|
Juli en augustus 2009
Thema: Thermische Isolatie
Van de redactie
In memoriam: Dolf van Paassen
Dinsdag 30 juni 2009 heeft Prof. Dr. Ir. Dolf van Paassen, Hoogleraar Energie in de Gebouwde Omgeving, het aardse leven verlaten.
In minder dan drie maanden heeft een ziekte hem het leven ontnomen. Hij was 6 juni jl. 68 jaar geworden. Dolf is in 1967 aan de Technische Universiteit Delft afgestudeerd bij Prof. Nauta Lemke als elektrotechnisch ingenieur. Na een periode bij het Shell Laboratorium in Amsterdam is hij in 1971, als wetenschappelijk medewerker, in dienst getreden bij de TU Delft Faculteit Werktuigbouwkunde. Sindsdien is hij actief geweest op het gebied van de klimaatbeheersing in gebouwen. In 1981 is hij bij Prof. Boeke gepromoveerd op het proefschrift “A new approach to the calculation of the effect of the outdoor and indoor climate on the energy consumption in buildings based on methods of statistical analysis”. Van 1985 tot 1998 was hij universitair hoofddocent en sinds 1998 hoogleraar Energie in de Gebouwde Omgeving.
Dolf en zijn onderzoeksthema’s waren populair bij de studenten.
Vele jaren was zijn aandacht gericht op de opmars van regelen besturingstechnieken in klimaatinstallaties, waarvoor hij als elektrotechnisch ingenieur een uitstekende achtergrond had. En in recente jaren had hij veel afstudeerders op de gebieden faseovergangsmaterialen (PCM’s) voor de klimaatbeheersing van gebouwen, “desiccant” koelen/ontvochtiging, warmte- en koudeopslag in aquifers, gebouwen met een dubbele façade en conditionering van gesloten kassen. Ook zijn colleges over Klimaatbeheersing waren populair. Zijn streven was om zoveel mogelijk gebruik te maken van natuurlijke bronnen om tot comfort in gebouwen te komen. Dit was misschien mede geïnspireerd door zijn gevoel voor de natuur, wat tot uitdrukking kwam in vele aquarellen van zijn hand.
Tot drie maanden geleden was hij professioneel nog zeer actief in zijn adviesbureau en begeleidde hij daarnaast twee promovendi op het gebied van faseovergangsmaterialen en “desiccant” koelen. Hij was actief lid van de TVVL (Nederlandse technische vereniging
voor installaties in gebouwen), nam deel aan commissies, bracht lezingen in en was voorzitter van de B. J. Max jury. Zelf heeft hij trouwens in 1999 deze prijs ontvangen, alsook de gouden TVVL penning (een onderscheiding voor zijn hele oeuvre).
Ook was Dolf lid van de commissie E1 (Air conditioning) van het IIR (International Institute of Refrigeration) en van de commissies Verdampingskoeling en EPN van de KNVvK (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude).
Velen zullen het als een voorrecht hebben ervaren hem als leermeester en collega te hebben gehad. Wij zullen hem erg missen en hopen dat al die goede herinneringen Margriet, Daphne,
Marcia en de andere naasten enigszins troosten in dit grote verlies.
Carlos Infante Ferreira - TU Delft
Henk van der Ree - erelid KNVvK
Op de website van de KNVvK (www.knvvk.nl) is ook de toespraak te lezen die Prof. Rob Kouffeld, als vroegere collega van Dolf, heeft gehouden tijdens de afscheidsviering voorafgaande aan de begrafenis op 4 juli 2009.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
M. Beerens benoemd tot nieuwe voorzitter Luka
Tijdens de laatste bestuursvergadering van de Luka, de Nederlandse Vereniging van Luchtkanalenfabrikanten, is de heer M. Beerens benoemd tot voorzitter van de Luka. De heer M. Beerens is directeur van Brema-Air B.V. uit Maastricht en volgt de heer M. Brouwer op, die het Luka-voorzitterschap ruim 4 Jaar heeft bekleed.
Met de komst van de nieuwe voorzitter blijft de Luka-koers in principe ongewijzigd. Met name in deze economisch roerige tijden is het zaak om de kwaliteit van de luchtkanalen hoog in het vaandel te houden. Mede door de reeds ingezette Verbreding, waardoor de Luka meer en meer ook de luchtdichtheid van het complete kanaalsysteem kan garanderen, wint de branchevereniging nog steeds aan belangrijkheid ten opzichte van de luchtkanalenbranche en haar opdrachtgevers in Nederland.
F-gassen aan niet gediplomeerd personeel
Eindelijk is het zover, per 4 juli 2009 is het alleen toegestaan om gefluoreerde (synthetische) koudemiddelen te leveren aan personen die beschikken over een STEK-diploma / F-gassenpersoonscertificaat. De branche heeft de afgelopen jaren intensief overlegd over de wenselijkheid om te komen tot een verbod op het leveren van koudemiddelen aan niet gediplomeerde personen. Met de komst van de F-gassenverodening: EG nr. 842/2006 is die wens ingevuld, want uiterlijk op 4 juli 2009 zorgen de lidstaten ervoor, dus ook Nederland, dat het leveren van gefluoreerde broeikasgassen (synthetische koudemiddelen) alleen is toegestaan aan personeel dat beschikt over een certificaat. Omdat wij op dit moment in een overgangssituatie zitten betekent dit concreet, in het bezit moet zijn van een STEK-diploma.
Hoewel het niet onverkort staat, gaat de NVKL ervan uit dat ook de koudemiddelleveranciers hun verantwoordelijkheid nemen en met onmiddellijke ingang alleen leveren aan gediplomeerd personeel, opdat zij zo meewerken aan het uitvoeren van de wet en behoud van ons milieu.
De NVKL heeft duidelijkheid gevraagd met betrekking tot het leveren van koudemiddelen door koudemiddelleveranciers. Desgevraagd geeft VROM-klimaat als eerste reactie aan, dat gelfluoreerde koudemiddelen alleen in ontvangst genomen (geleverd) mogen worden voor installatie, onderhoud, service, terugwinning, recycling of vernietiging door (aan)personeel dat over de daarbij behorende diploma’s beschikt.
VROM-klimaat zegde toe, dat zij die duidelijkheid in haar wetgeving zal opnemen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de NVKL. Tel.: 088-4008490
ISSO komt met Kleintjes
Kleintje Ventilatie; richtlijnen voor ventilatiesystemen
Dit zakboekje kleintje Ventilatie “Woningen en woongebouwen” is een goed toegankelijke handleiding waarin wordt ingegaan op de belangrijkste punten uit de wetgeving en waarin richtlijnen gegeven worden voor het goed ontwerpen, uitvoeren en beheren van ventilatiesystemen in woningen en woongebouwen.
Actieplan Gezonde Ventilatie in Woningen
Ventilatie is noodzakelijk voor een gezonde en comfortabele woning. Tegelijkertijd kost het ventileren van een woning energie. Om het energiegebruik ten gevolge van ventilatie te beperken is er een behoorlijk aantal verschillende ventilatiesystemen op de markt. Zowel voor nieuwbouw als situaties in de bestaande bouw.
In de praktijk blijkt dat er toch regelmatig problemen zijn met ventilatie in woningen. Kritische punten zijn meestal het ervaren van tocht, het installatiegeluid en te weinig luchtverversing. Bij een goed uitgevoerd ontwerp, installatie en onderhoud zijn deze problemen te voorkomen. Een aantal problemen met ventilatie in woningen is in de media uitvoerig aan de orde gekomen Dit heeft uiteindelijk geleid tot Kamervragen. Naar aanleiding hiervan is door ISSO het actieplan “Gezonde ventilatie in woningen” ontwikkeld. Dit actieplan voorziet in een aantal publicaties met eisen en oplossingsrichtingen voor ventilatiesystemen in woningen en woongebouwen. Van programma van eisen, via ontwerp, dimensionering en realisatie tot en met beheer en onderhoud. Dit “Kleintje” vormt een onderdeel van het actieplan.
Kleintje Meetmethoden Elektrotechniek
Het doel van dit Kleintje is om duidelijk weer te geven hoe metingen in elektrische installaties in het kader van de normen NEN 1010 en NEN 3140 uitgevoerd moeten worden. Het Kleintje Meetmethoden biedt de helpende hand bij het uitvoeren van metingen en geeft antwoorden op veel praktijkvragen. Het zakboekje kan bijdragen aan de parate meetkennis van iedere monteur of inspecteur. Kleintje Meetmethoden richt zich zowel op nieuw- als bestaande bouw. De meetmethoden worden stap voor stap in een algemene opzet beschreven.
Het “Kleintje” behandelt stap voor stap de volgende onderdelen: eisen aan meetapparatuur, (elektriciteit)leer betreffende meetinstrumenten, veiligheidsactiviteiten en de meting.
De zakboekjes zijn te bestellen via de ISSO-Winkel op www.isso.nl
Installatie Vakbeurs Hardenberg 2009 kent geen crisis
Dagelijks blijven de inschrijvingen voor Installatie Vakbeurs Hardenberg 2009 binnen komen, aldus beursorganisator Rian Striper. Van de negatieve gevolgen van de economische recessie is niets te merken, en sommige bedrijven zien het juist als reden om nú mee te doen.
Met de in gebruik name bouw van de nieuwe hal van 3.600m2 bruto expositieruimte, wordt deze vakbeurs groter wordt dan ooit. Begin juli 2009 waren er net zoveel inschrijvingen als vorig jaar en de inschrijving blijven binnen komen. Naar verwachting zullen er 400 exposanten deelnemen. De Installatie Vakbeurs Hardenberg is hét trefpunt waar ondernemers en relaties uit de installatie- en sanitairbranche elkaar kunnen ontmoeten. De nieuwste ontwikkelingen en noviteiten binnen de installatiebranche zijn te vinden op deze
vakbeurs. Tijdens Installatie Vakbeurs Hardenberg 2009 worden meer dan 15.000 bezoekers verwacht.
Tijdens Installatie Vakbeurs Hardenberg wordt er gebruikt gemaakt van de unieke full-service-formule.
In een sfeervolle ambiance, waar diverse gratis hapjes en drankjes geserveerd worden, kunt u op een prettige, ongedwongen manier zaken doen, informatie uitwisselen en nieuwe contacten leggen of bestaande contacten onderhouden. Op dit moment zijn er nog enkele stands beschikbaar, dus is er interesse, laat dit zo spoedig mogelijk weten, want vol is vol!
Bent u geïnteresseerd dan kunt u contact opnemen met de organisatie op telefoonnummer 0523-289874 of per mail info@evenementenhalhardenberg.nl
Openingstijden
Dinsdag 8 september 2009 14.00 - 22.00 uur Woensdag 9 september 2009 14.00 - 22.00 uur Donderdag 10 september 2009 14.00 - 22.00 uur
Milieuschade door airco’s beperkt
De Vereniging van leveranciers voor aircontioningsapparatuur, VERAC, is het niet eens met de ongenuanceerde berichtgeving rondom het onderzoeksrapport van het Planbureau voor de leefomgeving. Volgens dit onderzoek zijn airconditionings en koelinstallaties bij ongewijzigd beleid in 2050 voor 14% verantwoordelijk voor de mondiale CO2-emissies door het broeikasgas HFK’s. Volgens VERAC is het gebruikte koudemiddel een arbitraire factor, aangezien dit slechts bijdraagt aan de Global Warming Potential (GWP) als er sprake is van emissie. GWP is de bijdrage aan het broeikaseffect uitgedrukt in CO2-equivalenten. Sinds het Montreal Protocal uit 1997 is de druk om de regelgeving vanuit Europa en de VS aan te scherpen sterk vergroot. Met name in Nederland is een emissiepreventiebeleid van toepassing welke op een professionele wijze door de branche tot uitvoering wordt gebracht met als gevold dat er in Nederland zeer lage emissieverliezen optreden. Aan de opkomende industrielanden in Azië en het Verre Oosten is in het Montreal Protocol meer ruimte gegeven om het emissiepreventiebeleid vorm te geven. Voor deze landen gelden minder strenge eisen.
