Samenvattingen artikelen Koude & Luchtbehandeling terug

Juni 1999

Groen voor 45' (13,72m) containers in het wegverkeer

H.E.Th. Meffert - redactielid RCC Koude en Luchtbehandeling

Inleiding
Indien de afwijzende houding van de Conferentie 1992 tegen grotere containers ooit was ingegeven door de wens om binnenlands containerverkeer van de straat te houden ten gunste van grotere opleggers, dan is deze nu door de vindingrijkheid van Engelse en Nederlandse container- en chassisbouwers teniet gedaan.
De EC Directive 96/53 legt de totale lengte van een trekker-oplegger combinatie vast op 16,5m, de daaruit afgeleide systeemlengte van de oplegger was 13,6m. Een voorgebouwde koelinstallatie mag 0,44m uitsteken. De middellijn van de grootste CEN wissellaadbak A1404 is dan ook vastgesteld op 14,04m. Met afgeschuinde voorkanten is dan een laadlengte van 13,4m haalbaar, voldoende voor 33 P08 (800x1200mm) eenheden of 26 P10 (1000x1200mm).
Een 45' container op een 40' opleggerchassis vertoont een overhang van 763mm, is dus niet toegelaten in het Europese wegverkeer. Nieuwe constructie-elementen in container en chassis houden een palletbrede 45' Reefer container binnen de vereiste 16,5m lengte en draaicircels, en eerbiedigen de “Grootvaderrechten” van oudere 45' containers (zie afbeelding).
Hiermede is een echt intermodaal geconditioneerd vervoermiddel voor Europa beschikbaar gekomen. De laadlengte is toereikend voor 32 P08 resp. 26 P10 (modulair 12,8 resp. 13,0m) in dwarspositie, dus gunstig voor een goede luchtcirculatie.
Ref.: WorldCargo news, Januari 1999, 32.


Een gesprek met Michel van Dijk
Het versneld aanbrengen van Foamglas leidingisolatie

P.G.H. Uges - redactielid RCC Koude en Luchtbehandeling - Praktijk Katern

Inleiding
De keuze van Foamglas cellulaire glasisolatie wordt veelal bepaald door dampdichtheid, hoge drukvastheid, lage lineaire uitzettingscoëfficient en lange levensduur. Als nadeel worden vooral het gewicht en de relatief hoge kostprijs van het materiaal genoemd.
Michel van Dijk - Van Dijk’s Koel en Vrieshuis Exploitatie Maatschappij te Cothen - zag veel in het gebruik van dit soort materiaal maar vond met name de kostprijs nog een bezwaar.
Hij zocht daarom naar een methode om de meerkosten grotendeels of zelfs geheel te elimineren.
Een bekend voordeel t.o.v. kunststofschuimen is dat tot - 50 ̊C. in één laag kan worden gewerkt, maar dat betekende nog niet dat het materiaal daarmee prijstechnisch kon concurreren met de andere gangbare isolatiematerialen.
Hij kwam toen op het idee prefab te gaan werken. Er wordt nu gewerkt met leidinglengten van 5 m (koper) en 6 m (staal).


Zeventig jaar praktijk van de koudetechniek

Harja Blok - Hoofdredacteur RCC Koude en Luchtbehandeling - Praktijk Katern

Inleiding
De Open Dagen van de St. Lodewijkschool te Genk (Belgisch Limburg) boden zondag 2 mei een uitstekende entourage voor de grote en indrukwekkende museale collectie van de heer Paul Wyckmans (*1929) uit Hasselt.
De school biedt onderdak aan een koeltechnische opleiding en in dat lokaal konden de bezoekers kennis nemen van duizenden voorwerpen, door de heer Wyckmans tijdens zijn lange jaren praktijk in de koeltechniek bijeen vergaard. De oudste voorwerpen zijn afkomstig uit de jaren twintig, toen de vader van de huidige stichter-conservator van de Wyckmans-collectie reeds praktiseerde in het Brusselse als “frigorist”, zoals dat heet in het Waals, de moedertaal van de heer Wyckmans.


Van het Koudefront NVvK

Inleiding
Commentaar op NPR-tekstvoorstel “Toepassing van natuurlijke koudemiddelen en warmtepompen”, ondertitel “Veilheidsaspecten met betrekking tot brandbaarheid”.
De leven van zowel de NVvK als de NVKL ontvingen een exemplaar met het tekstvoorstel van de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR).
Deze NPR heeft als doel duidelijkheid te geven over de praktische veiligheidsaspecten met betrekking tot de brandbaarheid van koudemiddelen.
De NVvK werkgroep roept alle betrokkenen en belangstellende op commentaar, suggesties voor verbetering, knelpunten e.d. voor 1 augustus 1999 te sturen aan het NVvK-Bureau.
De opmerkingen zullen waar mogelijk worden verwerkt in de richtlijn. De commissie Koelinstallaties en Warmtepompen van het Nederlands Normalisatie Instituut NNI zal aansluitend de NPR als definitieve versie publiceren.


