Samenvattingen artikelen Koude & Luchtbehandeling terug

November 2009

Thema: Veiligheid natuurlijke koudemiddelen

EiiF opgericht voor aandacht duurzame isolatiesystemen

De industrie verbruikt ongeveer 26% van de wereldwijde energie en produceert ongeveer 50% van alle CO2-uitstoot. Maar vooral in de industrie is er een groot, maar nog onbenut potentieel
om deze cijfers te verbeteren, met behulp van duurzame isolatiesystemen. Het grootste voordeel is dat de verbetering van de isolatie een sterk aan te raden investering is, vanwege de verrassend korte terugverdientijden.
Om de voordelen voor het milieu alsook voor investeerders en fabriekseigenaren te promoten, is de European Industrial Insulation Foundation (EiiF) dit jaar opgericht. De eerste acties van de EiiF zijn om samen met economische en politieke beleidsmakers het potentieel van duurzame isolatieoplossingen publiek te maken. Hierop aansluitend worden opleidings- en trainingsprogramma’s opgezet met als doel concrete projecten te initiëren.
Het EiiF is een Europese non-profit stichting gevestigd in Genève, Zwitserland. Het is opgericht om het gebruik van industriële isolatie te promoten en te vestigen als een breed begrepen en geaccepteerde manier om duurzaamheid te realiseren.


Forum over efficiënt energieverbruik en klimaatverandering

Johnson. Controls. Inc. wereldwijd leider in het ontwikkelen van oplossingen voor een efficiënt en duurzaam beheer van gebouwen, en de Stichting Prins Albert II van Monaco, een prominente internationale milieustichting, houden vanaf 2010 elk jaar een Europees en Mediterraans forum voor energie-efficiëntie en klimaatverandering.
De conferentie vindt in april van volgend jaar voor het eerst plaats in Monaco en zal focussen op energie-efficiëntie en beleidszaken. De initiatiefnemers willen bijdragen tot de bewustmaking inzake klimaatverandering en aanzetten tot de implementatie van programma’s rond energie-efficiëntie.
De resultaten van de VN-conferentie over klimaatverandering in Kopenhagen zullen de focus vormen van het eerste Forum in april 2010.
Een raad van experts en beleidsmakers gaat het forum aansturen en de inhoud ervan bepalen. De focus zal daarbij liggen op het verwijderen van barrières die een snelle implementatie in de weg staan van programma’s rond energie-efficiëntie in Europa en het Middellandse-Zeegebied. Het evenement richt zich tot beleidsmakers, innovatieve denkers en eigenaars van gebouwen. Meer details over het forum worden in januari 2010 bekendgemaakt.


Minder CO2-uitstoot door duurzame verwarming en koeling

Eneco en de Zuid-Hollandse woningcorporatie Vidomes hebben een contract gesloten voor het bouwen van een duurzame energie-installatie voor het gecombineerde nieuwbouw- en renovatieproject.De Dillenburgh in Leidschendam.
Eneco sluit 140 huurappartementen en vijf commerciële ruimtes aan op een systeem van warmte/koudeopslag (WKO), waardoor de woningen circa 27 procent minder CO2-uitstoot veroorzaken ten opzichte van conventionele woningen. Eneco is investeerder, eigenaar en exploitant van de duurzame energie-installatie die het bedrijf onder de naam Eco Energy aanbiedt.
Voor de WKO voor De Dillenburgh slaat Eneco twee grondwaterbronnen op circa 150 meter diep in de bodem: één om warmte in op te slaan en één voor koudeopslag. Vanuit een centrale ruimte wordt warmte opgewekt met behulp van collectieve warmtepompen. De warmtepomp verhoogt de temperatuur van het grondwater door middel van compressie naar 45 ºC. voor ruimteverwarming via de vloeren, en naar zo'n 65 ºC. voor warmtapwater. De “overtollige” koude uit de woningen vult de koude bron aan om in de zomer de woningen via de vloer comfortkoeling te leveren. In totaal hebben de woningen een laag energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van 0,8.


Duurzame energie in de Spoorwijk

Eneco heeft een duurzame energie-installtie iogeleverd in de Spoorwijk in Den Haag. In de laatste fase van de renovatie van deze Haagse wijk heeft het energiebedrijf 272 koop- en huurappartementen aangesloten op een energiezuinig systeem op basis van warmte/koudeopslag (WKO), warmtepompen, een Energydak en zonnecollectoren. Onlangs vonde de definitieve oplevering plaats door de omschakeling van het tijdelijke ketelhuis naar dit nieuwe, duurzaam systeem dat nu voor alle woningen werkt. Het systeem biedt de bewoners ruimteverwarming, warm tapwater en comfortkoeling. Eneco is investeerder, eigenaar en expoitant van de duurzame energie-installatie die het bedrijf onder de naam Eco Energy aanbiedt.
"Een belangrijk doel van de herinrichting van de Haagse Spoorwijk was een behaaglijke, goed werkende energievoorziening voor alle bewoners". zegt Martijn de Jong, projectleider bij Eneco. "Door het combineren van verschillende innovatie technieken en deze optimaal op elkaar af te stemmen, kunnen we een zeer duurzaam systeem neerzetten. Juist het goed afstemmen van de diverse technologiën is voor ons en de installateur een echte uitdaging geweest. We zijn blij dat we ook dit project succesvol hebben afgerond".


HTS viert tien jaar succesvol ondernemen

Meer dan 600 gasten kwamen samen in de Tsjechische stad Novosedly, waar het bedrijf Heat Transfer Systems (HTS), behorende tot de Italiaanse LU-VE groep, zijn tiende verjaardag vierde. Tijdens het evenement werd ook het nieuwe bedrijfspand geopend.
Als specialist in de productie van warmtewisselaars voor mobiele en stationaire applicaties bereikte HTS onder andere een leidende positie in het segment van warmtewisselaars voor spoorweg airconditioningsystemen. HTS had ook de hand in het ontwerpproces en droeg bij aan de ontwikkeling en de bouw van prototypes van de machines. Het is dus geen toeval dat de records verbrekende TGV Duplex 2, de snelste trein ter wereld, vertrouwt op een airconditioningsysteem met een HTS-warmtewisselaar. Sinds 2003 maakt HTS onderdeel uit van de international LU-VE groep, een van de Europese leiders in de productie van warmtewisselaars. Sinds die tijd is HTS nooit gestopt met groeien. De uitbreiding van het bedrijfspand in Novosedly, die in augustus 2008 begon, is een gevolg van deze ontwikkeling.
De eerste fase, die net af is, bevat een nieuwe, industriële unit van ongeveer 3.000 m2. Deze fase wordt gevolgd door de verdubbeling van de werkvloer met nog eens 2.900 m2. Maar HTS investeert niet alleen maar in gebouwen en machines. Trouw aan het motto van LU-VE, dat de werknemers het echte kapitaal van een bedrijf vormen, zal het bedrijf het aantal werknemers uitbreiden van 200 naar zo’n 250.


HRe-ketel bijna klaar voor de markt

CV-fabrikanten werken al geruime tijd aan de ontwikkeling van micro-warmtekrachtkoppeling (WKK), de gelijktijdige opwekking van warmte en elektriciteit. Het resultaat van die ontwikkeling is de HRe-ketel. De eerste toestellen worden binnen afzienbare tijd op de markt verwacht. In de afgelopen jaren hebben ketellabrikanten met ondersteuning van de energiebedrijven Eneco, Essent, Nuon en GasTerra de HRe-ketel ontwikkeld en vervolmaakt. Een doorsnee huishouden kan met de Hre-ketel 15 tot 20% besparen op zijn energiekosten. Ook levert de ketel een forse reductie van de CO2-uitstoot: tot zo’n 1000 kilo per jaar per ketel.

Meer informatie: www.slimmetgas.nl


Fens nieuwe managing director GEA Happel

Per 1 januari 2010 wordt Ton Fens benoemd tot Managing Director van GEA Happel Nederland B.V. Hij volgt de huidige directeur René van Rijsewijk op, die binnen de GEA Group verantwoordelijk wordt voor de business unit HVAC. De overige posities binnen het managementteam blijven onveranderd. Ton Fens is sinds 2001 werkzaam bij GEA Happel Nederland B.V. als accountmanager en is in 2008 toegetreden tot het managementteam als sales director Fens heeft ruimschoots ervaring op het gebied van luchtbehandeling en is vertrouwd met de relaties en de GEA-organisatie. Samen met het huidige managementteam zal hij het beleid van GEA Happel Nederland B.V. voortzetten dat gericht blijft op het leveren van kwaliteit en optimale dienstverlening.


Nieuwe CAO helpt crisis bestrijden

De sociale partners hebben op 29 oktober een principeakkoord bereikt over een nieuwe CAO voor het technisch installatiebedrijf. UNETO-VNI voorzitter Marcel Engels is blij met de gemaakte afspraken: “Deze CAO is prima nieuws voor de leden van UNETO-VNI. Belangrijk is dat we de kosten voor bedrijven laag houden en werkgelegenheid behouden blijft. Het is een sociaal akkoord met oog voor de toekomst.”
De nieuwe CAO, met een looptijd van 1 december 2009 tot en met 31 maart 2011, is erop gericht om de gevolgen van de crisis voor de bedrijfstak te dempen. Dat gebeurt op een onorthodoxe manier. Engels: “In het akkoord introduceren we een innovatie op arbeidsvoorwaardengebied, de zogenaamde Crisisbestrijdingsdagen.” Dit houdt in dat bedrijven die te maken hebben met leegloop, hun medewerkers 3,5 dag extra vrij geven. Maar ze kunnen deze Crisisbestrijdingsdagen ook omzetten in een eenmalige uitkering aan werknemers van 1,5% van het jaarsalaris. Om leegloop tegen te gaan, kan de werkgever bovendien bij werknemers die nog vrije dagen uit voorgaande jaren hebben openstaan, drie van die vrije dagen verplicht aanwijzen. In totaal kun je als werkgever volgend jaar dus 6,5 dag vrijaf geven. In oktober 2010 zal worden bezien of deze innoverende afspraak moet worden voortgezet. De nieuwe CAO voorziet in afspraken om personeel voor de branche te behouden en ervoor te zorgen dat er jeugdigen blijven instromen. Als ontslag van werknemers toch noodzakelijk is, dan kunnen werknemers die recht hebben op de overgangsregelingen van het pensioenfonds dit recht behouden, indien zij binnen drie jaar weer terugkeren in de bedrijfstak. “Als de crisis voorbij is, hebben wij alle vakmensen weer keihard nodig”, stelt Engels.