De huidige koudemiddelen, zoals HFK’s zijn aangepast aan de mondiale afspraken die in het Kyoto-protocol met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen (HFK’s) zijn vastgelegd. HFK’s tasten de ozonlaag niet aan. In deze regelgeving wordt sterk ingespeeld op de CO2 reductie. Deze synthetische koudemiddelen zijn stabiele chemische verbindingen die geen bedreiging vormen voor de mens en geen milieuschade veroorzaken, zolang men de installatie gesloten houdt. HFK-installaties staan derhalve onder controle voor lekdichtheid, waarbij de branche verplicht is voor utiliteitsinstallaties een sluitende koudemiddel boekhouding bij te houden in een daarvoor bestemd logboek.
Een alternatief voor deze gassen zijn de natuurlijke koudemiddelen. Deze gassen vormen geen gevaar voor het klimaat, maar hebben een ander risico. Sommige zijn brandgevaarlijk, zoals propaan en isobuthaan, andere vormen een gevaar voor de veiligheid van de mens. Apparaten met toepassing van natuurlijke koudemiddelen hebben in relatie tot HFK-gassen operationeel gezien ook meer energie nodig, wat ene nadelig effect voor het milieu heeft. Om over te gaan op deze koudemiddelen dienen strengere veiligheidsmaatregelen getroffen te worden.
Bij nieuwe gassen, zowel chemische als natuurlijke, dient goed te worden gekeken naar de totale impact. De Total Equivalent Wrming Impact (TEWI) is een eerste goede maat hiervoor en zegt iets over het totaal van het gebruikte koudemiddel en de energie die nodig is om de installatie te laten functioneren.
Uit onderzoek is gebleken dat momenteel geen alternatieve koudemiddelen beschikbaar zijn met een lagere TEWI waarde dan de huidige HFK koudemiddelen.
De airconditioning kost energie, maar als deze ook gebruikt wordt in de warmtepompmodule kan dit een groot voordeel opleveren ten opzichte van conventionele systeem voor verwarming. De airconditioning, lees warmtepomp is juist een systeem waarmee CO2-emissies voorkomen worden ten opzichte van conventionele systemen die gebruik maken van fossiele brandstoffen. Derhalve zijn warmtepompen ook door de Europese Commissie erkend als duurzame op gelijke voet met windenergie en zonne-energie oplossingen.
De conclusie die het Planbureau voor de leefomgeving trekt door aan te geven dat HFK’s een bedreiging vormen voor het klimaat, dient volgens VERAC genuanceerd te worden en doet juist onrecht aan de bijdrage die warmtepompen (lees airconditioners) kunnen hebben in de preventie van CO2 uitstoot en klimaatverandering.
Nieuw normontwerp voor luchtvolumestromen
Het normontwerp NEN 8088-1 voor de berekening van de luchtvolumestromen in het kader van de energieprestatie van gebouwen, is voor commentaar gepubliceerd.Belanghebbenden kunnen tot eind september 2009 commentaar indienen. Deze norm speelt een belangrijke rol binnen de norm NEN 7120. Een nieuw normontwerp hiervan is ook onlangs gepubliceerd NEN 8088-1 Ventilatie en luchtdoorlatendheid van gebouwen - Afleiding van ventilatie- en infiltratieluchtvolumestromen en luchttemperaturen voor energieprestatieberekeningen geeft de nieuwe rekenmethode voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw, woningbouw en utiliteitsbouw. Daarbij worden systeemventilatie, spuiventilatie en infiltratie in samenhang behandeld, NEN 8088-1 is de Nederlandse invulling van NEN-EN 15242, de Europese norm die in het kader van de EPBD voor de bepaling van ventilatie en infiltratie is opgesteld. Voor de bepaling van de luchtvolumestroom binnen de oude normen zijn de afgelopen jaren gelijkwaardigheidsverklaringen opgesteld voor veel ventilatiesysteemvarianten. Bij energieprestatieberekeningen op basis van NEN 7120 zijn die niet meer bruikbaar. Daarom worden in NEN 8088-1 voor de meeste van die ventilatiesystemen rekenparameters gegeven. Ontwerpnorm 8088-1 geeft termen, definities en de methode voor de bepaling van de luchtvolumestromen en bijbehorende luchttemperaturen voor de energieprestatieberekeningen voor gebouwen of gebouwdelen. Het toepassingsgebied strekt zich uit over woningen, woongebouwen en utiliteitsgebouwen, zowel nieuw als bestaand. Bij de rekenmethode worden rekenwaarden gegeven voor gangbare ventilatiesystemen. Voor inhoudelijke informatie over deze norm(en) of over het normalisatieproces: e-mail bouw@nen.nl.
Daikin weer in top 100 duurzame ondernemingen
Voor de derde keer op rij is Daikin Industries Ltd. opgenomen in de “Global 100 Most Sustainable Corporations in the World”, beter bekend als de “Global 100.” Deze lijst werd in 2005 voor het eerst uitgegeven en is een initiatief van het Canadese Corporate Knights Inc. en het Amerikaanse Innovest Strategic Value Advisors Inc. Tot de Global 100 behoren de meest duurzame ondernemingen van de wereld op basis van hun sociaal beleid, milieubewustzijn en strategisch beheer. In deze vijfde editie zijn 15 Japanse ondernemingen opgenomen, geselecteerd uit meer dan 1.800 internationale ondernemingen. De Global 100 editie 2009 werd bekendgemaakt tijdens het World Economic Forum eerder dit jaar in Davos.
Meer informatie over de Global 100 vindt u op www.global100.org
Coen van de Sande nieuwe projectmanager NVKL
NVKL
“Mijn missie is het vormen van een brug tussen de leden en het NVKL-bureau”. Aan het woord is Coen van de Sande, de nieuwe projectmanager bij de NVKL. Hij werkte jarenlang bij lidbedrijven en bij bedrijven die qua profilering goed in het NVKL-ledenbestand zouden passen. “Door mijn ruime ervaring weet ik wat er speelt bij bedrijven in deze branche. Ook kan ik mij goed voorstellen da er, door de drukke dagelijkse gang van zaken, soms leemtes vallen in de communicatie tussen het NVKL-bureau en de lidbedrijven. Deze wil ik opvullen door de lidbedrijven te bezoeken en door bijeenkomsten te organiseren waarbij informatie en ervaring kan worden uitgewisseld”.
Coen van de Sande, die op 1 mei 2009 als projectmanager werd aangesteld, heeft zelf ook op de stoel van installateur gezeten. Hij koos voor de installatiebranche vanwege de diversiteit in technieken, zoals werktuigbouw, regeltechniek en elektrotechniek. “Het is een complex vakgebied; om mee te draaien in de huidige markt moeten bedrijven over een enorm brede kennis beschikken. Niet alleen binnen het eigen vakgebied, maar ook in aanpalende vakgebieden als bouwfysica, constructie en bouwkunde. En dan heb ik het nog niet eens over de enorm complexe en uitgebreide wet- en regelgeving waaraan bedrijven binnen het vakgebied moeten voldoen”.
Van de Sande heeft zo'n twintig jaar bij installatiebedrijven gewerkt voordat hij de overstap naar de NVKL maakte. “Mijn ervaring ligt met name bij totaalinstallateurs. In mijn huidige functie kom ik niet alleen met deze groep in aanraking, maar ook met koudetechnisch specialisten. Naast het bezoeken en informeren van de lidbedrijven zal ik mij ook gaan inzetten om de samenwerking tussen totaalinstallateurs en koudetechnisch specialisten
te bevorderen. Door samen te werken kunnen deze bedrijven geïntegreerde totaaloplossingen bieden aan eindgebruikers. Dergelijke oplossingen moeten met name op het gebied van duurzaamheid en energieprestaties een nieuwe standaard worden. Er wordt momenteel in de bouwkolom nog te veel in hokjes gedacht en dat sluit niet meer aan bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen”.
Achtergrond
Van de Sande startte zijn carrière in de installatietechniek als engineer bij een grote, landelijk opererende totaalinstallateur. Na vier jaar groeide hij door naar de functie
van projectleider onderhoud en technisch beheer, om vier jaar later projectmanager
te worden op de afdeling projecten. Na in totaal 12,5 jaar was het tijd voor een nieuwe uitdaging en werd hij bedrijfsleider bij een middelgroot installatiebedrijf dat in de nonprofitsector opereert. Na zeven jaar maakte hij de overstap naar de Rijksgebouwendienst, waar hij de afgelopen 2,5 jaar werkte als senior adviseur beheer & onderhoud bij de directie Beheer. Binnen de directie Beheer was Van de Sande verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het product Duurzaam Beheer van utiliteitsgebouwen. Hiervoor zette hij in samenwerking met TNO en ISSO een pilot-project op dat werd uitgerold in een aantal panden uit de portefeuille van de Rijksgebouwendienst.
In deze gebouwen werden tools ontwikkeld en getest om te komen tot duurzaam beheer. Het uitgangspunt hierbij was het waarborgen van de technische kwaliteit en prestaties van utiliteitsgebouwen gedurende de totale levenscyclus.
Activiteiten NVKL
Van de Sande gaat zich bij de NVKL met de volgende activiteiten bezighouden:
- aangesloten bedrijven informeren over de producten, diensten en activiteiten van de NVKL en de mogelijkheden hiervan;
- inventariseren aan welke activiteiten de leden behoefte hebben;
- vraagstukken met betrekking tot regelgeving, techniek en milieu inzichtelijk maken;
- informatie verstrekken over de stappen die bedrijven moeten doorlopen om in de praktijk aan de (veranderende) weten regelgeving te voldoen.
In zijn functie zal Coen van de Sande de NVKL-lidbedrijven gaan bezoeken.
Hij zal de eerste periode bezig zijn met het in kaart brengen van de wensen
en verwachtingen van de leden. “Ik wil de leden waar mogelijk adviseren en ondersteunen. Met name dat spreekt me zo aan in deze functie”, vertelt Van de Sande. Hij is het eerste aanspreekpunt voor allerlei vragen, vooral op het gebied van techniek, veiligheid en milieu.
Coen van de Sande is voor alle uiteenlopende vragen bereikbaar op:
Tel. 079-3531149 of 06-12542358, E-mail: csa@nvkl.nl
In RCC 6, juni 2009, is een verkeerd bijschrift geplaatst op pagina 12 Op
de foto van de overhandiging door de NVKL in het kader van de uitfasering van het koudemiddel R22 staat dhr. F. de Valk, bestuurslid van de beroepsvereniging Facility Management Nederland (FMN). De overhandiging met dhr Blokland, voorzitter Nekovri, heeft overigens wel plaatsgevonden.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
ALL round service-organisatie
NVKL
Anno 2009 biedt de NVKL haar leden meer dan het beantwoorden van telefonisch vragen over bijvoorbeeld CAO-ontwikkelingen of (veranderende) technische wet- en regelgeving. De afgelopen jaren is de NVKL uitgegroeid tot een all round service-organisatie die voor haar leden een breed pallet aan producten en diensten heeft ontwikkeld.
