerkende industrie. Voor dit soort toepassingen zijn NSF-gecertificeerde koudedragers vereist. De basisvloeistof is dan vaak een zeer zuivere MPG, waaraan een niet-toxische corrosieremmer (zoals Zitrec F) wordt toegevoegd. Veel commercieel beschikbare koudedragers die bestemd zijn voor non-food toepassingen hebben echter een hoge toxiciteit als gevolg van de gebruikte toevoegingen.
Koudedragers worden vaak over één kam geschoren, terwijl er toch belangrijke verschillen zijn op het gebied van chemische eigenschappen, toxiciteit en biodegradeerbaarheid. Verder heeft de technologie met betrekking tot koudedragers in de loop der jaren niet stilgestaan, waardoor er steeds milieuvriendelijkere en minder toxische alternatieven verkrijgbaar zijn. Het is dan ook raadzaam om eerst een vergelijkend onderzoek te doen alvorens een definitieve keuze te maken.

Enkele gangbare toevoegingen
Carboxylaat corrosieremmers zijn minder toxisch dan de meeste andere anorganische corrosiewerende middelen, Carboxylaatmoleculen zijn relatief ongecompliceerd. De moleculen bevatten geen specifieke functionele groepen die zouden kunnen leiden tot een verhoogde toxiciteit. In afbeelding 1 ziet u de meest eenvoudige algemene structuur van een carboxylaat.

Nitriet is een corrosieremmer die tot voor kort vaak in koudedragers werd gebruikt Nitriet kan gevaarlijk zijn in combinatie met amines (andere corrosieremmer die soms wordt gebruikt) en kan dan nitrosaminen vormen. Nitrosaminen zijn beruchte verbindingen vanwege de kankerverwekkende eigenschappen voor de mens, De chemische structuur van nitrosaminen is afgebeeld op pagina 41.

Fosfaten die in het oppervlaktewater terechtkomen, kunnen schadelijk zijn en leiden tot een versnelde eutroficatie. Tijdens dit proces sterven de planten sneller dan dat ze kunnen worden afgebroken. Door algengroei wordt alle aanwezige zuurstof opgebruikt, waardoor veel vissen en andere waterorganismen sterven.

Nitraat kan toxische reacties veroorzaken in het menselijk lichaam door de reductie van nitraat (NO3) tot nitriet (NO2). Bij de interactie tussen nitriet en hemoglobine ontstaat methemoglobine. Deze substantie kan geen zuurstof binden en door het bloed transporteren, en kan daardoor tot verstikking leiden.

Zitrec Koudedragers
Zitrec A - op water gebaseerde koudedrager met organische corrosieremmers
Zitrec L - op monopropyleenglycol gebaseerde koudedrager met organische corrosieremmers
Zitrec S - op organisch zout gebaseerde koudedrager met organische corrosieremmers
Zitrec M - op mono-ethyleenglycol gebaseerde koudedrager met organische corrosieremmers
Zitrec F - op monopropyleenglycol gebaseerde koudedrager met NSF goedkeuring (voedselveilig)

Samenvatting
Bij de studie naar een geschikte koudedrager zijn de thermo-fysische eigenschappen essentieel. Al even belangrijk is hun belasting op het milieu, alsook het kennen van de toxiciteit & biodegradeerbaarheid worden vaak verward. In beide gevallen moet zowel met de basisvloeistof als met de additieven rekening worden gehouden. Als enkele gekende basisvloeistoffen zoals glykol & organische zouten met elkaar worden vergeleken, kan worden gesteld dat ze beide readily biodegradable zijn. Binnen dezelfde basisvloeistoffen kijken we een stap verder, namelijk naar de toxiciteit. Dan gaat de keuze van de corrosie-werende additieven een belangrijke rol spelen. Zowel naar biodegradeerbaarheid als naar toxiciteit toe, is er een duidelijk onderscheid tussen de verschillende additieftechnologieën. Zoo is een organisch inhobitorpakket typisch readily biodegradeerbaar en ook minder toxisch dan de meeste minerale inhibitor pakketten.
Eenmaal dus de keuze van de basisvloeistof gemaakt op basis van de thermische eigenschappen, alsook milieu- en toxische aspecten, moet echt wel ook rekening worden gehouden met het effect van de inhibitoren.