Energiebesparing en duurzaamheid centraal

Nu de nieuwbouw, utiliteitsbouw en woningbouw in de bouwnijverheid in het slop zitten, putten werktuigbouwkundige installateurs hoop uit werkzaamheden op het gebied van duurzame energiesystemen, renovatie en onderhoud. Dit blijkt uit het Marketingrapport Installatiebranche W-sector 2009 van Van Es Marketing Services.
De meest genoemde ontwikkelingen en trends hebben betrekking op duurzaam bouwen en installeren, waarbij de nadruk ligt op energiezuinige apparaten, energieterugwinning en energiebesparing. Als gevolg van de huidige recessie zal er in toenemende mate worden geconcurreerd en zal de marge onder druk komen te staan.
Zeven procent van de ondernemers noemde de HRe-ketel spontaan als trend waarvan de branche hoge verwachtingen heeft Net als de gewone HR-ketel produceert hij warmte en warm water, maar tegelijkertijd ook elektriciteit.
Zes procent van de installateurs noemt LTV-systemen. Lage Temperatuur Verwarming (LTV) haalt meer warmte uit de warmtebron. Het is een verwarmingssysteem waarvan de aanvoertemperatuur van het CV-water maximaal 50 ºC. en vaker nog lager is.

Meer informatie: www.marktdata.nl


Post HBO-diploma Duurzame Energie

Duurzame energie staat in de aandacht en is wereldwijd in ontwikkeling. Bovendien noodzaakt klimaatverandering ons tot duurzame maatregelen. Nederland streeft ernaar dat in 2010 negen procent van het binnenlandse elektriciteitsverbruik duurzaam geproduceerd wordt en in 2020 twintig procent van het energieverbruik uit duurzame energie bestaat.
De stichting PHOE heeft de avondopleiding “Duurzame Energie” ontwikkeld.
In zes avonden en een dag worden de principes behandeld die aan de winning van duurzame energie ten grondslag liggen. De opleiding start met het kader energietransitie en beleid voor duurzame energievoorziening. De onderwerpen zon, wind, biomassa, warmtepompen en energieopslag worden bloksgewijs behandeld, waarbij techniek, toepassingen en toekomstperspectief centraal staan. Aan het eind van de opleiding wordt een volledige dag besteed aan rekenen en casuïstiek, inclusief rentabiliteitsberekeningen De opleiding wordt afgesloten met een tentamen.
De opleiding is bestemd voor adviseurs bij adviesbureaus, energiecoördinatoren bij bedrijven en overheden en consultants van financiële instellingen. Ook voor degenen die dagelijks te maken hebben met de beslissers omtrent duurzame energie of de beslissers adviseren, en behoefte hebben aan theoretische kennis over duurzame energie.

Meer informatie: www.phoe.nl


EURO-INDEX neemt deel aan de VSK

De VSK is de belangrijkste vakbeurs voor verwarming, sanitair, klimaatbeheersing en koudetechniek in de Benelux en ook EURO-INDEX is daar te vinden. Van maandag 1 tot en met vrijdag 5 februari 2010 heten zij iedereen van harte welkom op hun stand om de nieuwste producten te komen bekijken en uit te proberen. U kunt deelnemen aan demonstraties en profiteren van aanbiedingen. Daarnaast zullen hun productspecialisten er zijn om bezoekers te voorzien van informatie en advies. Zij zijn te vinden in de Jaarbeurs Utrecht in hall op stand C.034.

Meer informatie en een gratis toegangsbewijs: www.euro-index.nl


Xander van Bree nieuwe directeur LSA Arnhem

Per 15 oktober 2009 is de heer A.P.J. (Xander) van Bree benoemd tot directeur van LSA Arnhem. Met meer dan negen jaar internationale ervaring op directieniveau is het aan Van Bree om de marktpositie van LSA Arnhem te behouden en verder uit te bouwen.
LSA Arnhem is al dertig jaar een gerenommeerd producent van luchtgordijnen op de Europese markt. “In Nederland is het bedrijf door deze lange specifieke ervaring en technische kennis de onbetwiste marktleider.” LSA Arnhem produceert luchtgordijnen die kunnen verwarmen en/of koelen in combinatie met verschillende merken buiten units.
Van Bree neemt de directietaken over van de heer M.J.M. (Martin) Aaldering die nog enige maanden op de achtergrond aanwezig zal zijn ter ondersteuning van Van Bree.


Congres Week van de Koude
Hoe houdbaar is Koeling in 2020?

8 December 2009, 10.00 uur tot 17.00 uur (Borrel na afloop), Locatie: De Doelen in Rotterdam, Toegangsprijs: Geen deelnamekosten

SenterNovem

Op dinsdag 8 december organiseert SenterNovem de Week van de Koude, het congres voor de koelsector: een wereld volop in ontwikkeling. Een overheid die verplicht duurzaam gaat inkopen. Oude R22 koelinstallaties in gebouwen en bedrijven gaan eruit. Een stijgende koelvraag. En straks in 2020: 30% CO2-reductie en 20% duurzame energie. Deze ontwikkelingen vragen om een innovatieve, energiebesparende sector, die oplossingsgericht is en gaat voor duurzaamheid, comfort en milieuvervuiling tegengaat! Kortom er is een strategische omslag vereist. Is de koelsector daar klaar voor?

Inspireer, discussieer, denk en luister mee!
Tijdens een verfrissend event met workshops, informatiemarkt en speakerscorner!

Programma
Het congres start om 10.00 uur met een plenair onderdeel. Daarna zijn er vier rondes met interactieve parallelsessies. Tussen de parallelsessies door kunt u luisteren naar presentaties van leveranciers bij de speakerscorner en kunt u netwerken op de informatiemarkt. Na de plenaire afsluiting van de Week van de Koude is er een borrel. De dagvoorzitter is Wouke van Scherrenburg. Het uitgebreide programma vindt u via onderstaande link.

Voor wie?
Koel/vrieshuizen, vlees- en foodverwerkers, installateurs, datacenters, supermarkten, gemeenten, utiliteitsbouw en facility managers in de zorgsector.

Aanmelden www.senternovem.nl/weekvandekoude . Vragen? mail: kim@spitz.nu

De organisatie is in handen van SenterNovem in nauwe samenwerking met de NVKL (Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek & Luchtbehandeling), KNVvK (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude), Verac (Vereniging van leveranciers van airconditioning-apparatuur en B+B Vakmedianet (uitgever van onder meer Zorginstellingen, RCC Koude & Luchtbehandeling, RCC Total Energy en Freego).

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Energiebeurs 2009

Gerard Vos - Directeur KNVvK en redacteur RCC Koude- en Luchtbehandeling

Inleiding
Op de Energiebeurs 2009, begin oktober, waren een groot aantal bedrijven uit de sector te vinden die deelnamen aan deze sterk groeiende beurs.
Voor het eerst werd een koudeplein ingericht om de aandacht te vestigen op de relatie van koude en energie. Voor veel bedrijven een goede mogelijkheid zich op dit te terrein te profileren. KNVvK heeft in eerdere publicaties aandacht besteed aan deze beurs, die een groot succes is gebleken, mede aan de hand van de grote belangstelling.

Tijdens de beurs werden vele lezingen verzorgd van goede kwaliteit en met voldoende belangstelling van de bezoekers in het congresgedeelte en het energietheater. Uit de belangstelling voor de verenigingsactiviteiten is gebleken dat bezoekers de relatie koude en energie aan het zoeken zijn. Op het koudeplein was naast de KNVvK ook de NVKL te vinden voor informatie.

Tijdens de beurs werd aan een van de vijf genomineerden de FMN Energie Award 2009 uitgereikt.

De FMN Energie Award 2009 is een handgemaakt design object, beschikbaar gesteld door het onafhankelijke energieadviesbureau Energy Circle uit Voorthuizen. Voor de FMN Energie Award 2009 zijn bij de jury tien inzendingen binnen gekomen. Op een enkele na, waren deze van hoge kwaliteit. Ook waren ze zeer divers, van een huis dat zelf energie opwekt, het zogenaamde energieplushuis, tot een zeer doordacht renovatieproject. De jury betreurt het wel dat bij geen van de inzendingen energie-inkoop is betrokken.
De jury heeft gemeend vijf nominaties toe te kennen. Deze nominaties zijn gestoeld op het gemiddelde van de cijfers die de juryleden onafhankelijk van elkaar op basis van de gestelde criteria aan de inzendingen hebben gegeven.

De winnaar van deze Award was het Energieplushuis in Leusden van Innoconstruct.

Innoconstruct heeft in nauwe samenwerking met Eneco, Philips en Siemens, het voor elkaar gekregen met alle mogelijke hedendaagse middelen een huis te bouwen dat meer energie opwekt dan het verbruikt. Er wordt gebruik gemaakt van aardwarmte, wind- en zonne-energie en een zeer doordachte manier van isoleren. Het huis levert voldoende energie om een elektrische auto 5.000 km per jaar te laten rijden. Het huis is dan ook voorzien van een oplaadpunt voor zo’n soort auto.