De NVKL beoogt hiermee de koudetechniek en luchtbehandeling verder uit te bouwen tot een sterk concurrerende sector. Voor individuele bedrijven zou dit totaalaanbod er aan bij moeten dragen dat zij hun markt- en concurrentiepositie kunnen versterken om daarmee op termijn ook hun continuïteit te waarborgen.
Kijk voor het totale producten - en dienstenpakket van de NVKL op www.nvkl.nl.
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Maintec werkt aan instroom koeltechnische vakkrachten
NVKL
VMBO-leerlingen op praktijkexcursie
De kansen op de arbeidsmarkt voor jonge mensen die het vak koudetechniek en luchtbehandeling willen leren, zijn groot. Toch is de instroom nog steeds onvoldoende. Om daar wat aan te doen, organiseert Maintec voor leerlingen van het VMBO excursies naar ROC’s en bedrijven in de koudetechniek. Door deze praktijkvoorlichting krijgen scholieren een beter beeld van het vak Koudetechniek en zijn ze beter in staat om een specialisme te kiezen.
Dit initiatief is het resultaat van de samenwerking tussen Maintec, specialist in het opleiden en detacheren van technisch personeel, de NVKL (Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van Koudetechniek en Luchtbehandeling), een aantal NVKL-bedrijven en de ROC'’s (Regionaal Opleidings Centrum) in Groningen, Apeldoorn, Amsterdam en Rotterdam. De gecombineerde aanpak moet zorgen voor een grotere instroom van toekomstige vaklieden.
In totaal nemen circa driehonderd derde- en vierdejaars VMBO-Ieerlingen deel aan de excursies. Het programma bestaat uit een bezoek aan een ROC en aan een bedrijf dat gespecialiseerd is in de koudetechniek. Leerlingen krijgen een presentatie en kunnen zelf aan de hand van een aantal opdrachten ondervinden wat het werk precies inhoudt. Maintec zorgt voor de instroom van jonge, gemotiveerde medewerkers via het Leerlingenconcept. Jaarlijks plaatst het bedrijf tientallen jonge vakkrachten bij zijn opdrachtgevers in het kader van gecombineerde leer- en werktrajecten.
Meer informatie: www.maintec.net
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Post HBO Koudetechniek
NVKL
De post-bacheloropleiding Koudetechniek start weer op maandag 14 september 2009.
Deze HBO-opleiding is bedoeld voor diegenen die met goed gevolg een relevante technische opleiding hebben afgerond op bachelor- of masterniveau en die beroepsmatig bezig zijn met advisering, ontwerp en toelevering van koelsystemen, koelinstallaties en koelruimtes. Voor degenen met een MBO-vooropleiding is aanmelding mogelijk na het succesvol doorlopen van de voorbereidende schakelcursus.
De totale opleiding duurt achttien maanden, inclusief vakantieperioden. De wekelijkse bijeenkomsten vinden plaats in Den Bosch, op maandag van 13.15 tot 21.10 uur.
Meer informatie:www.avansplus.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Meten is weten
Gerard Vos - lid redactieraad Koude & Luchtbehandeling
Metingen aan koelinstallaties, airco’s en warmtepompen zijn van belang om het gedrag van deze installaties te kennen. De meetgegevens worden gebruikt voor service en onderhoud, want hieraan kan men zien of de installatie nog goed werkt en niet te veel energie gebruikt. Bovendien kan er ook informatie worden afgeleid uit de meetgegevens, zoals bijvoorbeeld de COP.
Aan de hand van het meetrapport kan men de omwerpcondities vergelijken met de actuele gegevens. Door de meetgegevens uit te zetten in een log p-h diagram kan de meting ook visueel worden gemaakt.
Een voorwaarde bij het tekenen van een dergelijk diagram is dat er voldoende metingen moeten worden verricht om tot een gesloten kringloop te kunnen komen. Hiervoor bevatten de meeste standaard meetrapporten onvoldoende gegevens. Deze meetrapporten moeten daarom vaak worden aangevuld met extra metingen om een juist diagram te kunnen intekenen.
Er zijn tegenwoordig diverse computerprogramma's verkrijgbaar waarmee direct een diagram kan worden weergegeven op basis van de meetgegevens.

Log p-h diagram
Het door Mollier ontworpen log p-h diagram bevat een verzameling van gegevens met betrekking tot een koudemiddel en de verschillende condities hiervan, zoals gas, vloeistof, nagekoelde vloeistof en oververhit gas. De uitgezette condities kunnen aanleiding geven tot adviezen op het gebied van onderhoud en reparatie. Ze kunnen echter ook als bewijs dienen dat de installatie optimaal functioneert. De gegevens die uit het diagram worden verkregen, zoals de COP, het energiegebruik en de relatie tussen drukverhouding, smoorverlies en nuttig koeleffect, zijn van belang om te kunnen bepalen of deze voldoen aan de gewenste situatie. De historische gegevens van de installatie kunnen ook vanwege onderhoud en inspectie in kaart (diagram) worden gebracht. Doordat log p-h diagrammen zo veel toepassingsmogelijkheden hebben, wordt hiervan steeds vaker gebruikgemaakt.
In een artikel van de VERAC dat eerder dit jaar werd gepubliceerd, werd al uiteengezet hoe de kringloop in het diagram wordt verkregen. In dat artikel vindt u ook uitleg over de hoofdcomponenten (inspuitorgaan, verdamper, compressor en condensor).
Uitzetten meetgegevens
De meetgegevens van de werkende installatie geven in het diagram een beeld van de werking. Door de gegevens ter plaatse uit te zetten, kan men direct zien hoe de werking van de installatie is. Bovendien kan men ook direct vaststellen welke gegevens er ontbreken als
de kringloop niet gesloten kan worden ingetekend.
In Afbeelding 1 staan alle meetgegevens die relevant zijn voor een enkelvoudige installatie:
1. Verdamperdruk Po en nakoelingstemperatuur TN bij het begin van de verdamping.
2. Verdamperdruk Po en de daarbij behorende verdampingstemperatuur aan het eind van de verdamping.
3. Zuigdruk Pz en de temperatuur waarmee het gas wordt aangezogen. Hierbij wordt de damp oververhit.
4. Persdruk van de compressor (condensatiedruk) en oververhittingstemperatuur TP waarmee het gas de compressor verlaat. Deze temperatuur moet ook worden gemeten om exact het punt 4 te bepalen. Dit ligt veelal hoger dan via de adiabaat wordt verwacht.
5. Condensatiedruk Pc en de temperatuur van de nagekoelde vloeistof TN.
Blijven meten
Als alle benodigde metingen zijn uitgevoerd, kan men in principe direct beginnen met het uitzetten van de gegevens. In sommige gevallen kunnen nier alle gegevens exact worden gemeten. Dit geldt bijvoorbeeld voor gegevens over het drukverloop in leidingen en voor gegevens over het temperaruurverloop dat in de verdamper mer een grote weerstand gaat optreden. Dit soort gegevens komt vaak onvoldoende tot uiting op de meters. Het is overigens niet altijd verstandig om alle deelpunten te meten. Dit geldt bijvoorbeeld voor deelpunten die niet veel extra inzicht opleveren, maar waarvoor wel isolatie moet worden verwijderd. De isolatie wordt dan vaak onvoldoende in de oorspronkelijke situatie teruggebracht, waardoor schade en andere problemen kunnen omstaan, zoals warmte-uitwisseling met de omgeving, condens, etc. Tijdens onderhoud en service zal steeds moeten worden bepaald welke metingen noodzakelijk zijn en welke niet. Om bijvoorbeeld het energiegebruik te bepalen is een meting op één specifiek moment geen indicatie voor het feitelijke energiegebruik op jaarbasis. Hiervoor dient een extra meter te worden aangebracht die de historie vastlegt, zoals de kWh-meter. Meten is weten. Maar blijven meten is meer geweten.
Kringloop uitzetten
Voor het uitzetten van de meetgegevens van punt 1 dienen de verdamperdruk Po en de nakoelingstemperaruur TN als basis. Wanneer er niet op de plaats van de inspuiting kan worden gemeten, biedt de manometer vaak uitkomst (deze meet de verdamperdruk). Bij gebruik van de manometer moet men eerst controleren of de zuigleiding geen grote weerstanden bevat, zoals zuigfilters, warmtewisselaars, vloeistofafscheiders, bochten of regelaars. Het is meestal nauwkeuriger om de temperatuurmeting bij de inspuiting te verrichten in de verdamper. Na vergelijking met de damptabel of koudemiddeldruklat van het betreffende koudemiddel wordt de verdamperdruk dan vastgesteld. Het is hierbij van belang om de temperatuur kort ná de inspuiting te meten om er zeker van te zijn dat het smoorverlies geheel voltooid is. Bij uitwendige temperatuurmetingen op de pijpwand dient een kleine correctie te worden toegepast van circa 0,5 K vanwege het temperatuurverschil tussen de binnen- en buitenzijde van de pijp. TN is de temperatuur van de vloeistof direct voor het ventiel. In de praktijk is deze temperatuur enigszins lager dan de temperatuur van de vloeistofleiding die uit de condensor of het vloeistofvat komt. Dit komt door warmteafgifte van de “warme” leiding aan de omgeving. Het snijpunt van de vloeistoflijn van het diagram en TN geeft het punt aan waardoor een verticale lijn wordt getrokken. De plaats waar deze lijn de horizontale druklijn Po kruist, is punt 1.
Punt 2 wordt verkregen door de verdamperdruk aan het eind van de verdamper te meten. Op sommige verdampers is een speciale aansluiting aangebracht om deze druk te kunnen meten. De plaats waar de druklijn de damplijn kruist, is punt 2.

Aangezien de druk op de damplijn een indicatie is voor de temperatuur in de verdamper, wordt hiermee ook de verdampingstemperaruur vastgesteld.
Punt 3 wordt gevonden door het uitzetten van de druk in de zuigleiding (Pz) en de oververhittingstemperaruur (Tz). Aangezien zuigleidingen doorgaans geïsoleerd worden, is dit punt meestal de plaats waar de voeler van de expansieklep is aangebracht, en is een meting bij deze voeler voldoende. In geval van extra apparatuur in de zuigleiding, zoals warmtewisselaars, drukregelaars en dergelijke, moeten extra metingen worden uitgevoerd ter bepaling van de temperatuur en druk van het gas dat in de compressor wordt aangezogen. Dit is meestal oververhit om te voorkomen dat vloeistofdelen in de compressor komen. Bij o.a. badverdampers is dit geen oververhit gas, maar een damp. De oververhitting wordt uitgedrukt in K (Kelvin), waarbij het verschil wordt genomen tussen de temperatuur Tz in het gasgebied en de verdampingstemperatuur die overeenkomt met de druk van de verzadigde damp.
Punt 4 is het snijpunt van de lijn van de persdruk (Pp) gemeten bij de compressor en de lijn van de persgastemperatuur gemeten aan het begin van de persleiding.
Punt 5 vinden we door de condensatiedruk uit te zetten op de vloeistoflijn in het diagram. Als de verticale lijn door TN omhoog wordt getrokken, wordt met de condensatiedruk Pc het snijpunt 5 gerealiseerd.