Combinaties van condensors en vloeistofvat, wat er fout kan gaan

Combination of condensors and liquid receiver, a serious loss of capacity

Ir. A.M.G. Pennartz - Manager afdeling Energie Krachtwerktuigen Bedrijfsadviseurs B.V.

Het komt veel voor in Nederland dat onder luchtgekoelde condensors watersproeiers staan opgesteld. In de zomerperiode lopen de persdrukken en perstemperaturen van de compressoren zo hoog op dat de compressoren in storing vallen. Het gevolg is dat de koelcapaciteit uitvalt en productie teruggebracht dient te worden, juist in een periode dat de koeling zo hard nodig is.
Om dit probleem het hoofd te bieden, plaatst de beheerder van de installatie een watersproeisysteem onder de luchtgekoelde condensors. Op hete dagen houdt men zo de installatie in bedrijf.

Dit artikel beschrijft een praktijksituatie waarin een verklaring wordt gegeven voor het optreden van deze hoge persdrukken die eigenlijk op basis van de ontwerpcapaciteiten van de condensors niet zouden optreden. Het blijkt dat door het combineren van verschillende condensortypen met het vloeistofvat blokkering van de condensaatafvoer van de condensors optreedt waardoor condensors zich opvullen. De capaciteit neemt dan sterk af met als gevolg oplopende persdrukken, rendementsverlies, verlies van koelcapaciteit en storingen.
De te hoge persdrukken doen zich voor gedurende de gehele bedrijfsperiode van de installatie maar komen met name tot uiting op de hete zomerdagen. De problemen omtrent dit fenomeen zijn als volgt samen te vatten:
- een onacceptabele terugval van de bedrijfszekerheid in de zomerperiode;
- een aanzienlijke toename van het energieverbruik over het gehele jaar;
- een nodeloze verkorting van de levensduur van de condensor door het ontstaan van corrosie indien een slechte kwaliteit sproeiwater wordt gebruikt.

Men dient zich te realiseren dat deze problematiek zich in talloze installaties voordoet, doch met name terug te vinden is bij die installaties die elke keer weer zijn uitgebreid. De hierna beschreven case is geenszins een uitzonderlijk geval.

Beschrijving van de praktijksituatie

De aanleiding
Een zuivelbedrijf stelt een onderzoek in naar de gevolgen van een productie-uitbreiding voor de capaciteit van de ammoniak-koelinstallatie. Men maakt zich zorgen over de installatie daar de ervaring van het bedrijf leert dat er in de zomerperiode een capaciteitstekort van de condensors is. De condensordrukken lopen bij warme dagen op tot ver boven de 45 ºC. (17 Pe [bar]). Men voorkomt persdrukstoringen door brüdencondensaat (condenstaat, vrijkomend in de zuivelindustrie; bijna geheel bestaand uit gecondenseerd water - red.) op de luchtgekoelde condensors te sproeien.

Figuur 1

De installatiebeschrijving
Het koelsysteem laat zich karakteriseren als een installatie met zuigercompressoren, een persgaswarmtewisselaar voor de productie van warm water, een groep luchtgekoelde condensors en een groep windgekoelde condensors. De condensors zijn aangesloten op een vloeistofvat. Hiervandaan wordt de vloeistof verdeeld naar twee afscheidersystemen. Het principe van het systeem is weergegeven in figuur 1. De groep luchtgekoelde condensors en de groep windgekoelde condensors hebben nagenoeg dezelfde capaciteit.

Beoordeling van de bedrijfstoestand
Bij beoordeling van de ontwerp-condensorcapaciteit blijkt dat het totale condensorsysteem inclusief persgaswarmtewisselaar 30% meer condensorvermogen heeft dan op maximum conditie nodig is. Dit zou voldoende moeten zijn om de productie uitbreiding mogelijk te maken.
Bij beoordeling van de bedrijftoestand van de installatie blijkt bij een buitenluchttemperatuur van 22 ºC. en windsnelheden van tussen de 1,5 m/s en 3,5 m/s de condensordruk 36 ºC. (13 Pe [bar]) te bedragen. De installatie draait niet op vollast. De persgaswarmtewisselaar is in bedrijf. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van niet-condenseerbare gassen. Onder deze condities zou een condensatiedruk van 29 ºC. (10,3 Pe [bar]) verwacht worden. Deze bedrijfssituatie (14 K temperatuurverschil in plaats van 7 K) houdt in dat er een rendementsverlies van circa 20% is en een verlies van koelcapaciteit van circa 6%. Dit verlies treedt continu op.