De prijs werd na bekendmaking ervan door Gerard Vos, namens de jury, uitgereikt door de heer Schaareman van Energy Circle aan de heer Out van Innoconstruct.

De andere genomineerden waren in willekeurige volgorde:

- Het hoofdkantoor van Facilicom in Schiedam.

Hier is werkelijk alles uit de kast gehaald om een zeer duurzaam gebouw te maken en ook om een zeer duurzame werkomgeving te creëren. Het gebouw heeft een A++ label en voldoet aan een EPC van 0,7. Medewerkers worden opgeleid in milieubesparende werkzaamheden. De invloed van facilitair management op de wijze waarop het gebouw is ingericht is groot. Zo is er gebruik gemaakt van automatische lichtdetectie en een netwerk waarmee ventilatie, zonwering, verlichting en beveiliging geïntegreerd functioneren in een energiebeheerssysteem.

- Sporthal De Slingert in Wijchen.

De gemeente Wijchen heeft een sporthal laten bouwen die minimaal 40 procent energiezuiniger is dan vergelijkbare hallen. Dat heeft men bereikt door het energieverbruik aan te passen aan de wensen van de gebruikers. Aangezien dat soms heel verschillende wensen zijn, passen de installaties in het gebouw zich aan aan de groep die op dat moment van de faciliteit gebruik maakt. Dat gebeurt via een meet- en regelsysteem dat via internet aanstuurbaar is en waarin de wensen van de gebruikers van de hallen zijn voorgeprogrammeerd. Hieraan is tevens een elektronische deursturen gekoppeld.

- Nieuwbouw pand Van Mackelenbergh Electro in Den Bosch

Van Mackelenbergh Elektro heeft een pand laten bouwen met een EPC van 0,69. Het pand moest worden voorzien van de meest innovatieve technieken qua opwekking en distributie, inclusief de prestatie en energiemonitoring van de volledige E en W installaties Het pand komt tot een 75 procent betere energieprestatie dan de meeste panden in Nederland Aan de opwekkingskant wordt gebruik gemaakt van een warmte/koudeopslag inclusief warmtepomp. Aan de distributiekant wordt gebruik gemaakt van betonkernactivering, klimaatplafonds, vraaggestuurde luchtbehandeling op basis van CO2-detectie, afschakelbare wandcontactdozen en daglichtdimming met aanwezigheidsdetectie.

- Project Sleephelling in Rotterdam

De BAM heeft het eerste renovatieproject in Nederland aangemeld met een certificaat PassiefBouwen keur. Het bijzondere renovatieproject aan de Sleephellingstraat kende negen historische panden, die zijn omgevormd tot veertien prachtige boven- en benedenwoningen en een kleinschalige voorziening voor maatschappelijke opvang. Voor een gerenoveerde woning, gebouwd volgens PassiefBouwen Keur, geldt een beperking van de energievraag voor ruimteverwarming en koeling tot 25 kWh per vierkante meter gebruiksoppervlakte per jaar. Voor het totale primaire energiegebruik geldt een beperking van 130 kWh per vierkante meter. Het project is het voorbeeld van het nieuwe wonen in de stad: hoog wooncomfort op een perfecte locatie, lage energiekosten én een bijdrage aan een beter milieu. In combinatie het historische karakter van de woningen levert dit een unieke combinatie op van historisch en modem wonen.

De jury bestond dit jaar uit de volgende leden:
Hidde van der Kluit, Facility Management Nederland; Harmen Weijer, EnergieGids.nl;
Ronald van Luijk, Nederlandse Vereniging voor Technisch facilitair management in de Gezondheidszorg; Eric Picard, Vereniging van Energie, Milieu en Water; Ton Ceelie, Energy Circle; Vianney Schyns, VNCI en Gerard Vos, Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


EPN-projekt

Gerard Vos - Directeur KNVvK

De KNVvK is voornemens een EPN-projekt te starten en heeft bedrijven benaderd voor mogelijke deelname. Het EPN-project wordt door de KNVvK uitgevoerd in samenwerking met TNO. Dit project is een MKB- project, waarvoor een speciale regeling geldt die dit jaar van kracht is, in het kader van innovatieontwikkelingen in de koudetechniek, luchtbehandeling en ventilatietechniek.

De Federatie van Koudetechniek en Luchtbehandeling (FKL) ondersteunt deze projecten en beveelt het project dat gaat om de verbreding van toepassingen in het kader van de EPN en de NEN 7120 aan. In het project zullen zoveel mogelijk bedrijven die met dit onderwerp te maken hebben, worden benaderd. Door een aantal fabrikanten wordt verdampingskoeling met water als koudemiddel als een duurzaam en milieuvriendelijk alternatief op de markt gebracht. Dit al of niet in combinatie met andere aanpalende duurzame technologieën, zoals het gebruik van PCḾs. Ook binnen de luchtbehandeling zijn koeling en verwarming sterk met elkaar verweven. Uit studies komt naar voren dat de CO2-reductie zeer fors kan zijn bij zowel voornoemde koudetechnische toepassing, als bij het gebruik van biomassa, bio-olie en biogas voor verwarmingsdoeleinden. Een belangrijk knelpunt voor de marktintroductie van deze technologie is de EPC- methodiek. Het duurzame karakter van deze energieomzetting komt niet terug in de rekenmethodiek, waardoor bedrijven die willen investeren in de duurzame technologie door de EPC worden geblokkeerd. Gebleken is dat in de groene versie NEN 7120 ‘Energieprestatie Gebouwen’ met dit alles geen rekening wordt gehouden. De KNVvK heeft daarom op deze gronden bezwaar gemaakt tegen de groene versie van NEN 7120. De KNVvK wil daartoe in samenwerking met organisaties binnen de FKL en de betrokken MKB-Bedrijven een normatieve bijlage opstellen. Hierin zal worden omschreven op welke wijze het gebruik van deze middelen kan worden gewaardeerd binnen de EPN/EPC. Deze normatieve bijlage zal aan de Norm-commissie worden voorgelegd en zal na een akkoord als bijlage bij de EPN/EPC worden opgenomen, zo is het streven. Via de FKL en SenterNovem krijgen deelnemende bedrijven (mits MKB) 50 procent van de kosten vergoed Hiervan moet minimal 60 procent van de te maken kosten worden uitbesteed. De overige 40 procent van de subsidie is een bijdrage in de eigen kosten. Intussen zijn er al vele positieve reacties van bedrijven ontvangen. Ook niet MKB-bedrijven hebben positief gereageerd. Bij voldoende deelname van bedrijven wil de KNVvK e.e.a. verder uit werken.
Ook via deze rubriek van deze vereniging brengen wij de lezers op de hoogte van deze plannen. Mocht er belangstelling zijn dit initiatief te steunen, dan vernemen wij dit graag. Niet alleen de deelnemers in het project, maar ook de reacties zijn van harte welkom om een breed draagvlak te krijgen.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Aankondiging: Controle op PED

NVKL

Inleiding
Het Ministerie van Sociale Zaken heeft aangekondigd dat de Arbeidsinspectie de komende tijd gaat controleren op het werken volgens de richtlijn drukapparatuur, de PED. De Arbeidsinspectie doet van oktober 2009 tot februari 2010 tenminste 130 inspecties gericht op koelinstallaties van na 29 mei 2002.

De controles vinden zowel bij gebruikers als installateurs plaats in de specifieke doelgroepen: detailhandel, opslag fruit, vleeswarenketen en ijs-sneeuwbanen. Onder andere wordt gevraagd naar de verklaring van overeenstemming, de gebruikershandleiding, de verklaring van ingebruikneming, de verklaring van herkeuring en de gemaakte afspraken tussen installatiebranche en Arbeidsinspectie in 2007.
Meer informatie over PED en de opleiding vindt u op www.nvkl.nl/opleiding
De brief en de folder van het Ministerie is te downloaden op het ledendeel.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Voortgang opleidingsreeks Natuurlijke KoudemIddelen Module 3

NVKL

De trainingsunit die het hart gaat vormen voor het praktijkcentrum Natuurlijke Koudemiddelen bij PTC+ in Ede, wordt op dit moment gebouwd. De voorbereidingen lopen voorspoedig. Begin 2010 kan er gestart worden met de trainingen. De NVKL-opleidingsserie wordt ontwikkeld met financiële steun uit het opleidingsfonds van OTIB-Woerden. De trainingen leiden op tot het officiële vakbekwaamheidcertificaat conform de PGS13 hoofdstuk 9: Competentie en certificering van vakbekwaamheid.
Doelgroepen zijn: monteurs, servicemonteurs, ontwerpers, technische dienst van installatie eigenaren, hulpdiensten (brandweer) en het bevoegd gezag.
In de opleiding komen aan de orde:
Praktijkoefeningen aan werkende CO2, NH3 en propaan installaties.
Doel, vaardigheden aanleren en trainen die nodig zijn om te werken met natuurlijke koudemiddelen en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Op de praktijk afgestemde casussen over:
detectie apparatuur
aftappen olie
hoe te handelen bij calamiteiten
periodiek inspectie
opstarten en afschakelen
uitwisselen van hoofdcomponenten
Meer informatie over data en prijzen van de opleiding volgt zo spoedig mogelijk.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Regiobijeenkomsten NVKL

NVKL

In oktober hebben de regiobijeenkomsten weer plaatsgevonden in De Meern, Eindhoven, Dordrecht en Zwolle.
De bijeenkomsten zijn goed bezocht door de NVKL-leden. De thema’s op deze avonden waren onder andere de NEN-EN 378, de F-gassenverordening & Ministeriele Regeling en het praktijkcentrum Natuurlijke Koudemiddelen. Daarnaast werden er interessante presentaties gehouden over de uitfasering van R22 en energie-efficiency.
Na de presentaties konden de leden tijdens een borrel de banden aanhalen met collega’s uit de branche.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Joop Hoogkamer neemt afscheid van de NVKL

NVKL

Inleiding
Joop Hoogkamer, de man achter de vakgebieden Techniek, Veiligheid, Milieu en Onderwijs, neemt per 31 oktober 2009 afscheid bij de NVKL. Hij heeft bijna 14 jaar met plezier voor de NVKL-leden gewerkt en ziet nu een grote uitdaging bij de Europese koepelorganisatie,
Per 1 november is Joop Hoogkamer in Brussel werkzaam als Executive Director bij Eurovent. Hij zal daar op Europees niveau actief zijn voor de sector koudetechniek en luchtbehandeling.
Inmiddels is voorzien in zijn opvolging. Per 1 november treedt Wim Overeem in dienst van de NVKL als projectmanager Onderwijs.
De dossiers met betrekking tot techniek, veiligheid en milieu zijn al grotendeels overgenomen door Coen van de Sande. Overige beleidsmatige taken worden overgenomen door Henry Kruiper, directeur NVKL.