Summary
When comparing different heat transfer fluids, thermophysical properties are important. At least as important as this, their impact on the environment and their toxicity toward humans need to be looked at. In this comparison, biodegradability and toxicity are often confused. In both instances, one needs to look into the base fluid and its additives. If we would compare and rank some popular base fluids like glycols and organic salts, it can be said that all of them are readily biodegradeable, although some will be biodegraded faster than others. On the same fluids, the ranking looks different when taking toxicity for humans into account. Furthermore, it is shown that some additives technologies are more environmentally friendly than others. The organic inhibitor technology of Zitrec fluids are readily biodegradable and less toxic than most mineral based additives. So, once the selection of a base fluid is made based on its thermal properties and its environmental impact and toxicity, it is imperative to look into the effect the inhibitors have as well.

Meer informatie: www.zitrec.com

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Nieuwe generatie alternatieve energie of koudedragers en koudemiddelen

New generation alternative energy or heat transfer fluids and refrigerants

Martin Vladov - Relations Manager Climalife Dehon

Inleiding
Milieubewustzijn en energiebesparing zijn twee termen die anno 2009 bijna niet meer weg te denken zijn uit onze maatschappij.
Naast maatschappelijke hypes als bijvoorbeeld Jan Smit, Sonja Bakker en ‘‘Who wants to be a popstar’’, blijken ook milieubewustzijn en energiebesparing zich te ontpoppen tot ware hypes. Bedrijven voelen zich daardoor genoodzaakt mee te denken over milieubewuste en energiebesparende oplossingen. Een tijdelijke hype of worden we geleidelijk aan toch milieubewuster? Dit is hét moment om de installaties energie-efficiënter te maken. In het kader daarvan worden een aantal verschillende energiedragers en koudemiddelen uitgelicht.

Een energiedrager kiezen voor een installatie is vaak afhankelijk van veel verschillende factoren: welke vorstbeveiliging is nodig, wat is de warmte overdracht, wat is de viscositeit (pompdebiet en leidingdiameters), komt de installatie in aanraking met voedingsmiddelen. Dit zijn een aantal standaardvoorbeelden van oriënterende vragen als het gaat om het bepalen van het type energiedrager, voor gebruik in een indirecte koelinstallatie (afbeelding 3).

Friogel en Neutragel
Friogel is een antivries op basis van monopropyleen glycol, anti-foam en corrosie-inhibitoren. Deze is speciaal ontworpen voor centrale verwarmingscircuits met watercirculatie, klimaatbeheersing en industriële koeling. Mengen met water levert een product op dat op efficiënte wijze beschermt tegen bevriezen, alsook tegen aantasting van de metalen waaruit verschillende circuits zijn opgebouwd, zoals staal, aluminium, koper, messing en soldeermateriaal. Friogel kan worden toegepast in systemen voor het conditioneren van voedingsmiddelen.
Neutragel is een antivries op basis van mono-ethyleen glycol, anti-foam en corrosie-inhibitoren. Deze is speciaal ontworpen voor centrale verwarmingssystemen en industriële koelinstallaties die op lage temperaturen werken. Net als bij Friogel oefenen, de inhibitoren van in water opgeloste Neutragel een zodanige invloed uit, dat kalkaanslag, roestvorming en oxidatie van de metalen in de installatie vermeden wordt.
De viscositeit en de warmte-overdracht van de vloeistof zijn energetisch gunstiger dan die van Friogel. Neutragel wordt NIET gebruikt in toepassingen waar contact met voedingsmiddelen mogelijk is.
Glycolen worden over het algemeen verstrekt uit aardolie en kunnen daarmee ook een milieu belastend effect creëren, waar het niet wenselijk is. Denk bijvoorbeeld aan glycol in warmtepompsystemen voor de particuliere markt en in waterwingebieden. Een lekkage zou erg onwenselijk zijn, vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu. Moeten dergelijke factoren in overweging genomen worden, dan is het noodzakelijk dat er gekeken wordt naar alternatieve, milieu vriendelijkere oplossingen.