De voorstelling in het voorbeeld geeft de druklijnen horizontaal aan. Vaak zullen extra metingen in de vloeistofleidingen nodig zijn om precies na te gaan waar punt 5 ligt. Het komt regelmatig voor dat de temperatuur in de vloeistofleiding daalt omdat de leiding ongeïsoleerd door een koudere ruimte gaat. Hierdoor vermindert het risico van verdamping door druk daling (flash gas) vanwege weerstanden in de vloeistofleiding. Het is gewenst dat de temperatuur van de vloeistofleiding zo dicht mogelijk bij de verdampingstemperatuur ligt, omdat hiermee de ingespoten vloeistof zoveel mogelijk wordt benut voor verdamping en warmteonttrekking aan de omgeving. Indien de temperatuur van de vloeistofleiding boven de verdampingstemperatuur ligt, ontstaat er altijd een zogenoemd smoorverlies. Dit komt door de drukdaling van de “warme” vloeistof die voor het overgaan van aggregatie warmte onttrekt aan zichzelf. Hierdoor daalt de temperatuur bij expansie ten koste van een deel van de verdamping die hierbij spontaan optreedt.
Het is dus van belang dat de vloeistoftemperatuur lager is dan de temperatuur die overeenkomt met de condensatiedruk. Als dat niet het geval is, zal er bij de minste drukdaling al dampvorming ontstaan en wordt de verdampingscapaciteit onvoldoende benut.
De werkelijke kringloop
Met het verbinden van de punten 1 t/m 5 ontstaat de werkelijke kringloop. Hieruit kunnen diverse inzichten worden afgeleid. Eén van deze inzichten is de COP, die wordt vastgesteld door het nuttig koeleffect van punt 3 naar 1 te bepalen in kj/kg, en dit te delen door het elektrisch compressorvermogen van punt 4 naar 3. De aldus berekende verhouding is de COP-waarde voor de koeltoepassing.
Als de installatie wordt gebruikt voor de warmtepompfunctie, wordt de COP een waarde van 1 hoger, omdat dan de aan de condensor afgegeven warmte wordt gedeeld door het compressorvermogen. Onderhoud en service is dus feitelijk een kwestie van inzicht in de installatie, maar ook van meting en COP-bepaling. Soms moet men ook rekening houden met de energieprestaties van het gebouw waar de installatie zich bevindt, bijvoorbeeld vanwege de geldende wetgeving, of om de eigenaar/beheerder een goed advies te kunnen geven.

Met de komst van de EPBD (Energy Performance Building Directive) is het belangrijk om alle basisgegevens van de koelapparatuur te kennen en om de metingen te kunnen visualiseren. Naast het onderhoud van de installaties is ook het onderhoud van de secundaire systemen van belang. Zo moet de condensor worden schoongehouden, want hierdoor blijft de druk binnen de ontwerpeisen. Ook indirecte systemen moeten worden onderhouden, zodat de lucht- of waterverplaatsing optimaal blijft. Al deze werkzaamheden zijn essentieel om het energiegebruik zo laag mogelijk te houden in relatie met het te koelen gebouw.
Deze informatie is ook na te lezen op de website van de VERAC: www.verac.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Miljoenen besparen door goede isolatie
Corrosie onder isolatie bij koudesystemen: een doorslaggevende rol voor de dampdichtheid van systemen
Saving milions by optimizing your insulation
Drs. Urbi van der Velden - Directeur NCTI
Inleiding
“Je brievenbus op slot doen en dan de bezorger verwijten dat je krant nat is”.
Met deze metafoor geeft de heer van der Velden, directeur van het NCTI (Nederlands Centrum voor Technische Isolatie), aan wat hij vindt van de kritiek die de isolatiebranche te horen krijgt als er corrosieproblemen optreden. “Als we niet uitkijken, gelooft straks iedereen dat het juist de isolatie is die corrosie veroorzaakt!”, aldus de heer van der Velden. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, doemt het corrosiemonster ook op bij ‘‘koude-isolatiesystemen’’ in de industrie (bij cyclische processen vanaf -20 ºC) en in de utiliteitsbouw (de ‘6-12’ en ‘15-17’ groep). Tijd dus voor actie.
Corrosie staat al tijden hoog op de agenda. Maar de maatregelen om corrosie te voorkomen staan in schril contrast met de schade die corrosie toebrengt aan onze maatschappij. Nederland bijvoorbeeld kent een jaarlijkse corrosieschade van ca. 20 miljard euro; in de VS bedraagt de schade 500 miljard dollar per jaar (bron: NACE). Een fors deel van deze corrosie is de zogenaamde corrosie onder isolatie. “Corrosie begint op de tekentafel”, is een behartigenswaardige uitspraak. Zolang ontwerpers en eigenaren van installaties de isolatie als sluitpost blijven zien, moeten ze bij corrosieschade eerst hun eigen keuzes eens kritisch bekijken.
IJs isoleert niet!
Bij thermische isolatiesystemen wordt een onderscheid gemaakt tussen warmte-isolatie en koude-isolatie. Indien de procestemperatuur hoger is dan de omgevingstemperatuur, spreekt men van warmte-isolatie. Als de procestemperaturen lager zijn dan de (maximale) omgevingstemperatuur, is er sprake van koude-isolatie.
Volgens de tweede wet van de thermodynamica zal een warmtestroom altijd lopen van een lichaam met hoge temperatuur naar een lichaam met lagere temperatuur. Bij koude-isolatiesystemen zal de warmtestroom dus van buiten naar binnen zijn en zal warme lucht, die meer vocht bevat, naar de installatie willen dringen.
Koude-isolatiesystemen dienen te bestaan uit een isolatiemateriaal met gesloten cellen, dat aan de buitenkant is afgedekt met een dampremmende laag om binnendringend vocht te blokkeren. (zie afbeelding 1) De dampremmende laag kan bestaan uit bijvoorbeeld gewapend aluminiumfolie. Vervolgens dient de dampremmende laag te worden afgedekt met een metalen beplating of met een kunststof folie om bescherming te bieden tegen weersinvloeden en mechanische beschadigingen.
De isolatiewaarde lambda (λ) wordt uitgedrukt in W/m.K en ligt voor de meeste isolatiematerialen tussen de 0,015 en 0,050. De λ-waarde is sterk afhankelijk van de temperatuur (hoe hoger de temperatuur, hoe minder het materiaal isoleert) en de vochtigheid. Het rendement loopt zeer snel terug indien er water in de isolatie komt. Al bij zeer lage hoeveelheden van 1 tot 2 % extra water, loopt de isolatiewaarde van bijvoorbeeld minerale wol terug met 50% tot 100%. Nog hogere waarden zijn desastreus voor de isolatiecapaciteit, en het energieverlies wordt navenant hoog. Water heeft een λ-waarde van ongeveer 0,58 en laat dus veel meer warmte door. IJs heeft een λ-waarde van 2,3 en isoleert dus nauwelijks, in tegenstelling tot wat soms gedacht wordt.
Daarbij zal ijs progressief “groeien” en mechanische beschadigingen veroorzaken aan de isolatie en/of de installatie. Naast het feit dat bij vocht de λ-waarde toeneemt en het materiaal dus minder goed isoleert, onttrekt vocht ook nog eens actief energie uit het systeem. Samengevat: natte isolatie isoleert niet, en dient te allen tijde voorkomen te worden, isolatie met ijs is geen isolatie en dient zo spoedig mogelijk vervangen te worden! (zie afbeelding 2) Het verschijnsel corrosie is helaas niet voor 100% te voorkomen, maar wel veel beter te beheersen dan men nu vaak doet. Daartoe is het zaak dat in alle fasen (dus van realisatie tot en met beheer van de installa tie) corrosiepreventie de volle aandacht krijgt. Het NCTI onderscheidt vier schakels in de keten van verantwoordelijkheid, die allemaal ongeveer even belangrijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van corrosie:
1. Ontwerp
2. Conservering
3. Isolatiesysteem
4. Onderhoud en inspectie
En zoals altijd zijn ketens even sterk als hun zwakste schakel. (zie afbeelding 3)
Ontwerp
Juist tijdens het ontwerpen van een installatie, leidingwerk of opslagtank moet er volledige aandacht zijn voor de details die later nodig zijn om een optimale isolatie mogelijk te maken. Toch worden er vaak configuraties ontworpen die in een later stadium niet meer optimaal kunnen worden geïsoleerd. Leidingen liggen bijvoorbeeld te dicht op elkaar of maken voor de isolateur onnavolgbare kronkels (zie afbeelding 5). Het gevolg van dit mangelende ontwerp is dat er later onnodig ingewikkelde ad-hoc oplossingen van de isolateur worden verlangd. Deze ongunstige condities maken de constructie van niet-inwaterende en volledig dampdichte systemen veel moeilijker. Later blijken die vaak weer een belangrijke bron van corrosie te vormen. In Nederland is de gemiddelde corrosiesnelheid een halve millimeter per jaar.
Vochtige omstandigheden kunnen die snelheid tot wel twintig maal verhogen.
In de eerste fase maakt men keuzes voor materiaalspecificaties van de installatie en leidingen. En daar gaat het vaak al mis. Een kwestie van ontbrekende kennis of aandacht? Of kiest men uit puur economisch oogpunt voor bepaalde materialen?
Zo is bijvoorbeeld bij koolstofstaal de pH-waarde essentieel. Hoe lager de pH-waarde, des te sneller slaat de corrosie toe. Toch komt het NCTI soms waarden tegen van 2 of zelfs 1. Bij roestvast staal vormen de chloriden de grootste corrosiestimularor. De zogenoemde “externe chloride spanningcorrosie” wordt gedreven door chloriden uit bijvoorbeeld vocht, maar ook uit isolatiematerialen.
Conservering
Vóórdat er isolatie kan worden aangebracht, dient goede conservering een integraal deel uit te maken van de voorbereidende fase. Ook hier ontbreekt vaak kennis of bereidheid en denkt men dat de conservering wel achterwege kan blijven. Toch is het essentieel dat er eerst conservering wordt aangebracht, ook bij systemen die bij lagere temperaturen opereren. Het is de laatste (of juist eerste?) verdedigingslinie. Een traditioneel verfsysteem kan al na vijf tot twaalf jaar falen. Maar dat is niet direct zichtbaar.
Onder de isolatie verricht corrosie sluipend haar sloperswerk.
Samenvatting
Corrosie onder isolatie (CUI) kan worden beperkt door toepassing van een correct ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden isolatiesysteem. Bij koude-isolatiesystemen treedt een warmtestroom van buiten naar binnen op. Warme lucht - die meer vocht bevat - dringt naar installatiecomponenten, zoals afscheiders, tussenkoelers, leidingen en afsluiters, waarbij niet alleen het risico op CUI aanzienlijk toeneemt, maar ook de isolatiewaarde van het systeem gereduceerd wordt. Vocht kan hierbij ook nog condenseren of bevriezen en de integriteit van de hele installatie in gevaar brengen. Koude-isolatiesystemen dienen te worden opgebouwd met gesloten cel-materiaal, zoals elastomeer schuim, PIR of cellulair gas. Het systeem dient aan de buitenzijde te worden voorzien van een dampremmende laag (van bijvoorbeeld versterkt aluminiumfolie) om binnendringend vocht te blokkeren. In buitencondities moet het systeem worden voorzien van een (metalen of niet-metalen) eindafwerking, die bescherming biedt tegen weer-omstandigheden en/of mechanische beschadiging.
Summary
Corrosion under insulation (CUI) can be reduced by the application of a correctly designed, installed and maintained insulation system. In refrigeration plants a heat flow will occur from the warm outside towards the cold inside. Warm air, containing more moisture, will be distributed to the cold components of the installation, such as separators, intermediate coolers, piping and valves, thus not only facilitating CUI, but also seriously compromising the thermal performance of the system. Furthermore, this moisture could condensate or freeze and compromise the integrity of the installation. Insulation in cold systems is built up with closed cell materials, such as elastomeric foam, PIR or cellular glass. On the outside a vapor barrier (e.g. reinforced alufoil) is essential to prevent warm moist air from penetrating the system. For protection against weather influences and/or mechanical damage, the system should be finished with a (non)metal cladding.