Figuur 2
Nadere analyse
Debietmetingen met een ultrasoonmeter tonen aan dat in de horizontale condensaatafvoerleiding vanaf de luchtgekoelde condensor volledig vloeistof aanwezig is. De vloeistof staat periodiek langere tijd stil om daarna even weg te stromen.
Metingen in een verticaal stuk van de condensaatleiding vanaf de windgekoelde condensors geven de aanwezigheid van tweefasenstroming (damp en vloeistof) aan. Vervolgens zijn thermografie-opnamen gemaakt van de lamellen- maakt van de lamellenblokken van de condensors. Het blijkt dat de luchtgekoelde condensors grote koudere gedeeltes bevatten. Dit is condensaat dat zich in het koelerblok verzamelt en daar onderkoeld wordt. Op plaatsen waar zich condensaat bevindt in het blok kan geen damp condenseren. Er wordt dus warmte-overdragend oppervlak uitgeschakeld met als gevolg dat de persdruk oploopt. Het resultaat is een persdruk op een gemiddeld hoger niveau. Bij het periodiek uitstromen van dit condensaat is de lagere condensaattemperatuur in de afvoerleiding meetbaar. Dit soort onderkoeling is ongewenst en levert niets op daar een hoge tol wordt betaald middels de hogere persdruk.
De windgekoelde condensors blijken egaal van temperatuur te zijn, op enkele kleine plekken na.
Dit resultaat is te zien op de thermografie-opnamen van de luchtgekoelde en de windgekoelde condensors in figuur 2 respectievelijk 3.

Verklaring
Bekend is dat windgekoelde condensors een lagere interne (ammoniakzijdige) drukval hebben dan luchtgekoelde condensors. Door de aansluiting van condensaatafvoeren bovenop het vloeistofvat zet de windgekoelde condensor zijn uittrededruk op dit vat. Om een goede condensaatafvoer uit de luchtgekoelde condensors mogelijk te maken, moet voldoende statische hoogte aanwezig zijn. Uit de vorige alinea blijkt dat deze onvoldoende is om een continue vloeistofstroming te waarborgen (voor de beeldvorming; men moet bij ammoniak denken aan enkele meters hoogte). Het toepassen van een egalisatieleiding tussen persgasleiding en vloeistofvat verslechtert de zaak. De persgasdruk aan de condensorintrede wordt nu direct op het vloeistofvat gezet, waardoor ook de windgekoelde condensor het moeilijk krijgt. In tegenstelling tot de algemeen heersende opinie dat de capaciteit van de windgekoelde condensor bedenkelijk zou zijn, blijkt juist de luchtgekoelde condensor tekort te schieten (door de wijze van installatie-uitvoering).
De aanwezigheid van een tweefasenstroming in de afgaande condensaatleiding van de windgekoelde condensors is te verwachten. Dampbellen uit de condensor worden meegesleurd of stijgen op uit het vloeistofvat, coalesceren in de leiding en stijgen weer op naar de condensor. Bij voldoende grote afvoerleidingen hoeft de condensaatafvoer hierdoor niet te worden geblokkeerd.

figuur 3

Conclusie
Het combineren van verschillende typen condensors zoals lucht-, water- en windgekoelde en verdampingscondensors op een vloeistofvat leidt tot problemen met de condensaatafvoer en dientengevolge tot oplopende persdrukken. De reden is het verschil in inwendige drukval per condensor. Dit probleem hoeft niet uitsluitend op te treden bij verschillende type condensors, doch het treedt ook op bij gelijke typen die onderling verschillend worden belast. Dit betekent dat de capaciteit van een samenstel van condensors kleiner is dan de som van de capaciteiten van de afzonderlijke condensors. De oplossing is te vinden in het ontkoppelen van de condensaatafvoeren van de condensors. Dit kan door elke condensor of gelijkwaardige condensorgroep van een eigen expansieregeling te voorzien of door deze condensors met de afvoerleiding aan de onderkant op het vloeistofvat aan te sluiten en voldoende hoogte tussen condensor en vloeistofvat beschikbaar te stellen.