Verderop in dit vakblad kunt u in een uitgebreid interview meer lezen over de activiteiten van Joop Hoogkamer. (K&L Januari 2010 blz. 72)

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Meld u aan voor de NVKL Koeltrofee 2010

NVKL

Innovatie in de koudeketen is erg belangrijk. De welvaart en het welzijn van ons allen wordt in hoge mate bepaald door individuele “coole” prestaties.
De NVKL stimuleert dit door het uitreiken van de koeltrofee. De NVKL-koeltrofee is bedoeld als blijk van waardering voor een gerealiseerde innovatieve aanpak binnen de Nederlandse koude keten.
De uitreiking van de wisselprijs vindt plaats tijdens de VSK-beurs van 1 tot en met 5 februari 2010. Wilt u zich aanmelden of iemand nomineren? Vraag meer informatie en het aanmeldformulier aan bij de NVKL, info@nvkl.nl .

Meer weten: www.nvkl.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Snelheid en efficiëntie van belang bij een storingsanalyse (2)

Gerard Vos - Directeur KNVvK en redactielid RCC Koude- Luchtbehandeling

Inleiding
Om slijtage en storingen aan koeltechnische installaties te voorkomen, is periodiek onderhoud van belang.
Treedt er desondanks een storing op, dan is correctief onderhoud noodzakelijk. Het opsporen en oplossen van een storing in een zo kort mogelijk tijdsbestek is van groot belang. Een niet werkende machine kost immers geld. Het is dus zaak om de storing op een efficiënte manier op te sporen. Het tweede deel in de serie over het onderhoud van koelinstallaties, airconditioners en warmtepompen gaat verder in op het oplossen van storingen die kunnen optreden.

Correctief onderhoud bestaat uit het controleren, repareren of vervangen en beproeven. Onder correctief onderhoud wordt het opsporen, lokaliseren en verhelpen van storingen verstaan. Het is storingsafhankelijk. Bij correctief onderhoud wordt onder andere gebruik gemaakt van storingstabellen. In nummer 10 van RCC K&L stond het eerste deel van deze tabel. Hiernaast en op de volgende pagina’’s is het vervolg weergegeven van de tabel die gebruikt kan worden voor een snelle en efficiënte storingsanalyse.

Meer informatie: www.verac.nl wordt vervolgd

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Veilig werken met CO2

Working safe with CO2

J. Schröer - Wijbenga B.V.

Inleiding
De afgelopen 10 jaar zijn er in Nederland veel installaties gebouwd met CO2 als koudemiddel. Met name industriële koudeinstallaties, maar de laatste jaren ook steeds meer in de commerciële- en klein koeling. Naast de technische aspecten bij de realisatie van deze installaties, speelt ook de veiligheid een grote rol. Veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermde maatregelen tegen deze potentiële oorzaken. Er zijn een aantal punten die aandacht verdienen wanneer kooldioxide gebruikt wordt als koudemiddel. Wanneer deze punten in acht worden genomen tijdens ontwerp, bouw, inbedrijfstelling en de bedrijfsperiode van de installatie dan kan CO2 veilig en succesvol als koudemiddel worden ingezet.

Koolstofdioxide, ook bekend onder de namen koolzuur, kooldioxide of R744, is een molecuul dat uit één koolstof en twee zuurstofatomen wordt samengesteld. De chemische formule CO2 wordt meestal gebruikt om koolstofdioxide aan te duiden. Ook wordt vaak de term koolzuur gebruikt, feitelijk is dat onjuist omdat koolzuur eigenlijk een andere benaming is voor water Koolstofdioxide, ook bekend onder de namen koolzuur, kooldioxide of R744, is een molecuul dat uit één koolstof en twee zuurstofatomen wordt samengesteld. De chemische formule CO2 wordt meestal gebruikt om koolstofdioxide aan te duiden. Ook wordt vaak de term koolzuur gebruikt, feitelijk is dat onjuist omdat koolzuur eigenlijk een andere benaming is voor waterstofcarbonaat, dat ontstaat door toevoeging van CO2 aan water.
CO2 is een natuurlijke stof waarvan de concentratie in onze lucht circa 0,04% (400 ppm) bedraagt. De MAC (Maximaal Aanvaardbare Concentratie) waarde bedraagt 5.000 ppm. In de gasvormige fase is CO2 circa 1,5 maal zwaarder dan lucht.
Als koudemiddel (R 744) is CO2 geclassificeerd als niet giftig, niet corrosief, heeft een Ozone depletion potential (ODP) van 0 en een global warming potential (GWP) van 1.
Onder 5,2 bar (-55 ºC.), het tripple punt, gaat vloeibaar CO2 over in vaste stof (koolzuursneeuw). Komt de druk weer boven deze waarde, dan zal de vaste stof direct weer overgaan in vloeistof. Het volume van vast kooldioxide is kleiner dan van de vloeistof. Hierdoor is er geen gevaar dat componenten of leidingen deformeren door uitzetting. Boven 73,5 bar (+31 ºC.), het kritische punt, is er geen vloeistoffase van CO2 meer mogelijk. Transkritische installaties opereren in dit gebied.

Ontwerp van CO2-installaties
CO2-installaties zijn in drie groepen te verdelen, namelijk subkritische systemen met CO2 als koudemiddelmet compressie, subkritische systemen met CO2 als koudedrager zonder compressie (brine) en transkritische compressie systemen.
De ontwerpdrukken van CO2-systemen liggen bij subkritische koel- en vriessystemen, afhankelijk van het ontwerp, tussen de 25 en 64 bar. Bij transkritische systemen worden ontwerpdrukken tot 120 bar gehanteerd. Voor het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de EN-378 voor koelinstallaties en warmtepompen, de CE-PED en de eventuele Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV). Wanneer in het primaire systeem gebruik gemaakt wordt van een ander koudemiddel, bijvoorbeeld NH3 of een synthetisch koudemiddel, dan gelden daarvoor meestal nog aanvullende regels.
Over het ontwerp van CO2-installaties is meer te vinden in de IOR Veiligheidrichtlijn voor CO2 waarvan een Nederlandse vertaling verkrijgbaar is bij Wijbenga B.V. in Geldermalsen. In deze richtlijn wordt aandacht besteed aan veiligheid en lekkages.

Verhoogde CO2 concentratie
Wanneer de meest gangbare koudemiddelen worden beschouwd, zijn er wat betreft de invloed op het menselijk lichaam en de veiligheid, een aantal elementaire verschillen. NH3 (R717) is sterk ruikend en giftig. CFK’s en HFK’s zijn reuk- en smaakloos en bij kortstondige blootstelling niet giftig.
Koolwaterstoffen zijn brandbaar en explosief. CO2 (R744) is reuk en smaakloos en heeft in hoge concentraties een directe invloed op de ademhaling.
Er is een onderscheid tussen zuurstofgebrek en een verhoogde concentratie CO2 in de atmosfeer. Vermindering van het bewustzijn als gevolg van zuurstofgebrek (onder de 15%) vindt vaak plaats zonder dat de betrokken personen dit opvalt. Bij een percentage van circa tien procent zuurstof kan opeens bewusteloosheid optreden. Beneden de zes tot acht procent zuurstof treedt de dood binnen enkele minuten in, tenzij dit proces tijdig door beademing kan worden omgekeerd. Slechts twee keer inademen in een zuurstofloze atmosfeer veroorzaakt direct bewusteloosheid, waarna de dood zeer snel kan intreden. Om deze reden zijn halogenen als blusmiddel bij brand ook niet meer toegestaan.

Ademhaling
Om de invloed van CO2 op de ademhaling te begrijpen, zal eerst het principe van ademhaling worden toegelicht. Normaal gesproken bevat de ingeademde lucht 21 % zuurstof en 0,04% kooldioxide en de uitgeademde lucht 17% zuurstof en 4% kooldioxide. Het lichaam neemt dus zuurstof op en geeft kooldioxide af.
De mate waarin dit gebeurt, wordt geregeld aan de hand van onze pH. Voor bet goed functioneren van diverse functies van het lichaam, zoals de hersenfunctie, is het essentieel dat de pH (zuurgraad) van ons lichaam binnen zeer nauwe grenzen stabiel is. De normale pH bedraagt 7,4. De gevolgen van de verandering van de pH zijn een metabole acidose (pH < 7,35) of een respiratoire alkalose (pH> 7,45). Om de zuurgraad van het bloed binnen deze nauwe grenzen te houden heeft het lichaam twee belangrijke middelen tot zijn beschikking. De snelle methode is het aanpassen van de ademhaling. Door sneller adem te halen, stijgt de zuurgraad van het bloed en door langzamer te ademen, daalt de zuurgraad. De langzame methode gaat via de nieren. De uitwisseling van CO2 door ademhaling is afhankelijk van het partieel drukverschil . De druk van onze omgeving wordt gevormd door de afzonderlijke partiële drukken van zijn componenten (met name stikstof, zuurstof, argon en kooldioxide). Bij een atmosferische druk van 760 mm Hg en een concentratie van 0,04% CO2 is de partiële druk 0,0004 x 760 mm Hg = 0,3 mm Hg. In onze bloedsomloop neemt de hoeveelheid kooldioxide toe, wat resulteert in een toename van de partiële druk tot uiteindelijk 40 mm Hg in de haarvaten van onze longblaasjes (alveolen). Hierdoor ontstaat er een drukverschil russen de ingeademde lucht enerzijds en de haarvaten anderzijds en zal er door de capillaire werking van onze longen kooldioxide worden afgegeven aan de ingeademde lucht. Met betrekking tot zuurstof werkt het mechanisme andersom, De partiële druk van de ingeademde lucht
is hoger dan de partiële druk in de haarvaten, waardoor zuurstof wordt opgenomen.