Meer informatie: www.ncti.nl en www.cini.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Robert in den Haak over het gemak van Centercon
Slechte tijden bieden meer kansen dan goede tijden
Ruud Bakker - Hoofdredacteur RCC Koude & Luchtbehandeling
Inleiding
“Wij ontlenen ons bestaansrecht aan het succes van de klant. Dat verandert niet in een recessie”.
Robert in den Haak reageert nuchter op de economische teruggang waarmee natuurlijk ook zijn onderneming geconfronteerd wordt. Juist nu is het volgens hem belangrijk dat bedrijven teruggaan naar hun kernwaarden. Voor Centercon is dat eenvoudig. “Wij zijn er om de klant te ontzorgen. Dus investeren we in onze service”. Een interview met een gedreven ondernemer.
“Als het minder gaat met de economie, maak je minder winst. Zo simpel is dat”. Robert in den Haak houdt er niet van om om de dingen heen te draaien. Voor hem is de huidige recessie een uitdaging, waar hij bijna plezier in lijkt te hebben. “Neen, dat is onzin natuurlijk”, reageert hij onmiddellijk. “Maar die druk op de omzet dwingt je wel heel goed naar je eigen bedrijf te kijken. Wat doe je nog niet goed genoeg? Wat kan beter? Bovendien, wij zijn als Centercon de laatste jaren erg snel gegroeid. Dus dan zijn er in de snelheid weleens zaken ontstaan die eigenlijk anders moeten, met soms wat minder luxe”. Tegelijkertijd eist de markt meer aandacht, meer werk. “Bij een slechtere economie, maken onze klanten een steeds zorgvuldiger koopafweging. Ze vragen meer offertes aan, vergelijken, willen een betere dienstverlening. Dat is alleen maar goed. Dus dat vraagt meer werk, meer inspanning. En vergeet niet: dat geldt ook voor de klant van onze klant, dus de hele keten wordt kritischer.”
Economische tegenwind betekent voor Centercon echter ook dat de vervangingsmarkt groter wordt. “Wij leveren producten die essentieel voor de bedrijfsvoering van onze klanten zijn. Dus als iets kapot is, moet het vervangen worden. En wel nu. Dat is onze kracht ook, onmiddellijk op de juiste plaats het juiste product leveren.” Centercon levert ruim 20.000 artikelen van gerenommeerde merken. De kernactiviteiten van het bedrijf bestaan uit het verzorgen van de inkoop, distributie, informatievoorziening en het geven van technische ondersteuning. Wat doe je als ondernemer als de druk op alle onderdelen hoger wordt? “Op sommige onderdelen”, zegt In den Haak stellig, “doe je niets. Mag je niets doen.
Omdat ze absoluut tot de kern van je bedrijf behoren. Op sommige punten moet je zelfs meer investeren om je sterker te kunnen onderscheiden.”
Prijs
Eén van de zaken waar Centercon zich niet primair op wil onderscheiden is prijs. In den Haak is er stellig van overtuigd dat ook in een recessie als deze kwaliteit belangrijker is dan prijs. Centercon is een groothandel die zich concentreert op A-merken, zoals LG Airconditioning. LG is één van de belangrijkste pijlers onder de Centercon-activiteiten, maar ook andere A-merken zoals Bitzer of Danfoss zijn bepalend voor het kwaliteitsimago van Centercon. De filosofie van het bedrijf uit Rotterdam is dat het de taak van de groothandel is om voor optimale distributie, verkoop, marketing en technische ondersteuning te zorgen. De A-merk fabrikant moet zich volgens Centercon concentreren op waar hij goed in is: het innoveren, ontwikkelen en fabriceren van producten.
“Prijs is nooit de beslissende factor in ons businessmodel”, zegt In den Haak.
“Wij zijn er van overtuigd dat we voor goede prijzen leveren, scherp kunnen concurreren, juist dankzij de innovatieve kracht van die A-merken. Maar de installateur beslist op kwaliteit. Het juiste product moet op de juiste tijd op de juiste plaats afgeleverd worden.” In het bedrijfsmodel van Robert in den Haak, die sinds 1993 is verbonden aan Centercon en in 2001 algemeen directeur werd, staat de distributie centraal.
Centercon werkt met eigen vrachtwagens en eigen chauffeurs en levert vanuit distributiecentra in Rotterdam, Rosmalen en Zwolle. “Dat was een belangrijke investering, die we in de vorige recessie in 2004 gedaan hebben. Natuurlijk wisten dat we daarmee op een belangrijk onderdeel onze kostenstructuur zouden verhogen.”
Die investering heeft zich volgens In den Haak terugverdiend in de economisch betere tijden. Centercon heeft marktaandeel gewonnen. “Een bewijs van dat je juist in de recessie moet investeren om onderscheidend te zijn”, zegt In den Haak. Hij vervolgt: “Natuurlijk kun je via bezorgservices goedkoper werken. Maar je weet dan nooit helemaal zeker of de klant het product op tijd krijgt, er treden beschadigingen op, het is geen 24/7-service en het is niet persoonlijk. Daarom past het niet bij onze kernwaarden Snel, deskundig en persoonlijk. Dat kost meer, maar het levert ook meer op.”
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Eerste Technotour in Nederland groot succes
Ing. Dick Havenaar - Voorzitter redactieraad Koude& Luchtbehandeling
In maart 2009 werd de eerste Technotour in Nederland gehouden.
De binnen Technotour samenwerkende bedrijven en SenterNovem hebben gezamenlijk drie informatiebijeenkomsten georganiseerd waar verschillende interessante onderwerpen werden behandeld. Het aansprekende thema ”Energie en koudemiddelen”, met als focus energiebesparing en het benutten van alle vormen van (rest)warmte die tijdens het koelproces worden gegenereerd, stond garant voor een aantal boeiende lezingen.
Aan de hand van diverse voorbeelden werd aangetoond dat het energiegebruik aanzienlijk kan worden verminderd door het inzetten van de juiste energiebesparende componenten, zoals compressoren met bijbehorende capaciteitsregeling, warmtewisselaars en EC-ventilatormotoren voor koelers en condensors. Ook de toepassing van milieuvriendelijke en energiebesparende koudemiddelen werd besproken. Als deze koudemiddelen worden gecombineerd met slim ontworpen koelsystemen en de juiste compressoren, levert dit een nóg grotere energiebesparing op. Tijdens de bijeenkomsten werd ook uitgebreid ingegaan op de diverse subsidieregelingen die bijdragen aan het stimuleren van energiebesparing.
De bijeenkomsten, die op een gunstig gekozen aanvangstijd werden gehouden, trokken veel geïnteresseerden uit het vakgebied. Er is gretig gebruikgemaakt van de mogelijkheid om zich op de hoogte te stellen van de laatste ontwikkelingen. Meer dan 200 personen bezochten de bijeenkomsten die verspreid over het land (Zwolle, Eindhoven en Nieuwerkerk a/d IJssel) werden gehouden.
Onder de aanwezigen veel installateurs, adviseurs en technici, gebruikers en eigenaren van koel- en vriesinstallaties die allemaal met hetzelfde doel waren gekomen; voordrachten bijwonen van deskundige sprekers om zo uit de eerste hand heel veel nuttige informatie te vergaren.
Kennisoverdracht over de stand der techniek, daar ging het om, en de aanwezigen zijn zeker voldoende aan hun trekken gekomen. Vooraf, tijdens de pauze en na afloop van de presentaties was er volop gelegenheid om de door de deelnemende bedrijven georganiseerde minibeurs te bezoeken.
Op deze beurs konden de bezoekers zich uitgebreid laten informeren over de besproken onderwerpen en over het leveringsprogramma van de bedrijven. De voordrachten die door de deelnemende bedrijven werden gehouden, zullen in een opeenvolgende reeks in RCC Koude & Luchtbehandeling worden gepubliceerd.
Hier volgt een korte omschrijving van de onderwerpen die door de bedrijven werden gepresenteerd:
Bitzer: Er werd niet alleen aandacht geschonken aan de keuze van systeem en compressor, maar ook aan de regel techniek (capaciteitsregeling) van compressoren, de bedrijfscondities, het toegepaste koudemiddel en natuurlijk de meest energiezuinige capaciteitsregeling. Voor het bepalen van een energiezuinig systeem werd ingegaan op het systeemontwerp, de bedrijfscondities, het roegepaste koudemiddel en de capaciteitsregelmethode.
Het systeemontwerp, de bedrijfcondities en het koudemiddel hebben de grootste invloed op de gehele energiehuishouding van een installatie. De compressor zelf heeft geen invloed op de energiehuishouding, maar de capaciteitsregelmethode van de compressor wèl. Daarom heeft Bitzer tijdens de Technotour-presentatie veel aandacht besteed aan energiezuinige regelmethodes, waaronder de frequentieregeling van compressoren. Ook werd ingegaan op de capaciteitsregeling door de regelschuif die een gelijkwaardig resultaat bij schroefcompressoren zal opleveren in vergelijking met de duurdere frequentieregeling.
SenterNovem / AgentschapNL: Men ging in op de overheidsmaatregelen die moeten leiden rot het terugbrengen van het energiegebruik en daardoor tot afname van de CO2-uitstoot. Alle subsidieregelingen die belangrijk zijn voor koeltechnische installateurs en voor leveranciers van koeltechnische componenten, werden besproken en toegelicht. Ook voor adviseurs, supermarkteigenaren en beheerders van koel- en vrieshuizen en commerciële gebouwen was het bijzonder interessant om van deze regelingen kennis te nemen.
DK Kälteanlagen GmbH: Deze onderneming heeft zich gespecialiseerd in het benutten van alle vormen van thermische energie die beschikbaar komen tijdens het operationele bedrijf van een koude-installatie. Het slim toepassen van de diverse warmtewisselaars die de onderneming levert, resulteert in een grotere systeem efficiency van de installatie. Aangetoond werd hoe warmte kan worden geproduceerd door koudeopwekking.
Searle: De presentatie ging over de gehele productielijn van Searle en over de energiebesparing die bij koelers, drycoolers en andere warmtewisselaars een rol speelt.
Centraal stonden de optimalisatie van de warmteoverdracht en de energiebesparing door de toepassing van EC-motoren. Uitgebreid werd toegelicht welke besparingen er kunnen worden bereikt door toerenregeling van de verdamperventilatoren en door de condensordrukregeling. Er werd een helder overzicht gepresenteerd van de investering en de terugverdientijd.
Honeywell: Als producent van het nieuwe koudemiddel HFO-1234yf ging Honeywell uiteraard in op alle voordelen van dit koudemiddel. Dit type koudemiddel zal onder meer R134a kunnen gaan vervangen in de mobiele airconditioning. De koudemiddelen uit deze serie - en dat is vandaag de dag belangrijk - hebben een GWP-waarde die vergelijkbaar is met die van natuurlijke koudemiddelen. Ook werd een nieuwe ontwikkeling van het koudemiddel 1234ze met een bijzonder lage GWP molecuul kort besproken.
Deze nieuwe koudemiddelen hebben een gunstige invloed op de Lifetime Cycle.
Publicaties
In de volgende uitgaven van RCC Koude & Luchtbehandeling zullen nog diverse artikelen verschijnen naar aanleiding van de presentaties die tijdens de Technotour door de bedrijven werden gehouden.