Summary
On many places in the Netherlands one will find water spraying systems underneath aircooled condensers. On hot summer days the discharge pressures of the compressors raise above the alarm level. Compressor capacity will be switched off and production capacity has to be reduced in a period when cooling desperately is required.
To solve this problem operators place water sprayers underneath the air-cooled condensers.

This article describes a refrigeration plant where these high condensing pressures occur which were not expected regarding the design conditions. It shows that a combination of different condenser types and a liquid receiver may hamper the condensate flow from the condenser. The condenser will collect liquid which causes high condenser pressures. The consequences are severe: lack of cooling capacity, energy efficiency loss of 20% and high pressure breakdown. The article gives an explanation of this phenomena based on measurements.


Soms moet het vriezen, soms moet het dooien

Four defrost principles: electrical, hot gas, water and forced air defrost.

Ir. Harry IJpma - Manager Business Development Helpman B.V. Apparatenfabriek (Alfa-Laval)

Inleiding
“Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan”. (Marsman, 1899-1940).

Denkend aan Holland zie ik eveneens regenbuien en andere vochtige weertypes; 15 miljoen mensen, alsmede een Elfstedentocht waaraan duizenden legale en wellicht evenzoveel illegale schaatsvirtuozen deelnemen. Allemaal mensen die zich voortbewegen op water. En dat alleen maar omdat ijs lichter is dan water, want anders kan iedereen zijn schaatsen wel weggooien.
Eigenlijk een heel vreemd fenomeen: ijs. Of beter: bevroren water. Water in vastevorm. IJs is bevroren water. Maar niet alle bevroren water is ijs. Denk bijvoorbeeld maar aan sneeuw. Sneeuw bestaat uit afzonderlijke vlokken bevroren water met een zeer open structuur. Een heel andere structuur dan de compacte structuur van ijs dus. Deze open structuur, het enige verschil overigens tussen ijs en water, geeft een enorm verschil in eigenschappen.

Samenvatting
Luchtkoelers die werken bij een verdampingstemperatuur lager dan 0 ̊C. moeten van tijd tot tijd ontdooit worden. Dit artikel beschrijft in het kort de verschillende rijptypen en een viertal veel toegepaste ontdooiprincipes, te weten elektrische ontdooiing, heetgasontdooiing, waterontdooiing en geforceerdeluchtcirculatie-ontdooiing. Aan het eind van het artikel wordt enige aandacht gegeven aan ontdooiregelingen.

Summary
Aircoolers which operate at an evaporation temperature lower than 0 ̊C. have to be defrosted from time to time. This article describes in short the different types of frost and four mainly used defrost principles, namely: electrical defrost; hot gas defrost; water defrost and forced air defrost. At the end of the article defrost controls are discussed.


Q-plate condensors en verdampers

Q-plate condensers and evaporators

Dr.Ir. C.A. Infante Ferreira - Tu-Delft

Inleiding
Tijdens de NVKL, vakbeurs van 1997 werd de innovatieprijs, de Koeltrofee, aan de Q-plate warmtewisselaar uitgereikt. Omdat er nauwelijks experimentele gegevens voor dit type warmtewisselaars, bij toepassingen in koudekringlopen, beschikbaar zijn, heeft Wijbenga B.V. in samenwerking met NOVEM en andere, testen laten uitvoeren door TNO-MEP (Bussmann e.a. (1998)). Door deze experimenten is nu iets meer bekend over de prestaties van de Q-plate warmtewisselaars.
In dit artikel wordt een vergelijking gemaakt tussen de experimentele waarden voor de Q-plate warmtewisselaars en de prestaties van pijpenbundel apparaten (shell-and-tube). Hoewel er metingen met R507, R407C, R22 en R717 zijn verricht, zal de vergelijking gemaakt worden op basis van de R22-gegevens. Als laatste worden de prestaties met de verschillende media naast elkaar gezet.

Summary
Experimental data obtained with a Q-plate condenser and direct expansion evaporator is compared with data for shell-and-tube heat exchangers operating under similar conditions. The performance per m2 is similar for both condenser types while the shell-and-tube evaporators show performance values which are twice as large as the Q-plate’s The main advantage of the Q-plate exchangers seems to be its compactness: per KW cooling capacity, they occupy half of the volume required for a shell-and-tube exchanger. The performance of the Q-plate evaporator and condenser with different refrigerants is finally discussed.