Samenvatting
CO2 is een natuurlijk gas dat uitstekend geschikt is om duurzaam als koudemiddel te gebruiken. Alleen al in Nederland zijn er de afgelopen tien jaar voor bijna 100 mW aan koeltechnische installaties met CO2 in bedrijf genomen. Vanaf het ontwerp tot en met de bedrijfsperiode moet rekening gehouden worden met een aantal specifieke eigenschappen van CO2. Interne lekkages kunnen soms grote gevolgen hebben. Externe lekkages zijn goed te detecteren en het lichaam geeft herkenbare signalen af wanneer CO2-concentratie in de atmosfeer toeneemt. Vocht kan grote problemen veroorzaken in CO2-installaties, het secuur vullen van de juiste kwaliteit CO2 en het plaatsen van drogers is daarom altijd noodzakelijk. Het werken aan CO2-installaties dient uiteraard door gekwalificeerd personeel te geschieden. CO2 is als koudemiddel veilig en duurzaam te gebruiken mits er rekening gehouden wordt met de eigenschappenvan CO2.

Summary
CO2 is a natural gas that is perfect to use as a refrigerant. Only in the Netherlands over 100 mW of refrigeration plants are in operation. From design to operation we need to take care of some properties of carbon dioxide. Internal leakages can have large consequences. External leakages are easy to detect en the human body gives recognizable signals caused by increasing levels of CO2. Moisture can cause large problems in CO2 plants. The quality and handling of CO2 is very important and filter/dryers must be installed as a standard. Servicing CO2 plants asks for qualified engineers. CO2 as a refrigerant is safe and sustainable, as long as we consider the properties of CO2.

Meer informatie: www.wijbenga.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Veiligheid bij omgang met ammoniak in praktijksituaties

Ir. A.M.G. Pennartz - Manager tean Energie, koudetechnisch specialist KWA Bedrijfsadviseurs B.V.
Ir. R.J.M. van Gerwen - Global Lead Engineer Refrigeration & HVAC, Unilever

Inleiding
In chemische specificatiebladen van ammoniak staan de eigenschappen opgesomd, zoals te vinden in de PGS 13 (opvolger van de CPR-13); kookpunt van -33 ºC. bij 1 bar, verdampingswarmte 1300 kJ/kg, kleurloos, dichtheid van 0,6 kg/m3, ontbrandingsenergie, et cetera.
Maar wat betekenen deze gegevens nu in de praktijk? De volgende beschrijvingen van situaties geven een beeld hoe ammoniak zich gedraagt als het om wat voor reden dan ook buiten de koelinstallatie komt. Beide auteurs verzorgen sinds jaren wereldwijd interne trainingen voor Unilever personeel. Dit artikel is ontleend aan trainingsmateriaal dat hiervoor is ontwikkeld.

Tijdens proefnemingen van een van de schrijvers is ammoniak afgetapt in een open “Dewar”-vaatje (thermosfles). Verwacht zou worden dat ammoniak bij 1 bar omgevingsdruk zou gaan koken, bij -33 °C. Dit gebeurde echter niet. De vloeistof kookt niet in het vaatje, maar walmt wat damp uit. Met een speciale nauwkeurige lage temperatuur kwikthermometer is vervolgens de temperatuur van de vloeistof gemeten. Deze bleek -78 °C.!!! Deze temperatuur wordt al gehaald direct na het vullen van het vaatje. Wat is hier aan de hand? Door de isolerende werking van het vaatje kan geen warmte toestromen, waardoor de ammoniak niet kan koken. De verdampingswarmte van ammoniak is immers hoog (1300 kJ/kg). Van de ammoniakvloeistof walmt damp ten gevolge van de concentratieverschillen tussen de ammoniakdamp net boven de vloeistof en de omgevingslucht. Voor dit beperkte verdampen is geen warmte beschikbaar, alleen uit de vloeistof zelf. De vloeistof onderkoelt zich nu zelf, waardoor de ammoniak walmt, vergelijkbaar met water bij 70 °C. De proef werd genomen in een fabriekshal en je kon met het vaatje in je hand en ver van je neus rustig rondwandelen.
Vervolgens is het vaatje naar buiten gebracht en uitgegoten op de straatstenen. De ontstane plas bruist even en een temperatuurmeting in de vloeistof in een kuiltje geeft weer een temperatuur van circa -78 ºC. De plas walmt ammoniakdamp, maar kookt niet. Je kunt om de plas heenlopen en alleen in afwaartse windrichting is de ammoniakdamp waarneembaar door een sterke geur.
Ook in deze situatie is het niet mogelijk dat voldoende warmte naar de ammoniak toestroomt om een kookproces te onderhouden.
Dit onderschrijft de zin van de maatregel om een opvangbak onder een vloeistofvat te plaatsen of een gelijkwaardige voorziening waarbij de vloeistof bij uittreden wordt opgevangen en zich niet verspreidt. Ammoniakvloeistof in atmosferische condities komt zo tot rust zolang er geen warmtetoevoer is. Het toevoeren van warmte is dus volstrekt uit den boze.

Meer informatie: www.kwa.nl en www.unilever.com

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Toepassing van ATEX-regelgeving op natuurlijke koudemiddelen

Application of ATEX regulations at natural refrigerants

Ir. E.C. (Lieke) Koets - Energie Consult Holland B.V.

Inleiding
Elk bedrijf waar brandbare stoffen aanwezig zijn, dient een explosieveiligheidsdocument op te stellen waarin de gevaren en de risico’s in verband met explosieve atmosferen zijn vastgelegd.
Ook moet worden aangegeven welke maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer te voorkomen. In dit artikel wordt uit de doeken gedaan wat de gevolgen zijn van de ATEX-regelgeving voor de toepassing van natuurlijke koudemiddelen. Aangegeven wordt welke natuurlijke koudemiddelen hiermee te maken krijgen en welke eisen gesteld worden aan het explosieveiligheidsdocument.

Op grond van artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. 184,1999) dient de werkgever in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast te leggen welke risico’s de arbeid voor de werknemer met zich mee brengt. Een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde risico’s en de samenhang daartussen, maakt deel uit van de risicoinventarisatie en -evaluatie. De uitwerking van bovenstaande verplichting wordt gegeven in het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Hoofdstuk 3 paragraaf 2a van dit besluit gaat in op explosieve atmosferen en met name artikel 3.5 c geeft nadere voorschriften met betrekking tot het explosieveiligheidsdocument. Deze paragraaf is een vertaling van de Europese richtlijn 1999/92/EG (oftewel ATEX 137: minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen). Deze richtlijn is gepubliceerd op 16 december 1999 en is gericht op arbeidsplaatsen.
Er is nog een ATEX-richtlijn, namelijk Richtlijn 94/9/EG (ATEX 95): apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar explosiegevaar kan heersen. Deze richtlijn is gepubliceerd op 23 maart 1994 en is gericht op producten. In Nederland is deze wetgeving geïmplementeerd in het Warenwetbesluit Explosieveilig Materieel.

Beleidsregels
In de toelichting op artikel 3.5d, vijfde lid van het Arbobesluit wordt verwezen naar beleidsregels. In beleidsregels is vastgelegd op welke concrete wijze naar het oordeel van de Arbeidsinspectie aan de verplichtingen op grond van het Arbobesluit wordt voldaan. In dit geval gaat het om Beleidsregel 4.6-3: Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen bij werkzaamheden met gevaarlijke stoffen. In deze beleidsregel wordt verwezen naar NPR 7910-1: Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij gasontploffingsgevaar en NPR 7910-2: Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij stofontploffingsgevaar. Beide praktijklijnen zijn in 2008 herzien. Bij koelinstallaties is geen sprake van stofontploffing, zodat enkel de NPR 7910-1: 2008 verder wordt beschouwd. Deze praktijkrichtlijn is gebaseerd op NEN-EN-IEC 60079-10:2003:, elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffing kan heersen-Deel 10: Indeling van gevaarlijke gebieden.

Explosieve stoffen
Een explosie ontstaat als brandstof en zuurstof in een bepaalde verhouding zijn gemengd en tegelijkertijd een ontstekingsbron aanwezig is. De mengverhouding wordt bepaald door de explosiegrenzen van de brandstof. Voor het bepalen van de explosierisico’s is van belang dat wordt vastgesteld of de vorming van een explosieve atmosfeer mogelijk is en of een ontstekingsbron aanwezig is.
De eerste vraag wordt beantwoord door een indeling in gevarenzones te maken. Gevarenzone-indeling houdt in dat wordt vastgelegd in welke gebieden en met welke waarschijnlijkheid explosieve atmosfeer aanwezig kan zijn.
De NPR 7910-1: 2008 hanteert een stappenplan voor het bepalen van de indelingsplicht en de afmetingen en soort van de gevarenzone.