Het eerste artikel uit deze reeks, over de presentatie van DK Kälteanlagen GmbH, vindt u hiernaast.
Meer informatie: www.technotour.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Energiebesparing bij koelinstallaties
Energy saving in refrigeration plants
Door Bernd Kappenberg en Felix Bräutigam - DK Kälteanlagen GmbH
Inleiding
In dit artikel vindt u het verslag van de presentatie die in maart 2009 door DK Kälteanlagen werd gehouden tijdens de Technotour Nederland. In deze presentatie werd nu eens niet ingegaan op energiekosten en energiebeleid, maar op energiebesparing. Energiebesparing is kostentechnisch interessant en draagt bij aan een schoner milieu vanwege de geringe CO2-uitstoot. De milieuproblematiek speelt een steeds grotere rol in de moderne samenleving. Daarom heeft DK Kälteanlagen het DK warmteterugwinsysteem ontwikkeld. Dit systeem maakt gebruik van restenergie, en is daardoor milieuvriendelijk èn energiebesparend.
Het DK warmteterugwinsysteem is met name geschikt voor koude-installaties die gebruikt worden door voedselverwerkende bedrijven. Dit soort bedrijven heeft een koelsysteem nodig om de producten vers te houden. Bovendien gebruiken deze bedrijven veel warm water voor het reinigen van o.a. machines en gereedschappen.
Meer dan 90% van alle warmteterugwinning wordt gebruikt voor de verwarming van leidingwater. De warmwaterbehoefte in de diverse bedrijven is iedere dag hetzelfde (het hele jaar door, zomer en winter). Het is dus zeer efficiënt om de restenergie te gebruiken voor leidingwaterverwarming.
Als de restenergie voor centrale verwarming wordt gebruikt, kan deze alleen tijdens het stookseizoen worden benut (ongeveer een half jaar). Het probleem is dat er in de zomer, als de koelmachines bijna continu draaien, geen energie nodig is voor centrale verwarming, terwijl de koelmachines in de winter juist veel minder draaiuren maken.
Er bestaat echter één groep bedrijven waarvoor warmteterugwinning voor centrale verwarming wèl interessant is: de supermarkten. (zie afbeelding 1) Gemiddeld verbruikt een supermarkt ongeveer 1 liter warm water per vierkante meter per dag. Een supermarkt van 1.000 m2 verbruikt dan 1.000 liter/dag, waarbij de temperatuur van het water +10 tot +50 ºC. bedraagt bij een energiebehoefte van 46,5 kWh. Dit is bijna gelijk aan het koelvermogen dat in een dergelijke supermarkt nodig is. De compressoren hoeven hiervoor echter slechts één uur te draaien. Het resultaat hiervan is dat er minder dan 10% aan restenergie nodig is voor het verwarmen van drinkwater, en dat er dus veel energie overblijft voor het CV-systeem.
Het DK warmteterugwinsysteem wordt altijd in serie geïnstalleerd met de luchtgekoelde condensor. Deze condensor en de warmtewisselaar in het DK warmteterugwinsysteem hebben gezamenlijk een groter oppervlak dan eigenlijk nodig is voor het condenseren van het koudemiddel. De combinatie zorgt echter wel voor een beter condensatieproces en biedt soms ook de mogelijkheid tot onderkoeling van de vloeistof. (zie afbeelding 2) Als men de juiste warmteterugwinning wil berekenen, is het van belang om de exacte warmwaterbehoefte te kennen. (zie afbeelding 3) Als men de maximale warmteterugwinning wil behalen met de aanwezige koelinstallatie, resulteert dit meestal in een te groot vermogen van het warmteterugwinsysteem.
Het systeem wordt dan onnodig duur en is ook niet meer efficiënt.
De volgende efficiencyberekening toont aan dat het DK warmteterugwinsysteem een aanzienlijke energiebesparing oplevert, zelfs bij kleine koelinstallaties.
Normen
In de Europese norm EN 1717 wordt aangegeven waaraan pijprompwarmtewisselaars moeten voldoen voor het verwarmen van drinkwater. Ze worden dan dubbelwandig en veilig uitgevoerd met lekkagecontrole.
Legionella
Ter voorkoming van legionella moeten systemen met een inhoud van meer dan 400 liter die worden gebruikt als voorverwarming van water, minimaal één keer per dag worden opgewarmd naar +60 ºC. DK heeft hiervoor een speciale oplossing beschikbaar in haar leveringsprogramma.
Samenvatting
DK Kälteanlagen GmbH heeft zich gespecialiseerd in het terugwinnen van alle vormen van thermische energie die beschikbaar komen tijdens het operationele bedrijf van een koude-installatie. Het slim toepassen van de diverse DK warmtewisselaars voor warmteterugwinning, resulteert in een hogere systeemefficiency van de totale installatie. Aangetoond wordt hoe warmte kan worden geproduceerd door koudeopwekking en hoe daardoor kan worden bespaard op de totale energiekosten van een project.
Summary
DK Kälteanlagen GmbH is specialized in recovering all forms of thermal energy that become available during the operation of refrigeration plants. High efficiency of those plants can be achieved by a clever application of the various DK heat exchangers and storage tanks. This article shows how heat can be generated by the production of cold and how this can lead to a substantial saving in the energy costs of a project.
Meer informatie: www.dk-kaelteanlagen.de en www.uniechemie.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Verhoging van de energie-efficiëntie van koeltechnische installaties
Increasing the energy efficiency of air conditioning and refrigeration systems
Jarema Chmielarski - Armacell Technical Management Europe
Inleiding
Maatregelen voor de vergroting van energieprestaties worden steeds belangrijker, ook in de klimaat- en koeltechniek.
Om koeltechnische installaties zo energie-efficiënt mogelijk te exploiteren, speelt goede isolatie een belangrijke rol. Het bedrijf Armacell heeft onderzoek gedaan naar de energiebesparing die bij airconditioninginstallaties kan worden bereikt door een optimale isolatie van de koelwaterleidingen. In dit artikel vindt u de eerste resultaten van dit onderzoek.
Het vergroten van de energieprestaties van klimaat- en koelinstallaties is belangrijk. Tegen de achtergrond van de wereldwijde klimaatverandering mag echter ook de CO2-reductie, die door een geoptimaliseerde techniek kan worden bereikt, niet worden verwaarloosd. In de VS wordt tegenwoordig ongeveer 14% van alle elektrische energie gebruikt voor het klimatiseren van gebouwen (bron: Annual Energy Outlook 2007 Report).
Behalve verwarming en de bereiding van warm water moeten volgens de EU-richtlijn 2002/91/ EG over de totale -energieprestatie van gebouwen voor het eerst ook koeling, ventilatie en verlichting worden meegenomen. Terwijl klimaatbeheersing van gebouwen in het verleden nog een zeldzame luxe was, vertoont de Europese markt voor klimaatinstallaties tegenwoordig een jaarlijks groeipercentage van maximaal 10%. Niet alleen in Zuid-Europa, maar ook in Midden- en Noord-Europa is de klimaatbeheersing van gebouwen in opmars, niet in de laatste plaats vanwege de klimaatveranderingen, die zorgen voor warmere zomers in de gematigde klimaatzones.
Met het produceren van het voor koel- en klimaatinstallaties noodzakelijke koudemiddel, zijn hoge energiekosten gemoeid. Om installaties te laten draaien met de best mogelijke energieprestatie speelt de isolatie een belangrijke rol. Zoals de verderop beschreven uitvoeringen laten zien, kunnen door een geoptimaliseerde isolatie van de koelwaterleidingen belangrijke energiebesparingen gerealiseerd worden. Tot nu toe diende de isolatie van koudevoerende leidingen in de eerste plaats om condensvorming op de leidingen te voorkomen. In de toekomst moet echter het voorkomen van energieverliezen uit installatieonderdelen het primaire doel worden.
In volledig geklimatiseerde gebouwen zijn de bedrijfs- en onderhoudskosten tegenwoordig al na enkele jaren hoger dan de bouwkosten. Airconditioning installaties gebruiken veel energie bij het genereren van koude. Deze installaties worden meestal aangedreven door elektrische energie, en er treedt veel energieverlies op bij het omzetten van fossiele energiedragers of fossiele brandstoffen in elektrische energie.
Hogere energie-efficiëntie
Er bestaan verschillende maatregelen en concepten om het energiegebruik van koel- en klimaatinstallaties te verlagen. Om koeltechnische installaties zo energie-efficiënt mogelijk te exploiteren en om energieverliezen te beperken, speelt een goede isolatie een belangrijke rol. Een optimale isolatie garandeert dat de vereiste mediumtemperatuur zo lang mogelijk wordt vastgehouden. De koelmachines hoeven dan minder werk te verrichten. Leidingisolatie wordt nu nog vooral toegepast om condensvorming te voorkomen, maar in de toekomst zal deze meer en meer gericht zijn op het tegengaan van energieverlies.
Tegen deze achtergrond is de ontwikkeling van het verbeterde AF/Armaflex een richtinggevende innovatie. Met de technische eigenschappen λ0 ºC. ≤ 0,033 W/(m.K) en μ≥ 10.000 heeft AF/ Armaflex een energie-efficiëntie die tot maar liefst 10% hoger is als die van de gebruikelijke producten met elastomeren. Producent Armacell waarborgt de naleving van deze hoge technische waarden door voortdurende controles in eigen bedrijf en door derden. Het energieverlies van installatieonderdelen die met AF/Armaflex geïsoleerd zijn, kan weliswaar in de loop van de bedrijfsduur wat hoger worden, maar is na tien jaar nog altijd lager dan het aanvankelijke energieverlies (“droge” beginwaarde) bij gebruik van een isolatiemateriaal met een hoger warmtegeleidingsvermogen en een lagere μ-waarde. Die verbetering van de μ- en λ-waarden heeft ook veel invloed op het langetermijngedrag van het isolatiesysteem. (zie afbeelding 1)
Energiebesparing
Armacell heeft een eigen onderzoek opgezet om na te gaan hoeveel energie er kan worden bespaard door de koelwaterleidingen van airconditioning installaties optimaal te isoleren.
Afhankelijk van de structuur, het oppervlak, de complexiteit en het aantal verdiepingen in het van klimaatbeheersing voorziene gebouw, kan het koelwaterleidingsysteem op verschillende manieren worden ontworpen en geconstrueerd.
Meestal wordt dit systeem opgesplitst in aparte delen voor elke ventilatieconvectorgroep, en wordt de leidingdiameter groter naarmate er meer convectoren van koelwater moeten worden voorzien. Over het algemeen kan men zeggen dat in een koelwatersysteem verschillende leidingen met uiteenlopende diameters worden gebruikt.
Wat bij klimaatinstallaties uiteindelijk telt, zijn de besparingen in energiegebruik van de centrale koelinstallatie over een bepaalde periode. Deze besparingen kunnen worden berekend met behulp van de energieprestatie (COP). Hierbij worden compressoren, ventilatoren en aansturingsapparatuur meegerekend. De prestatie EER is afhankelijk van de bedrijfsvoorwaarden van de koelinstallatie, dat wil zeggen: de omgevingstemperatuur en de temperatuur van het gekoelde water dat de koelinstallatie verlaat (wateruittredetemperatuur ).
De prestatie EER schommelt meestal tussen 1,7 en 3,0. Voor de onderhavige berekeningen wordt voor de gehele koelperiode uitgegaan van een energieprestatie van 2,5.
Als de besparingen aan elektrische energie bekend zijn, kan ook de vermindering van CO2- emissies worden berekend.