Conclusie
Aan de hand van metingen aan een Q-plateverdamper en aan een Q-plate condenser kan men het volgende concluderen:
- De warmteoverdrachtsprestaties per m2 oppervlakte Q-platecondensor zijn vergelijkbaar met de prestaties van shell-and-tube condensors:
- De warmteoverdrachtsprestaties per m2 oppervlakte Q-plate directe-expansieverdamper zijn ca. twee maal kleiner dan de prestaties van shell-and-tube verdampers. Dit wordt vooral veroorzaakt door een slechte koudemiddelverdeling.
- De warmteoverdrachtsprestaties per m2 oppervlakte Q-platecondensor zijn minder gevoelig voor waterdebietveranderingen dan shell-and-tubecondensor.
- Q-plateverdampers en -condensors: ca. twee maal compacter dan shell-and-tube-apparaten.
- De warmteoverdrachtspestaties per m2 oppervlakte Q-platecondensor zijn vergelijkbaar voor de drie chemische koudemiddelen getest. De prestaties zijn gunstiger voor ammoniak.
- De warmteoverdrachtsprestaties per m2 oppervlakte Q-plateverdamper zijn vergelijkbaar voor alle geteste koudemiddelen inclusief ammoniak.


De capaciteit van luchtgekoelde condensors gedurende langere tijd

A. Groot - Günther Benelux

Inleiding
De laatste jaren speelt en energiebesparing ook binnen de koeltechniek een steeds grotere rol. De selectie en regeling van de luchtgekoelde condensor maakt een groot deel uit van het totaalplaatje van de besparing. In de meeste gevallen wordt er alleen gekeken naar middelen zoals het verlagen van de delta T en toerenregeling van de ventilatoren. Veelal verliest men uit het oog of de condensor de gewenste capaciteit ook werkelijk haalt en of deze capaciteit ook over langere tijd gerealiseerd kan worden.
Omdat in eerste instantie de meeste energiebesparing behaald wordt met een condensor die de gewenste capaciteit levert en blijft leveren, dient men te beginnen met een controle van prestatie en kwaliteit.

De prestatie
De prestatie van de condensor bestaat uit de condensatiecapaciteit die, bij een bepaald temperatuursverschil tussen de aanzuiglucht en de condensatietemperatuur, wordt geleverd.
Bepalend voor de grootte en dus ook de prijs van de condensor is de bovengenoemde delta T en het geluidsniveau waaraan de condensor moet voldoen. Met name het geluidsniveau dient men in een vergelijking mee te nemen omdat ene afwijking in het geluid gelijk staat aan een afwijking in capaciteit.
Een geluidsreductie kan men namelijk in de praktijk alleen bereiken door het toerental van de ventilatoren te verminderen. De hierbij horende afname van het luchtdebiet zorgt voor een daling van de capaciteit. Van belang is dus te weten op welke afstand het geluid wordt opgegeven en volgens welke methode (DIN-norm) er gemeten is.
Een controle van de capaciteit kan men tijdens een vergelijking van condensors het beste doen aan de hand van het luchtdebiet, het lamellenoppervlak en de inhoud van het blok (het aantal pijpen). Kleine verschillen zijn te verklaren door toepassing van verschillende lamelstructuren, pijppatronen en geprofileerde of gladde pijpen.

Conclusie
Energiebesparing bij een koelinstallatie heeft alleen zin wanneer men weet wat de werkelijke capaciteit van de condensor is en wat de kwaliteit/levensduur is. Toerenregeling ziet men vandaag de dag steeds meer toegepast worden waarbij men dan meestal een frequentieregelaar toepast. Of de keuze van een frequentieregelaar of een fase-aansnijdingsregelaar correct is hangt o.a. af van het type condensor dat men toepast.


Natuurlijke koudemiddelen in warmtepompen: succesvolle projecten

Allard van Krevel - Techneco B.V.

Inleiding
“Wat komt er na R22?", was de centrale vraag op de themamiddag van de Nederlandse Vereniging voor Koude eind 1998.
De organisator van de middag indachtig, werd er voornamelijk gesproken over de toepassing en de regelgeving met betrekking tot koudemiddelen in koelmachines. Het organisatiecomité was de recente wedergeboorte van de warmtepomp echter niet ontgaan. Sterker nog, in warmtepompland worden natuurlijke koudemiddelen al op grote schaal toegepast. Dat heeft onder ander te maken met het milieuvriendelijke karakter dat de warmtepomp uitstraalt. Immers, verkoop van een energiebesparend systeem met een milieuonvriendelijk koudemiddel is moeilijk te verdedigen. Vandaar dat Techneco met succes een assortiment warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen op de markt heeft gebracht.
Een drietal voorbeelden van succesvolle projecten met Techneco warmtepompen zullen worden belicht, elk met hun eigen kenmerken. Vervolgens wordt kort ingegaan op de regelgeving en op de maatregelen die Techneco aanbeveelt bij de toepassing van zijn warmtepompen. Tot slot komen de knelpunten die ervaren worden aan de orde. Maar eerst het koudemiddel zelf.