Samenvatting
Natuurlijke koudemiddelen zijn brandbaar (met uitzondering van kooldioxide) en vallen daarom onder de ATEX-regelgeving voor explosieve atmosferen. De werkgever is op grond van het Arbobesluit verplicht een explosieveiligheidsdocument op te stellen. Aangegeven wordt welke stappen doorlopen moeten worden om te komen tot dit document. In het artikel wordt aangetoond dat de ruimte waarin een koelinstallatie met een natuurlijk koudemiddel staat opgesteld veelal als zone 2 wordt geclassificeerd. De werkgever dient vervolgens maatregelen te nemen om een explosie te voorkomen. De kans op een explosie wordt verkleind door het vrijkomen van de brandbare stof te beperken of door de ontstekingsbronnen te verminderen. De genomen maatregelen zijn specifiek voor de betreffende koelinstallatie en kunnen zowel technisch als organisatorisch van aard zijn.

Summary
Natural refrigerants are flammable (with the exception of carbon dioxide) and therefore fall under the ATEX regulations for explosive atmospheres. In accordance with the Working Conditions Degree, the employer is required to prepare an explosion protection document. The decree indicates the steps that must be taken to produce the explosion protection document. The article establishes that the space in which a refrigeration plant with a natural refrigerant is set up is usually classified as zone 2. The employer must then take measures to avoid an explosion. The risk of an explosion can be decreased by limiting the release of the flammable material or by reducing ignition sources. The measures taken are specifically for the relevant refrigeration plant and can be both technical and organizational in nature.

Meer informatie: www.energieconsult.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Koelinstallaties in het licht van de Arbeidsinspectie

Diana Martens - Landelijke projectleider Arbeidsinspectie Directie Arbeidsomstandigheden, Afdeling Strategie

Inleiding
Koel- en vriesinstallaties worden in verschillende soorten en maten en in veel sectoren gebruikt. Van de airconditioning in een kantoorpand, de koelstraat in een supermarkt tot de vriescellen in slachthuizen.
Het koudemiddel, zoals HCFK’s, HFK’s, kooldioxide, koolwaterstoffen en ammoniak, bevindt zich onder hoge druk in de installatie. Juist de combinatie van gevaarlijke koudemiddelen en hoge druk veroorzaakt het risico van koelinstallaties: een grote hoeveelheid koudemiddel kan vrijkomen. Mensen die in aanraking komen met dit koudemiddel kunnen ernstige brandwonden en/of longoedeem oplopen, bedwelmd raken of stikken. De Arbeidsinspectie onderzoekt deze ongevallen, maar voert ook regelmatig inspecties uit bij koelinstallaties.

In Nederland vindt ongeveer tien keer per jaar een ongeval met een koelinstallatie plaats. In ongeveer vijf ongevallen moet een werknemer in het ziekenhuis opgenomen worden. In zulke gevallen moet soms de omgeving ontruimd worden om omstanders te beschermen. De Arbeidsinspectie onderzoekt deze ongevallen. Bij deze inspecties let de Arbeidsinspectie op een aantal aspecten. Het basisprincipe is, dat voorkomen moet worden dat grote hoeveelheden koudemiddel vrijkomen. De koelinstallatie moet zo ontworpen en gefabriceerd zijn dat deze veilig is. Door keuringen en onderhoud moet de gebouwde installatie veilig blijven. Dit is geregeld in het Warenwetbesluit Drukapparatuur (WBDA). De fabrikant en installateur zijn hiervoor verantwoordelijk.

Risico’s
Bij ingebruikneming en tijdens gebruik heeft de gebruiker (eigenaar) van de koelinstallatie de verantwoordelijkheid voor de koelinstallatie. De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuring bij ingebruikneming en de periodieke keuring. Dit is ook geregeld in het Warenwetbesluit.

Drukapparatuur
Daarnaast moet de gebruiker ervoor zorgen dat er veilig bij en met de installatie gewerkt kan worden. De risico’s van de koelinstallaties moeten in de risico-inventarisatie en -evaluatie beschreven worden en er moeten maatregelen genomen worden. Hierbij moet aandacht besteed worden aan het voorkomen van gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (VBVBE).
Verder moet de gebruiker regelmatig onderhoud plegen en moet de installatie door een deskundig persoon bediend worden. Er moet een noodplan zijn en instructies die beschrijven hoe men met de installatie moet omgaan.
Zowel bij de montage van een koelinstallatie als bij het onderhoud moet de installateur veilig en gezond kunnen werken. Er moet gemeten worden of de ruimte niet teveel gevaarlijke stoffen bevat en de monteur moet goed beschermd zijn als er onverhoopt grote hoeveelheden koudemiddel vrijkomt. Dit is geregeld in de Arbowet. Voor installaties met hoge risico’s is de ARIE-Regeling van toepassing, een aanvullende risicoinventarisatie en -evaluatie. Dit is een zwaarder regime. De basis is hier dat er een VeiligheidsBeheersSysteem (VBS) moet zijn.

Installateurs
De Arbeidsinspectie inspecteert regelmatig koelinstallaties. Tijdens inspecties in 2007 bleek dat de helft (47%) van de 137 installateurs niet voldeden aan het WBDA. Naar aanleiding van deze inspecties zijn afspraken gemaakt met de installateurs. Zij moeten ervoor zorgen dat de installaties, die gebouwd zijn vanaf 2002, voldoen aan het Warenwetbesluit.
Er zijn ook inspecties uitgevoerd bij 46 gebruikers (eigenaren) van koelinstallaties. Een kwart (24%) van de gebruikers is zich niet bewust dat ze hun koelinstallatie moeten laten keuren, voordat deze in gebruik genomen wordt. Om deze gebruikers beter te informeren is een folder ontwikkeld waarin kort en bondig staat beschreven wat deze gebruiker moet weten.

Meer informatie: www.arbeidsinspectie.nl of onder kopje publikaties van de KNVvK website

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Herziene PGS 13 Ammoniak als koudemiddel

Revised PGS 13 Ammonia as refrigerant

Miep Verwoerd - Secretaris KNVvK NH3-commissie

Inleiding
CPR 13-2, later omgedoopt in PGS 13, wordt reeds vele jaren voor vergunningen als richtlijn gebruikt voor het veilig toepassen van ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen. Deze richtlijn was echter hard aan herziening toe. Reden voor de herziening was onder andere de gewijzigde Europese regelgeving.

PGS 13 was aan herziening toe vanwege veroudering - de laatste versie van de CPR13-2 stamt uit 1999 - en de gewijzigde Europese regelgeving, met name door de invoering van de Pressure Equipment Directive (PED) in 2002 en de herziene EN 378 (Koelsystemen en Warmtepompen - Veiligheids- en milieu-eisen) gepubliceerd in 2008 (start herziening in 1999) De koudetechnische branche heeft via de KNVvK NH3-commissie bij het ministerie van VROM aan de bel getrokken om de bestaande PGS 13 te herzien. De herziening zou vallen onder de competentie van de op te richten Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS). Deze AGS is in juni 2004 opgericht. Vanuit de AGS is in 2004 een raadswerkgroep gestart met het oog op de voorbereiding van deze herziening. Uit deze werkgroep is een commissie gevormd waarin van buiten de AGS een aantal leden van de (K)NVvK NH3-commissie bereid waren zitting te nemen.
In april 2005 vond een bespreking met de klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen, zowel gebruikers, installateurs, vergunningverleners en -handhavers, plaats over het conceptrapport van de AGS. In oktober 2005 is aan TNO opdracht verleend voor het opstellen van een adviesbeoordeling CPR ammoniak koelinstallaties. In november 2005 is deel A van het advies aan de AGS uitgebracht en in februari 2006 deel BI.
Uiteindelijk zag het AGS rapport “Ammoniak als koudemiddel, advies over PGS 13" in februari 2007 het licht.
Samenvattend luidde het advies: “De AGS concludeert dat de PGS 13 in veiligheidskundig opzicht niet meer voldoet. Vrijwel alle voorschriften betreffen aspecten die inmiddels zijn geregeld in wet- en regelgeving of in nationale en internationale normen. In PGS 13 wordt o.a. niet verwezen naar de voor veiligheid essentiële integrale benadering van systematische risicobeoordeling en veiligheidsbeheersing. Op basis van de analyse uit dit advies beveelt de AGS aan om PGS 13 te vervangen door een document met het karakter van een overzichtsdocument.”

Nieuw document
Ondertussen zat de koudetechnische branche nog steeds vol ongeduld te wachten op een actueel en voor de sector goed toepasbaar document. De KNVvK en de NVKL hebben wederom bij het ministerie van VROM de noodklok geluid met als resultaat een opdracht van VROM-Directie Externe Veiligheid om een tekstvoorstel voor een gebruiksdocument voor ammoniakkoelinstallaties (PGS) op te stellen.
De totstandkoming van het tekstvoorstel was een tweetraps onderneming. De uitvoering is gedaan door de Kerngroep Ammoniak (gevormd uit de KNVvK NH3-commissie) voor het opstellen van de tekst en het verwerken van commentaar, en de KNVvK NH3-commissie voor het leveren van commentaar (zie de herziene PGS 13).
Inhoudelijk waren de twee stappen: het maken van een opzet - welke onderwerpen komen aan bod - en de inhoudelijke invulling van de onderwerpen. Na ruim anderhalf jaar aan het tekstvoorstel te hebben gewerkt, is het tekstvoorstel in augustus 2008 aan het ministerie van VROM aangeboden.
De uiteindelijke publicatie van de herziene PGS 13 vond in maart 2009 plaats. PGS 13 maart deel uit van De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De Publicatiereeks wordt actueel gehouden door de PG S- beheerorganisatie.
Bij het opstellen van de herziene PGS 13 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Het document moet een gebruiks- en geen overzichtsdocument zijn.
- Zo veel mogelijk moet de herziene Europese norm op dit gebied worden gevolgd, de NEN-EN 378, Koelsystemen en warmtepompen Veiligheids- en milieueisen.
- Waar nationale regelgeving, inzichten en aanvullingen afwijken van deze Europese norm, deze opnemen.
- Aanpassen aan de PED/Warenwetbesluit Drukapparatuur (WBDA).
- Volgorde onderwerpen aanhouden zoals in de oude CPR 13-2/PGS 13.