Vermindering van de CO2 - emissies = CO2- emissiefactor x stroombesparingen (kg CO2)
De CO2-emissiefactor hangt af van de wijze van energieopwekking in het betreffende land. Het gebruik van de diverse brandstoffen (gas, olie, kolen, kernenergie) in energiecentrales is namelijk per land verschillend, en daardoor varieert ook de uitstoot van CO2 bij de productie van elektrische energie.
Bij het berekenen van de afschrijvingstijd moet de monetaire waarde van de stroombesparing voor elk volgend jaar worden bepaald op basis van een vooropgestelde jaarlijkse stijging van de energieprijzen. Daarna moet deze waarde worden omgerekend naar de werkelijke waarde, rekening houdend met een vooropgesteld realistisch rentetarief. Dit is nodig om toekomstige besparingen te kunnen vergelijken met actuele investeringen. De vooropgestelde waarden voor de jaarlijkse stijging van de energieprijzen en voor het rentetarief bedragen respectievelijk 5% en 4%. Men gaat uit van een actuele stroom- of energieprijs van € 0,20/kWh.
Samenvatting
Ook in de klimaat- en koeltechniek worden maatregelen voor de vergroting van de energiebesparing steeds belangrijker. Er bestaan verschillende maatregelen en concepten om het energiegebruik van koel- en klimaatinstallaties te verlagen. Om koeltechnische installaties zo energie-efficiënt mogelijk te exploiteren en energieverliezen te beperken, speelt een optimale isolatie een belangrijke rol in het totaalconcept. Het bedrijf Armacell heeft onderzoek gedaan naar de energiebesparing die bij airconditioning installaties kan worden bereikt door een optimale isolatie van de koelwaterleidingen. De eerste resultaten van dit onderzoek worden in dit artikel vermeld.
Summary
Measures for increasing the energy efficiency are becoming more and more important in air conditioning and refrigeration applications. There are various measure and concepts for lowering the energy consumption of refrigeration and air conditioning systems. Optimum insulation is very important in order to operate refrigeration equipment as energy efficiently as possible and to reduce energy losses.
To identify the energy-saving potential which can be achieved by insulating the chilled-water pipes of air conditioning systems, Armacell has undertaken its own study. The first results are presented in this article.
Meer informatie: www.armacell.com
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
De wetten der natuur laten zich niet dwingen
The laws of nature should not be trampled upon
Ing. M.T. Nagtegaal - Roma Nederland B.V.
Inleiding
In een integraal ontwerp voor de nieuwbouw van koel- en vrieshuizen houden we rekening met factoren als energiezuinigheid, kostenreductie, (brand)veiligheid, logistiek, HACCP-, BRC- en VWA-normen en het fysieke welzijn van de medewerkers. Ondanks alle moderne techniek maken we bij het ontwerp soms keuzen die later in de praktijk nadelige gevolgen blijken te hebben, zoals condensvorming en koudebruggen. De wetten der natuur met betrekking tot koude en warme lucht, relatieve vochtigheid, luchtstromen en zwaartekracht laten zich niet dwingen. Bij het thermisch isoleren is het belangrijk om deze condities eerst te onderkennen alvorens ze te kunnen trotseren. Daarom gaan we in dit artikel in op een aantal factoren die van belang zijn bij het toepassen van thermische isolatie in koel- en vrieshuizen.
Maatstaven isolatiewaarde
In een koel- of vrieshuis dat wordt gebruikt voor de opslag van producten, zal het koelvermogen grotendeels dienen om warmte-instraling via wanden en dak tegen te gaan. De kwaliteit van de geïsoleerde wand- en dakconstructie is een zwaarwegende factor in het energiegebruik. Een van de uitgangspunten voor de kwaliteit van deze wand- en dakconstructie is de berekening van de isolatiewaarde van de geïsoleerde sandwichpanelen. Deze isolatiewaarde (lambda-waarde of warmtegeleidingcoëfficiënt) kan uitsluitend proefondervindelijk worden vastgesteld. Om iedere vorm van partijdigheid uit te sluiten, moet de isolatiewaarde door een onafhankelijk instituut worden bepaald (bijvoorbeeld door TNO). Hierbij moet NEN 1068 als norm worden gehanteerd. Met de warmtegeleidingcoefficiënt kan de isolatiewaarde van de panelen worden berekend. Op grond van deze isolatiewaarde berekent de koelinstallateur de capaciteit van de installatie.
De U-waarde, die wordt uitgedrukt in W/m2k, wordt berekend met de formules: R=d/λ en U=l/R.
Des te lager de U-waarde, des te beter de isolatiewaarde. Deze isolatiewaarde varieert naargelang de situatie waarin de geïsoleerde sandwichpanelen worden toegepast.
Dit heeft te maken met de “overgangsweerstand”, een stilstaand luchtlaagje direct langs het geïsoleerde paneel. De waarde van deze “overgangsweerstand” is ook weer bepaald in de norm NEN 1068. Als voorbeeld: een sandwichpaneel van 100 mm dik heeft een U-waarde van 0,211 W/m2k als paneel, een U-waarde van 0,204 W/m2k als buitenwand en een U-waarde 0,200 W/m2k als binnenwand. Het is dus zaak om van de juiste isolatiewaarde uit te gaan!
Bij een isolatiepaneel is de onderlinge verbinding tussen de panelen van invloed op de isolatiewaarde van de totale wand. Dit is in de Europese norm EN 14509 geregeld. Afhankelijk van de vorm van de verbinding en de dikte van de panelen moet met een toeslagfactor van 0,01 tot 0,16 W/m2k worden gerekend.
ROMA is er trots op dat zij, als enige sandwichpanelenfabrikant, bij de paneelverbinding van hun panelen met een toeslagfactor van slechts 0,01 W/m2k mag rekenen.
Statische berekeningen
Door het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur, bijvoorbeeld bij toepassing als buitengevel van een vrieshuis, treedt er in elk paneel een enorme spanning op. Om de panelen niet te veel te laten vervormen, worden deze met gevel schroeven tegen de achterliggende constructie bevestigd. Ter plaatse van deze schroeven treden de grootste spanningen op. Het paneel verzwakt door de gaten die de schroeven erin hebben gemaakt. Men dient te voorkomen dat de staalplaat juist ter plaatse van de schroeven gaat “rimpelen.” Bovendien moet de bevestiging van de panelen aan de achterliggende constructie voldoende sterk zijn om winddruk en windzuiging te weerstaan. De meeste Europese sandwichpanelenfabrikanten gebruiken een statische berekening als onderbouwing voor de juiste bevestiging aan de draagconstructie en voor de verantwoorde toepassing van het sandwichpaneel in zijn geheel. Dir soort berekeningen zijn gecompliceerd en worden dan ook met behulp van een computerprogramma (zoals Sandstad) gemaakt. Het is heel belangrijk dat bij deze berekeningen de juiste interpretatie wordt gehanteerd van de uitgangspunten met betrekking tot windbelasting (NEN 6702), zoals het windgebied waarin de locatie zich bevindt, een (on)bebouwde omgeving, een referentieperiode, veiligheidsklasse, etc. (zie afbeelding 1). Voor de temperatuurbelasting is ook de kleur van de geïsoleerde sandwichpanelen van grote invloed. Een wit paneel (RAL 9001) krijgt door de zon-instraling een oppervlaktetemperatuur van circa 53 ºC., maar bij een donkere kleur (RAL 5013) kan deze oppervlaktetemperatuur oplopen tot circa 80 ºC. Vandaar dat men meestal voor een lichtere kleur kiest bij een koel- of vrieshuis.
Samenvatting
Passen we in het ontwerp voor nieuwbouw van geconditioneerde distributieruimten en koel- en vrieshuizen wel genoeg theoretische kennis van thermisch isoleren toe? Gebruiken we de juiste rekenwaarden en passen we die op de juiste manier toe bij het thermische isoleren? Ondanks de moderne techniek, die ons bij het ontwerpen ter beschikking staat, ontstaan in de gebruikersfase achteraf nog wel eens problemen met condensvorming en koudebruggen.
De wetten der natuur met betrekking tot koude en warme lucht, relatieve vochtigheid, luchtstromen en zwaartekracht laten zich niet dwingen. Voor een adequate thermische isolatie is het belangrijk om eerst alle mogelijke valkuilen in het ontwerp aan het voetlicht te brengen alvorens deze te trotseren.
Summary
This article discusses the necessity to use sufficient theoretical knowledge and know-how of thermal insulation in the practice of building coldstores and conditioned DC’s. Despite modern techniques available in the design process, problems with condensation and thermal bridges emerge afterwards, in the stadium of operation. The laws of nature on cold and warm air, relative humidity, air streams and gravity should not be trampled upon. For adequate thermal insulation, it is crucial to highlight the pitfalls and weak points of the thermal construction in the design stadium, before defying them.
Meer informatie: www.romaned.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Oud en vertrouwd versus nieuw en condensvrij
Conventional and reliable versus new and condensation proof
Marcel Dikkers - Georg Fischer N.V.
Inleiding
Wie “niets heeft” met kunststof en graag terugvalt op vertrouwde materialen om een koelleidingsysteem aan te leggen, kan dit artikel beter niet lezen.
Er is namelijk een nieuw, condensvrij kunststofleidingsysteem ontwikkeld, dat ook nog eens kostenefficiënt en gemakkelijk monteerbaar is. Aanhangers van oude, vertrouwde metalen leidingen lopen dus het risico door dit artikel overtuigd te raken van de voordelen van kunststof.
Het COOL-FIT kunststofleidingsysteem is een revolutionair voorgeïsoleerd koelleidingsysteem voor toepassing in de koude- en luchtbehandeling, en dan vooral voor het transport van gekoeld water. Het is snel, kostenefficiënt en vooral gemakkelijk te monteren. De fittingen en buizen zijn direct klaar voor gebruik. Er hoeft achteraf geen isolatie te worden aangebracht en het systeem is condensvrij! Het is een voorgeïsoleerd ABS leidingsysteem, dat bestaat uit buizen en fittingen. Iedere buis en fitting bestaat uit drie lagen: een ABS binnenleiding, een laag isolerend PUR-schuim en een beschermende PE mantelbuis. Deze drie gestapelde pluspunten vormen samen een condensvrij systeem met een hoge thermische isolatiewaarde.
Toegepaste materialen
ABS wordt gekenmerkt door een hoge slagvastheid, zelfs bij zeer lage temperaturen. Door de geringe warmtegeleiding is ABS zeer geschikt voor toepassing in de koel- en klimaattechniek.
De ABS binnenleiding is speciaal ontwikkeld voor drukleidingsystemen en kan werktemperaturen aan van -50 ºC. tot +40 ºC. Met een buisruwheid van 0,007 kent ABS bovendien op termijn een zeer gering drukverlies en ook geen aangroei.
De tussenlaag bestaat uit PUR. Dit materiaal heeft een uitstekende isolerende werking, waardoor er sprake is van een energiebesparing van ruim 20% ten opzichte van achteraf geïsoleerde metalen leidingsystemen. PUR heeft een warmtegeleiding van 0,026 W/mK en een dichtheid van meer dan 45 kg/m3.
De zwarte beschermende buitenleiding (ook wel mantelbuis genoemd) is gemaakt van polyethyleen (PE). Dit materiaal heeft een uitstekende slagvastheid en is bestand tegen invloeden van o.a. olie, vet en andere media. PE is glad, dus gemakkelijk te reinigen, niet-corroderend, UV-bestendig en daardoor uitermate geschikt voor buiten toepassingen.