Thermera en Temper
THERMERA® is een nieuwe generatie “natuurlijke” koudedragers met een zeer lage milieu-impact en een biologische afbreekbaarheid van 99,6%. De basis bestanddelen zijn water en betaïne, een natuurlijk derivaat van de suikerindustrie. Het product vormt een milieuvriendelijke oplossing voor warmteoverbrenging in systemen voor verwarming, airconditioning en koeling. Het is een ecologisch product met een ruim toepassingsgebied, vooral in sectoren waar gezondheidsproblemen en milieuaspecten de doorslag geven.
Het voldoet aan de eisen gesteld aan gebouwen en op die voor voedingsmiddelen en koeltechnologieën.
In vergelijking met traditionele koude dragers biedt Thermera eveneens een goede corrosiebescherming en heeft het een goede doorstroming bij lage temperaturen. Het product is ontwikkeld voor gesloten circuits met een werkingstemperatuur tussen -20 ºC. en +100 ºC. In de juiste toepassingsdomeinen zijn de thermische prestaties even goed of beter dan die van traditionele koudedragers.
Thermera is verkrijgbaar in twee kant en klare oplossingen, namelijk Thermera AC (Air Conditioning tot -15 ºC.) en Thermera R (Refrigeration tot -35 ºC.).
Temper is een kant en klare energiedrager op basis van potassium acetaat en potassium formaat (zouten met een goede/neutrale zuurtegraad). Temper is niet giftig en milieuvriendelijk. Dankzij uitstekende technische eigenschappen, zoals een zeer lage viscositeit en een goede warmte overdracht bij lage temperaturen, kunnen bij correct gebruik kleinere pompen en leidingdiameters geselecteerd worden. Dat zal resulteren
in een energiebesparing en lagere kosten van de installatie. De vloeistof is geschikt voor gebruik tot maar liefst -55 ºC.

Samenvatting
Een centraal opwekken van koude en of warmte is vaak energiebesparend. De distributie van koude of warmte vindt dat plaats door het transport van een energie of koudedrager door een leidingsysteem naar warmtewisselaars. Door de warmtewisselaar wordt de energie overgedragen aan een circulerend medium bijvoorbeeld lucht of water en daarna aan het te koelen of te verwarmen product. De energie of koudedragers worden gebruikt voor klimaatbeheersing in gekoelde ruimten en in de industriële koudetechniek. Deze energiedragers worden veel gebruikt in de voedselverwerkende industrie. Vaak hebben koudedragers bepaalde eigenschappen zoals energiegebruik voor transport, viscositeit, warmteoverdracht, corrosiebescherming en milieueffecten bij eventuele lekkage. Bij het gebruik moet zowel met het materiaal van het distributiesysteem en dat van de warmtewisselaars zelf, evenals met de opgeslagen producten rekening worden gehouden. Elk chemische of natuurlijke koudedrager heeft zijn specifieke producteigenschappen. Voor elke toepassing moet de koudedrager zorgvuldig worden geselecteerd.
De uitfasering van de HCFKs is aanstaande. Het ombouwen of retrofitten van bestaande installaties naar milieuvriendelijker koudemiddelen is dan eigenlijk een van de betere oplossingen. Indien ombouwen niet kan, bestaat de mogelijkheid en indien beschikbaar, gebruik te maken van geregenereerd HCFK koudemiddel R22T. Deze mogelijkheid is echter vanwege de beperkte beschikbaarheid van geregenereerd koudemiddel zeer onzeker. Een aantal praktische mogelijkheden hoe hiermee kan worden omgegaan is aangegeven. In 2015 is het gebruik van HCFK’s en mengsels hiervan geheel verboden.