De invoering van warmtepompen voor woning- en gebouwverwarming in Nederland

Heat pumps in the built environment; progress in the Netherlands

Prof. ir. H. van der Ree - Technisch Universiteit Delft, Laboratorium voor Koudetechniek en Klimaatregeling

Inleiding
Zoals in veel landen heeft de warmtepomp in Nederland goede en slechte tijden beleefd. Titels van congressen of publicaties reflecteerden dikwijls de maatschappelijke gevoelens. Een korte collage:
- Troubles and failures of gas engine driven heat pumps (IEA HPC)
- Warmtepompen of verzuipen (Rotterdam 1991)
- Warmtepompen in stroomversnelling (Zwolle 1996)
- De warmtepompen is er, hoe nu verder (Zeist, 25 maart 1998)

Momenteel wordt, zoals uit deze titels blijkt, de warmtepompen weer hoog gewaardeerd en krijgt dit proces zelfs een erkenning die in Nederland nimmer zo hoog is geweest.
Dit heeft natuurlijk veel te maken met de overheidspolitiek met betrekking tot energie en milieu.
In deze geest participeert Nederland ook in het IEA Heat Pump Centre. Nederland was vanaf het eerste uur betrokken bij de z.g. IEA Implementing Agreement on Advanced Heat Pumps, waarin het IEA HPC een van de projecten is.

Samenvatting
De derde energienota heeft ambitieuze besparingsdoelstellingen en overheid, energiebedrijven en vele andere partijen kennen aan warmtepompen een grote betekenis toe om tot een meer duurzame samenleving te komen. Hierbij speelt de belangrijke vraag welke infrastructuur in de toekomstige eindgebruikersomgeving (gas versus elektra) moet worden nagestreefd. Er zijn discussies over de kansen voor systemen met warmtepompen, warmte/kracht, of combinaties daarvan.
De introductie van warmtepompen wordt middels een “warmtepompprogramma” met overheidssteun gestimuleerd. In dit kader is er een warmtepompcompetitie geweest waarbij de ingediende systeemontwerpen voor woningverwarming door TNO werden beoordeeld.
Drie specifieke ontwikkelingen worden in het bijzonder besproken:
grote warmtepompen met energieopslag in aquifers, kleine absorptiewarmtepomp en de warmtepompboiler. Warmtepompen in woningen en gebouwen, de situatie in Nederland.

Summary
In the Netherlands heat pumps attract much attention presently. The national government has ambitious goals for the market penetration of domestic (and industrial) heat pumps. The energy performance standards for new houses and buildings favours advanced systems like heat pumps and total energy/heat pump combinations. At the same time the gradual increase of the efficiency of power plants improves primary energy savings by heat pumps. These aspects give a tendency now to infrastructures that are based on electricity only for new urban areas. Thus it is considered to delete the natural gas grid in new planological programmes. Seasonal cold and heat storage in deep ground formations (aguifers) combined with heat pumps, are very successful in recent years to achieve low energy buildings.
A small absorption heat pump is being developed and tested for a pilot series by a Dutch company, while an electric heat pump boiler for tapwater heating is being marketed by another company.
Key words: Heat pump - Domestic - Netherlands - Energy Program - Aquifer - Boiler.

Conclusie
In Nederland heeft de overheid ambitieuze doelstellingen met betrekking tot energiebesparing en duurzaamheid.. In vele sectoren zijn reeds aanzienlijke reducties gehaald met relatief eenvoudige maatregelen en technieken. In de toekomst wordt een wissel getrokken op meer geavanceerde werkwijzen. In dit licht wordt de warmtepomp zeer kansrijk geacht. De meningen van de warmtepomp experts zelf over de mogelijke ontwikkeling van de markt voor warmtepompen lopen overigens sterk uiteen.