Samenvatting
De uit 1999 stammende PGS 13 “Ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen”, voorheen CPR13-2 genaamd, was door gewijzigde regelgeving en door veroudering nodig aan herziening toe. Het verloop van de uiteindelijke totstandkoming van de herziene PGS 13, gepubliceerd in 2009, wordt beschreven. De belangrijkste verschillen met de voorgaande versie worden kort toegelicht. De herziene PGS 13 sluit zo veel mogelijk aan op de EN 378 (2008). De duidelijke afwijkingen van de EN 378 worden eveneens aangegeven. PGS 13 maakt deel uit van De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De Publicatiereeks wordt actueel gehouden door de PGS beheerorganisatie .(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl).

Summary
PGS 13, the Dutch regulation for safety and environmental requirements for the application of ammonia in refrigeration systems and heat pumps, formerly named CPR 13-2, has to be revised because of modified European rules and becoming out-of date. The latest version of PGS 13 originates from 1999. The development of the revised PGS 13, published in 2009, is described . The main differences with the former version are shortly explained. As far as possible the revised PGS 13 follows the EN 378 (2008). The clear deviations of the EN 378 are indicated as well. PGS 13 is part of a series of publications concerning dangerous substances (De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen). This series of publications will be kept
in a current state by the ‘PGS beheerorganisatie’ (PGS management organization) (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl).

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Koolwaterstoffen als koudemiddel

Hydrocarbons as refrigerant

Drs. Ebel Dijkstra - Ecozone B.V.

Inleiding
De lichte alkanen, die vaker koolwaterstoffen worden genoemd, zijn uitstekende koudemiddelen. Het gaat om stoffen als ethaan (R170), propaan (R290), propeen (ook wel propyleen, R1270) en isobutaan (R-600a). Hun enige nadeel is de brandbaarheid. Er zijn echte ook een groot aantal voordelen. Drs. Ebel Dijkstra vertelt hoe koolwaterstoffen als koudemiddelen zo veilig mogelijk kunnen worden ingezet.

Koolwaterstoffen hebben een aantal voordelen. Ze hebben een zeer laag Global Warming Potential (GWP) van ongeveer drie, het zijn stoffen die ook in de vrije natuur voorkomen als afbraakproducten van natuurlijke processen. Voor de koudetechniek zijn chemische stabiliteit, mengbaarheid met minerale oliën zowel als polyolester- en alkylbenzeensmeermiddelen en niet corrosieve eigenschappen van belang. De hoge COP, relatief lage condensatiedrukken, komen door de gunstige overdrachtseigenschappen. De kleine vullingen in het systeem (de dichtheid is ongeveer 50% van de gangbare chemische koudemiddelen) leiden tot meer veiligheid en lagere kosten. De volledige mengbaarheid betekent dat met mengsels van de verschillende stoffen voor bijna alle chemische koudemiddelen goede vervangers kunnen worden gecomponeerd, waarbij wel rekening moet worden gehouden met een temperatuurglide in sommige gevallen.

Koudemiddelen
Deze positieve kanten van de koolwaterstoffen hebben ertoe geleid dat in vele producten inmiddels deze koudemiddelen worden gebruikt. Bijvoorbeeld in de naar schatting 300 tot 400 miljoen huishoudkoelkasten en -vriezers, commerciële koel- vriesapparatuur zoals in de ijsvriezers van Unilever, in indirecte koeling van supermarkten met CO2 en ook in koelhuizen in de land- en tuinbouw, in chillers en warmtepompen in kantoren en instellingen. Ook wordt het toegepast in tal van kleinere industriële apparaten zoals koeldrogers, melkkoelers, noodkoeling, karkaskoelers etc. En niet te vergeten de autoairconditioning. Er rijden naar schatting wereldwijd meer dan tien miljoen auto’s rond met koolwaterstoffen als vervangers van R-12 en R-134a in het systeem, vooral in Australië en de Verenigde Staten.

Brandbaarheid is een obstakel
Het is duidelijk dat de brandbaarheid en explosiviteit een vervelende hinderpaal zijn bij de toepassing, vooral als het gaat om middelgrote systemen en daarvan vooral weer de apparaten voor comfortkoeling: multi-split units. De stoffen hebben geen natuurlijke reuk, behalve propyleen dat stinkt van zichzelf. Daarbij zijn ze nog niet zo bekend bij de meeste monteurs, omdat die om begrijpelijke redenen werken met de stoffen die door de industrie worden gepropageerd. De industrie is huiverig, onder invloed van angst voor vervolgschade bij een ongeluk dat is te wijten is aan het koudemiddel. Om die reden houden sommige industriële partijen, zoals de compressoren leveranciers, de boot nog af voor sommige toepassingen.
In de PED en de EN378 worden richtlijnen gegeven voor de juiste toepassing van koolwaterstoffen. Samengevat komen die altijd neer op het beperken van de inhoud, voorkomen van lekkage en het isoleren van de componenten, zodat ontstekingsbronnen worden vermeden. Er geldt een aantal vuistregels, zoals dat voor minder dan 150 gram inhoud geen extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn (huishoudelijk gebruik) en dat een inhoud van een airconditioningsysteem niet meer mag bevatten dan acht gram per m3 te koelen ruimte. Bij grotere hoeveelheden kan elektronische lekdetecrie worden toegepast.

Handige matrix
Daarnaast is er een handige matrix, waarbij wordt aangegeven hoeveel inhoud mag worden gebruikt, afhankelijk van de te koelen ruimte (inhoud, maar vooral gebruik: publieke ruimte, kantooromgeving of 24 hrs privé ruimte) en de opstellingsruimte van het toestel.
De ATEX- richtlijnen gelden voor apparaten vanaf vijf kilogram en dat zal in de meeste gevallen niet worden overschreden als het gaat om de bovengenoemde apparaten. Maar in de EN 378 is geen beperking, dus ook grote inhoud van bijvoorbeeld meer dan 25 kilogram koolwaterstof is niet uitgesloten.

Samenvatting
Koolwaterstofkoudemiddelen, zoals isobutaan, propaan, propyleen of mengsels daarvan kunnen in geval van lekkage een brand of explosie veroorzaken. Lekdichtheid is daarom van groot belang, evenals aanvullende veiligheidsmaatregelen. Wettelijke eisen en praktische oplossingen worden besproken.

Summary
Hydrocarbons like isobutane, propane, propylene or mixtures of them, which are used as refrigerant can in case of a leakage, caused a fire or explosion. Leak tightness is therefore of great importance as well as additional safety rules. Legal regulations and practical solutions are described in the article.

Meer informatie: www.ecozone.nl

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Themamiddag “Veiligheid en natuurlijke koudemiddelen”

Ir. E.B. (Edo) Wissink - TNO-MEP
Ir. P.C. Moerman - Secretaris commissie themadagen KNVvK

Inleiding
Op 24 september 2009 hield de KNVvK een themamiddag over de aspecten die samenhangen met het veilig gebruik van natuurlijke koudemiddelen.
Drie voordrachten gingen over de eigenschappen van diverse koudemiddelen en de gevolgen hiervan voor de veiligheid, en drie voordrachten gingen over de regelgeving betreffende de veiligheidsaspecten. Dat hiervoor veel belangstelling bestond blijkt uit het feit dat niet minder dan 84 geïnteresseerden zich aanmeldden.

Enerzijds konden de sprekers zo gekozen worden dat het een breed en aanvullend ervaringsgebied betrof. Naast de sprekers uit het vertrouwde werkgebied van de koudetechniek waren er nu ook sprekers die zich bezighouden met de aangrenzende of bovenliggende werkgebieden. Anderzijds was er een leuk indirect effect, namelijk dat de aanpak een positieve invloed had op de diversiteit van het publiek. Van de voordrachten die over koudemiddelen gingen, sprak de heer J. Schröer van Wijbenga B.V. in zijn voordracht over de eigenschappen van CO2 (R744). Ir. A.G.M. Pennartz van KWA Amersfoort behandelde de veiligheid van ammoniak (R717) en de heer Drs. E. Dijkstra van Ecozone B.V. besprak de eigenschappen van koolwaterstof-koudemiddelen. In alle voordrachten kwam de relatie tussen (koeltechnische) aspecten en veiligheid naar voren, zowel algemene aspecten als specifieke. De druk moet bijvoorbeeld steeds goed in de gaten worden gehouden. Hogere drukken vereisen grotere wanddikten en extra aandacht voor verbindingen om explosies en lekkages te voorkomen.
De brandbaarheid verdient ook aandacht. Dit geldt in feite vooral voor koolwaterstoffen. Lekdichtheid is hierbij essentieel.
Giftigheid en het gevaar voor verstikking zijn ook gevaren die kunnen voorkomen. Kooldioxide en ammoniak kunnen in bepaalde concentraties giftig zijn. Verder kunnen alle koudemiddelen in afgesloten ruimten de zuurstof verdringen en dus verstikken tot gevolg hebben. Detectie, alarmering en ventilatie, naast een goede instructie, zijn geëigende maatregelen.
Overigens wordt door onbekendheid met sommige natuurlijke koudemiddelen bepaalde aspecten soms sterk overtrokken, waardoor ongefundeerde bezwaren worden geopperd.