Compleet, zonder koudebruggen
Door het systeem aan de buitenmantel te beugelen in plaats van aan de binnenbuis (zoals bij metalen leidingsystemen), worden koudebruggen vermeden.
Het COOL-FIT systeem is een volledig leidingsysteem, dat naast de buizen en fittingen ook handbediende en automatische afsluiters, kraagbussen, flenzen, overgangskoppelingen, ophangbeugels en meet- en regelapparatuur omvat.
Verbindingsmethode
Door een ABS nippel te verlijmen in de binnenzijde van de buis en/of fitting, wordt de verbinding gerealiseerd. De lijm die hiervoor wordt gebruikt, bevat een deel ABS, waardoor de verbinding homogeen wordt. Vervolgens wordt een isolatiestrip in de opening tussen de componenten gewikkeld, totdat de opening volledig gevuld is. Daarna wordt een dubbelzijdige afdichtingstape over de opgevulde opening geplakt, en tot slot wordt een krimpmof over de opening geschoven. Deze krimpmof, die 100% damp- en waterdicht is, moet met een vlam of hete lucht verwarmd worden, zodat deze om de mantelbuis krimpt en zo een perfecte afdichting vormt.
Traditionele systemen
Traditioneel geïsoleerde koelleidingsystemen absorberen in de loop der jaren water uit de atmosfeer. Deze absorptie beïnvloedt de isolatiewaarde negatief en kan bovendien ijsvorming veroorzaken. Door ijsvorming kunnen de materialen gaan scheuren en de metalen leidingen gaan corroderen. Als gevolg daarvan neemt de efficiency van het koelleidingsysteem af en gaan de bedrijfskosten omhoog. De bedrijfskosten stijgen ook doordat de doorstroomsnelheid afneemt als gevolg van aanhechting. Staal heeft immers een buisruwheid van 0,02. Dus ook de onderhoudskosten van het traditionele systeem gaan uiteindelijk drukken op het bedrijfsresultaat. Door de beschermende PE-buitenmantel van het COOL-FIT systeem blijft de kwaliteit van de isolatie (en dus ook de isolatiewaarde) vele tientallen jaren gewaarborgd.
Samenvatting
Het COOL-FIT kunststofleidingsysteem biedt een complete oplossing voor indirect gekoelde koudwater-installaties. Het voorgeïsoleerde systeem bestaat uit een ABS binnenbuis, een PUR isolatielaag en een PE mantelbuis in de diameters 25-315 mm. Het systeem is water- en dampdicht. Het is ideaal voor het transporteren van gekoeld water, ijswater, zoutoplossingen, glycoloplossingen en organische zoutoplossingen. Dankzij de hoge thermische isolatiewaarde past het uitstekend in een Eco Balance bouwplan.
Summary
The COOL-FIT synthetic piping system offers a complete solution for secondary cooling and chilled consists of an ABS inner pipe, a PUR insulation layer and a PE pipe sleeve, in the diameters 25-315 mm. The system is water and damp proof. It is ideal for the transportation of chilled water, ice water, saline, glycol and organic salt solutions. Thanks to the excellent thermal insulation value, it suits Eco Balance building plans perfectly.
Meer informatie: www.georgfischer.nl
Klik hier voor het complete artikel in PDF formaat
Nieuwe producten Brink op beurs Hardenberg
Brink Climate Systems laat in september tijdens de Installatie Vakbeurs Hardenberg (standnr 329) verschillende ontwikkelingen zien op het gebied van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning en luchtverwarming, De leverancier toont de laatste ontwikkelingen op het terrein van decentrale ventilatie met warmteterugwinning voor toepassing in individuele verblijfsruimtes. “Dit concept is zeer geschikt voor de bestaande bouw. De Advance is ook uitstekend toe te passen in bijvoorbeeld kantoren, hotels of gezondheidscentra.”
Meer informatie: www.brinkclimatesystems.nl
Mitsubishi komt met geavanceerde warmtewisselaar
Mitsubishi Electric Cooling & Heating heeft een geavanceerde warmtewisselaar ontwikkeld die naast warmte ook vocht kan uitwisselen tussen twee luchtstromen. Deze warmtewisselaars worden toegepast in de zogeheten Lossnay WTW-units van Mitsubishi Electric. Volgens leverancier Alklima zorgt de warmtewisselaar voor een aangenaam woon- en werkklimaat. Tevens is het klimaatsysteem het antwoord op verontreiniging in de vorm van onder meer CO2, stof en pollen.
Meer informatie: www.alklima.nl
Nieuwe elektronische beveiliging schroefcompressoren
Bitzer levert de nieuwe elektronische beveiligingen SE-Cl en SE-C2 voor schroefcompressoren. Deze zijn voorzien van uitgebreide monitorfuncties en beveiligen de compressor veel beter dan de standaardcontrolemodules.
“Behalve motor- en persgastemperatuur, draairichting en fase-uitval, monitoren de beveiligingen eveneens fase-ongelijkheid, schakelfrequentie en olievoorziening”, aldus Bitzer. De beveiligingen zijn geschikt voor voltages van 24 tot 230 V AC + 10 %/-15 % 50 Hz en 60 Hz en toepasbaar voor werking in combinatie met frequentieregelaars.
Meer informatie: www.bitzer.de
Clint: geïntegreerde serie centrale klimaatregeling
Met de producten van Clint beschikt Auerhaan over een complete, geïntegreerde serie systemen voor centrale klimaatregeling in woonhuizen, utiliteit en industriële omgevingen. De kwaliteit van de Clint-producten - ventilatorconvectors, koelers of rooftop units - garandeert volgens Auerhaan de hoogste productstandaards, aandacht voor detail, uitstekende rendementen en lage geluidniveaus.
Het Clint-programma omvat luchtgekoelde waterkoelmachines en warmtepompen met axiaalventilatoren, luchtgekoelde waterkoelmachines en warmtepompen met centrifugaalventilatoren, luchtgekoelde waterkoelmachines en warmtepompen voor externe condensor, luchtbehandelingapparatuur en koelmachine-units en eind-units (onder meer ventilatorconvectors).
Meer informatie: www.auerhaan-klimaattechniek.nl
Carrier presenteert 42NQV-G Gold Plus serie splitsystemen
Carrier introduceert een nieuwe serie 1:1 hi-wall splitsystemen: de 42NQV-G Gold Plus inverters met variabel toerental. De Gold Plus invertersystemen zijn beschikbaar met nominale koelcapaciteiten van 2,5, 3,5 en 4,5 kW en verwarmingscapaciteiten van 3,2, 4,2 en 5,5 kW. De leverancier geeft aan dat ze hoog comfort bieden en energiebesparend zijn dankzij de XPower Inverter technologie en gunstige energie/efficiencyverhouding. Alle typen hebben energieklasse A/A.
Meer informatie: www.carrier.nl
Opgewaardeerde TECS-koelmachine energiezuiniger
Het luchtgekoelde deel van de serie TECS-koelmachine van Climaveneta is opgewaardeerd met energiezuinige EC-ventilatoren. “Hiermee wordt deze serie koelmachines nog zuiniger in energieverbruik en zijn de ventilatoren nog beter regelbaar”, aldus Climaveneta-importeur IBK Compac, die het Turbo Efficiency Climaveneta System al enkele jaren op de markt brengt. Het revolutionaire hart van deze serie zijn Turbocorcentrifugaalcompressoren. Dankzij de geavanceerde highspeed waaiers, de digitale regeltechniek, de frequentieregeling van de motor en de magnetische lagers hebben deze koelmachines volgens de leverancier in vergelijking tot schroef- en scrollcompressoren een hogere COP in deellastbedrijf.
Meer informatie: www.ibkcompac.nl
Rittal: energiebesparing in datacenter mogelijk
Rittal ondersteunt bedrijven bij het energie-efficiënt koelen van data center.
Op het gebied van klimatisering kunnen door het efficiënt toepassen van systemen de klimatiseringskosten tot de helft worden verminderd. “Rittal analyseert, adviseert en biedt een compleet assortiment aan, variërend van het Cold cube-concept, precisie airconditioners tot de krachtige luch/water -warmtewisselaar Liquid Cooling Package (LCP). IT-Chillers en Free Cooling-concepten vullen dit aan.”
Meer informatie: www.rittal.nl
Nieuwe veldbusmoduul voor universele regelaar BMR
Voor de universele individuele draaiknopregelaars BMR heeft Kieback&Peter de nieuwe veldbusmoduul gelntroduceerd.
De leverancier geeft aan dat dankzij de flexibele inzetbaarheid van de FBU410 minder hardware nodig is en dat daardoor de investeringskosten lager zijn. “Met de FBU410 kunt u vier extra relaisuitgangen en zes extra datapunten, die u als ingang of als uitgang, analoog of digitaal, vrij kunt configureren. Indien u een datapunt als binaire ingang configureert, kan dit datapunt ook als impulsingang tot 80 Hz : functioneren”, aldus Kieback&Peter.
Meer informatie: www.kieback-peter.nl
LG breidt designlijn uit
Met het nieuwe stijlvolle Art consolevloermodel voegt LG een nieuw hoofdstuk toe aan de volgens de leverancier succesvolle designlijn. “Door zijn doordachte en stylische design is dit model toepasbaar in elk interieur”, aldus LG. “Met dit nieuwe model kan zowel gekoeld als verwarmd worden en de unit is voorzien van de nieuwste inverter-techniek. Dit resulteert in uitstekende energieprestaties met energielabel NA en een EER/COP van wel 4,3 /4,3.” Het vloermodel kan zowel laag aan de wand als op de vloer worden geïnstalleerd.
Meer informatie: www.lg-airco.nl
Nieuwe generatie luchtgekoelde koudwatermachines Daikin
Daikin komt met de nieuwe generatie luchtgekoelde koudwatermachines met een invertergestuurde monoschroefcompressor, de EWAD-AJYNN/S en /X serie. Volgens de leverancier lopen de ESEER’s op tot 5,01, waardoor deze koudwatersystemen het hoogste rendement binnen hun klasse bieden. “Dankzij de invertertechnologie kan de wateruit-tredetemperatuur nauwkeuriger worden afgestemd op de belasting. Zo zorgen de Daikin-koudwatermachines niet alleen voor een hoog gebruikscomfort, maar ook voor de hoogst mogelijke besparing op het jaarlijks energieverbruik. Besparingen tot 30 procent zijn mogelijk en aanloopstromen zijn verleden tijd.”
Meer informatie: www.daikin.nl
Western levert nu ook Titan
Western Airconditioning heeft haar programma warmtepompen uitgebreid met de serie Titan. De Titan-BW is speciaal ontworpen voor combinatie met een gesloten bodem collector en de Titan-WW is geschikt voor een open bron. De range heeft verwarmingsvermogens van 30 tot en met 425 kW. Optioneel is het mogelijk om watertemperaturen te produceren tot 68 ºC. (standaard tot 55 ºC.).
De microprocessorregelaar is speciaal ontworpen voor warmtepompbedrijf en kan ook bi-valente systemen aansturen alsmede passieve of actieve koeling.
Meer informatie: www.western.nl
Evenementenhal Hardenberg gekoeld met Breezair
Evenementenhal Hardenberg, waar in september de Instrallatie Vakbeurs plaatsvindt, heeft een kostenefficiënte oplossing gevonden om de ruimte te koelen. Hiervoor zijn koelers en afzuigers van Breezair geplaatst voor de nieuwe hal 7. De koelers zijn gekoppeld aan een WTW sectie met verwarming. In totaal wordt 18.000 vierkante meter ruimte gekoeld met 71 Breezair-koelers.
Meer informatie: www.breezair.nl
|