Summary
Centralised generation of cold or heat is often saving of energy. Distribution of cold or heat takes place by transport of the energy or transfer fluid through a piping system to heat exchangers. Through the heat exchangers, the energy is exchanged to a circulated media for instance air of water and here through transferred to the products that should be chilled or heated. The energy transfer fluids are used for climate control in refrigerated stores and in the applications where the industrial refrigeration industry is operated. These energy fluids are many times used in the food processing industry. Often energy heat transfer fluids have certain specifications such as: energy consumption during transport, viscosity, heat transfer, protection against corrosion and environmental effects at a possible leakage.
At the use of them is it necessary to check the used materials of the distribution system and those of the heat exchanger themselves, even the stored products in the storage room. Each chemical or natural energy transfer fluid has there own product specifications. For each application the fluid to be used should selected very carefully.
The phasing out of HCFC’s is coming very soon. The retrofit of existing refrigeration plants to an operation with better environmentally refrigerants is therefore a much better solution.
If a retrofit is impossible there is a possibility, for the time being, to use a regenerated HCFC refrigerant R22T. This possibility because of the limited availability of regenerated refrigerant is very uncertainly. A number of practical possibilities how to handle in this matter is described,. In 2015 the use of HCFC’s and mixtures of them are forbidden.

Meer informatie: www.dehon.com

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Nieuwe warmtebeeldcamera’s van Testo

Dit najaar introduceert Testo de Testo 875 en de testo 881. De testo 875 is het nieuwe instapmodel van Testo. De detector van 160 * 120 pixels legt in detail energieverspilling in gebouwen of problemen in schakelkasten vast. Dankzij de hoge temperatuurgevoeligheid van < 110 mK zijn zelfs de kleinste temperatuurverschillen waarneembaar. Nadat de opnamen zijn gemaakt zorgt de meegeleverde IRSoft voor een nauwkeurige analyse. En de geïntegreerde rapportagefunctie zorgt in een handomdraai voor een thermografierapport. “De eenvoudige Nederlandstalige menustructuur en het grote display maken de camera tot een ideale partner van iedere EPA adviseur, elektrotechnicus of onderhoudsmonteur.”
De testo 881 heeft een nog betere temperatuurgevoeligheid van < 80 mK en krijgt ieder temperatuurverschil haarscherp in beeld. Daarnaast zorgt de hogere beeldfrequentie van 33 Hz dat ieder object en iedere verandering direct kan worden waargenomen. Standaard meet de testo 881 tot 350 ºC., en optioneel is dit uit te breiden tot zelfs 550 ºC.
“Uniek voor beide nieuwe camera’s is de prijs-/kwaliteitverhouding. Met de hoge nauwkeurigheid en de standaard meegeleverde analysesoftware zetten zij wederom de standaard.”

Meer informatie: www.testo.nl


GEA Polacel levert capaciteit op maat

GEA Polacel Cooling Towers ontwerpt, produceert en onderhoudt koeltorens. “In dit werkveld is de onderneming het synoniem voor kwaliteit en vernieuwing. Zo bouwen wij al vanaf 1967 koeltorens en lopen ook nu weer voorop waar het gaat om zaken als efficiëncy en geluidsreductie. GEA Polacel onderbouwt de geleverde kwaliteit met een goede en adequate service organisatie. Daarbij bieden wij onze afnemers het comfort van complete zekerheid.”
GEA Polacel ontwerpt, produceert en levert een complete range koeltorens in kruis- en tegenstroom uitvoering Op basis van een modulair systeem leveren zij capaciteit op maat. Binnen de standaard productrange zoeken ze oplossingen voor praktisch alle eisen. Waar nodig kunnen zij, als producent met eigen engineering, bovendien ingaan op klantspecifieke wensen.