Hybride ijsaccumulator voor proceskoeling en koudecentrales

Hybrid Ice Storage for Production and Process Applications

Dipl. Ing. Wolfgang Schmid - Fachjournalist für Technische Gebäudeausrüstung - München
H.F.Th. Meffert - redactielid en vertaler

Inleiding
Veel koelprocessen in de chemische en farmaceutische industrie, in zuivelfabrieken, brouwerijen en in de levensmiddelenindustrie, maar ook koudecentrales moeten extreem hoge koelvermogens afgeven bij constante temperatuur en grote beschikbaarheid. Voor dergelijke processen, vaak beperkt tot korte perioden, werden om economische redenen reeds lang ijsaccumulatoren toegepast. Het principe berust op de mogelijkheid om met relatief kleine koelinstallaties, bij voorkeur op nachttarief, veel koelenergie in de vorm van ijs op te slaan. De geaccumuleerde smeltwarmte dient dan overdag voor de koeling van een koelwatercircuit in een productieproces.
In tegenstelling tot klimaatinstallaties, waar geaccumuleerde koude in hoofdzaak voor het aftoppen van elektrische pieklasten wordt gebruikt, is in de procesindustrie het leveren van het volledige piekvermogen een vereiste.

Samenvatting
Tal van koelprocessen in productie- en procestechniek zijn zonder ijsaccumulatoren nauwelijks meer uitvoerbaar. Niet alle bouwwijzen van ijsaccumulatoren zijn echter even betrouwbaar. Speciale kritiek van de gebruikers ondervinden de onbetrouwbaar. Specifiek kritiek van de gebruikers ondervinden de onbetrouwbare ijsdikmeting, de vermindering van de beschikbaarheid door vorming van ijsblokken en corrosieproblemen.
Uit Zwitserland komt een nieuwe ontwikkeling: een hybride ijsaccumulator die de voordelen van twee gangbare smeltprocessen combineert. Het vermogen van de accumulator ligt op het hoge niveau van de bekende ijsopbouwsystemen, maar verenigt dit met de voordelen van ijsbanksystemen.

Summary
Many processes in production and process technology are hardly feasible without ice accumulation. However, unreliable ice thickness sensors and corrosion problems are major complaints if users. A new hybrid ice accumulation system was developed in Switzerland, which combines two common melting systems with the advantages of both, the power of the “ice builder system” and the capacity of the “ice bank system”.


Vijfentwintigjarige Airedale (UK) breidt activiteiten uit naar België en Nederland

Harja Blok - Hoofdredacteur redactie RCC Koude & Luchtbehandeling

Inleiding
Het jaar 1999 is voor Airedale, de Britse fabrikant van airconditioning-installaties, close control- en vloeistofkoelers, een mijlpaal. Het concern, dat fabrieken heeft in Leeds (UK) (afb. 1), Zuid-Afrika en Noord-Amerika werd 25 jaar geleden in Leeds opgericht en heeft in die betrekkelijke korte tijd een onstuimige expansie gekend. Het is thans de grootste airconditioningfabrikant in particulier eigendom in de UK. De totale verkopen bedragen wereldwijd meer dan £ 30 miljoen. Wereldwijd heeft Airedale 450 mensen in dienst.
Dit jaar is niet alleen gemarkeerd als een jubileumjaar, maar ook het jaar van de introductie van nieuwe producten: een multi-split condensing unit, een low noise uitvoering 600 cassette en een nieuwe Keep Kool-reeks met koelvermogens tot 160 kW.

Tenslotte is 1999 het jaar dat Airedale nu zijn activiteiten uitbreidt naar ondermeer België en Nederland.
Airedale heeft reeds in 50 landen, verspreid over diverse continenten, business partnerships plus Airedale divisies in Noord Amerika, Zuid Afrika, Duitsland Frankrijk en de UK.
Om de activiteiten naar o.m. België en Nederland uit te breiden is een nieuwe medewerker aangetrokken, de heer Patrick Carrissemoux, die verantwoordelijk is voor België, Nederland, Zwitserland en Oostenrijk.
De heer Carrissemoux, die opereert vanuit zijn kantoor in Zwevegem legt thans contacten met diverse Nederlandse installatiebedrijven om de distributie en service te organiseren en te waarborgen.