Regelgeving
Van de drie voordrachten over de regelgeving sprak mevrouw M. Verwoerd in haar voordracht over de herziening van PGS-13, om een veilig gebruik van ammoniak te garanderen.
Mevrouw D. Martens van de Arbeidsinspectie had het over de veiligheid van koelinstallaties en mevrouw Ir. E.C. Koets van Energie Consult Nederland B.V. besprak de ATEX-regelgeving die handelt over explosieveiligheid.
De drie voordrachten behandelden geheel verschillende aspecten van de veiligheid van naruurlijke koudemiddelen. Zo vervangt PGS-13 de oude richtlijn CPR 13-2 uit 1999, die aan vervanging toe was. PGS-13 is gepubliceerd op internet: www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. De richtlijn volgt zoveel mogelijk de Europese norm EK 378:1008 en het Warenwetbesluit drukapparatuur (PED).
De arbeidsinspectie onderzoekt de ongevallen met koelinstallaties. Dat zijn er zo’n vijf à tien per jaar. Vaak zijn deze het gevolg van onbekendheid met de gevaren door verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand explosie. Daarom wordt een folder voor de gebruikers ontwikkeld omdat de voorlichting door leveranciers onvoldoende blijkt te zijn.
De ATEX-regelgeving heeft als hoofddoel de werknemers te beschermen tegen explosies en is een uitvloeisel van de Arbowet. Voor toepassing bij koelinstallaties zal het vaak maatwerk zijn om de risico’s goed in kaart te brengen.

Accentverschillen
Door het verschil in achtergrond en werkgebied komen er twee interessante zaken naar voren:
Ten eerste blijkt opeens dat er toch behoorlijke accentverschillen zijn over hoe er tegen veiligheid aangekeken wordt. Simpel voorbeeld is dat het regeringsbeleid er enerzijds op gericht is om meer natuurlijke koudemiddelen toe te passen om de milieubelasting te verlagen, maar dat de handhaving voornamelijk plaats vindt op basis van persoonlijke veiligheid. Dat is niet altijd een logische combinatie, zodat de uitvoering van de koelinstallatie weer een belangrijke rol speelt. In het algemeen geldt dat er gekeken wordt welke gevaarlijke situaties zouden kunnen ontstaan, hoe groot de kans daarop is en welke voorzorgsmaatregelen er getroffen zijn.
Ten tweede wordt ook de onderlinge samenhang van richtlijnen en normen er niet eenvoudiger op, op moment dat je veiligheid vanuit een hoger algemeen niveau gaat beschouwen. Richtlijnen, normen en publicaties die speciaal voor het vakgebied koudetechniek zijn opgesteld, zijn niet altijd direct en eenduidig opgenomen in de algemene geldende richtlijnen voor veiligheid.
Deze voordrachten leverden voldoende stof voor een geanimeerde discussie.

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


Hydrauvision introduceert PVG-ventiel

De unieke samenwerking tussen Hydrauvision en Sauer-Danfoss heeft geresulteerd in een PVG-ventiel dat geheel wordt afgestemd op de functionele eisen van de klant.
De assemblage van de ventielen wordt verzorgd door Hydrauvision, waarna het kwalitatief onderzoek plaatsvindt. De levensduur van de PVG-ventielen kan aanmerkelijk worden verlengd door een speciale corrosiewerende laag (vernikkelen). Door de samenwerking wordt bovendien gegarandeerd dat onderhoud en reparatie snel en deskundig worden uitgevoerd.
Het PVG-ventiel van Sauer-Danfoss is een zogenoemd load-sense ventiel en beschikbaar in de types PVG32 (maximaal tien secties), PVG100 en PVG120 (maximaal acht secties) voor maximale flows per sectie van 129 l/min, 180 l/min respectievelijk 239 l/min. De maximale druk bedraagt voor de types PVG32 en PVG100 350 bar; voor het type PVG120 bedraagt de maximale druk 400 bar. Naast een open center versie voor vaste pompopbrengsten wordt ook een gesloten center versie voor variabele pompopbrengsten geleverd.

Meer informatie: www.hydrauvision.com


Biral met EFF1-motoren klaar voor Europese wetgeving

Biral heeft haar assortiment In Line centrifugaalpompen EBZ-V uitgebreid met een aantal nieuwe typen. De capaciteitsrange is hierdoor vergroot naar 100 l/s en opvoerhoogtes tot 34 m.w.k. In het kader van de aankomende Europese wetgeving (2011), zijn de pompen die voorzien zijn van een elektromotor met een vast toerental, nu ook leverbaar met energiezuinige EFF1-motoren.
Deze aanduiding wordt in toekomst aangeduid met IE2. In vergelijking met standaard elektromotoren besparen deze motoren tot tien procent op elektrische energie. De
In Line centrifugaalpompen EBZ-E met opgebouwde frequentieregelaar zijn standaard al voorzien van EFF1-motoren.
De serie EBZ zijn ééntraps centrifugaalpompen met een gesloten radicaalwaaier en geschikt voor waterige vloeistoffen. Pomp en motor zijn gescheiden met een asafdichting.
Het temperatuurbereik ligt tussen de -20 ºC. en 120 ºC. Zuig- en persaansluiting hebben dezelfde flensafmeting en liggen in één lijn. De In Line EBZ-pompen worden toegepast in
koel- en verwarmingsinstallaties of in waterbehandeling en industriële installaties.

Meer informatie: www.biral.nl


Nieuwe serie kijkglazen van Danfoss

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de bestaande serie kijkglazen zijn dat bij de SG + serie het huis is vervaardigd van roestvrij staal waardoor zal tijdens het insolderen van het kijkglas de indicator minder wordt belast, de maximale werkdruk is verhoogd naar 46 bar waardoor toepassing in bijvoorbeeld installaties met R410A geen probleem is, het oppervlak van het glas is vergroot dit komt de afleesbaarheid sterk ten goede en de vochtindicator is gevoeliger geworden waardoor een zuiver beeld van het eventueel aanwezige vocht wordt verkregen.
Voorts is de doorstroming gewijzigd zodat in vuile installaties zich geen vuil ophoopt in het kijkglas en het zogenaamde “black eye” wordt voorkomen. “Vervanging van de bestaande kijkglazen door deze nieuwe Danfoss SG + serie is geen enkel probleem omdat de inbouwmaten gelijk zijn gebleven.”

Meer informatie: www.koeltechniek.danfoss.nl


Koelaggregaten met ATEX-toelating van Rittal

Rittal breidt zijn assortiment koelaggregaten met ATEX-toelating uit met een nieuw wandmodel dat beschikt over een koelvermogen van 500 Watt. Schakelkasten van Rittal kunnen hiermee ook in het onderste vermogensgebied in gevaarlijke stof-Ex-omgevingen van zone 22 veilig koelen. Als zeer geconcentreerde, brandbare stofwolken in afgesloten, zuurstofrijke omgevingen in aanraking komen met een ontstekingsbron, kunnen zich explosies voordoen. In dergelijke gevaarlijke omgevingen mogen daarom alleen apparaten met overeenkomstige ATEX-toelating worden geïnstalleerd. Het nieuwe product kan zowel met een basis- als comfortregeling worden uitgerust. Een speciale ventilatorconstructie voor buiten en een ATEX 22-conforme afdichting aan de kastzijde voldoen aan alle veiligheidstechnische eisen. Regeling en instelmogelijkheden zijn om veiligheidsredenen in de kast aangebracht.

Meer informatie: www.rittal.nl


Nieuwe LG Multi V-brochure

LG presenteert een nieuw verkoopinstrument voor LG Multi V-systemen. “Dit boek gaat verder waar de traditionele prijscatalogus ophoudt. Het staat boordevol overtuigende informatie en argumenten voor eindgebruikers om te kiezen voor LG Multi V.”
Zo leest de gebruiker over de diverse verschillende mogelijkheden en toepassingen van Multi V. Ook zijn er met LG Multi V-systemen koppelingen en combinaties te maken met bijvoorbeeld vloerverwarming, luchtbehandelingkasten en/of luchtgordijnen. Naast al deze uitgebreide toepassingsmogelijkheden ontvangen gebruikers natuurlijk ook op deze producten vijf jaar garantie.

Meer informatie: Tel 010-2581121


Professioneel engagement - Van de redactie

De KNVvK is een technisch-wetenschappelijke vereniging die zich nu sedert ruim 100 jaar inzet voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de koude en de verantwoorde maatschappelijke toepassing daarvan. Deze uitgave van RCC Koude- en Luchtbehandeling is daarvan weer een concreet en overtuigend bewijs: een speciaal gewijd aan de veiligheid van natuurlijke koudemiddelen, met artikelen die de weerslag zijn van presentaties over dit onderwerp op een recente themadag van de vereniging. Op ieder onderdeel bewijst de KNVvK, samen met de brancheorganisatie NVKL en zusterorganisaties zoals Verac, dat professionals het voortouw (moeten) nemen als het gaat om vernieuwing in het vakgebied, om een maatschappelijke ontwikkeling te vertalen in professionele realiteit. Het zijn ook KNVvK, NVKL en Verac die SenterNovem ondersteunen bij de organisatie van een landelijk congres over de haalbaarheid van de 2020 doelstellingen voor de koelsector. Op dat congres hopelijk in dialoog met eindgebruikers, adviseurs en beleidsbepalende overheden. Want als de doelen van 2020 niet gehaald worden, zal koelen in 2020 niet houdbaar blijken!

Ruud Bakker - Hoofdredacteur RCC Koude- en Luchtbehandeling

Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat


 

 
     
     
 
     
 

KNVvK
bezoekersadres:
Zandlaan 29
6717 LN  Ede
tel.: +31(0318) 697 198
fax: +31(0318) 697 199

correspondentie:
postbus 32
6710 BA  Ede
e-mail:  info@knvvk.nl

Lid worden?
klik hier