Meer informatie: www.geagroup.com


Airwell wijnkoeler beschermt wijncollectie

Niets is zo belangrijk voor wijn als een goede temperatuur. Een koeling voor een wijnkelder moet aan de hoogste eisen voldoen. Iedere wijncollectie is immers waardevol en verdient een goede bescherming. Niet alleen kwaliteit en betrouwbaarheid zijn belangrijk, maar ook een eenvoudige bediening en elegant design, vindt leverancier Airview luchtbehandeling. De Airwell wijnkoelers kunnen een ruimtetemperatuur tussen de 12 en 18 ºC. handhaven. De buitenlucht temperatuur mag hierbij tot -10 ºC. dalen. De wijnkoelers bestaan uit een binnen- en buitenunit. De binnenunits zijn standaard geschikt voor montage laag aan de wand of onder het plafond. Om de bediening van de wijnkoeler zo eenvoudig mogelijk te maken, worden
de systemen geleverd met een vaste wandbediening. “Alle instellingen van de unit kunnen zo snel en eenvoudig worden aangepast, zonder de rust van de wijn te verstoren.”
De wijnkoelers zijn leverbaar in vijf verschillende capaciteiten tussen de 1,9 en 5,5 kW.

Meer informatie: www.airview.nl


Opnieuw: zuiverheid van geregenereerde R-22

Linde Gas Benelux houdt vast aan een zuiverheid van 99,5% voor de geregenereerde R-22 die zij in Nederland op de markt beschikbaar zal stellen. Dit is de uitkomst van een recent gesprek tussen Linde Gas en het Ministerie van VROM, waarin de wijzigingen op EU-verordening 2037/2000 zijn besproken. Daarmee handelt Linde Gas in lijn met haar zusterbedrijven in Europa, en voldoet daarmee aan de verwachtingen als uitgesproken door het Europees Parlement. Hoewel in de nieuwe verordening ten aanzien van geregenereerd koudemiddel wordt gesproken over een “prestatienorm” in plaats van een “kwaliteitsnorm”, heeft het Ministerie van VROM de verwachting uitgesproken dat de op de Nederlandse markt actieve koudemiddelenleveranciers geregenereerde R-22 op de markt zullen brengen die vergelijkbaar is met de kwaliteit van virgin material R-22. Dit impliceert derhalve een gegarandeerde zuiverheid van minimaal 99,5%.
In hetzelfde gesprek bevestigde genoemd ministerie dat de wijze waarop Linde Gas Benelux geregenereerde R-22 beschikbaar zal stellen voor de installateurs voldoende borging biedt voor wat betreft hun verantwoording middels de koudemiddelenregistratie. Een verplicht onderdeel voor elke installateur. Voor vragen over de HCFK-uitfasering, beschikbaarheid van geregenereerde R-22 of klantspecifieke oplossingen kan te allen tijde contact worden opgenomen met Linde Gas Benelux.

Meer informatie: de heer Erik Huysing, tel. 010-2461339 of www.lindegasbenelux.com