Van de redactie

Zuinigheid met vlijt

“Het economisch èn het maatschappelijk belang van onze koudesector strekt zich namelijk in de toekomst aanzienlijk verder uit dan de zittingsperiode van een minister”. Dat schreven we op deze plaats in het maartnummer van Koude & Luchtbehandeling. Weinigen onder ons konden vermoeden dat die zittingsperiode half mei reeds een zeer onzekere toekomst tegemoet zou gaan. Op het moment dat dit verhaaltje geschreven wordt, is de informateur me een rebus langs de politieke leiders geweest en als we het dagblad mogen geloven, heeft geen der leiders de diepere zin van dat beeldverhaaltje op zijn juiste waarde kunnen schatten.
In het jaar dat “ons” Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu functioneerde onder het bewind van de nieuwe minister J. Pronk hebben we in de koudesector nog geen schokkende oekazes van hem mogen vernemen. Het is eigenlijk gebleven bij enige algemene uitroepen bestemd om den volke te laten weten dat het milieu de minister na aan het hart lag.
Wel sijpelde door dat hij grootse plannen had en dat voor het milieu best offers gevraagd kunnen worden en de koudewereld werd al onrustig, want dat soort kreten belooft weinig goeds. Dat CO2-verhaal zit ons allemaal dwars, zeker omdat het zo’n onmeetbaar verschijnsels is.
Op 5 mei j.l. geleden verscheen op de voorpagina van de Gelderlander het bericht dat historicus Wybren verstegen vaststelde dat de Milieubeweging de neiging had veel te zwartgallig te zijn en dat de politiek en de pers zo hun eigen redenen hebben om daar niet al te kritisch naar te kijken.
Het is verbazingwekkend hoe eenvoudig sommige politici omspringen met het begrip “het mag best wat kosten”. Een poos geleden bevond uw redacteur zich in een aangenaam gezelschap en daar was ook een neuroloog aanwezig die werkzaam is in een ziekenhuis in het oosten des lands waar de kosten de pan uitrijzen. De eminente geleerde gaf toe dat hij absoluut geen verstand had van duitjes. Hij genoot een inkomen dat hij als voldoende beschouwde, gaf zijn hele financiële ziel en zaligheid over aan zijn echtgenote en geloofde het verder wel. Dat deed hij ook intern op zijn werk: als er wat nodig was, dan kwàm het er, en hoeveel nullen er voor de komma stonden kon hem minder boeien. “Maar dat is eigen aan het systeem” legde hij uit en illustreerde zulks met een anekdote. “Kijk, als je nu een tientje hebt en je belooft jezelf een cadeautje te kopen, dan draai je dat tientje drie keer om en loopt zegen winkelstraten af voordat je tot een aankoop overgaat. Maar nu het tweede geval: jij krijgt een tientje van iemand anders om je zelf een cadeautje te kopen. Dat drie keer omdraaien vervalt, die zeven straten blijven over. Derde mogelijkheid: jij moet van jouw tientje een cadeautje kopen voor een ander. Nu, dat tientje ben je toch kwijt en die zeven straten zijn ook overdreven: de koop is gauw en tamelijk belangeloos gesloten. Tenslotte de vierde variant: je moet van een tientje van een ander een cadeautje voor een ander kopen. Tja, dan is de interesse in de hele transactie zero en zijn alle remmen los” beëindigde de medicus zijn les in economie.
Daar zit wat in, vooral als je de handelingen in “Den Haag” van nabije afstand beschouwt.
Maar voordat we nu zeggen: zie je wel, dat deugt daar niet, “ze” doen het maar van andersmans centen, mogen we ook wel eens de hand in eigen boezem steken.
Het komt voor dat bij de aanleg van een koelinstallatie de installateur luistert naar de wensen van de opdrachtgever en dan een systeem adviseert waarvan hij zelf de zekerheid heeft dat het technisch correct werkt. Hij maakt een calculatie en dan begint het: de opdrachtgever kijkt een beetje schuw naar de aanschafprijs. Dan ontaardt de opdracht soms in een onzalig gemarchandeer, resulterend in een installatie, die op korte termijn voornamelijk prijstechnisch voldoet, maar waar op lange termijn de rampen ingebouwd zijn. Resultaat: een gefrustreerde installateur, een boze klant en advocaten die zich in de handen wrijven en een schadepost die vele malen uitstijgt boven de prijs van het aanvankelijke correctie ontwerp, zeker met het oog op de lange termijn.
Eigenlijk zou de installateur gewoon moeten weigeren een installatie uit te voeren waarvan verwacht kan worden dat deze onder bepaalde bedrijfsomstandigheden gaat muiten of erger.
Dus met je eigen tientje voor je zelf een cadeautje kopen betekent niet automatisch dat daar de beste keuze uit voortvloeit.
Denken op wat langere termijn en daarbij de juiste conclusie aan verbinden is niet een ieder gegeven, anders had ook Pronk zijn baantje wel behouden.

Harja Blok - Hoofdredacteur RCC Koude en Luchtbehandeling

 

 
     
     
 
     
 

KNVvK
bezoekersadres:
Zandlaan 29
6717 LN  Ede
tel.: +31(0318) 697 198
fax: +31(0318) 697 199

correspondentie:
postbus 32
6710 BA  Ede
e-mail:  info@knvvk.nl

Lid worden?
klik hier