Carrier i-Vu, controle via het web

i-Vu biedt totale controle over Carrier-systemen, vanaf elke plaats ter wereld, met een standaard webbrowser. Met i-Vu kunnen alle essentiële gebouwbeheerfuncties eenvoudig worden uitgevoerd. Het is mogelijk de systeemstatus te bekijken aan de hand van apparatuurgrafieken en processchema’s. Setpoints kunnen worden ingesteld en met betrekking tot i-Vu’s trending- en alarmeringsmogelijkheden wordt informatie verschaft over de belangrijkste gebouwcondities.
Met de i-Vu CCN module kunnen maximaal 100 koelmachines/warmtepompen, universele regelingen en Aquasmartsystemen op het Carrier Comfort Netwerk worden beheerd.
De aansluiting vindt plaats via een lokaal Ethernet netwerk (LAN) of een directe internetverbinding.
Het airconditioningsysteem is vanaf elke gewenste plaats in de wereld te regelen en wordt bewaakt met een standaard webbrowser of PDA met WAP-functie. Systeemsetpoints kunnen grafisch worden ingesteld, gewijzigd en bekeken.
Met i-Vu is systeemnavigatie volgens de leverancier eenvoudig. “Toegang krijgen tot grafieken, eigenschappen, alarmmeldingen, trends en rapportage voor elke systeemcomponent? Wijs de gewenste functie aan in de navigatiestructuur en klik erop.”

Meer informatie: www.carrier.nl


Besturing nu eenvoudig toegankelijk

Eenvoudig toegankelijke besturingen voor iedere koeltechnicus, dat is baanbrekend nieuws van Dixell. “Met de zeer complete productserie kan tegen een gunstige prijs een totale installatie bestuurd worden. De flexibele totaaloplossingen voor duurzame koelinstallaties bieden eenvoudig onderhoud door service op afstand en optimalisatie van bewaarcondities conform HACCP. Dat alles is vereend in de XWEB serie met Web Server Technologie.”
Met de regelaars voor elektronische expansieventielen en andere slimme functies zoals setpointverschuivingen voor verdamper- en condensordrukoptimalisatie en compressorrackoptimalisatie, zijn grote energiebesparingen te realiseren.” Dat zijn functies die vroeger voorbehouden waren aan PLC-programmeurs. Met de uitgebreide ondersteuning van Uniechemie en Dixell onderscheidt u zich hiermee tegenover de rest. In gebruiksgemak en in prijs.”

Meer informatie: www.uniechemie.nl


I-see sensor zorgt voor comfort en efficiëntie

Een groot deel van de wand- en vierzijdige cassettemodellen van Mitsubishi Electric Cooling & Heating zijn standaard of optioneel voorzien van de energiebesparende en comfortverhogende I-see sensor. Dit is een sensor die in de koelstand de warmste plek in een ruimte detecteert en de luchtstroom automatisch op deze plek richt. De ruimte wordt hierdoor snel, effectief en dus energiezuinig gekoeld en blijft op de ingestelde temperatuur, zonder dat extra bijgekoeld hoeft te worden. In de verwarmingsstand werkt het tegengesteld en zoekt de sensor het koelste gedeelte van de ruimte om die te verwarmen.
De I-see sensor is een intelligent systeem en reguleert niet alleen de luchttemperatuur, maar beheerst ook de luchtstroom en vochtigheidsgraad. Dit voorkomt in de koelstand een onaangename koude luchtstroom en/of te droge lucht. Het systeem is door de I-see sensor veel energiezuiniger dan een conventionele wandunit. De I-see sensor kan handmatig in- of uitgeschakeld worden.

Meer informatie: www.alklima.nl en www.mitsubishi-airco.nl


Nieuwe norm in woningverwarming: Altherma™ HT

Naast de lagetemperatuurversie brengt Daikin nu ook een hogetemperatuur-lucht/water-warmtepomp voor woningverwarming en warmtapwaterbereiding op de markt. De Daikin Altherma HT is uitgerust met een dubbele warmtepomp die thermische energie uit de omgevingslucht haalt en deze warmte afgeeft via een watercircuit. De warmtepomp in het buitendeel biedt een tussenliggende temperatuurbron voor de warmtepomp in het binnendeel. De uitgaande watertemperatuur van 80 ºC. wordt dankzij de hoge energieprestaties van de warmtepomp bereikt zonder bijkomende boosterverwarmer. Dat maakt van Daikin Altherma HT een doeltreffend systeem. Beide warmtepompen werken bovendien op inverter-basis. Dat draagt bij aan de efficiëntie van het systeem en maakt een rendement van 300% mogelijk. De Altherma HT kan optioneel ook de warmtapwaterbereiding verzorgen. “Aangezien het systeem water probleemloos verwarmt tot hoge temperaturen, kan een boiler moeiteloos 400 à 500 liter water leveren.” Het warmtepompsysteem werkt volgens de leverancier voortdurend bij een hoge temperatuur en kan ook zonder boosterverwarmer voor een thermische desinfectie van legionella zorgen.
Om het ruimtebeslag te minimaliseren kan de boiler worden gemonteerd op de compacte Hydrobox, die alle hydraulische onderdelen (warmtepomp van het binnendeel, expansievat, drieweg- en afsluitkleppen) omvat “Het strakke en stijlvolle design van het op de vloer te monteren binnendeel, alsook de stille werking in de nachtstand die het geluid met 3 dB(A) verlaagt, dragen bij tot de aantrekkelijkheid van dit nieuwe systeem. Een intelligente afstandsbediening staat garant voor een optimale werking en comfort.” Daikin houdt op verschillende locaties in het land speciale Warmtepomp Informatie Dagen.

Meer informatie: www.daikinwidagen.nl


Time2Replace - Van de Redactie

Is er nog tijd genoeg? Zo gesteld, is dat een bij existentiële vraag die zich niet laat beantwoorden in de hoofdredactionele bijdrage van een vakblad over koude- en luchttechniek, Maar las het gaat om Time2Replace R-22, luidt het antwoord: waarschijnlijk niet! Sinds de novemberuitgave 2008 van RCC Koude- en Luchtbehandeling, is de uitfasering van R-22 een vast onderdeel van dit vlakblad. Natuurlijke en andere alternatieve koudemiddelen, de retrofit van installaties: de vele deskundige auteurs die verbonden zijn aan RCC hebben voortdurend gewezen op het belang om snel en deskundig werk te maken van de uitfasering van ‘s werelds meest gebruikte HCFK. En zoals realisten een jaar geleden al voorspelden: de markt reageert langzaam. Een economische crisis helpt daar niet bij, maar feit blijft dat de koeltechnische branche voor een zeer forse uitdaging staat om de uitfasering van R-22 ook daadwerkelijk te realiseren. Die uitdaging is niet in de eerste plaats technisch: de toeleverende industrie heeft voldoende alternatieven ontwikkeld. En waar capaciteit in de installatiebranche een jaar geleden nog een probleem was, zullen ondernemers nu iedere kans grijpen om opdrachten binnen te halen. Zelfs de voorraad van maagdelijk R-22, die als het goed is op 1 januari a.s. tot nul gereduceerd is, is niet het grootste probleem. Waar het echt om gaat is, de eindgebruiker te overtuigen van de noodzaak en verplichting om voor zijn koeltechnische installatie een plan van aanpak te maken ten aanzien van de uitfasering van R-22. Ook dat is de verantwoordelijkheid van de installateur: hij en geen ander zal zijn klanten, nu het ruim voorbij vijf voor twaalf is, moeten overtuigen dat het Time2Replace is. Exit R-22, op weg naar alternatieve oplossingen. Dat vereist communicatie: niet onder professionals, maar met de markt. RCC Koude en Luchtbehandeling speelt daarin een belangrijke rol: vakblad en website verschaffen de branche voortdurend informatie om zijn klanten met raad en daad bij te staan. Nu maar hopen dat de laatste schakel in de communicatieketen, niet de zwakste zal blijken te zijn.

Ruud Bakker - Hoofdredacteur RCC Koude & Luchtbehandeling

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat

 

 
     
     
 
     
 

KNVvK
bezoekersadres:
Zandlaan 29
6717 LN  Ede
tel.: +31(0318) 697 198
fax: +31(0318) 697 199

correspondentie:
postbus 32
6710 BA  Ede
e-mail:  info@knvvk.nl

Lid worden?
klik hier